• |

    Controle

    Controle. De eerste controle na de operatie van april j.l. Hoewel ik me in de aanloop naar deze dag niet echt zorgen heb gemaakt, word ik – als ik zit te wachten in het ziekenhuis – ineens overvallen door angst. Wat als er wel iets gevonden wordt? Ik weet het, het is niet vanzelfsprekend om gezond te zijn. Ik moet voorlopig weer met dat bewustzijn leven. De controle is goed, de chirurg is tevreden over het herstel van de wond. Het is kennelijk niet druk op deze dag, en we hebben tijd om even bij te kletsen. Ik heb Teruggaan, om verder te kunnen bij me. Ik geef het aan haar. Ruptuur is haar werk. Ruptuur is ook mijn werk. Zij doet het hare, en ondertussen probeer ik het mijne te doen.

  • |

    Controle

    Om 10 uur afspraak met dr. S., wond- en voortgangscontrole. De ervaringsdeskundige in mij heeft vroeger in de ochtend het ziekenhuis al gebeld. Het lijkt me verstandig dat er eerst naar het vocht wordt gekeken, en – indien nodig – vocht wordt weggehaald. Kom een half uurtje eerder, dan kijkt de mama-verpleegkundige er naar en haalt het, zo nodig, weg. Een half uur voor de afspraak met dr. S. ben ik in het ziekenhuis. Ik merk een gespannenheid in me, alsof ik naar een examen moet. Alsof ik zo dadelijk weer iets te horen zal krijgen wat ik liever niet hoor. De mama-verpleegkundige is aardig en kundig. Ze haalt voor de zekerheid dr. S. erbij. Dr. S. ziet geen bijzonderheden. Het vocht wordt weggehaald, en daarna kan ik gewoon naar de afspraak met dr. S. Dr. S. vraagt me hoe het met me gaat. Met mij gaat het goed. De wond geneest goed, ik voel me goed. Geen naweeën van de narcose, althans niet merkbaar. Geen noemenswaardige pijn.
    Na het gesprek met dr. S. ga ik naar vriendin P. om even bij te kletsen. Wat heerlijk dat dat kan!
    Als ik thuis kom maak ik een afspraak met Wouter Hoelen voor de lymfedrainage. Het is weer nodig, het doet me altijd goed, en ik ben blij dat dit kan. Met hem kan ik dan ook meteen een afspraak maken voor de prothese, al is dat nog wel een beetje aan de vroege kant.

  • |

    Vocht-ophoping

    Waar ik al voor was gewaarschuwd zie ik langzamerhand gebeuren: de wond is zich aan het vullen met vocht. Herinneringen aan vijftien jaar geleden – vervelende herinneringen, heel vervelende herinneringen zelfs, komen terug. In die tijd zat ik soms twee keer, en soms nog wel vaker, per week in het ziekenhuis om het vocht onder mijn oksel weg te laten halen. Wat een ellende, toen. Moet dat nu weer? Donderdag moet ik voor controle naar het ziekenhuis, naar de chirurg. Ik zal het haar vragen.

  • |

    Kritischer kijken

    Vanavond is de individuele workshop met Y. begonnen. We hebben, nu we met z’n tweeën zijn, ruim de tijd voor de kennismaking. Y. vertelt over haar onzekerheden betreffende haar lijf. Al een jaar lang wordt ze onderzocht omdat er iets met een borst niet naar behoren is, maar niemand die goed kan zien of begrijpen wat er aan de hand is. Y. verloor als jong kind haar vader door een medische fout. Haar, zeer begrijpelijke, tekort aan vertrouwen in de kennis en vooral in de kunde in de gezondheidszorg is groot. Als ik naar bed ga merk ik dat de verhalen van Y.  mijn luchthartigheid over de verandering in mijn eigen borst in een ander daglicht zet. Morgenochtend zal ik weer kijken, maar nu kritischer.