• Helse pijn

    Wat ongemakkelijk, maar toch wel redelijk goed geslapen vanacht. Ik voel me goed, heb ook aardige kamergenotes. Ik kom de dag goed door, geniet van het bezoek dat ik krijg. Als de chirurg langs komt vertel ik haar dat ik een wat vreemde pijn voel in mijn borst. Alsof iemand in mijn tepel staat te snijden. Dat kan fantoom-pijn zijn, zegt ze, dat gebeurt wel eens. Het is een vervelend soort pijn, die in de op van de dag zeker niet minder wordt. Vooral als ik me beweeg voel ik het. Nooit eerder fantoompijn gehad – ik hoop toch wel dat dat weer slijt. In de nacht word ik wakker van een helse pijn. Ik durf me niet eens te bewegen, zo n pijn heb ik. Ik hoor de verpleegkundigen op de gang, maar ik durf me zo totaal niet te bewegen dat ik niet eens bij de alarmbel kan komen. Ik probeer het toch, maar het doet me teveel pijn om het nog eens aan te durven. Gelukkig merk ik dat mijn buurvrouw ook wakker is. Ik vraag haar of ze op de alarmbel wil drukken. Ik word helemaal gek van de pijn. De verpleegkundige geeft me paracetamol. Mij lijkt dat bij lange na niet afdoende, maar wie weet. Natuurlijk is het niet genoeg. Als er na verloop van tijd iemand komt kijken zeg ik dat ik nog steeds even veel pijn heb, en dat ik me niet durf te bewegen. Ze zegt dat ze zal zien wat ze kan doen, en blijft een hele tijd weg. Kennelijk is ze me vergeten. Is dit nou dat ziekenhuis waar ik me altijd zo goed behandeld voel? Wat waardeloos is dit. Na een eeuwigheid komt de verpleegkundige terug met een spuit. Sorry, zegt ze, het kon niet sneller. Deze pijnstiller is niet zomaar voor handen. Wat kan mij dat allemaal schelen, die helse pijn is echt niet uit te houden. Waarschijnlijk drukt het slangetje van de drain op een zenuwuiteinde, zegt ze. Oh, is dat het? Maar dan wel op alle zenuwuiteinden die maar in de buurt liggen, denk ik nog, maar zeg ik niet want praten wil ik niet.
    Langzaam dommel ik toch enigszins in slaap. De pijn is er nog wel, maar is nu wel uit te houden. Uiteindelijk slaap ik, zij het niet erg prettig.

  • Technisch gezien valt het mee

    Vandaag de afspraak met de anesthesist. Dat herinnert me aan twee jaar geleden. Toen stond ik op de weegschaal en zag hoe verschrikkelijk zwaar ik geworden was. Op weg naar huis ben ik toen eerst langs de huisarts gesneld om een verwijzing voor een diëtiste te halen. Kanker of niet, ik moest afvallen.
    Deze keer raak ik vanzelf een aardig gewicht kwijt, bedenk ik me.
    U bent heel erg gezond, vertelt de anesthesist me als binnenkomer. En ja: zo voel ik me ook. In ieder geval voel ik me in niet geheel niet ziek, dat is een ding dat zeker is. Veel valt er niet te bespreken. Emotioneel een zware operatie, dat besef ik, zegt hij, maar technisch gezien stelt het niet zo heel veel voor.
    Met deze boodschap ga ik naar huis. Zo had ik het nog niet bekeken.

  • |

    Ervaring met amputatie

    Laatste dagje op Terschelling. De aanstaande amputatie is wel een voortdurend soort aanwezigheid (dit is dan de laatste keer dat ik hier met twee borsten aanwezig ben, en andere geintjes van deze soort), maar ik ervaar het niet als zwaar of moeilijk. Vriendin J., ook op het eiland, wipt even aan. Ruim tien jaar geleden heeft J. een borstamputatie ondergaan. Wil je het zien? vraag ze. Als ik, een beetje aarzelend, ja zeg trekt ze haar trui omhoog. Wat ik te zien krijg schokt me nauwelijks. Zo ziet dat er dus uit. En zo zie ik er volgende week dus ook uit (nou ja: voorlopig zal daar vooral een grote wond te zien zijn, maar goed – later zal het beter worden).

  • |

    M’n Terschellingse tuintje

    Wat een genoegen, deze paar extra dagen, om in het piepkleine Terschellingse tuintje dat ik sinds vorig jaar heb en waar ik zo ontzettend dol op ben, te wroeten. Wel moet ik een grote teleurstelling incasseren. Ik had toch een heleboel bollen gepoot in het najaar? Of had ik dat niet? Ik wist zeker van wel, maar nu ik zie dat er niets is opgekomen twijfel ik er aan. Niets aan te doen. Volgend jaar beter. Wel heb ik nu mooi tijd om onkruid te wieden en zomerbloeiers te zaaien. Goed beschouwd kan dit natuurlijk helemaal niet, zo’n tuintje op een plek waar je veel te vaak niet bent. Maar met vereende krachten van mij en welwillende huurders die ook van m’n tuintje houden lukt het toch er iets moois van te maken.