• | |

    Ze heeft toch rouwverwerking gehad….

    Ze heeft toch rouwverwerking gehad….

    Steeds vaker krijg ik signalen als: ‘Ze heeft toch rouwverwerking gehad‘ uit de wereld van hulpverleners. Het zijn verzuchtingen in deze – of vergelijkbare – bewoordingen van professionals die werken met kinderen die in hun jeugd een ouder – of hun beide ouders – hebben verloren. Kinderen. Tieners. Pubers. Adolescenten. Jong volwassenen. Die onbegrijpbaar gedrag vertonen. Die, en dat is nog vele malen ernstiger, onbegrepen gedrag vertonen. Jonge Verlaat Verdriet-ers die zich, ondanks alle goedbedoelde hulp die ze na het verlies van hun ouder(s) kregen, onbegrepen voelen. Zich nog verder afsluiten voor weer een hulpverlener die er geen snars van begrijpt. Zij/hij heeft toch rouwverwerking gehad! Wat kan er dan nu nog aan de hand zijn?

    Hulpverleners

    Elke keer als ik weer zo’n verzuchting hoor of lees voel ik de boosheid in me opkomen. De frustratie. Wanneer, oh wanneer, dringt het eens bij hulpverleners door dat een kind dat een ouder verliest door overlijden veel meer verliest dan die ouder alleen. Oneindig veel meer. Wanneer dringt het eens bij hulpverleners door dat hulpverlening bij jong ouderverlies is gebaseerd op onderzoek van wetenschappers naar kinderen, verlies en rouw. Wanneer dringt het eens bij hulpverleners door dat deze wetenschappers geen snars weten van de gelaagdheid en de complexiteit van de gevolgen van jong ouderverlies op de lagere termijn. En wanneer dringt het eens bij hulpverleners door dat ‘rouwverwerking’ bij kinderen die hun ouder(s) verliezen niet voorkomt dat deze kinderen in hun volwassenheid vast kunnen lopen in patronen van de overleefkracht die ze hebben moeten gebruiken om zich staande te houden.

    Schaamte overwonnen

    ‘Weet je wat het is?’ stelt een van de deelnemers – zelf wetenschapper en onderzoeker – in een Verlaat Verdriet-workshop enige tijd geleden. ‘Wetenschappers denken altijd dat zij gelijk hebben’.
    Wat ben ik blij met Verlaat Verdriet-ers als Annemieke Arendsen die haar angst, en haar schaamte, om naar buiten te treden overwint. Een artikel schrijft over het vroege verlies van haar vader dat kort geleden is gepubliceerd in NRC. Haar artikel met ons deelt tijdens het Verlaat Verdriet-symposium van 2 maart j.l. Die de moed opbrengt zich te laten interviewen door een krant (Algemeen Dagblad, editie Utrecht. Zaterdag 30 maart 2024. Binnenkort mogelijk doorgeplaatst naar andere regionale edities van Algemeen Dagblad. En mogelijk ook naar regionale edities van De Stentor.)
    Wat ben ik blij met Joost Klein, die onbeschroomd laat weten wat het vroege verlies van zijn ouders met hem heeft gedaan. En nog doet. Wat zijn trieste zoektocht naar adequate hulp met hem heeft gedaan. En nog doet.

    JA

    JA – het is tijd

    • Om hulpverleners te scholen in de complexiteit van de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn;
    • Voor een Verlaat Verdriet-symposium voor hulpverleners;
    • Voor een nieuwe website: Kenniscentrum Verlaat Verdriet.

    Ik kan je verzekeren: aan alle JA’s wordt gewerkt (en nog veel meer!).

  • In memoriam Kars van Voorthuizen

    In memoriam Kars van Voorthuizen

    Ik heb afscheid moeten nemen van mijn lieve zoontje, mijn moeder en vele die ik liefheb‘. Tot mijn ontsteltenis las ik gisteren het overlijdensbericht van Kars van Voorthuizen op Facebook. Kars van Voorthuizen, 19 november 1993 – 25 maart 2024.

    Verlaat Verdriet-er

    Vijf jaar geleden deed Kars bij mij mee aan een Verlaat Verdriet-workshop. In datzelfde jaar was hij deelnemer aan de eerste Weg van liefde in Codiponte. Kars, een man van uitersten. Begenadigd fotograaf met een speciaal oog voor perspectieven. Wereldreiziger. Hartstochtelijk duiker. Tegelijkertijd een Verlaat Verdriet-er die z’n plek niet kon vinden. Jong zijn vader Gert Jan verloor. Kort voor de Verlaat Verdriet-workshop ook zijn broer Jort op vijfentwintigjarige leeftijd, aan dezelfde ziekte als hun vader.

    Zijn verlangen naar leven vaak even groot als zijn verlangen bij zijn vader en zijn broer te zijn. Strijd met zichzelf. Strijd met de mensen van wie hij het meeste hield. Die het belangrijkst voor hem waren. Strijd met leven. Strijd met dood.
    We ontmoetten elkaar jaren geleden in de haven van Harlingen. Reisden samen een stukje met de trein naar Leeuwarden. In Franeker stapte Kars uit. Ik zag een geslagen man de trein uitlopen. Gebukt onder de zware last van zijn bestaan. ‘Hoe moet dit ooit nog goedkomen’ vroeg ik me af.

    Vader met zoon

    Kars vond een plekje in een project voor begeleid wonen. Jaren hadden we weinig tot geen contact. Tot Kars mij twee jaar geleden het bericht stuurde van de geboorte van zijn zoon. Jip. Kars en Jip. Iconische foto van een trotse vader, die zijn pasgeboren zoon op handen draagt.

    Liefde

    Mijn gedachten, en mijn liefde gaan uit naar deze jonge vader. Overleden aan de ziekte waaraan ook zijn vader en zijn broer overleden. Die zijn nog hele jonge zoontje los moest laten. Naar zijn zoontje, dat al zo jong zijn vader moet missen. Dat een leven voor zich heeft zonder zijn vader Kars. De vader die zo trots was op hem.
    Mijn gedachten gaan ook uit naar de moeder van Kars. De vrouw die jong haar man Gert Jan verloor, de vader van haar beide zoons. Die haar zoon Jort verloor op vijfentwintigjarige leeftijd. En nu, nog geen tien jaar later, haar eenendertigjarige zoon Kars.

    Ben nu bij Gert Jan en Jort.’ staat op het bericht van overlijden.
    Kars, mooie, bijzondere, zoekende man. Wat had ik je graag nog eens willen spreken.