• |

    Goed rouwen

    Rouwen is verdriet verwerken om een verlies dat je geleden hebt.
    Goed rouwen betekent niet het verlies en het verdriet een plaats geven in je leven, het verlies achter je laten en (zo snel mogelijk) doorgaan met je leven.
    Goed rouwen is weten waar je blauwe plekken zitten. Je kwetsbare plekken. Waar de losse eindjes zitten. En hoe je op een goede manier voor je kwetsbare plekken en de losse eindjes zorgt.
    Goed rouwen is je opnieuw verbinden met het leven.
    Goed rouwen is je opnieuw verbinden met leven.
    Goed rouwen vraagt zelfkennis.
    Goed rouwen betekent: jezelf leren kennen.

    Goed rouwen bij Verlaat Verdriet is je kwetsbare plekken leren zien, je kwetsbare plekken onderkennen, ze erkennen en accepteren en er goed voor leren zorgen.

    Een goede therapeut/rouwbegeleider voor een Verlaat Verdriet-er kent, onderkent, erkent en respecteert de kwetsbare plekken van Verlaat Verdriet-ers (en roept bijvoorbeeld niet: je idealiseert je moeder/je vader, maar is volledig doordrongen van de consequenties van het verlies van een ouder voor een kind en van wat een kind mist als het de eigen ouder/opvoeder is verloren door de dood).
    Een goede rouwbegeleider kent de specifieke dynamiek van een verlaat rouw-en veranderproces bij Verlaat Verdriet. 

  • |

    Is mijn smart niet voldoende?

    Vanochtend kwam ik op het web een artikel tegen van Ide Wolzak, ter gelegenheid van het symposium Eigen-wijs rouwen, 6 oktober 2011 (Vereniging Ouders van een Overleden Kind): Een eigen-wijs verhaal; over rouwervaringen en ‘libelle-psychologie 

    In dat artikel kwam ik een citaat tegen uit een boek van Elie Wiesel dat ik graag aan je door wil geven:

    Toen Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, zijn zoon verloor, kwamen zijn leerlingen hem troosten.
    Rabbi Eliëzer herinnerde hem eraan dat hetzelfde ongeluk Adam had getroffen en die had zijn smart weten te overwinnen.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen smart niet voldoende? Waarom moet die van Adam erbij gehaald worden?

    Rabbi Joshua herinnerde hem aan de beproevingen die Job had moeten doorstaan, en die had zich laten troosten.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen leed al niet voldoende? Waarom moet zo nodig dat van Job er nog bij gehaald worden?

    Rabbi Josse herinnert hem aan de tragedie van de hogepriester Aäron die zijn beide zonen zag sterven.
    En Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen hartzeer al niet voldoende? Waarom moet dat van Aäron er nog bij gehaald worden?

    Elie Wiesel
    Bijbels eerbetoon. Portretten en legendes.
    Gooi en Sticht
    Hilversum 1976
    Blz 170

  • |

    Eindelijk tijd voor ruimte?

    De afgelopen vijftien/twintig jaar zijn we ongeveer letterlijk doodgegooid met aandacht voor verliesverwerken. Voor rouwen. Na lange tijden van zwijgen over de dood. Van zwijgen over gevoelens. Van de overtuiging, dat wie niet huilde bij een verlies, dat verlies ‘droeg als een man’. Flink was. Sterk was.

    Daaropvolgend kwam een tijd waarin verliesverwerken een verplichting werd, gebaseerd op het lineaire vooruitgangsdenken. Je lijdt een verlies. Je verwerkt dat verlies. Je laat het verlies achter je. Je gaat door met je leven, als mooier, beter, wijzer, rijker mens. Termen als ‘gestagneerde rouw’ en ‘pathologische rouw’ werden geïntroduceerd. ‘Er niet in blijven hangen’, op straffe van minachting. Rouwdwang. Zo groot dat de term ‘rouwverwerken’  een breed geaccepteerde term is geworden. Vooruit! Flink zijn! Het leven gaat door!

    Lang was men de overtuiging toegedaan dat kinderen niet konden rouwen. In mijn eigen leven – mijn moeder overleed in 1957 – heb ik mij daar veel over afgevraagd. Helaas heb ik mijn vragen nooit meer kunnen delen met mijn vader. Over mijn moeder spraken we niet meer. Niemand die het aandurfde om dat verdriet weer boven te halen. En toen ik eindelijk zover was dat ik het had gekund, leefde mijn vader allang niet meer. Wat mijn vader allemaal precies heeft gedacht: ik weet het niet. Dat mijn vader geen holbewoner was die er geen flauw benul van had hoe je met kinderen om moest gaan, dat weet ik wel heel zeker. ‘Ik hoop de kinderen hiermee een trauma te hebben bespaard’ motiveert hij in nagelaten geschriften zijn besluit om mij (acht jaar) en mijn drie jaar jongere broertje niet mee te nemen naar de crematie. ‘Samen met Jantje stonden jullie op de stoep en zwaaiden ons uit. Alsof het een hele gewone dag was’.

    In dezelfde afgelopen twintig jaar is er aandacht gekomen voor kinderen en rouw. Veel aandacht. Heel veel aandacht. Cursussen. Trainingen. Opleidingen. Boeken. Lezingen. Symposia. Bordspelen. Enzovoort. Enzovoort. Veel belangstelling. Met name voor het sentimentele deel. Het is toch zielig, als een moeder/een vader sterft. Maar betekent dat, dat er in al die tijd ook belangstelling is geweest voor de werkelijkheid van het vroege verlies van een ouder?
    In vrees van niet.
    In ieder geval niet zo lang het denken over rouwen, over verlies-en verdrietverwerken, over ‘rouwverwerking’ is gebaseerd op het lineaire denken: je moet het verlies verwerken, achter je laten, doorgaan met je leven als mooier, beter, wijzer, rijker mens.

    Langzamerhand zie ik – gelukkig – een verandering komen in die, op illusies gebaseerde en op prestaties gerichte, manier van denken. Er komt ruimte voor een meer realistische manier van denken over rouwen. Een manier van denken met meer werkelijkheidszin: een ingrijpend verlies maakt deel uit van je leven. Van jou. Van je levensverhaal. Eindelijk komt er ruimte om een ingrijpend verlies werkelijk een plaats te geven in je leven.

    Naar ik hoop betekent dit, dat eindelijk de tijd is aangebroken die kinderen niet alleen de erkenning van de realiteit van het ingrijpende verlies van een ouder biedt, maar ook de ruimte dat verlies deel uit te laten maken van hun leven. Van hun ontwikkeling. Van hun levensverhaal.
    De ruimte het verlies een plaats te geven in hun leven, zonder altijd de dwang te voelen dat er verwerkt moet worden. ‘Het moet nu maar eens over zijn’.  ‘Je moet toch verder met je leven.’ Of – erger nog – de quasi begripvolle opmerking: ‘Het kan in latere fasen van het leven weer opspelen.’

    Zodat je als kind de ruimte krijgt die je nodig hebt. Dus ook de ruimte om ongetwijfeld goedbedoelende en/of daarvoor opgeleide ‘helpers’ af te wijzen. En de ruimte om te kunnen zeggen ‘ik heb er geen last van’.  Ook al is dat niet de waarheid.
    En je als volwassene – eindelijk – de tijd en de ruimte krijgt die je nodig hebt om aandacht te geven aan het vroege verlies van je ouder. Op momenten dat je dat nodig hebt. Zonder oordelen dat je in ‘arme ik’ blijft hangen.

    Meer lezen

    Tijdsfactoren

    David Grossman
    Uit de tijd vallen
    ISBN: 9789059363632

  • |

    Uitweg uit Verlaat Verdriet

    ‘Als ik het woord proces hoor, dan weet ik het wel weer: dat gaat héééél lang duren en er komt nooit een end aan’ las ik een aantal jaren geleden in een interview met een korpschef bij de politie.

    Dezelfde soort gevoelens riep/roept bij mij het woord rouwproces ook op: dat gaat héééél lang duren en er komt nooit een end aan.

    Proces. Een woord uit de mechanische, maakbare tijd (lineaire tijd). Een woord uit de tijd van de ‘maakbaarheid’.
    Er is een begin: namelijk de situatie die is nu is (en die om verandering vraagt). Er is een midden: namelijk het werk dat gedaan moet worden om tot een gewenst eindresultaat te komen. En er is een gewenst eindresultaat. Meten is weten. Bij processen van mechanische aard is dat mogelijk. Je meet de beginsituatie en je meet het eindresultaat. Dan weet je of het doel is gehaald.

    Bij een rouwproces na overlijden ligt dat anders. Van de beginsituatie weet je alleen maar dat een ander mens is gestorven. Wat het eindresultaat van dat rouwproces moet zijn is echter een grote onbekende. Raar woord dus eigenlijk in dit verband: proces. Hoe kun je weten of je het goed doet? Wat goed is? Welk resultaat je moet behalen (loslaten, hoor ik meteen roepen. Maar juist loslaten vormt voor Verlaat Verdriet-ers een groot probleem). Lang heb ik aangehikt tegen het woord verlaat rouwproces. Zou daar niet een ander woord voor moeten komen? Maar welk woord dan? Of welk begrip?

    Verlaat Verdriet-ers hebben vaak het gevoel vastgelopen te zijn in hun leven. Ze kunnen voor hun gevoel geen kant meer op. Ze zien geen uitweg meer. Ze voelen zich machteloos tegen de situatie waarin ze terecht zijn gekomen. Een begaanbare uitweg uit die gevoelens van machteloosheid creëren is een klus die veel Verlaat Verdriet-ers voor elkaar moeten zien te krijgen. Een uitweg waar een begin aan is en een eind. Die van machteloosheid gaat naar handelen. Van overleven naar leven.

    Een proces.

    Daarom handhaaf ik toch het begrip verlaat rouwproces. Niet in de zin van: aan het einde van een verlaat rouwproces is ‘het’ over, maar in de zin van: aan het einde van het proces heb je het verlies van toen in je leven van nu geïntegreerd.
    Dan heeft het verlies van toen een plaats gekregen in je leven, waardoor je in staat bent steeds opnieuw veranderingen aan te gaan en toe te laten.

    Je kunt de feiten in je leven niet veranderen,

    wel de rol die deze feiten in je leven van nu mogen spelen.