• |

    Preventie

    Kinderen helpen

    ‘Wat kun jij, vanuit jouw Verlaat Verdriet-ervaring, zeggen over hoe je kinderen kunt helpen die een ouder hebben verloren?’ is een vraag die me vaak wordt gesteld.

    Over het algemeen voel ik me wat ongemakkelijk met die vraag. Ik ben gespecialiseerd in het werken met volwassenen die in hun jeugd een ouder hebben verloren. Dat wil niet zeggen dat ik dus ‘zomaar’ weet hoe je kinderen zou kunnen helpen. Bovendien weet ik te goed hoe complex de gevolgen van jong ouderverlies kunnen zijn.

    Een paar antwoorden heb ik en die wil ik graag aan je doorgeven.

    Kinderen helpen die een ouder hebben verloren

    • Heb niet de illusie dat je kunt voorkomen dat een kind ‘er’ later last van krijgt. Die illusie draagt de kern in zich van wat je juist probeert te voorkomen.
    • Erken dat een kind dat een ouder verliest een primordiaal verlies – een verlies van de eerste orde – lijdt. Een verlies van dezelfde orde als voor een ouder het verlies van een kind. Erken tenminste hoe moeilijk het voor jou als volwassene is dat echt als gegeven te erkennen.
    • Realiseer je dat een kind dat een ouder verliest veel meer verliest dan die ouder alleen. In veel gevallen (bijna alle gevallen) vinden er vervolgverliezen – en transities plaats die allemaal nog weer eens invloed hebben op de manier waarop het kind verder groot wordt.
    • Zet uit je hoofd dat jonge kinderen later minder last zouden hebben van het verlies van een ouder. Vergeet ideeën als: ‘Ze zijn nog zo jong’, ‘Ze zijn zo flexibel’, ‘Het heeft haar/zijn ouder niet/nauwelijks gekend, het kan die ouder dus helemaal niet missen’. Zet al deze clichés uit je hoofd en realiseer je dat het leven van deze kinderen (ongeveer) is begonnen met een ingrijpend verlies en word je ervan bewust dat (nog) niet talig zijn niets zegt over de omvang van het verlies. Ruptuur kent geen leeftijd.
    • Erken dat de huidige, breed gedragen, visie op rouw een visie is die gebaseerd is op het lineaire vooruitgangsdenken, tevens gebaseerd op maakbaarheid en prestatiegericht. Kinderen die een ouder verliezen hoeven geen rouw-prestaties te leveren. Ze hoeven niet te bewijzen dat ze over veerkracht beschikken. Die veerkracht hebben ze, die gebruiken ze meer dan jij waarschijnlijk beseft en als ze later groot zijn blijken ze dank zij die veerkracht overlevingspatronen te hebben ontwikkeld (en met die overlevingspatronen moeten ze later nog wel eens aan het werk – en dat heet dan Verlaat Verdriet – maar heus: ook dat kunnen ze echt heel goed).
    • Weet dat je maar heel weinig kunt doen voor een kind, maar weet dat het weinige dat je kunt doen wel heel belangrijk kan zijn: namelijk aanwezig zijn. ‘Hou me vast’ is het grootste verlangen van veel Verlaat Verdriet-ers. ‘Hou me gewoon vast en zeg en doe niets anders dan me vasthouden’. Er zijn voor een kind betekent: aanwezig zijn. Het betekent niet het kind opzadelen met duizend-en-een tips, adviezen en zorg of lastig vallen met vragen (waar het kind helemaal geen trek in heeft ze te beantwoorden) om te voorkomen dat het er later last van zal gaan hebben. Door werkelijk aanwezig te zijn laat je het kind voelen dat het, ondanks de dood van de ouder – en ondanks het feit dat de dood in haar/zijn bestaan heeft ingebroken – deel uit blijft maken van het leven.
    • Realiseer je dat dertig jaar en langer geleden volwassenen de mening waren toegedaan dat kinderen niet konden rouwen, maar dat de volwassenen van nu van de weeromstuit zijn gaan denken dat kinderen moeten rouwen en dat een kind het verlies van een ouder al in haar/zijn jeugd moet verwerken. Als je hier eens goed bij stil staat weet je zelf dat dat zeer onwaarschijnlijk is (ofwel: hier ligt je kans om je eigen betekenis als ouder eens wat nader te onderzoeken).
    • Je hoeft geen opleiding te hebben gehad om gewone, oeroude, menselijke dingen te doen: steun geven bij verlies. Aanwezig zijn, dus.
    • Weet je zeker dat je je bezig houdt met het kind, in plaats van met (antwoorden op) levensvragen die je zelf hebt?
    • Leer kinderen dat hulp vragen geen teken van zwakte is en dat hulp vragen geen teken is van falen.
    • Erken dat het kind later waarschijnlijk nog wat te doen heeft: erken dat Verlaat Verdriet heel gewoon is, en verlate rouw een heel natuurlijk proces.

    kinderen helpen die een ouder gaan verliezen

    ‘Zou je een beetje trots op me zijn’ is een vraag die veel Verlaat Verdriet-ers hebben aan hun overleden ouder hebben. ‘Doe ik het een beetje goed in je ogen?’
    Maar ook: ‘Je had toch wel een boodschap, of in ieder geval ‘iets’ voor me achter kunnen laten?’

    Realiseer je hoe belangrijk het kan zijn voor een kind om later iets in de handen te kunnen houden dat speciaal door de ouder die er niet meer is, juist voor dat kind, is gemaakt of geschreven.
    Wat wil je dat juist dat kind van jou weet. Wat betekent juist dat kind voor jou. Wat zou je juist aan dat kind door willen geven over het leven. Wat zou je juist aan dat kind door willen geven over jouw leven.

    Speciaal

    Het hoeft niet groot of veel of omvangrijk te zijn, maar heel gewoon. Je handschrift. Een klein briefje. Een foto. Een gedicht. Een lied. Je hartewens. Een anekdote. Een familie-grap. Noem maar op.

    Herinneringsboekje

    Om ouders in deze situatie te helpen hebben Juliette Reinders Folmer en Titia Liese het wereldwijde project www.remembermewhenimgone.org gemaakt, dat als basis een concept herinneringsboekje heeft – in ruim honderd talen vertaald – en dat iedereen, waar ook ter wereld, gratis kan downloaden.

  • |

    Bijnierwerking (3)

    Boek

    Via een workshopdeelnemer kreeg ik de tip voor het boek Bijnieruitputting. Citaat uit dit boek:

    De bijnieren hebben ook invloed op de mentale staat. Als gevolg daarvan tonen mensen met bijnieruitputting een neiging tot toename van angsten, gevoelens van beklemming en depressie, hebben ze perioden van verwarring, meer moeite met concentreren en kunnen ze minder goed herinneringen ophalen. Ze hebben vaak minder tolerantievermogen dan ze normaliter zouden hebben en zijn sneller gefrustreerd. Wanneer de bijnieren niet de juiste hoeveelheden hormonen afscheiden, is slapeloosheid ook één van de waarschijnlijke gevolgen. Als hun conditie verslechtert, wordt de basis gelegd voor andere, ogenschijnlijk ongerelateerde aandoeningen zoals frequente luchtweginfecties, allergieën, rinitis, astma, frequente verkoudheden en een aantal andere gezondheidsproblemen zoals fibromyalgie, chronische vermoeidheidssyndroom, hypoglykemie, type II diabetes, auto-immuunaandoeningen en alcoholisme gelegd. Deze mensen kunnen in de ogen van vrienden en familie lui en ongemotiveerd lijken of hun ambitie lijken te hebben verloren, terwijl in werkelijkheid totaal het tegenovergestelde waar is – ze zijn gedwongen zichzelf veel harder te stimuleren dan mensen met een gezonde bijnierfunctie alleen al om dagelijkse taken te volbrengen.

    [bolcom_bijnieruitputting]

    Tip

    In het boek wordt nadrukkelijk geschreven dat de reguliere geneeskunde weinig op heeft met de invloed van de werking van de bijnieren op je algehele welbevinden. Artsen, die eventueel bereid zijn een test te laten uitvoeren op het functioneren van de bijnieren, laten vrijwel altijd bloedtesten uitvoeren. Volgens de schrijver van het boek Bijnieruitputting werkt de bloedtest niet adequaat om de werking van de bijnierschors in beeld te brengen, met als gevolg dat er vrijwel nooit iets aan de hand lijkt te zijn. Om een adequate of niet adequate werking van de bijnieren in beeld te krijgen, dient een speekseltest afgenomen te worden.

    Meer leestips vind je in Bibliotherapie.

     

    Affirmaties

    23 december 2012

    Zojuist vond ik in een notitieboekje twee affirmaties om de nieren te versterken:

    1. Uit elke ervaring komt iets goeds voort.
    2. Het is veilig op te groeien.
  • |

    Bijnierwerking (2)

    In april 2012 schrijf ik in de FunaleNieuws nieuwsbrief over bijnierschorswerking. In reactie daarop ontving ik de volgende brief:

    Nou zat ik vanmiddag jouw nieuwsbrief te lezen en mijn mond valt open, eindelijk iemand die het over de bijnieren heeft en wat daar bij komt kijken. Rond mijn 20ste lag ik in het  ziekenhuis en daar was een professor uit Rusland die toen al zei dat mijn bijnierschorshormoon niet goed werkte. Alleen doen artsen met hormonale disbalans erg weinig……

    …….. Wat ik terug hoor van fysiotherapeuten is altijd hetzelfde: je herstelfunctie is niet goed. Na vele jaren van dokters zien en dergelijke blijft over: altijd moe, slecht herstel, allergieën, luchtweginfecties, te hoge spierspanning en ga zo maar door………

    ……..Ook een reden om jou te mailen is het volgende: ik heb al langer het idee dat het disfunctioneren van mijn lijf, en niet alleen het mijne, toch wel sterk te maken heeft met het verlies van mijn (onze) moeder. Ook al heb ik het verwerkt, toch denk ik, ervaar ik, dat er in mijn lijf zoveel fysieke stress zit, dat het haast wel zo moet zijn dat er niet alleen een emotionele wissel getrokken wordt door trauma’s van verlies maar ook een fysieke, vooral als je je ouder hebt verloren op hele jonge leeftijd. Ooit in therapie heb ik gevraagd naar lijfelijke herinnering en of dat bestaat omdat ik het voel in mijn lijf. Ik reageer op sommige dingen nog bijna eerder fysiek dan mentaal. Daar werd bevestigend op geantwoord, daar was onderzoek naar gedaan. Voor mij was het vanaf dat moment heel duidelijk dat er een fysieke link moest zijn naar het verleden………

    ……..Tot op heden ben ik er verder weinig mee opgeschoten, de hormonale afwijkingen worden wel erkend evenals de slechte herstelfunctie, maar verder wordt er niets mee gedaan. Vaak heb ik gedacht : hou ik mezelf nou toch voor de gek en heb ik het overlijden van mijn moeder niet verwerkt? Maar dat geloof ik niet. Ik weet waar mijn punten liggen, ik
    weet dat het af en toe nog tranen geeft en dat is goed. Dus opnieuw weer in therapie gaan heeft geen zin, maar jouw nieuwsbrief is voor mij een grote bevestiging over hoe het zit en dat de medische kant hier niets mee doet of te weinig………

    ……….Volgens mij kun je emotioneel heel veel verwerken, maar kan je lijf toch schade oplopen die zich niet herstelt omdat daar geen of weinig zicht op de gehele problematiek is. Ik heb vaak gedacht: we doen aan symtoombestrijding maar niets aan de oorzaak. Wel een ‘antibiotica’, maar niet naar het totaalplaatje kijken……….*


    * Met toestemming van de auteur geplaatst op deze website

  • |

    Bijnierwerking (1)

    In Funale Nieuwsbrief van april 2012 schreef ik over één van de opvallende fysieke aspecten het volgende:

    ‘Er zit een sterke hormonale disbalans in je’ kreeg ik in 1996 na borstkanker I te horen bij mijn bezoek aan een natuurgenezer. Ik was moe en bleef moe en wilde daar toen graag iets aan doen. ‘Die disbalans zit er waarschijnlijk al sinds je ongesteld bent geworden’ vulde hij nog aan. Deze mededeling was destijds voor mij vooral aanleiding
    voor tranen – ‘als ik toen een moeder had gehad, had zij dat vast wel opgemerkt’ – maar verder deed ik er niet zo heel veel mee. Jaren later werd ik opnieuw ‘doorgemeten’, deze keer door een chiropraktor. ‘Je bijnierschors functioneert niet naar behoren’ kreeg ik deze keer te horen. ‘Ik hoop dat ik je kan helpen’. Mijn bezoekjes aan hem stopten in 2009 abrupt op het moment dat in het ziekenhuis borstkanker II werd geconstateerd. Toch liet zijn opmerking me niet los. ‘Waar reageert mijn lijf toch elke keer weer zo extreem op?’ vroeg ik me een aantal weken geleden af, toen dat weer eens in volle hevigheid gebeurde. Is dat op onzekerheid? Op aanpas-stress? Op gevoelens van onveiligheid? Nee, dat is het niet. Zo sterk zijn die gevoelens allang niet meer. Er is in de afgelopen jaren in mijn leven genoeg gepasseerd om dat te kunnen weten. Ineens drong tot me door wat er aan de hand was. Mijn lijf reageert zo extreem op gevoelens van machteloosheid. Gevoelens van onmacht roepen deze sterke reacties bij me op. En daar zit ook de connectie met de werking van mijn bijnieren, realiseerde ik me meteen. Daarmee opende zich een
    nieuwe invalshoek, niet alleen voor mijzelf maar ook voor Verlaat Verdriet en verlate rouw. Tijdens de workshop van afgelopen februari vertelde ik over mijn nieuwe ‘bijnierschors-inzichten’. Kort daarop mailde één van de deelnemers me de titel van een boek over Bijnieruitputting. Ik heb het boek gelezen en er veel in herkend. Heel veel zelfs.
    Het is, wat mij betreft, te vroeg om meer algemene conclusies te trekken over mogelijke connecties tussen Verlaat Verdriet en bijnieruitputting, maar als tip zeker de moeite waard om aan je door te geven. Dat doe ik vanaf deze plaats graag – wellicht brengt deze invalshoek ook jou nieuwe inzichten.

    Toegestuurde link

    http://energiekevrouwenacademie.nl/bijnieruitputting-wat-iedere-vermoeide-vrouw-moet-weten/