• | |

    Wat is er met de kinderen gebeurd?

    Ben je er ooit geweest? Nationaal monument Oranjehotel in Scheveningen?
    Gisteren was ik er met een vriendin die als vrijwilliger werkzaam is bij het deel van de voormalige gevangenis dat in de oorlog is gebruikt door de Duitsers.
    Vanaf het moment dat ik binnenstap in deze gevangenis word ik gegrepen door de geschiedenis in dit gebouw. Gangen. Cellen. Dodencellen.

    Verhalen

    De verhalen van de mannen, de vouwen, de kinderen die hier gevangen hebben gezeten. Mannen en vrouwen uit het verzet. Mannen, vrouwen, kinderen, die zijn opgepakt alleen maar omdat ze Joods waren (/zijn).  Willekeurig opgepakte mannen. Vrouwen. Kinderen. Een deel ven hen vermoord op de naastgelegen Waalsdorpervlakte.

    Wat is er met de kinderen gebeurd?

    Relatief jonge mannen en vrouwen. Mensen met jonge gezinnen. Met kinderen.
    Ik ben daar. En denk aan de kinderen. Wat is er met hen gebeurd? Hoe hebben ze verder geleefd, zonder hun ouder? Hoe hebben ze zich staande weten te houden?

    Ook lees ik de namen van de Duitsers en de NSB-ers die een rol hebben gespeeld in deze gevangenis. De beulen. De foute Nederlanders. Een deel van hen na de oorlog voor straf ter dood gebracht. Ook een deel van hen zal jonge kinderen hebben gehad. Wat is er met deze kinderen gebeurd? Hoe hebben zij verder geleefd? Hoe hebben zij zich staande gehouden?

  • | |

    Een beer met een bijzondere betekenis

    ‘Koop een knuffel. Neem de knuffel mee naar bed. Praat tegen je knuffel.’
    Verbijsterd kijk ik m’n therapeute aan. Ik had er al een paar versleten. Maar zo gek? Zo gek had ik het nog niet meegemaakt!
    ‘Ik was helemaal geen knuffelkind’ sputter ik nog wat tegen. ‘Wat moet ik met een knuffel. Er tegen praten? Je bent niet goed wijs.’

    Knuffel

    Op weg naar huis begon de knuffel te dagen. Werd steeds een beetje groter. Een beetje reëler. Een beetje echter.
    Terug in Nunspeet heb ik het gedaan.
    Ik heb een beer gekocht. Echt. Heus.
    Ik heb de beer meegenomen naar bed. Echt.
    Ik ben gaan praten tegen de beer. Heus.
    Ik heb hem vastgepakt in m’n bed. Geknuffeld.
    Drie maanden later kon ik naar de dokter. Tennisarm. Oorzaak: m’n beer te hardgrondig geknuffeld.

    Een naam heeft hij nooit gekregen. Maar hij is er nog. Dertig jaar later is hij er nog. Als je de Verlaat Verdriet-workshop komt doen zal je hem zien.
    Want – weet je – in plaats van tegen een beer praat ik tegenwoordig met mensen.

  • | |

    Het leven leven zolang je leeft

    ‘Gebruik je medicatie?’ vraagt de verpleegkundige me. Als ik ‘Nee’ zeg vraagt ze voor de zekerheid nog maar eens ‘Helemaal niet?’ Ze kijkt me aan alsof ze vermoedt dat ik enigszins vergeetachtig ben. Voor nog meer zekerheid kijkt ze nogmaals in haar dossier. ‘Oogdruppels!’ zegt ze opgelucht. Ik moet lachen. ‘Die vergeet ik. Iedere dag opnieuw’ zeg ik haar. ‘Geen aantekening maken ‘Altzheimer (met een vraagteken) hoor.’

    ‘Een nieuw dak op uw huis?’ Verbijsterd kijkt de hypotheekadviseur me aan. In verband met een erfkwestie moest ik – als executeur testamentair – op zoek naar een hypotheekadviseur. ‘Als ik hier toch moet zijn, laat ik dan meteen eens kijken naar de mogelijkheid een extra hypotheek op mijn huis te nemen om m’n dak te vernieuwen.’ De man kijkt naar me alsof hij het in Keulen hoort donderen. Alsof ik ontsnapt ben uit de gesloten afdeling van het verpleeghuis dat zich bevindt tussen mijn huis en zijn kantoor. ‘Hoe oud bent u, als ik dat vragen mag?’ vraagt hij wat bedremmeld, toch maar even voor de zekerheid. ‘Eenenzeventig’ antwoord ik. ‘Hoezo?’

    Zeventig +

    Wordt er, als je zeventig + bent, echt niets anders meer van je verwacht dan dat je gaat zitten wachten tot je dood gaat? Je dag in dag uit bezig te houden met pijntje-hier-pijntje daar? Met de traplift je trap te bestijgen of af te dalen? Wekelijks je pillen-serie te sorteren? Op zoek te gaan naar een aanleunwoning? Of misschien hoogstens nog wat rond te toeren in een luxe-camper? Maar WERKEN???

    Twintig jaar geleden

    Hoe anders zag mijn leven er pakweg twintig jaar geleden uit. De jaren dat ik, als ik ’s ochtends wakker werd, me wanhopig afvroeg: hoe krijg ik deze dag weer om? Dat ik mezelf nauwelijks kon motiveren m’n bed weer uit te komen. Geen flauw benul had wat ik met weer een dag aan moest. De talloos veel keren dat ik – stiekem – dacht: ‘Voor mij hoeft het niet meer.’ ‘Ik breng het niet meer op.’ In de jaren dat ik dacht dat ik de enige was die geen idee had hoe ik het leven moest leven. Niet bij machte was iets van mijn leven te maken. Een waardeloze, machteloze sukkel.

    Leven

    Wat heeft het me veel gebracht. Te leren dat het niet waar was dat alle andere mensen het beter deden dan ik. Dat iedereen gelukkig was, behalve ik. Dat ik heb geleerd dat het leven geen beloofd paradijs is. Maar ook geen eindeloze woestenij van eenzaamheid.
    Er is niets raars aan mij, als ik na m’n zeventigste geen medicijnen gebruik.
    Er is niets raars aan mij, als ik op m’n zeventigste een nieuw dak op m’n huis laat zetten.
    Ik leef het leven zolang ik leef. En dat bevalt me tegenwoordig. Heel goed!

     

  • | |

    Zsuzsa Bank: Slapen doen we later

    Slapen doen we later

    Twee vriendinnen – Martha en Johanna, 40+, al een leven lang bevriend – schrijven elkaar bijna dagelijks over ervaringen uit hun leven van alledag.
    Roman in de vorm van brievenboek. Tamelijk omvangrijk. Zo nu en dan moest ik  het verder lezen wel even doorzetten. Ergens halverwege bedacht ik dat ik dit boek eigenlijk in de oorspronkelijke taal – Duits – had moeten lezen. Dit vooral omdat taal een belangrijk thema is. Zelf kreeg ik het boek te leen in het Nederlands, en dat heb ik dus gewoon maar uitgelezen.

    Verlaat Verdriet-thema’s

    Hoe dan ook: ik was, en bleef, gefascineerd door de ontboezemingen van de beide vrouwen. Met name de ontwikkelingen in het verhaal van Johanna vond ik heel bijzonder.
    Johanna, afkomstig uit een rommelig kunstenaarsgezin, verloor als jong kind haar vader. Gaande het boek wordt dit verlies, als het ware verstopt in de brieven, stap voor stap uitgepakt. Terwijl ondertussen gevolgen van dit vroeg verlies op alle mogelijke manieren in het leven van Johanna zichtbaar zijn. Zoals de langzame manier waarop ze steeds met hele, hele kleine stapjes iets loslaat over de dood van haar vader. De ingewikkelde relatie met haar moeder. Met haar broer. Haar eenzame bestaan in haar huisje in het Zwarte Woud, waar ze zich als oorspronkelijk Noord Duitse wel – en tegelijkertijd niet – misplaatst voelt. De dramatisch verlopen relatie met een man die ze eigenlijk niet los kan laten. Haar – innerlijke – strijd met de kanker die haar te pakken heeft gehad. Haar eeuwige verlangen, dat steeds maar niet vervuld kan worden. De ambivalente relatie met haar werk als lerares. Het altijd aanwezige gevoel niet op de goede plaats te zijn. Haar ongedurigheid. Haar eeuwige zoektocht, zonder goed te weten wat ze eigenlijk zoekt.

    Verlaat Verdriet-thema’s

    Verlaat Verdriet-thema’s te over. En juist deze herkenbaarheid, zowel aan de oppervlakte als in diepere lagen van Johanna, maakt dit boek – hoe omvangrijk ook – tot een fascinerend boek.
    Je kunt zoveel leren over Verlaat Verdriet-thema’s. Ook in romanvorm.
    Heb je tijd? Probeer het!

    Boek

    Zsuzsa Bank: Slapen doen we later