• | |

    Hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden

    Een paar weken geleden zat ik op m’n fiets, richting West Terschelling. Het stormde een beetje. Ook in mijn hoofd. Om 11 uur een afspraak met de notaris. Een nieuwe complicatie in de nalatenschap van mijn overleden partner. Het zoveelste obstakel dat het nog weer ingewikkelder lijkt te maken.

    Hoofd- en bijzaken

    Wat doet de notaris eigenlijk voor me? Al fietsend bedenk ik wat ze vooral voor me moet doen. Ze laat me vertellen welke problemen ik tegenkom. Scheidt hoofd- en bijzaken van elkaar. Maakt wat er is eenvoudiger. Simpeler voor me om te begrijpen. Overzichtelijker. Maakt de realiteit zichtbaar. Zo, dat ik beter weet wat er moet gebeuren. Welke besluiten ik moet nemen. Waar ik verantwoordelijk voor ben. En waarvoor niet. Waar ik verantwoordelijkheid voor moet nemen. En waarvoor niet.

    Niet alleen

    ‘Maar dat is wat ik ook doe met Verlaat Verdriet-ers, schiet ineens door me heen. Ik help Verlaat Verdriet-ers hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De realiteit zichtbaar te maken. Wat er is eenvoudiger te maken. Simpeler. Overzichtelijker. Zo, dat je weet waar je verantwoordelijkheid voor bent. En waarvoor niet. Waar je verantwoordelijkheid voor moet nemen. En waarvoor niet.

    Opgewekt fiets ik verder. Om me heen stormt het nog steeds een beetje. In mijn hoofd is het rustig.
    Op naar de notaris.
    We zullen het zien.
    Dit hoef ik in ieder even niet alleen te doen.

  • | |

    Geniet van je verdriet

    In mijn blog van 15 augustus jl. Als ik doem denk, krijg ik doem schreef ik over de cursusleider van de cursus over overtuigingen die ik volgde. Ik kwam voor de zoveelste keer bij hem. Wilde aandacht voor wat mij het meeste bezig hield. Verdriet. Daar wilde ik in gezien worden. Gehoord. Erkend. Verdriet om het verlies van mijn moeder toen ik 8 jaar was. In de gevolgen die dat verlies voor me had.

    Naar buiten

    ‘Ga naar buiten, en geniet van je verdriet’ zei hij alleen maar. Verontwaardigd stampte ik naar buiten. ‘Zie je wel, ze zijn hier echt knettergek. Gestoord. Wie zegt nou zoiets tegen iemand die zo ongeveer verzuipt in haar verdriet.
    Er zat niets anders op. Hij was niet bereid ook nog maar één woord met me te wisselen. Ik ging naar buiten. Geen idee wat ik daar moest doen. Wat er van me verwacht werd. Maar langzamerhand zakte mijn boosheid. Ik kwam tot rust. Er was iets aangeraakt. Maar wat? Geen idee! 

    Cadeau

    Na de cursusweek kwam ik kwam ik weer thuis. Ergens sluimerde iets in me. Maar wat? Tot op een dag een realisatie door me heenging. Schijnbaar uit het niets. Al die energie die ik altijd had gestoken in de energie die ik tegen mezelf inzette – bijvoorbeeld in de vorm van zelfondermijning – kan ik ook inzetten vóór mezelf. Ik had een wezenlijk gevoel te pakken. Een soort nog onuitgepakt cadeau waarvan ik geen idee had wat er in zou zitten.
    Langzaam, maar zeker heb ik in de loop van de tijd dat cadeau uitgepakt. Ik leerde mezelf stap voor stap mijn energie niet meer tegen mezelf in te zetten, maar vóór mezelf. Een wereld van verschil.

  • | |

    Als ik doem denk, krijg ik doem

    ‘Je leeft nu!’ Ik hoor de afkeuring in de stem van de therapeut. Trauma-therapeut, om precies te zijn. (dit vond 20 jaar geleden plaats – even ter mogelijke ontlasting van de therapeut). ‘Als ik wist hoe ik het anders moest doen, zou ik het doen. Meteen. Nu. Geloof me. En graag ook.’

    Bron van ellende

    ‘Ik ben een bron van veel ellende.’ Jaren voor mijn ervaring met de trauma-therapeut volgde ik een intensieve cursus over ‘Overtuigingen’. Hoe overtuigingen je leven vorm geven, om preciezer te zijn. Niet helemaal de goede volgorde, geef ik meteen toe. Wat ik nodig had was aandacht voor het vroege verlies van mijn moeder. Voor mijn verdriet. Niets meer, en niets liever. Wat ik nodig had was dus eigenlijk therapie. Niet een cursus waarmee ik alles wat op angstgevoelens leek op afstand kon (blijven) houden. Waarmee ik gewoon in mijn ‘anti-angst-modus’ kon blijven: met m’n verstand, in plaats van in m’n gevoel. Ik klampte een van de cursusleiders aan, van wie ik hoopte dat hij tenminste mijn verdriet zou willen zien. Zou willen horen. ‘Ga naar buiten, en geniet van je verdriet.’ kreeg ik als antwoord. Verbijsterd hoorde ik hem aan. ‘Zie je wel, ze zijn hier gek.’ Ik wist het. Meteen. En droop af. Teleurgesteld tot in m’n vezels.

    Slachtoffer

    In de weken na de cursus begon het langzaam tot me door te dringen. Langzaam, maar zeker, begon ik te beseffen wat ik al die jaren had gedaan. Ook al was ik er nog zo van overtuigd dat het niet zo was: ik leefde vanuit mijn gevoel slachtoffer te zijn. Slachtoffer van omstandigheden waar ik niet om had gevraagd – het verlies van mijn moeder (ik had beter kunnen weten, gezien de negatieve oordelen die ik had over ‘slachtofferschap’ – maar dit even terzijde). Ik leefde vanuit gevoelens van machteloosheid. Vanuit angst.

    De creërende kracht van angst

    Angst was mijn leidraad geworden. ‘Er kan nog een trein komen.’ Altijd voorbereid op het ergste. Altijd er voor zorgen dat ik nooit meer zo geraakt zou kunnen worden. Langzaam besefte ik wat ik deed. Hoe ik vanuit angst mijn leven – en mijn lijf – vorm gaf. De creërende kracht van angst. ‘Als ik doem denk, krijg ik doem.’

    Veranderkracht

    ‘Ik ben een bron van veranderkracht.’ Langzaam, maar zeker, voelde ik hoe een nieuwe overtuiging in mij aan kracht won. Het is niet dat ik van de ene dag in de andere dag in het paradijs terecht was gekomen, maar mijn leven veranderde wel. Ingrijpend. Voorgoed. Ik zette op het meest diepe niveau de stap van overleven naar leven.

  • Altijd denken dat je een ander tot last bent

    Soms lijkt iets uit je leven verdwenen te zijn. En dan, ineens door iets heel kleins of simpels, wordt het weer even aangeraakt. Voel je ineens weer: oh ja, dat was ook zo bij mij. Oh ja, dat is ook zo bij mij.

    Vraag

    Gisteren had ik een vraag aan iemand. Een hele simpele vraag die mogelijk wel tot gevolg had dat die iemand misschien iets voor me zou moeten doen. Iets simpels. Niks moeilijks. Niks waarmee ik die persoon zou overvallen.

    Lastigvallen

    En toch: op het moment dat ik het vraag – waar ik dan eerst wel 10x over na heb gedacht: kan ik het vragen? – voel ik weer even: val ik de ander nou niet lastig met iets van ik zelf had moeten doen? Wat ik zelf had kunnen doen?
    En dat, terwijl bijvoorbeeld in het afgelopen jaar bij de afwikkeling van de nalatenschap van mijn partner, er zoveel mensen zijn (geweest) die me geholpen hebben. Gewoon. Vanzelfsprekend.

    Overtuigingen

    Wat zijn er toch geniepige overtuigingen die zich – vermomd of niet vermomd – diep in je verstopt (b)lijken te hebben. Denken dat je een ander tot last bent bijvoorbeeld. Dat je altijd alles zelf moet kunnen. Dat je altijd alles zelf moet doen.