• |

    Leef- & overleef-gebieden

    Regelmatig kom ik in mijn Verlaat Verdriet-werk een onmiskenbare hang tegen naar zelfdoding. Soms gebeurt het werkelijk dat een Verlaat Verdriet-er een einde maakt aan haar of zijn leven. Soms komt zelfdoding heel dichtbij in de vorm van een of meer poging(en) tot zelfdoding. Bij andere Verlaat Verdriet-ers doen zich regelmatig gedachten voor aan een zelfgekozen levenseinde.

    Ook bij mijzelf hebt ik die gedachten jaren en jaren gekend. De gedachten waren er, een daad nooit. Meestal zelfondermijnende oordelen tot gevolg hebbend: ‘Zie je wel, zelfs daar ben je te laf voor.’ ‘Zie je wel, zelfs dat lukt je niet.’  Lang heb ik geworsteld in dit ongemakkelijke leef-&overleef-gebied. Tot ik me op een dag realiseerde: ‘Ik wil niet dood. Ik wil zelfs helemaal niet dood. Ik weet alleen niet hoe ik moet leven.’

    Een verlaat rouwproces, zo heb ik zelf ervaren, is een proces waarin zich, als het goed is, een aantal verandermomenten voordoen. Verandermomenten. Kantelmomenten. Momenten waarop je een realisatie hebt die je de mogelijkheid biedt een ander perspectief te kiezen.
    Ik geeft toe: het leven wordt door zo’n kantelmoment meestal niet onmiddellijk verschrikkelijk veel gemakkelijker.

    Het leven wordt door zo’n kantelmoment echter meestal wel volkomen anders.  Kantelmomenten – verandermomenten – zijn dus hele waardevolle momenten in een verlaat rouwproces, ook al heb je ze over het algemeen zwaar moeten bevechten en was de weg daarnaartoe verre van comfortabel. Het zijn wel de momenten waarop je daadwerkelijk een stap hebt gezet van overleven naar leven.

  • Kan niet – toch gebeurd

    Vanochtend ga ik koffiedrinken bij mijn partner en wil de krant opslaan. Ik grijp in m’n jaszak om mijn eeuwig rondzwervende leesbril te pakken. Ik sta met twee brilhelften in m’n hand. Deze leesbril is op maat gemaakt, voor het serieuze leeswerk. Er moet een andere komen. Ik spoed me naar de leesbrillenwinkel. De brillenman ken ik niet alleen van z’n brillen. Hoewel hij eigenlijk met iets anders bezig is gaat hij me helpen. Ik zie het al gebeuren. Gaat het deze keer net zo? Hij is het overduidelijk vergeten, van die vorige keer. Ik niet. Omdat het al een aantal jaren geleden is dat hij mijn vorige bril op maat maakte, moeten mijn ogen opnieuw doorgemeten worden. Hij brengt zijn apparatuur in werking en laat mij plaatsnemen op de stoel. Hij begint. Ik lees braaf wat ik lezen moet. Hij meet. Meet nog eens. Rommelt wat aan het apparaat. Meet nog eens. Mompelt wat. Rommelt nog wat. Mompelt weer iets. Ja: dat begint al aardig op de vorige keer te lijken. ‘Ik moet even in je oog kijken’ zegt hij ietwat van slag. Hij kijkt in mijn oog. Kijkt nog eens. Hij blijft kijken. ‘Dit kan helemaal niet’ zegt hij. Ik lach. ‘Zei je de vorige keer ook, maar dat weet jij waarschijnlijk niet meer.’ Mijn rechteroog ziet zo verschrikkelijk slecht, dat ik eigenlijk niet moet kunnen onderscheiden wat ik wel kan onderscheiden. ‘Je linkeroog compenseert dat allemaal’ zegt hij, nog steeds behoorlijk verbaasd. Zelf ben ik niet verbaasd. Datzelfde heb ik toch ook gedaan na de dood van mijn moeder? Geprobeerd te compenseren? Om het toch allemaal goed te doen? Jammer genoeg kan ik mijn lol daarover niet met hem delen. Maar mijn lol is er niet minder om. Ik heb gecompenseerd als een gek, om de leegte en het onvermogen in mijzelf maar op te vullen. Overleven, noem je dat. Het was een hele klus om van overleven weer naar leven te gaan – maar wel een klus die de moeite waard is geweest. Nog nalachend ga ik naar huis. Mijn dag is goed. Meer dan goed.

    PS: nog even was ik in gesprek met de brillenman. Vertelde hem dat ik ooit lenzen heb geprobeerd, maar dat ik ze na een aantal weken had weggegooid. ‘Je compenserende oog verdraagt geen correctie’, zegt hij. Nou: dat klinkt me aardig bekend in de oren. M’n compenserende ik heeft ook heeeeeeel lang geen correcties geaccepteerd.

  • Liegen-loog-zelfbedrog

    Met het verlies van je ouder verloor je ook de ouder die bereid was jou te ‘kasteien’. De ouder die paal en perk stelde aan je gedrag. Die vanuit een onvoorwaardelijke ouderliefde grenzen stelde en je liet voelen dat er grenzen waren en welke grenzen er waren. De ouder die ongetwijfeld ook vanuit haar/zijn eigen tekort meer dan eens onaardig en niet liefdevol reageerde, maar die ondertussen wel je ouder was en jij haar/zijn kind (en bleef). De ouder die op je lette. Die zich afvroeg waar je uithing. Die je aansprak op je fouten. Die je toonde hoe je het anders moest doen, anders kon doen of anders moest oplossen. De ouder met wie je verbonden was met de meest sterke band die je als kind aan hebt kunnen gaan.

    Als gevolg van de dood van je ouder werden de mazen in het ‘opvoednet’ groter. Met de komst van een nieuwe partner van je overgebleven ouder werden die mazen misschien steeds groter en werd het makkelijker er doorheen te glippen. Er werd niet meer op een liefdevolle en begripvolle manier op je gelet. Er was geen ouder meer die eerlijkheid de moeite waard maakte.
    De komst van een nieuwe partner, met andere normen en waarden dan je gewend was, maakte het extra moeilijk en gecompliceerd om te weten in welke cultuur je nou eigenlijk leefde. Wat mocht wel en wat niet? Wat was belangrijk en wat niet? Waar moest je je aan houden? Wat had je te maken met de cultuur van de nieuwe partner van je ouder? Wat had je met haar/hem te maken? Wat was er nog belangrijk voor je overgebleven ouder?

    Ontwijken, negeren, ontkennen werden deel van je overlevingsstrategieën. Oneerlijkheid, onwaarheden vertellen, halve leugens, halve waarheden en smoezen namen mogelijk steeds meer plaats in in je leven en met oneerlijkheid naar buiten toe naar alle waarschijnlijkheid ook zelfbedrog. Liegen werd een gewoonte. Want waarom en voor wie zou je nog eerlijk zijn?

    Onderzoek eens bij jezelf:

    • Ben ik gaan liegen?
    • Ben ik halve waarheden gaan spreken?
    • Ben ik gaan liegen uit angst?
    • Heb ik moeten liegen om m’n vege lijf te redden?
    • Ben ik gaan liegen uit gewoonte?
    • Op welk moment in mijn jeugd heb ik besloten geen energie meer te steken in leugens?
    • Wat doe ik nu met liegen, loog, bedrogen als volwassene?
    • Wie bedrieg ik?
    • Hoe zit het bij mij met zelfbedrog?
  • Schaduwpatronen

    Overlevingspatronen

    Overlevingspatronen zijn patronen die je – als gevolg van het vroege verlies van je ouder – hebt aangeleerd om te overleven. Om jezelf in stand te kunnen houden. Overlevingspatronen hebben in de loop van je leven je gedrag in veel gevallen vergaand beïnvloed. Je kunt zelfs zeggen dat overlevingspatronen een (groot) deel van je identiteit zijn gaan uitmaken. Bijvoorbeeld in hoe je je manifesteert in de buitenwereld: jezelf zo onzichtbaar mogelijk maken (‘Mij niet gezien’ of: ‘Dit gaat niet over mij’). Of je altijd aanpassen (‘Van mij zal niemand last hebben’ ). Of altijd zorgen voor anderen (‘Dat doe ik wel’). Of hele hoge (en onrealistische) eisen aan jezelf stellen, waardoor je altijd moet presteren. (‘Ik doe altijd mijn best’).

    Overlevingspatronen zijn patronen die je hebben geholpen jezelf in stand te houden. Je hebt ze gebaseerd op talenten die in je in aanleg had, zowel als mens als in de unieke mens die jij bent. Ze hoeven geen zelfondermijnende overtuigingen te zijn.

    Zelfondermijnende overtuigingen

    Zelfondermijnende overtuigingen zijn overtuigingen waarmee je jezelf onderuit haalt. Ze komen voort uit je basale gebrek aan zelfvertrouwen, uit je tekort aan eigenwaarde en zelfrespect en uit je twijfel aan je bestaansrecht. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoor er niet bij.’ ‘Mij lukt dat niet.’ ‘Ik ben anders.’ ‘Ik ben niets waard.’ ‘Mij helpt dat niet’. ‘Ik kan het niet.’ Was ik maar nooit geboren.’

    Schaduwpatronen

    Zelfondermijnende overtuigingen heb ik in Verlaat Verdriet-verband schaduwpatronen genoemd. Schaduwpatronen zijn ontstaan in de schaduwkant – in de eenzaamheid – van je kindbestaan. Daar waar je, als gevolg van de vroege dood van je ouder, tekort kwam aan zorg, aandacht, liefde, educatie en cultuur. Waardoor je je onvoldoende op een gezonde en evenwichtige manier hebt kunnen ontwikkelen. Je ontwikkelde als gevolg daarvan een ‘negatieve identiteit’. Een identiteit die je nog steeds in de schaduwkant van het leven houdt. Die een onderstroom heeft van: NEE. En: NIET. Deze schaduwpatronen zijn met je meegegroeid naar de volwassene die je nu bent en ze hebben nog steeds (grote) invloed op de manier waarop je handelt. Maar nogmaals: het zijn geen overlevingspatronen. Ze hebben nooit tot doel gehad je te helpen met overleven. Ze hebben je nooit geholpen met overleven. Ze helpen je nog steeds niet met overleven. En ze helpen je al helemaal niet met leven. Integendeel. Ze hebben je vertrouwen en je zelfvertrouwen ondermijnd, en dat doen ze nog steeds. Twijfel, scepsis, schaamte, schuld, wrok en ongeloof zijn deel uit gaan van de manier waarop je naar jezelf, naar andere mensen en naar het leven kijkt. Schaduwpatronen kosten je ongelofelijk veel energie en leveren je uitsluitend negatieve energie op.

    In het licht zetten

    Zoals alle schaduwpatronen zijn ook deze schaduwpatronen beweeglijk en verdwijnen ze door ze in het licht te zetten. Ze hebben de eigenschap je angst te bezorgen. Grote en diepgevoelde angsten. Verleid jezelf. Zoek hulp. Overwin je angsten. Zet de schaduwpatronen die je hebt ontwikkeld in het licht en ervaar hoe je stappen zet in het proces van overleven naar leven!