• | |

    Afleverdag

    Afleverdag van de boeken! Teruggaan, om verder te kunnen. Spannend! Beetje laat om erover na te denken hoe ik dat straks op ga lossen. Gelukkig is het goed weer, droog, en dat blijft het voorlopig ook wel. Ik besluit mijn buurman te vragen of de boeken afgeleverd mogen worden op de oprit naar zijn loods, zodat ze niet midden op het trottoir hoeven te staan. Mijn buurman vind het goed, en heeft zelfs een steekwagen in de aanbieding voor het geval dat nodig is. En als het echt nodig is, dan heeft hij ook nog een pallet-wagentje. Ik maak me nu toch wel een beetje zorgen: hoe zal dat straks gaan? Hoeveel is het eigenlijk? Heb ik wel genoeg ruimte op zolder? Waar moeten de boeken straks staan? In de gang? Terwijl er morgen dertig mensen door die gang moeten? ‘Ben je gek’, roept een vriendin aan de telefoon als ik wat zit te zeuren over: ‘hoe moet dat nou?’ ‘Als er zoveel mensen zijn, dan helpen die toch even de boeken naar boven te brengen?’ O ja, da’s waar! Ik ga er maar het beste van hopen.

    Aan het einde van de middag komt de vrachtwagen voorrijden. Ik ben bezorgd benieuwd: hoe groot zal het zijn? Als de chauffeur de vrachtruimte opent zie ik nog een pallet staan. En dat zijn mijn boeken. Zucht van verlichting. Dat gaat wel lukken. De chauffeur rijdt de pallet tot vlak bij mijn voordeur. Zal ik je even helpen ze naar binnen te brengen, vraagt hij. Hoeft niet, valt reuze mee. Doe ik straks wel. Wil je een kop koffie. Graag. Even later blijkt de pallet een mooie sta-tafel te zijn. Prima om in het zonnetje koffie aan te drinken. Als chauffeur en auto weg zijn, ruk ik meteen een doos open. Kijk, daar is Teruggaan, om verder te kunnen. Wat is het boek mooi geworden. Zo hoort een boek te zijn: het moet als het ware vanzelf in je handen springen. En dat doet dit boek. Voorzichtig sla ik het open. En……….. het eerste, echt het aller-, aller-, allereerste wat ik zie is een fout. Een fout in de naam van degene die de illustratie op de voorzijde heeft gemaakt. Joyce van den Beuken. En niet van der, zoals ik in het boek heb geschreven. En ik weet heel erg goed dat Joyce Joyce van den Beuken heet. En ik heb het maar liefst twee keer fout gedaan. Het eerste wat je ziet is een fout. Klopt! En wat voor een. Dit is wel even heel erg slecht voor m’n humeur. Gelukkig wint het plezier van dit mooie boek het even later ruimschoots. Ik breng de dozen naar binnen. In tegenstelling tot de dozen met (Ver)Werkboeken – die echt vreselijk zwaar zijn – zijn dit kleine, handzame doosjes die je gemakkelijk optilt. (Geen wonder: deze nieuwe boeken zijn de helft kleiner, en een kwart van het gewicht van de (Ver)Werkboeken). Ze staan prima in de gang, en je kunt er nog gewoon langs. Ook dertig mensen kunnen dat.

  • | |

    Fiat

    Teruggaan, om verder te kunnen. Bij de post vind ik de fysieke drukproef van m’n boek. Moet ik nu toch eerst nog een controle uitvoeren? Dat kan niet meer. Het document kan niet nog een keer weer naar Marieke, en dan nog weer naar mij terug. Ik zie het niet meer. Ik wil geen veranderingen meer aanbrengen, ook al omdat ik te goed weet dat een verandering ook weer gecontroleerd moet worden. Die tijd heb ik niet meer. Ik moet er nu maar op vertrouwen dat het goed is. Als gevolg van mijn afwezigheid heb ik gisteren ook de digitale drukproef op mijn computer geopend. Voor het eerst in lange tijd voel ik plezier en opwinding. Hier is mijn boek en het is bijna klaar. Gisteren heb ik het document een paar keer geopend om er naar te kijken. Het ziet er echt goed uit!

    Vandaag besluit ik niet langer te aarzelen. Ik geef mijn fiat aan de drukker. Als alles goed gaat, wordt het boek op 16 september afgeleverd. Waar? Daar heb ik nog niet voldoende bij stil gestaan. Het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek ligt in de opslag. Te veel, te omvangrijk, om thuis te hebben. Maar nu? Kan ik me er een voorstelling van maken hoe de omvang er nu uitziet? Wel een beetje laat om daarover te gaan denken. En wat erger is: ik wil er helemaal niet over denken. Ik schuif het weg. Eerst morgen de laatste trainingsdag van de derde groep van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. De groep die me zo na aan het hart ligt. Met wie ik in het voorjaar de ontdekking van de kanker en mijn angst voor de toekomst heb gedeeld. De laatste dag. Afscheid nemen. Ik wil dat helemaal niet. Tot ik me ineens realiseer dat het bij de kracht van de jaartraining hoort dat er een einde aan komt. En dat is morgen. En dat is goed. Ik kan me daar zelfs op verheugen. Het is zo’n mooi trainingsjaar geweest. Er is zo mooi gewerkt. Er heeft zoveel kunnen gebeuren met de individuele deelnemers en ook met de groep. Deze laatste dag sluiten we af met rituelen die de deelnemers uitvoeren. Het merendeel van hen heeft al laten weten hoe haar ritueel eruit zal gaan zien. Ik verheug me echt op morgen.

  • | | | |

    Haptotherapie

    Aan het einde van de middag zijn mijn partner M. en ik op de motor teruggereisd naar Nunspeet. Vrijdag heb ik de derde trainingsdag van de vierde groep van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Ik wil mijn huis weer een paar dagen bewoond hebben, voor we er aan het werk gaan. Bovendien moet ik terug naar huis om de druk van het eerste deel van de Amor Fati-reeks – Teruggaan, om verder te kunnen, in werking te zetten. Het akkoord voor de drukker moet op z’n laatst op maandag 5 september a.s. de deur uit. Dat moet, als ik de presentatie van het boek op de Ontmoetingsplaats-Ontmoetingsdag plaats wil laten vinden – en dat wil ik absoluut. Voor mijn partner M. zit de vakantie er zo goed als op. Voor mij eigenlijk ook. Alleen: vanaf het moment dat ik op 18 augustus, na de crematie van F. op 16 augustus j.l., terugkwam op Terschelling, is er geen enkele dag geweest waarop ik niet gevoeld heb: als deze dag om is, is er weer een dag minder over van mijn vakantie. Hoe dichterbij de datum van vertrek komt, hoe benauwder ik het krijg. Ik kan nog helemaal niet naar huis. Mijn ziel heeft meer nodig dan vakantie alleen, veel meer. Ik kan het nog niet. Gelukkig raadt een van mijn camping-genoten me aan een hapto-therapeut te zoeken. Wat gek! Zelf raad ik mensen die bij mij een workshop hebben gevolgd nogal eens aan een goede hapto-therapeut te zoeken. Maar als het over mezelf gaat, vergeet ik het gewoon. Dan vind ik dat ik er best zelf uit kan komen. Dat ik het zonder hulp van buitenaf ook wel red. Deze keer weet ik dat dat niet zo is. Ik heb vanaf Terschelling een hapto-therapeute in Nunspeet gevonden. Het duurt nog tot 20 september a.s. voor ik bij haar terecht kan, maar ik kan er vast naar uitkijken. Het lijkt me zo fijn, even iemand die een stukje van de zorg voor mijn ziel met me deelt, of liever nog: van me overneemt. Want ik ben er nog niet, helemaal zelfs nog niet. Mijn incasseringsvermogen is nog steeds teveel kapot. Ik voel dat maar al te goed.

    In de loop van de afgelopen week heb ik besloten zo gauw mogelijk, en dat is gelukkig al zaterdag 3 september, terug te gaan naar Terschelling. Want wat ik ook wil gaan doen is, aan de hand van mijn agenda, het hele borstkankertraject 2011 nog eens door me heen te laten gaan, en in de vorm van blogs te beschrijven. Ik ben me ervan bewust dat het op deze wijze schrijven van blogs schrijven-achteraf is, en dat schrijven-achteraf betekent dat er veel van de emoties die ik heb gevoeld verloren zullen gaan. Het betekent tegelijkertijd ook dat ik het hele verhaal nog eens door me heen kan laten gaan. Dat geeft me de gelegenheid hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden en ze de plaats te geven die ze nodig hebben. En daarnaast, als ik het hele verhaal schrijf in de vorm van blogs, is het mogelijk dat degene die ze leest er iets aan heeft, in welke vorm dan ook. Dat geeft mijn plan op nog een andere manier zin. Ik weet wat ik ga doen en het voelt goed om dat te gaan doen. Nu ik weer thuis ben zie ik de trainingsdag van De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet van vrijdag 2 september a.s. met plezier tegemoet.

  • | | |

    Illusies

    Ik heb een boekenhart. Een boekenhart houdt van mooie boeken. Een boek moet als het ware als vanzelf in je handen springen. Je moet het boek vast willen houden. Vorm en inhoud moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Beiden mooi en goed, beiden op hun eigen manier. Ik wil zelf bepalen wat er in het boek komt te staan, en ik wil zelf bepalen hoe het boek eruit gaat zien. Al een tijdlang heb ik het gevoel dat de Nederlandse uitgevers bepalen wat rouw eigenlijk is. Rouw moet verkoopbaar zijn, want daar moet de uitgever van leven. Verkoop van illusies, zeg maar. Maar dat is niet waar rouw over gaat, en verlate rouw al helemaal niet. Reden genoeg dus om mijn boeken zelf uit te willen geven – en die boekenopleidingen in het verleden, de heb ik natuurlijk ook niet voor niks gedaan. Dus ja: ik geef mijn boeken zelf uit. En ik heb een heel duidelijk beeld van hoe de twaalf delen van de Amor Fati -reeks eruit gaan zien. Net zoals mijn Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek prachtig vormgegeven door Marieke de Vlieger. Maar nu moet ik gaan beslissen over de drukker. En ja: van papier en papierkwaliteiten weet ik nou eigenlijk niet heel erg veel. Gelukkig heeft de accountmanager van een drukkerij die me is aanbevolen aangeven bereid te zijn naar me toe te komen. En dat heeft ze vandaag gedaan, met een hele stapel boeken om me te laten zien welke keuzes ik kan maken. Dat helpt me, het boek wordt weer wat zichtbaarder, en ik kan zonder veel moeite de keuzes maken die nodig zijn. Zo wordt Teruggaan, om verder te kunnen weer concreter en komt de Amor Fati-reeks weer een stap dichterbij. Vanavond begint een nieuw individuele Verlaat Verdriet-workshop. Ik heb er zin in!