• Toeval?

    Drie weken geleden heb ik op Terschelling een middag in mijn tuintje gewerkt, op oude rubberlaarzen waarvan ik allang weet dat ze eigenlijk weg moeten. De volgende dag loop ik op het strand, en ik voel een pijnscheut in m’n knie. Daarna nog een. En daarna nog veel meer. Maar ik kan er doorheen lopen – en dat doe ik.

    De volgende middag ga ik cranberries plukken. Het is nat in de Koegelwieck. Ik doet m’n regenbroek aan en – alweer – m’n oude rubberlaarzen. En de volgende dag nog eens.

    Als ik twee dagen later naar huis reis, kan ik bijna niet lopen van de pijn in m’n linkerknie. ‘Sukkel – eigen schuld, dikke bult’, denk ik. ‘Gaat wel weer over.’ Maar, helaas: het gaat niet over. Een week later zit ik bij de dokter. Ik vraag hem of het verstandig is iets verder te kijken dan alleen die knie. ‘Je heupen staan goed’, zegt hij. ‘Het lijkt me niet nodig.’ Wel constateert hij een ontsteking in m’n knie en schrijft ontstekingsremmers voor. Ik kom in een vicieuze cirkel terecht: pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen & staan  -> meer pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen in plaats van rust nemen -> meer pijn -> enzovoort enzovoort.

    Als ik de tijd neem eens na te denken realiseer ik me: dit is de zoveelste keer dit jaar. Eerst pijn in m’n liezen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Toen pijn in m’n heupen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Nu pijn in m’n linkerknie en weer kan ik bijna niet lopen. En dat allemaal sinds de borstamputatie in 2011. Toeval?

    Een vriend van me geeft me een hint. Podoposturale therapie. In Elburg zit een man die een praktijk heeft als podoposturaal therapeut. Vanochtend had ik een afspraak met hem. Hij constateert een disbalans in mijn lijf, in de manier waarop ik sta en bevestigt mijn idee dat dit een gevolg is van de borstamputatie van anderhalf jaar geleden (en de eerdere ingrepen die ik onderging in verband met borstkanker). Hij schrijft me inlegzooltjes voor. Volgende week kan ik ze ophalen. Met een beetje geluk hervindt mijn lijf – dank zij deze inlegzooltjes – balans. Anders zal ik langer met de zooltjes moeten doen. Maar dat zie ik later wel weer.

     

  • Helse pijn

    Wat ongemakkelijk, maar toch wel redelijk goed geslapen vanacht. Ik voel me goed, heb ook aardige kamergenotes. Ik kom de dag goed door, geniet van het bezoek dat ik krijg. Als de chirurg langs komt vertel ik haar dat ik een wat vreemde pijn voel in mijn borst. Alsof iemand in mijn tepel staat te snijden. Dat kan fantoom-pijn zijn, zegt ze, dat gebeurt wel eens. Het is een vervelend soort pijn, die in de op van de dag zeker niet minder wordt. Vooral als ik me beweeg voel ik het. Nooit eerder fantoompijn gehad – ik hoop toch wel dat dat weer slijt. In de nacht word ik wakker van een helse pijn. Ik durf me niet eens te bewegen, zo n pijn heb ik. Ik hoor de verpleegkundigen op de gang, maar ik durf me zo totaal niet te bewegen dat ik niet eens bij de alarmbel kan komen. Ik probeer het toch, maar het doet me teveel pijn om het nog eens aan te durven. Gelukkig merk ik dat mijn buurvrouw ook wakker is. Ik vraag haar of ze op de alarmbel wil drukken. Ik word helemaal gek van de pijn. De verpleegkundige geeft me paracetamol. Mij lijkt dat bij lange na niet afdoende, maar wie weet. Natuurlijk is het niet genoeg. Als er na verloop van tijd iemand komt kijken zeg ik dat ik nog steeds even veel pijn heb, en dat ik me niet durf te bewegen. Ze zegt dat ze zal zien wat ze kan doen, en blijft een hele tijd weg. Kennelijk is ze me vergeten. Is dit nou dat ziekenhuis waar ik me altijd zo goed behandeld voel? Wat waardeloos is dit. Na een eeuwigheid komt de verpleegkundige terug met een spuit. Sorry, zegt ze, het kon niet sneller. Deze pijnstiller is niet zomaar voor handen. Wat kan mij dat allemaal schelen, die helse pijn is echt niet uit te houden. Waarschijnlijk drukt het slangetje van de drain op een zenuwuiteinde, zegt ze. Oh, is dat het? Maar dan wel op alle zenuwuiteinden die maar in de buurt liggen, denk ik nog, maar zeg ik niet want praten wil ik niet.
    Langzaam dommel ik toch enigszins in slaap. De pijn is er nog wel, maar is nu wel uit te houden. Uiteindelijk slaap ik, zij het niet erg prettig.