• | | |

    Interview met Jellie Brouwer in Volkskrant Magazine

    Interview met Jellie Brouwer

    In Volkskrant Magazine van 17 juni 2023 een groot en indrukwekkend interview van Sara Berkeljon met Kunststof-presentator Jellie Brouwer. Jellie Brouwer (geboren in 1964, en terminaal ziek) vertelt in dit interview over haar ziekte: (erfelijke) kanker.

    Ze vertelt over haar leven. Haar huwelijk. Over haar inmiddels volwassen kinderen. Over haar werkzame leven als journalist. Als presentator. Over erfelijke kanker. En ze vertelt over de invloed die het vroege verlies van haar vader op haar leven heeft gehad. En nog altijd heeft.

    Als ze 3 jaar is wordt haar vader ziek. Kort daarop overlijdt hij. Ze blijft achter met haar moeder, haar jongere broertje Harrie en haar zusje Gea van amper een half jaar.

    Citaat

    ‘Heb je een herinnering aan je vader, aan de tijd rond zijn dood?
    ‘Alleen aan de dag van de begrafenis, omdat wij daar niet bij mochten zijn. Wat ik volgens mij heel erg vond, maar dat is misschien ook achteraf geredeneerd. Mijn volgende herinnering, wat ziekte betreft, is dat mijn moeder tegen me zei: wat loopt Gea raar, daar moeten we even mee naar de dokter. Het was helemaal mis, Gea, toen 3 jaar, had uitgezaaide botkanker. Het heeft ongeveer een jaar geduurd tot ze stierf. Het gekke is: als kind ervaar je alles gewoon hè? Denkt niet: waarom maken wij het ene drama na het andere mee? Je neemt het zoals het komt.’

    ‘Je moeder hertrouwde met je oom. Wat vond jij daarvan?
    ‘Joop was de man van een zus van mijn vader. Zij waren geëmigreerd naar Canada en hadden vier kinderen, maar toen stierf zijn vrouw, ook aan kanker. Hij is met de kinderen terugverhuisd naar Nederland en in 1972 met mijn moeder getrouwd. Mijn broertje Harrie vond het prima, ik zag het helemaal niet zitten. Want ik was met háár, snap je, ik had die erepositie, dat verbond, en dat wilde ik behouden. Ik zag de bui hangen. Ze heeft het gedaan, en ik ben blij voor haar. We gingen in een nieuwe frisse flat wonen, maar het was natuurlijk één grote verzameling getraumatiseerde mensen bij elkaar……..’.. 

    Tip

    Een groot, indrukwekkend interview van Sara Berkeljon met Jellie Brouwer, dat je waarschijnlijk niet online kunt lezen in de Volkskrant van dit weekend. Zeker de moeite waard om te proberen dit interview op een andere manier te pakken te krijgen.

    PS

    Op verzoek van Jellie Brouwer zijn de illustraties bij dit interview getekend door Paul Faassen aan de hand van bestaande foto’s. De foto in deze (mijn) blog is zijn illustratie ‘VADER EN DOCHTER’.

  • | |

    Het potlood & de voetafdruk

    Zaterdagochtend bel ik Margreet om te vragen of ze akkoord gaat als ik een Blog schrijf over het telefoongesprek dat we eerder deze week hebben gehad over null.

    ‘En nu nog wat’, zegt Margreet. ‘Ik vind het vaak zo verschrikkelijk moeilijk om andere mensen uit te leggen wat het vroege verlies van mijn moeder met mij heeft gedaan. Die kanker van jou ……’

    Ik val Margreet in de rede en roep meteen: ‘o ja – die kanker kwam gisteren ook in mijn sessie met de psycho-therapeut aan de orde. Drie keer kanker gehad, maar het staat niet in verhouding tot wat de dood van mijn moeder bij mij teweeg heeft gebracht. Weet je – die kanker, hoe erg en vervelend en moeilijk en ingrijpend ook: het heeft me wel de gelegenheid gegeven om in beweging te komen. Om te handelen. Om besluiten te nemen over mijzelf. In dat perspectief heeft die drie keer kanker ook iets inspirerends voor me gehad. Iets bevrijdends. Het ging over mij en ik kon er wat mee doen.’ 

    ‘Maar zeg nou nog eens hoe het voor jou zit’, dringt Margreet aan. ‘Ik wil het gewoon weten. Waar kun je het mee vergelijken. Hoe maak je duidelijk hoe groot het is. Zoals je een potlood naast een voetafdruk kunt leggen, waardoor je kunt zien hoe groot die voetafdruk eigenlijk is, zeg maar.’

    ‘Drie keer kanker kan niet in de schaduw staan van wat het verlies van mijn moeder in mij en in mijn leven teweeg heeft gebracht’, beantwoord ik de vraag van Margreet. ‘Het komt er niet eens in de buurt.’

  • Amputatie

    Bijna op de kop af twee jaar na de vorige borst-operatie dan nu de dag waarop mijn borst er helemaal af moet. In de ochtend naar Amersfoort, om te onderzoeken of er toch nog lymfeklieren aanwezig zijn. Terwijl we wachten komt er op de telefoon van M. een sms binnen. In de vroege ochtend is H., na vier jaar strijd tegen kanker, op de dag na z’n 42e verjaardag overleden. Shit, shit, shit. Wat een ellende! En hoe moet ik hier aan denken terwijl ik zelf over een paar uur onder het mes lig. Van de drie ben ik nu alleen over. Shit, shit, shit.
    Veel gelegenheid om er bij stil te staan is er niet. Het onderzoek wijst uit dat er aan mijn rechterkant geen lymfeklieren meer zijn. Dan kan de kanker ook niet via je lymfeklieren zijn uitgezaaid, zegt de assistente. Dat zal waar zijn, maar wat heb ik eraan.
    Ik moet me zo snel mogelijk melden in het ziekenhuis in Harderwijk, zodat ik klaar gemaakt kan worden voor de operatie. Dus rijden we direct van Amersfoort naar Harderwijk. Ik voel me enigszins onwerkelijk. H. dood, ik op weg naar een operatie waar mijn borst geamputeerd zal worden. Dat wat ruim veertig jaar als doem over mijn leven heeft gelegen, wat het ergste leek te zijn wat me ooit zou kunnen overkomen, gaat straks gebeuren. Vind ik het erg? Nee. Zie ik er tegenop? Nee. Vind ik het eng? Nee. Ben ik wel normaal? Weet ik niet.
    De gang van zaken in het ziekenhuis is me bekend. Waarschijnlijk zal ik twee nachten moeten blijven, afhankelijk van het verloop met de drain. Een vervelende herinnering komt bij me op. De eerste keer heb ik tien dagen in het ziekenhuis moeten blijven omdat de drain maar bleef lopen. Dat gaat nu hoop ik niet weer gebeuren. Nou ja: ik merk het wel. Vijftien jaar geleden bleek, op het moment dat ik afgetekend werd voor de bestralingen, dat er stuk drain in mijn borst was blijven zitten. Twee jaar geleden werd de operatie gestaakt omdat het draadje dat gezet was naar de plaats van de tumor (zodat de chirurg de tumor gemakkelijk kan vinden) verdwenen bleek te zijn. Alleen de poortwachtersklier kon toen weggenomen worden, voor het verwijderen van de kanker moest ik een dag later terugkomen.
    Veel tijd om over dit alles na te denken is er niet. Als ik klaar ben gemaakt voor de operatie, en mijn portie dormicum heb gehad, word ik naar de operatiekamer gebracht. Ik maak nog net mee dat het toch echt allemaal over mij gaat. Even later word ik plotseling wakker. Ik kijk om me heen, en dan naar beneden. Zijn ze al klaar? Of moet het nog beginnen? Nee, ze zijn klaar. Jemig!
    Terug op de vier-persoons kamer ben er gewoon weer helemaal. Pijn heb ik eigenlijk niet. Ik kijk, met mijn ogen nog even dicht, naar beneden. Als ik ze open doe zie ik verband en verder een lege plek. Dat was het dus. En nu snel beter zien te worden.
    Als ’s avonds mijn partner en vriendin P. op bezoek komen, verbaas ik ook hen met mijn helderheid. Geen spoortje van de narcose. Ook raar!

  • | |

    Dit gaat over mij

    s’ Ochtends vroeg, als ik opsta, voel ik me behoorlijk gespannen voor het effect van mijn verhaal. Vandaag trainingsdag van de derde groep van De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Moet ik het wel vertellen? Is het relevant om het nu te vertellen? Wat gaat er gebeuren in de groep? Wat gaat er gebeuren met de individuele deelnemers? Kan ik het zo vertellen dat mijn verhaal niet de dag gaat kleuren? Zonder stoer te doen en zonder het te bagatelliseren? Hoe groot mag mijn verhaal worden? Hoeveel tijd mag mijn verhaal in beslag nemen? Deze training gaat niet over mij en mijn actuele ervaringen, maar over de acht deelnemers. Zij zijn belangrijk, niet ik. Als iedereen binnen is ervaar ik vooral de liefde die ik voel voor deze groep. Ik weet nu zeker dat het niet passend is te doen alsof er niets aan de hand is. Dat kan niet en dat mag ook niet in een groep mensen die zich toen, als kind, niet gehoord en niet gezien hebben gevoeld. En zo wil ik het ook niet. We beginnen het gebruikelijke rondje met mij. Ik vertel hoe het er met me voor staat. Dat er weer kanker is gevonden in een van mijn borsten. Dat ik een hele rij onderzoeken moet ondergaan, ook omdat ik als gevolg van de borstoperatie van vijftien jaar geleden aan de rechterzijde geen lymfeklieren meer heb en dat er dus niet op gebruikelijke wijze gezocht kan worden naar mogelijke uitzaaiingen in de poortwachtersklier. Dat het dat groter maakt dan de vorige twee keren toen dat allemaal niet nodig was. Dat ik een amputatie moet ondergaan. Mijn verhaal komt hard binnen. De reacties zijn heftig. Maar ik kan het aan. We kunnen het samen aan. Als ik heb gezegd dat elke vraag gesteld mag worden en dat ik mijn best zal doen op elke vraag open en eerlijk te antwoorden – vandaag of op een ander moment – komt er weer rust. Genoeg rust om verder te kunnen gaan en samen met de deelnemers te doen waar op deze dag de volle aandacht naar uit hoort te gaan: de individuele deelnemer en de groep. Ook deze trainingsdag is weer een mooie, bijzondere en waardevolle dag. Ik houd zoveel van deze groep. De mooie en bijzondere mensen die er aan deelnemen en de mooie en bijzondere harmonie die deze groep kenmerkt. Ik ben zo blij met Geerte en de vertrouwde samenwerking die we al jaren hebben. Zoveel te genieten: van mijn werk, van de mensen met wie ik werk, van de mensen die naar me toe komen – overal uit Nederland – om het verlies van toen onder volwassen ogen te zien en wegen te zoeken om te verwerken en te helen. Als ik ’s avonds in mijn agenda kijk, zie ik de afspraken voor de komende tijd: röntgen in Harderwijk, nucleaire geneeskunde in Amersfoort, MRI in Harderwijk. Vervolgafspraak met de specialist in het ziekenhuis in Harderwijk. Operatie in Harderwijk. En dat alles gaat over mij. Deze keer wel!