• | | |

    De magische leeftijd en de volgende generatie

    ‘Dertien was ik toen mijn moeder plotseling overleed’ vertelt de deelneemster aan de workshop Zonder Moeder. ‘Daarna werd het leven afschuwelijk. Mijn vader liet het helemaal afweten. Met mijn stiefmoeder kon ik niks. Ik ben alleenstaand moeder van twee dochters. Lang geleden gescheiden. Nu komt het vreselijke. Toen mijn oudste dochter dertien werd heb ik alle emotionele banden met haar doorgesneden. Ik gaf haar te eten. Ik waste haar kleren. Maar dat was het. Wat ik verder met haar moest: geen idee. Tot aan haar dertiende wist ik het. Maar daarna hield het op. Geen idee wat ik aan moest met een kind van dertien.

    De magische leeftijd

    Haar verhaal is me altijd bijgebleven. Heeft me vanaf het begin van mijn Verlaat Verdriet-werk ervan bewust gemaakt hoe sterk de invloed kan zijn van ‘de magische leeftijd’. Of die ‘magische leeftijd’ nu verbonden is met de leeftijd die je ouder had bij overlijden. Of dat die ‘magische leeftijd’ is verbonden met de leeftijd die je zelf had toen je je ouder verloor.

    Onderkennen en erkennen

    Het heeft me ervan bewust gemaakt hoe belangrijk het is te onderkennen wat het vroege verlies van je ouder met je heeft gedaan. Te erkennen dat ook jij mogelijk bent belast met de gevolgen van dat vroege verlies. Te onderzoeken wat dat betekent voor jou. Voor je kinderen. Voor mensen in je omgeving.

    Herstel

    Jaren later sprak ik haar tijdens het eerste symposium voor Verlaat Verdriet-ers, nu zo’n twintig jaar geleden. Ze vertelde me dat het beter ging met haar dochter. En met haarzelf. De periodes van depressies en suïcide-pogingen van haar dochter waren voorbij. De relatie tussen moeder en dochter was bezig zich te herstellen. ‘Ik ben nog altijd blij dat ik toen de workshop Zonder Moeder heb gedaan bij jullie. Dat heeft een ommekeer gebracht. Zowel bij mijzelf als bij haar.’

    Lezen

    Doen

    Ervaren

  • | |

    Pijn en verdriet van het kind in je

    ‘Eén jaar, komma drie maanden was ik toen ik mijn moeder verloor. En niet één jaar komma vijf maanden zoals hier op het papier staat.’ Verontwaardigd kijkt de deelneemster aan de workshop voor Dochters zonder Moeder – op dat moment 60+ – me aan. Ze spreekt me bestraffend toe. Ik schrik. M’n tweede workshop. Ik ben nog heel onzeker. En dan nu dit. Natuurlijk was het niet mijn bedoeling iemand te beledigen. Of te kort te doen. Maar het stond er wel. En het raakte deze deelneemster diep. Ik leerde ervan. Ik leerde hoe diep deze magische leeftijd in Verlaat Verdriet-ers verankerd ligt. Deze magische leeftijd van de ruptuur. Van het onomkeerbare verlies van je ouder. Of je nu talig was of niet: het doet iets in je ziel, besefte ik. (Wat de ziel dan ook maar zijn moge.)

    Aan de allereerste workshop voor Dochters zonder Moeder ooit verloor een deelneemster – toen midden 40 – haar moeder bij haar geboorte. Ze was de jongste van een groot gezin. ‘Niemand heeft het ooit hardop gezegd’ vertelde ze. ‘Maar vanaf dat ik thuis kwam uit het ziekenhuis – zonder mijn moeder – weet ik dat mijn broers en zussen me hebben gezien als de moordenaar van mijn moeder.’

    Het kind in je

    In de workshops Verlaat Verdriet komt het altijd weer ter sprake. Het kind in ons. Het kind dat boos is. Verdrietig. Ontredderd. Het kind dat behoefte heeft aan aandacht. Aan troost. En dan wij, Verlaat Verdriet-ers…. Hoe we met onze rug naar dat kind zijn gaan staan. We moesten door. We konden het niet gebruiken. Dat kind. Boos. Ontredderd. Verdrietig. Eenzaam. We konden het er niet bij hebben. Sloten ons ervoor af. Gingen met de rug naar dat kind staan. Duwden het weg.

    Omarm dit kind

    Eén van de bijzondere, helende stappen die je kunt zetten in je verlate rouwproces is onder ogen zien wat je hebt gedaan. Wat je doet. Hoe je met je rug naar dit kind bent gaan staan. Hoe je het altijd weg hebt geduwd. En nog wegduwt.
    Draai je om. Verwelkom dit kind in je leven. Laat dit kind weten: ik weet dat je er bent. Ik zie je. Neem dit kind in je armen. Omarm het. Laat het weten: ik ben nu volwassen. Ik kan nu zorgen voor jou. Ik ga m’n best doen om dat te doen.

    Dingen die je kunt doen en die je helpen

    • Zoek een foto op van vroeger. Misschien vind je een foto waar je op staat als het kind dat vol vertrouwen de wereld in keek. Dat van plan was iets moois te maken van het leven. Geef die foto een tijdlang een zichtbare plek in je leven. Een plek waar je jezelf als kind dagelijks even ziet;
    • Misschien kom je alleen foto’s tegen van jezelf waarop je pijn ziet. Verdriet. Hulpeloosheid. Neem dan eens de tijd om een brief te schrijven aan dit kind. Een brief waarin je laat weten: kom maar hier. Vanaf nu zorg ik voor jou. Lees deze brief hardop voor aan jezelf. Herinner jezelf eraan dat je deze brief hebt geschreven, en lees tenminste een keer in de week de brief nog eens helemaal door.

    meer

  • | | |

    Een tipje van de sluier oplichten

    Gisteren plaatste ik een blog over de allereerste zelfstandige gedachte die je in je jeugd gehad kunt hebben. Een gedachte die je leven mee vorm, kleur en inhoud heeft gegeven. Ook nu – vandaag de dag – nog:  Wat is het toch fijn om eigen-wijs te zijn.

    Momentum

    Vandaag wil ik een stap met je maken naar een gedachte in de tijd van het overlijden van je ouder. Je zou dat moment MOMENTUM kunnen noemen. Momentum is een moment waarop een grote, ingrijpende verandering plaatsvindt. In geval van jong ouderverlies: een levens-veranderende verandering op een moment dat je nog in ontwikkeling was. Dat je de begeleiding en de onvoorwaardelijke liefde van je ouders nog heel hard nodig had. Een gedachte die – diep in jou verscholen – nog altijd je leven aanstuurt. Een gedachte die van gedachte overtuiging werd. Een overtuiging die steeds meer veranderde in een hardnekkige overtuiging.

    Gedachte

    In de loop van de jaren heb ik veel deze soort gedachten van Verlaat Verdriet-ers gehoord en gelezen.
    Zoals bijvoorbeeld:

    • Hier kom ik nooit meer overheen;
    • Nu is er niemand meer voor mij;
    • Iedereen huilt hier, ik huil maar mee;
    • Ik begrijp er helemaal niets van;
    • Iedereen huilt hier, nu moet ik de sterkste zijn;
    • Vanaf nu moet ik voor alles zorgen;
    • Ik wil bij mijn moeder/mijn vader zijn;
    • Het is hier niet meer veilig;
    • Ik red me wel;
    • Het heeft geen zin om iets te doen, want ik ga toch dood.

    Overtuiging

    Voor mijzelf is deze gedachte niet direct verbonden aan het moment van verlies van mijn moeder toen ik 8 jaar was. De gedachte die overtuiging werd, de overtuiging die  hardnekkige overtuiging werd was er op het moment dat mijn vader van mij vroeg zijn tweede vrouw ‘mammie’ te noemen. ‘Mammie’, dat was mijn moeder. Wat een verraad, vroeg mijn vader van mij. Om de lieve vrede heb ik het gedaan. Mijn relatie met zijn tweede vrouw was al niet best. Maar op datzelfde moment besloot ik ‘Als ik dat moet, is er nooit meer iets belangrijk. Ik doe niks meer.’ Ik was 10 jaar.

    Een leven lang heb ik strijd geleverd met dit besluit van toen. Nu pas kan ik zien – en begrijpen – dat ik op dat moment innerlijk bevroren ben. Ik heb het een leven lang niet geweten. Ik heb er een leven lang mee gestreden. Het heeft mijn leven (bijna) levenslang vorm gegeven.

    Nieuwsgierigheid

    Nieuwsgierigheid heeft me geholpen in mijn lange strijd om verandering. Ik wilde het weten (wat DOEN betekent, en juist dat had ik mijzelf verboden!).

    • Wat zit er achter die overtuiging ‘Ik doe niets meer?’
    • Heb ik die bescherming nu nog nodig?
    • Wat kan ik doen om die bescherming te veranderen?

    Opluchting

    Als een nieuwsgierig Aagje heb ik stap na stap tipje na tipje van de sluier opgelicht. Heb ik leren DOEN. Wat een opluchting!

    Blog

    Wat is het toch fijn om eigenwijs te zijn

    Lezen

    Gat in je ziel 
    Ruim 80 blogs van Titia Liese gebundeld

    Teruggaan om verder te kunnen 
    Titia Liese

    Zien

    Rouw kent geen tijd 
    Theorie van Titia Liese door haarzelf gepresenteerd in 13 losse modules.

  • | | |

    Wat is het toch fijn om eigen-wijs te zijn!

    Herken je het fenomeen van jezelf? De eerste zelfstandige gedachte die je ooit had? Waarvan je je toen waarschijnlijk niet bewust was hoeveel invloed die gedachte zou hebben op jou, en op jouw leven? Hoe die gedachte jouw leven zou kleuren? Vorm zou geven? Inhoud?
    Een invloedrijke gedachte waar je je pas veel later bewust van zou worden. Maar die er wel was. Die eerste gedachte die je niet was voorgezegd door je ouders. Die je niemand napraatte. Maar die zich gevormd had. In jou. Op weg naar zelfstandigheid. Eigen-wijs.

    Oordelen over ‘oud’

    De gedachte die ik ooit ergens in mijn jeugd – waarschijnlijk in mijn middelbare schooltijd – heb gehad, was de gedachte dat het ongelofelijk dom is om negatieve oordelen te hebben over ‘oud’. Je kent ze vast wel, die haast pervers masochistische verzuchtingen. ‘Tsjaaaa – de leeftijd…… Ja, ouderdom komt met gebreken…...’ Ja, ja: we worden oud……’ ‘Tsjaaaa, je bent geen 25 meer‘…  Negatieve gedachte, of eigenlijk: oordelen over ‘oud-zijn’.

    Maar…. zo dacht ik toen vroeger, hoe moet dat dan als je veertig bent ? Moet je dan zelfmoord plegen omdat je zeker weet dat het nooit meer wat kan worden met je? Dat het dan alleen nog maar berg-afwaarts kan gaan? Alleen maar omdat je ‘oud’ bent?

    Schatten

    In mijn eigen verlate rouwproces heb ik vaker van deze mooie schatten op kunnen duiken, door me bewuster bezig te houden met ’toen’. Schatten die me dierbaar zijn. Zoals deze eerste zelfstandige gedachte die mijn leven mee vorm heeft gegeven. Die me altijd ruimte heeft gegeven. ‘Er kan nog van alles gebeuren. Het is altijd tijd voor een nieuw begin. Er is altijd tijd en ruimte voor nieuwe ideeën. Voor nieuwe plannen‘.

    Ik zal je zeggen: nu ik 70+ ben heb ik nog altijd veel plezier van deze eerste zelfstandige gedachte die een overtuiging werd. Die mijn leven mee vorm heeft gegeven. Kleur. Inhoud.
    Wat is het toch fijn om eigen-wijs te zijn!

    En dan vraag ik me af: hoe zit dat bij jou? Welke schatten duik jij op? Welke eerste zelfstandige gedachte van jezelf herinner jij je? Wat schiet jou als eerste te binnen?