• |

    O.K.

    Dr. S. kijkt me een beetje lachend aan als ik haar spreekkamer binnen kom. Dat ging niet helemaal goed hè, met de oncoloog?, zegt ze. Even ben ik van mijn à propos: niet aan gedacht dat zoiets zich zo snel kan verbreiden, zonder dat je dat in de gaten hebt en zonder dat je er nog invloed op hebt. Ik wil niet meteen laten merken dat ik eigenlijk wel een beetje boos ben over die twee mislukte gesprekken met de oncoloog. Of misschien moet ik zeggen: verontwaardigd. Of misschien denk ik eigenlijk: en als je nu niet, zoals ik, voor de derde keer in dit schuitje zit? Laat je je dan nog meer overdonderen? Dan denk je toch eerder dan ik nu – nou ja: de oncoloog zal het wel beter weten dan ik, want wat weet ik nu eigenlijk van kanker? Ervaringsdeskundig: ja! Maar wat heb je daar aan? Weet je, zegt ze tegen me, zoals jij er mee omgaat, dat is nogal ongewoon. De dokter is daar niet aan gewend, en weet ook eigenlijk niet goed hoe hij er mee om moet gaan. Dat brengt het terug naar menselijke proporties – en de boosheid valt ineens van me af. We hebben een prettig gesprek. Ze volgt mijn gedachtegang. Wat ik zelf zou doen weet ik niet, zegt ze, maar veel dokters nemen dezelfde beslissing als jij. We spreken af dat zij de vervolgcontroles zal gaan doen, dat doet ze inmiddels al ruim vijftien jaar – vanaf nu zal er ook een jaarlijkse MRI-scan gemaakt worden.
    Wat een geluk heb ik toch, dat ik zoveel innerlijk werk heb verzet. Dat ik de weg in mezelf goed ken en dat ik al vaker ongewone beslissingen heb genomen, realiseer ik me, als ik terug rijd naar huis.
    Maar wat ik me ook realiseer is dat ik nu dus klaar ben. Het technische deel dan, tenminste. En nu?
    Nou ja – hoe dan ook. Komend weekend ben ik in Amsterdam. Onze (twee)jaarlijkse bijeenkomst, J. (Amsterdam), M. (Bremen) en ik (Nunspeet). Al zo n dertig jaar kennen we elkaar inmiddels, sinds onze cursus Italiaans in Florence. Van het kleine groepje van toen hebben wij drieen altijd contact gehouden. En nu dus, ter ere van het nieuwe huis van J.: een lang weekend Amsterdam.

  • |

    Op verhaal komen

    Het gesprek met Els is naar wens gegaan. We gaan een nieuwe biografische Verlaat Verdriet-cursus ontwikkelen: Op verhaal komen. Mooi om dit samen met Els te kunnen doen. Zij heeft verschillende schrijfcursussen gevolgd en, net als ik, een aantal jaren geleden de module Existentieel Biografisch Counselen gevolgd op de Universiteit voor Humanistiek. We maken er een mooi aanbod van, daarvan ben ik overtuigd.
    In de middag heb ik het vervolggesprek met dr. T., de oncoloog. Als hij me vraagt hoe ik het gesprek van de vorige week heb ervaren, en ik hem probeer hem te vertellen dat het voor mij niet als een goed gesprek voelde en waarom, ontspoort ook dit gesprek binnen de minuut, hoezeer we allebei ook proberen er het beste van te maken. We ronden het gesprek snel af – allebei opgelucht dat we er een eind aan kunnen breien. Hij vraag me wie de verdere controles zal gaan doen. We zijn het daar in ieder geval snel over eens, die gaat dr. S. doen, de chirurg die me tot nu toe steeds heeft behandeld.
    In de auto ben ik nog wat beduusd van dit gesprek. Wat raar toch: je probeert allebei er het beste van de maken en het lukt totaal niet. Morgen het gesprek met dr. S. Tenslotte wilde ik met haar graag het eindgesprek voeren – en dat gaan we dus morgen doen.

  • | |

    Nieuwe Verlaat Verdriet-cursus

    Vanochtend het gesprek gehad met mijn huisarts over euthanasie. Natuurlijk kijkt hij me bezorgd aan: zit ik zo in de put? Nou nee, zo zou ik dat niet willen zeggen. Ik leg hem uit dat ik al zo lang van plan was dit met hem te bespreken, en dat me dit wel een goede tijd daarvoor lijkt. Natuurlijk begint hij me te vertellen hoe moeilijk euthanasie is, voor de betrokkenen, voor de familie, en ook voor de huisarts. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik beschouw het als bij mijn taak behorend het wel te doen.’ ‘Ik hoop dat je al lang een breed met pensioen bent als ik het nodig blijk te hebben’, zeg ik hem en ga opgelucht naar huis. Niks negatief denken, gewoon gedaan wat ik al lang geleden had moeten doen.
    In de middag naar Groningen, naar Els. Ik heb een nieuwe cursus in mijn hoofd – een biografische Verlaat Verdriet-cursus en wil daar graag met Els over praten.

  • Schrikreacties

    Een rustig weekend, hoewel ik wel onrust voel over het komende gesprek met de oncoloog. Weet ik het echt allemaal wel zo zeker? Heb ik echt besloten? Wat ben ik blij met het gesprek dat ik op 13 mei met H. heb mogen hebben. Wat heeft het mij veel gebracht dat hij, zowel vanuit aanwezigheid als mens als vanuit zijn deskundigheid als huisarts, naar mij heeft willen en kunnen luisteren. Mij heeft geholpen gedachten onder woorden te brengen en die uit te spreken, zodat ik mijn eigen gedachtegang kon volgen, mijn eigen aarzelingen kon horen en mijn eigen conclusies heb kunnen trekken.
    Een paar mensen heb ik verteld over mijn komende afspraak met mijn eigen huisarts over zijn standpunt over euthanasie. Waar ik al een beetje bang voor was gebeurde een paar keer: een aantal van de mensen die ik erover vertelde trok de conclusie dat ik niet meer tot positief denken in staat ben. Dat ik me neerleg bij een naderende dood. Dat ik niet meer bereid ben te vechten (wat dat dan ook maar zou mogen zijn). Ik was erop voorbereid, maar ik vind deze reacties toch elke keer weer lastig. Wat een ingewikkelde kant is dat toch aan de steun van vrienden. Het is zo fijn dat ze er zijn, ik voel me zo gedragen door hun liefde en hun aandacht. Maar o, wat vind ik deze reacties toch lastig om mee om te gaan!