Sleutels voor zorg- en hulpverleners
Sleutels
Als zorgverlener/hulpverlener zul je zo nu en dan in de praktijk werken met een Verlaat Verdriet-er. Mogelijk zelfs vaker dan je denkt. Jouw cliënt/patiënt.Verlaat Verdriet-er. Een Verlaat Verdriet-er met haar/zijn eigen verhaal. Niet altijd (of mogelijk zelfs heel vaak) zal een Verlaat Verdriet-er zich ervan bewust zijn dat klachten waarvoor hij/zij bij jou heeft aangeklopt gerelateerd zouden kunnen zijn aan het vroege verlies van haar/zijn ouder(s). De kans is dan levensgroot aanwezig dat jij als zorg-/hulpverlener de oorspronkelijke bron mist van de klachten.
Rouw en verlate rouw
‘Ieder rouwt op haar/zijn eigen manier’ is vandaag de dag een van de sterke overtuigingen als het gaat over verlies en rouw. En ja. Dat is waar. Ieder rouwt na een verlies met eigen mogelijkheden en op eigen manier. MAAR. Bij verlate rouw gelden toch echt andere wetten. Het is belangrijk je daar als zorg-/hulpverlener van bewust te zijn. Het kan zowel voor jou, als voor je cliënt helpend zijn je dit te realiseren.
Cliënten/patiënten die – na een recent verlies – bij jou aankloppen kunnen klachten relateren aan dat verlies. Bij verlaat verdriet en verlate rouw ligt dat anders. Totaal anders zelfs. Dan gaat het over een verlies dat lang geleden heeft plaatsgevonden. Mogelijk tientallen jaren. Verlaat Verdriet-ers hebben geleerd daar niet over te praten. Ze hebben zich dat aangeleerd omdat ze zich niet gezien, gehoord en erkend hebben gevoeld. Toen – als kind – niet. En nu – als volwassene – nog steeds niet.
Kenmerkende Patronen
In de vele jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk heb ik geleerd thema’s te onderscheiden die vrijwel alle Verlaat Verdriet-ers (en dat zijn er in de loop van de jaren heel veel) herkennen. Deze kenmerken die ik Kenmerkende Patronen bij Verlaat Verdriet heb genoemd kunnen sleutels zijn waarmee jij een Verlaat Verdriet-er kunt openen. Jouw cliënt/patiënt voelt zich gezien, gehoord en erkend. Zo kun je samen aan het (ver)werkwerk gaan. Ik noem een paar van de Kenmerkende Patronen:
- Innerlijke eenzaamheid
- Basaal gebrek aan zelfvertrouwen
- Aanpassen
- Niet om kunnen gaan met grenzen
- Angst hebben niet ouder te worden dan de ouder is geworden (en dat kan onthutsend jong zijn)
- Niet om kunnen gaan met intimiteit
- Relatieproblemen

