• | |

    Vasalis

    En niet het snijden doet zo’n pijn,
    maar het afgesneden zijn  *

    Wie kent niet deze dichtregels van M. Vasalis?

    Gisteren kwam ik andere – ongetwijfeld ook hele bekende, maar mij toe nu toe niet bekende – dichtregels tegen van deze dichteres. Dichtregels die me niet alleen aanspreken, maar die me ook zo heel bekend voorkomen.

    Ik wil ze graag me je delen.

     ‘Steen’

    Verdriet kit al mijn krachten samen,
    Zodat ik roerloos word als steen.
    Mijn hele wezen wordt materie,
    een ondoordringbaar star mysterie,
    o sla de rots, opdat ik ween

     

     

    *

    Sotto Voce
    Zoveel soorten van verdriet
    ik noem ze niet
    Maar één, het afstand doen en scheiden
    En niet het snijden doet zo´n pijn,
    maar het afgesneden zijn.

    Nog is het mooi, ´t geraamte van een blad,
    vlinderlicht rustend op de aarde,
    alleen nog maar zijn wezen waard.
    Maar tussen de aderen van het lijden
    niet meer om u mee te verblijden:
    mazen van uw afwezigheid
    bijeengehouden door wat pijn
    en groter wordend met de tijd.

    Arm en beschaamd zo arm te zijn.

     

    M. Vasalis
    1909-1998. Pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans;
    arts en kinderpsychiater.

  • |

    Lekker stoer (!) (?)

    Vanochtend vond ik een artikel in mijn brievenbus, me toegestuurd door een dierbare vriendin. ‘Mijn hart staat ver van mij af’ is de titel van een interview in NRC Weekend met Jan Marijnissen op zaterdag 26 januari 2013.

    Enkele citaten uit dit interview:

    Titus

    ‘Rembrandt heeft een prachtig portret van zijn zoon Titus geschilderd. Titus in monnikspij. Wacht, ik ga even een reproductie halen. Zie je die dromerige blik? Daar kan ik eindeloos naar kijken. Dat een vader zijn zoon zo schetst vind ik heel bijzonder. Ze hebben mij wel eens gevraagd of het beeld mij aangrijpt omdat ik mijn vader op tienjarige leeftijd ben verloren. Dat zou kunnen, maar daar ben ik niet mee bezig. Ik heb al vroeg geleerd om niet te peuren in dingen waar je weinig aan kunt doen of die je nog niet verwerkt hebt. ‘Let nou op’ denk ik, als mensen hun eigen geschiedenis met veel aplomb analyseren. De zoektocht is nooit af. We hebben allemaal krassen op onze ziel. De kunst is ermee te leven. Ik heb mijn vader niet gemist in de jaren na zijn dood. De kostschool waar ik terecht kwam was geen pretje, maar toen ik na twee jaar terug kwam, heb ik het driedubbel ingehaald. Ik was een vrij man, zolang ik thuis de boodschappen deed. Mijn moeder en ik konden heel goed met elkaar overweg.’ 

    Hart

    ‘Als je hart zegt, denk ik dat je ‘hard’ met een ‘d’ bedoelt. Kennelijk staat mijn hart ver van mij af. Terwijl ik toch twee keer een hartaanval heb gehad., ja……………..

    ……………’ Niet zozeer mijn hartproblemen waren de aanleiding om te stoppen als fractievoorzitter. Mijn rug was de oorzaak. Ik heb vier hernia’s gehad………………

    Mannenbolwerk

    ‘Ik had graag meer vrouwen geïnterviewd voor mijn nieuwe boek Kijk op deze tijd, maar kwam niet verder dan drie………….. Ik zocht mensen die uitblinken in hun vak én over de schutting kunnen kijken’.

    Mijn reactie op dit interview: Schutting

    Kom op Jan, zou ik zeggen. Ontdek je eigen schutting en kijk daar eens overheen, maar dan naar binnen. Al was het maar om jouw eigen bijdrage serieus te nemen aan het betaalbaar houden van de kosten van de gezondheidszorg.

    Nabericht

    PS: uit een interview in De Volkskrant van 25 februari 2013: Mensen moeten weer los van de pijn leren leven
    Mensen blijven soms jaren met klachten lopen die geen arts kan verklaren. De gezondheidszorg kan flink bezuinigen door een nieuwe aanpak van honderdduizenden patiënten met onbegrepen, lichamelijke klachten die vaak jarenlang in de zorg rondlopen. ……….. Hun zorgkosten zouden jaarlijks 3 miljard euro bedragen.

    Nou vallen hartaanvallen en hernia’s niet direct onder onbegrepen klachten – de gevolgen van jong ouderverlies voor fysiek welzijn van volwassen Verlaat Verdriet-ers kunnen nog wel wat extra aandacht gebruiken! (en adequate hulpverlening voor Verlaat Verdriet-ers kan nog heel wat bezuinigingen opleveren. Daar ben ik in ieder geval van overtuigd).

  • | | |

    Gat in de weg

    Je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden lijkt niet alleen een eigentijdse aanname te zijn met betrekking tot verlies & rouw, maar ook een eigentijdse rouw-opdracht. Regelmatig vraag ik me af of degene(n) die een dergelijke ‘rouw-oplossing’ verzint/verzinnen (wie dat zijn: ik heb geen idee) zich ooit één seconde bezighoudt/bezighouden met de reikwijdte – namelijk met de gevolgen op langere termijn- van dit soort opvattingen. Veerkracht. Je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden.

    Maar wat betekent: je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden voor kinderen die een ouder verliezen? Heb je je met succes aangepast als de mensen in je omgeving – zoals bijvoorbeeld je overgebleven ouder en/of andere opvoeders – geen last van je hebben? Of heb je je met succes aangepast als niemand meer iets aan je merkt? Terwijl je altijd op je tenen loopt om iedereen tevreden te houden?

    Steeds duidelijker zie ik bij Verlaat Verdriet-ers de consequenties van je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Want dat is wat de vele Verlaat Verdriet-ers die ik heb ontmoet, en met wie ik heb mogen werken, in hun jeugd hebben gedaan. Zich aanpassen. Geen last veroorzaken. Op de overgebleven ouder letten: gaat het wel goed met haar/hem? Zorg op je nemen die je eigenlijk niet kunt dragen. Zorg geven, in plaats van zorg ontvangen. Al je veerkracht in moeten zetten om jezelf in stand te kunnen houden.
    Ik zie volwassen Verlaat Verdriet-ers daar steeds weer in vast lopen. Je altijd weer aanpassen aan omstandigheden die niet goed voor je zijn. Niet om kunnen gaan met grenzen. Jezelf weggeven, zoals je dat al gewend bent te doen sinds de dood van je ouder(s). Met als gevolg dat je geen idee meer hebt van wie je zelf eigenlijk bent.

    Afgelopen vrijdag hebben we (opnieuw) een prachtige laatste dag meegemaakt van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Ingrid, één van de deelneemsters van deze cyclus, bracht een mooie tekst voor ons mee. Een tekst die ik hier graag met je wil delen. Een tekst dat mij uitnodigde om de laatste strofe (4: ik loop er omheen5: ik loop door een andere straat) – ontwijken: daar zijn Verlaat Verdriet-ers al heel erg goed in – een eigen invulling te geven.
    Graag nodig ik ook jou uit om te reageren op deze Blog en jouw invulling van de laatste strofe te delen met andere lezers. Een invulling die bij jou en bij jouw ervaringen past.

    Gat in de weg

    1)     Ik loop door een straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik val erin.
    Ik ben verloren……ik ben radeloos.
    Het is mijn verantwoordelijkheid niet.
    Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

    2)     Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik doe of ik het niet zie.
    Ik val er weer in.
    Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
    Maar het is niet mijn verantwoordelijkheid.
    Het duurt nog lang voor ik er uit ben.

    3)     Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik zie dat het er is .
    Ik val er weer in …. Het is een gewoonte.
    Mijn ogen zijn open.
    Ik weet waar ik ben.
    Het is mijn verantwoordelijkheid.
    Ik kom er direct  uit.

    4)     Ik loop door dezelfde straat.
    Er is een diep gat in het trottoir.
    Ik loop er omheen.

    5)   Ik loop door een andere straat.

     

  • | |

    Mijn vader eren

    In het dagboekje dat ik noemde in mijn eerdere blog van vandaag Lief klein meisje kwam ik een tekst tegen die ik in 1998 (kennelijk) over had genomen uit één van de vele teksten die mijn vader mij heeft nagelaten.

    Veel is er, na de dood van mijn moeder in 1957, mis gegaan. In ons gezin. In het latere gezin, nadat mijn vader was hertrouwd. Tussen hem en mij. Boos ben ik geweest over de gang van zaken. Verraden heb ik mij gevoeld. In de steek gelaten. Mijn vader was allang dood toen er bij mij ruimte was ontstaan om met hem te delen over het verlies van mijn moeder. Van zijn vrouw. Van de moeder van mijn jongere broertje.
    Ik heb andere wegen moeten zoeken – en gevonden – om de gevolgen van het verlies van mijn moeder te verwerken en te helen.

    Een deel van deze tekst wil ik graag met je delen. Voor de duidelijkheid: mijn ouders, die in 1937 trouwden, hebben in verband met de oorlogsdreiging het krijgen van kinderen uitgesteld tot na de oorlog. Ik ben het eerste kind van de twee kinderen die ze hebben gekregen. Ik ben geboren in 1949, mijn moeder was toen 41 en mijn vader was 40 jaar. Mijn moeder was 49 jaar toen ze overleed, mijn vader is 75 geworden.

    ……..Toen we wisten, dat er toch een kind geboren zou worden, beseften we, dat we dus iets zouden ontvangen boven dat wat we reeds hadden. En zo voelden we heel sterk, dat we jullie dank verschuldigd waren. We gingen immers een grote schuld op ons nemen. Niet alleen zouden we jullie het leven schenken, maar in dit leven ook de dood, die daar onvermijdelijk op zal volgen. En niet alleen het feit van de dood, zoals dat feit ook is in het leven van een dier, maar het besef dat je leven een einde zal nemen, met alle leed en soms angst, die dat besef meebrengt. Ondanks de gedachte dat het zo toch goed is. Jullie hebt niet om je leven gevraagd. We hebben het je ongevraagd gegeven. Betekent dit leven in hoofdzaak geluk, of zal het veel ongeluk brengen? We weten het niet. We namen een hele reeks van risico’s die in hoofdzaak niet wij, maar jullie zelf te dragen hebben. Wij zullen dus niet eens bij benadering de grootte van de schuld kennen, die we tegenover jullie zullen hebben. We zullen die grootte zelfs niet kunnen bevroeden.

    We dienen jullie dus dankbaar te zijn voor het feit dat jullie geboren zijn en ons geluk en onze levensvervulling zijn komen vergroten. Ik hoop, dat we onszelf daarvan steeds bewust zullen zijn en dat we in staat zullen zijn die schuld aan jullie zo klein mogelijk te doen zijn, door jullie in je jeugd zoveel mee te geven aan goede verzorging, aan liefde, aan wat niet al, dat de kans op een gelukkig leven voor jullie zo groot mogelijk zal zijn.
    …… Maar wanneer we in staat zullen zijn, jullie een gelukkige jeugd te geven en dat wat je nodig zult hebben om daarna een gelukkig mens te kunnen worden, dan hebben we toch iets verwezenlijkt van wat we menen tegenover jullie, die ons leven zozeer zijn komen verrijken als we ons niet voor hadden kunnen stellen vóór jullie komst, schuldig te zijn.

    Ik zou mijn vader graag hebben willen kunnen laten weten (ook al zou ik ongetwijfeld van hem op mijn donder hebben gekregen voor deze aaneengekoppelde reeks werkwoorden) dat ik nu – in 2013 –  kan zeggen: gemakkelijk is het niet geweest, maar ik ben een gelukkig mens geworden. Mede dank zij de bijzondere, liefdevolle basis die ik van mijn beide ouders mee heb gekregen.
    Op mijn beurt ben ik mijn ouders niet alleen dankbaarheid verschuldigd – ik ben dankbaar voor dat wat ik van hen als geschenk voor het leven heb meegekregen (vooral ook Pap: voor wat niet al).

    Titia, dochter van Ben en Jo Liese-Letteboer