• |

    Verwerkdwang

    Tot ver in de 20e eeuw waren mensen de veronderstelling toegedaan dat kinderen niet konden rouwen. Kinderen werden niet als nabestaanden gezien, ook niet als ze een ouder verloren door overlijden. Ze werden niet bij de dood betrokken – noch bij de aanloop naar het overlijden, noch bij de uitvaart. In veel gevallen werd er nooit meer over de ouder gesproken. Het grote zwijgen was begonnen.

    In de tachtiger jaren kwam daar verandering in. Er werd geschreven over kinderen en rouw, en hoe kinderen die een verlies hadden geleden het beste kunnen worden geholpen. Kinderen kunnen wel rouwen, is sinds die tijd de boodschap. Net als volwassenen krijgen ze in onze tijd de boodschap dat een verlies verwerkt moet worden, dat je je moet leren aanpassen aan de nieuwe situatie, dat je het verlies achter je moet laten en dat je verder moet gaan met je leven. Talloze boeken en boekjes zijn sinds die tijd verschenen over kinderen en rouw. Maar hoe ziet de werkelijkheid er uit? Is al die hulp er echt voor kinderen? Hoeveel kennis is er over de werkelijke gevolgen van het verlies van een ouder als je nog volop in ontwikkeling bent – behalve bij ons Verlaat Verdriet-ers? En daar wringt voor mijn gevoel de schoen.

    In plaats van zwijgplicht is de verwerkplicht gekomen. Konden wij nog zeggen: er werd niet meer over gepraat – (jong) volwassenen van nu kunnen dat niet meer zeggen. Het idee dat het allemaal veel beter gaat tegenwoordig overheerst het algemene denken. Het gaat nu allemaal veel beter, er is veel meer aandacht voor kinderen en rouw en daarom hoeven ze er dus later geen problemen meer mee te hebben. En wat kunnen die kinderen die nu volwassen zijn geworden nog zeggen? Ze hebben de kans gehad. Als ze nu nog problemen hebben, dan is dat aan henzelf te wijten. Zij hebben het niet goed gedaan. Zij hebben gefaald. Zij zijn de losers. En ze houden liever hun mond, met alle gevolgen van dien.

    Uiteindelijk zijn we dus van zwijgplicht via verwerkplicht bij zelfopgelegd zwijgen terechtgekomen en het grote zwijgen over de gevolgen van de vroege dood van een ouder wordt – ondanks alle goede bedoelingen – gecontinueerd.

  • |

    De Ommekeer

    Mijn hoop heet tesjoewa de ommekeer
    haar moeder heet berouw en zij huilt
    om wat zij heeft aangericht
    ze keert zich en loopt
    langzaam, voetje voor voetje
    de andere kant op.

    Ze zegt klein niet nog groter
    ze zegt langzaam niet nog sneller
    ze zegt zacht niet met geweld
    ze produceert niet ze geneest
    ze plundert niet ze balanceert
    haar moeder heet berouw en zij huilt.

    Mijn hoop heet tesjoewa
    de ommekeer
    en mijn moeders zeggen
    er bestaat geen dag en geen uur
    voor niemand ter wereld
    waarop ommekeer niet mogelijk is.

    Dorothee Sölle

    Gedicht geplaatst met toestemming van de uitgever: Ten Have

  • | | |

    Cassette

    Ik vond cassettebandjes in een doos op zolder
    en wilde weten of er nog iets moois op stond.
    Toen hoorde ik ineens de stem van mijn vader,
    alsof de woorden kwamen uit zijn mond.

    Hij zong een liedje over edelweiss en alpen;
    ik denk dat hij het zomaar zelf verzonnen heeft.
    Ik zat verstard en luisterde geschrokken
    omdat mijn vader al sinds jaren niet meer leeft.

    Tot nu toe had ik enkel maar een boek met foto’s
    en ook een envelop waarop zijn handschrift staat.
    Ik ben verbaasd dat een cassette heeft onthouden
    dat hij ademhaalde, zong en heeft gepraat.

    Zijn stem was het eerste dat ik ben vergeten
    en toch herken ik hem bij elk gezongen woord.
    Het valt me op dat hij een heel klein beetje sliste.
    Toch gek, dat heb ik toen hij leefde nooit gehoord.

     

    Ted van Lieshout

     

    Met toestemming van de auteur geplaatst
    Uit: Hou van mij, Leopold 2009