• Wat beweegt een Verlaat Verdriet-er

    Tekst maken voor een folder….
    Soms sta ik ’s ochtends op en dan weet ik meteen: dat! 
    Of ik ga een eind fietsen en spring tien keer van m’n fiets om weer een zin te noteren.
    Als de folder dan klaar is, ben ik tevreden over wat ik heb geschreven – want zolang ga ik wel door: tot ik tevreden ben.

    Dan moet de tekst een week of zes onaangeroerd blijven liggen, tot ik de moed heb de folder weer ter hand te nemen. En nee: dan blijk ik helemaal niet tevreden te zijn over de folder. En ja: dan weet ik dat ik opnieuw met de tekst aan het werk moet. Maar de tekst helemaal deleten: dat krijg ik toch niet altijd over m’n hart.
    En zo kwam onderstaande tekst tot stand en zo is onderstaande tekst hier terecht gekomen.

    Wat beweegt een Verlaat Verdriet-er

    Een Verlaat Verdriet-er zoekt hulp omdat zij/hij onder meer

    • steeds weer vastloopt
    • relatieproblemen heeft
    • verslavingsproblematiek heeft ontwikkeld
    • angstaanvallen ervaart
    • zich gerealiseerd heeft dat de oorsprong van haar/zijn recente problematiek ligt in het vroege verlies van de ouder
    • een burn-out heeft
    • klachten heeft van depressieve aard
    • moeite heeft met ouderschap
    • suïcide-gedachten heeft
    • fysieke klachten heeft waarvoor geen medische oorzaak wordt gevonden.

    Wat hindert een Verlaat Verdriet-er

    Een Verlaat Verdriet-er wordt onder meer gehinderd door

    • een basaal gevoel van eenzaamheid
    • een fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen
    • verliesangst
    • gevoelens van machteloosheid
    • angst voor de toekomst
    • de gewoonte zich aan te passen
    • controledwang
    • een gering gevoel van eigenwaarde
    • twijfel aan het eigen bestaansrecht
    • gevoelens van afgescheiden zijn
    • scheiding tussen gevoel en verstand
    • een ongestructureerde kijk op haar/zijn eigen verleden
    • gebrek aan kennis van kernthema’s van Verlaat Verdriet en verlate rouw.

    Wat helpt een Verlaat Verdriet-er

    Een Verlaat Verdriet-er kan hulp toelaten door

    • erkenning van de omvang van de gevolgen van het vroege verlies van haar/zijn ouder door de hulpverlener
    • erkenning van haar/zijn specifieke jeugdervaringen door de hulpverlener
    • het vermogen van de hulpverlener tegelijkertijd zowel de volwassene van nu als het kind van toen recht te doen
    • kennis van de kernthema’s van Verlaat Verdriet en verlate rouw bij Verlaat Verdriet
    • kennis van de gevolgen van jong ouderverlies bij de hulpverlener
    • inzicht van de hulpverlener in de specifieke dynamiek van verlate rouw bij Verlaat Verdriet
    • begrip van de hulpverlener voor de behoefte aan tijdelijke afhankelijkheid van de Verlaat Verdriet-er
    • ervaren steun in haar/zijn verlate rouwproces
    • via de hulpverlener aangereikte, veilige tools om verder te kunnen.

    Wat bezielt een Verlaat Verdriet-er

    Een Verlaat Verdriet-er ontleent bezieling voor haar/zijn verlate rouwproces aan

    • het verlangen de weg terug te vinden naar haar/zijn oorspronkelijke zelf
    • goede en betrouwbare hulp van een geïnteresseerde en betrokken hulpverlener met kennis van Verlaat Verdriet en verlate rouw bij Verlaat Verdriet.
  • Olievlek

    Wat ben ik moeizaam op gang gekomen, gisteren. Ben ik echt te lang weg geweest? Ben ik toch teveel ontheemd? Woont m’n ziel nog op Terschelling? En m’n hart: waar is dat? Ik vind deze Ontmoetingsdag toch leuk? Ik heb er vorig jaar toch zo van genoten? Alsof ik mijn verjaarsfeest vierde, terwijl een heleboel dochters het werk liepen te doen. Het kost me nu echt tijd om er zin in te krijgen, maar als de deelnemers aan deze dag eenmaal binnen zijn gekomen vind ik het weer even leuk als vorig jaar. En dan mag ik ook nog zo dadelijk mijn boek presenteren. De dag heeft als dagthema Olievlek gekregen. De organisatoren willen daarmee laten zien dat Verlaat Verdriet zich verder en verder uitbreidt. Nico gaat, samen met zijn danstherapeut, de dans introduceren waarmee hij tijdens zijn therapie heeft gewerkt. En daar is de eerste, maar naar in de loop van de dag blijkt ook meteen de laatste, teleurstelling. De danstherapeut is ziek geworden en heeft afgebeld. Nico en de dans moeten we tot volgend jaar bewaren. Margreet, schoolmaatschappelijk werkster, vertelt over de cursus die zij bezig is te ontwikkelen in verband met jong ouderverlies. Het is een lastige klus voor haar, terwijl haar werk ook zoveel tijd, aandacht en energie op-eist. Maar ze gaat verder, zegt ze met stelligheid die geen ruimte voor twijfel laat. Zelf mag ik daarna mijn boek Teruggaan, om verder te kunnen presenteren. Ik sta met het boek in mijn hand. Als ik de eerste zin heb uitgesproken roept Els: hoor je zelf wel wat je zegt? Ik begrijp haar niet. Wat zeg ik dan? Kijk eens op de achterkant van je boek, zegt ze. Als ik dat doe zie ik wat er fout gaat. Ik begon mijn presentatie van Teruggaan, om verder te kunnen met te zeggen Stilstaan, om verder te kunnen. En, erg maar waar, ook op de achterkant van het boek heb ik – tot tweemaal toe – als titel Stilstaan, om verder te kunnen geschreven. Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoek Joyce die ik van der Beuken heb genoemd, in plaats van van den Beuken. Dat gaat goed zeg, en m’n humeur is al zo wankel. Ik pas mijn presentatie aan, en vertel de aanwezigen dat Stilstaan, om verder te kunnen eigenlijk een heel toepasselijke titel is voor waar ik mij in bevind. Ik vertel ze dat mijn lijf het goed doet, maar dat ik mentaal nog wel wat in te halen heb. En dan laat ik ze m’n boek zien. Het wordt met groot enthousiasme ontvangen. Snel deel ik de boeken rond, zodat iedereen het boek in eigen hand kan nemen. Ik zie wat er gebeurt: ook voor andere mensen is dit een boek om vast te houden. En groot en langdurig verlangen is werkelijkheid geworden. Wat voel ik me op dit moment gelukkig! Na mijn boekpresentatie komen de anderen aan de beurt om te vertellen over hun Verlaat Verdriet-werk. Els over de groei in haar werk in De Samenloop en over onze biografische cursus in oktober op Terschelling: Op verhaal komen, Kristien over de wandelactiviteiten van De Samenloop, die ze samen met enkele andere vrouwen van Els heeft vernemen. Marjolein over haar werk en haar ervaringen met Lotgenotencontact Verlaat Verdriet. Tamar over haar scriptie die ze, na heel, heel hard werken gisteren precies op tijd in heeft kunnen leveren. Renate over haar scriptie over Verlaat Verdriet. Inge over haar prentenboek Boeba, het olifantje en over het boek met haar ervaringsverhalen waaraan ze, in samenwerking met Anja Tjallema (redactie), werkt. Wat een mooie, sterke ontwikkelingen allemaal!

    Samen praten, samen eten, samen delen en samen twintig dozen boeken naar de zolder brengen. Samen met de deelnemers en de organisatoren geniet ik ruimschoots van deze dag. En ik moet heel erg lachen als aan het einde van de dag C. naar me toe komt en me toevertrouwt: ‘Ik ben zo blij dat het klote met je gaat. Jij lijkt altijd zo onverstoorbaar en sterk te zijn, en nu zie ik dat jij ook een heel gewoon mens bent. Wat een geruststelling. Wat heerlijk!’

     

  • | | |

    Kan het echt?

    Met de auto van M., die meedoet met de cursus, naar Harlingen. We nemen de snelboot van 12.30 uur, zodat we nog op tijd zijn om de boodschapen te doen. Maandagmiddag komen de cursisten, en maandag zijn de winkels gesloten in verband met tweede Pinksterdag. We hebben zaterdagmiddag dus nog wel wat aan voorbereidingen te doen. In Harlingen treffen we Marijke, met wie ik samen de cursus geef, en haar partner F. F. gaat voor ons de catering verzorgen. Voor Marijke en F. hebben we een aparte ruimte gehuurd, los het huis in Lies waar we de cursus geven. M. blijft bij mij in de caravan. Als we op zaterdagmiddag alle nodige voorbereidingen voor de cursus hebben getroffen, hebben we nog een heerlijke dag vrij. Hoewel ik in de aanlooptijd naar de cursus nog wel eens heb getwijfeld of het voor mij wel verstandig is om deze, ook voor ons intensieve, cursus te geven, heb ik eigenlijk ook steeds geweten dat ik het wel wilde doen. Nu ik het bijna zover is, weet ik dat het een goed beslissing is geweest. Maar ik weet ook dat het veel, heel veel van me zal vragen.

  • Ik sta er niet achter

    Ik heb er een nachtje over geslapen, dat had ik nodig. Gisteren wist ik: als ik vannacht wakker schrik en ik ga van alles verzinnen om mezelf gerust te stellen, dan heb ik niet het goede besluit genomen (om geen nabehandelingen aan te gaan). Het tegendeel gebeurt. Halverwege de nacht word ik wakker. Ik lig stil, op m’n rug en voel me heel rustig. Dan, plotsteling, is het alsof op allerlei plekken in mijn lijf energievonkjes ontstaan. Alsof er op een heleboel plaatsen in mijn lijf kleine mannetjes en vrouwtjes vreugdendansjes maken. Ze doet het niet! Ze doet het niet!
    Steeds weer in de afgelopen tijd heb ik het gevoel gehad dat er met chemo- en ook met hormoontherapie zoveel in mijn lijf kapot wordt gemaakt wat nu goed is en gezond, dat er eerder ruimte wordt gemaakt voor nieuwe kanker, dan dat er voor wordt gezorgd dat er geen nieuwe kanker komt. Ik ontleen geen enkel gevoel van veiligheid aan het idee dat het me zal helpen. Integendeel. En niemand die me zeggen kan of het onomkoombaar is. Niemand die weet of het echt nodig is. Te vaak zijn ook de woorden door mee heen gegaan die de oncologe twee jaar geleden tegen me sprak: mevrouw, u moet er helemaal achter staan. Als u er niet helemaal achter staat, volbrengt u het niet. Daarvoor is het veel te zwaar. En als u het niet volbrengt, dan is alles wat u wel hebt ondergaan voor niets geweest. Ik voel dat het besluit dat ik nu heb genomen goed is. Ik hoop dat het ook goed blijft voelen, al weet ik dat twijfel zo nu en dan de kop zal opsteken. Maar ook dan herinner ik me haar woorden: mevrouw, u kunt altijd bij ons terugkomen. Vanochtend bel ik het ziekenhuis, en ik zeg dat ik het niet doe.
    Zo gauw ik het ziekenhuis telefonisch kan bereiken bel ik op. Ik vraag naar de oncologieverpleegkundige die ik al langer ken en krijg haar aan de telefoon. Dokter T. heeft me gisteren een week bedenktijd gegeven, maar die heb ik niet nodig. Ik doe het niet. Zeg maar wat ik nu verder moet doen. Dr T. hoef ik niet meer te spreken. We kennen elkaar toch niet. De verpleegkundige raadt me aan wel met dr. T. te gaan praten. Beter voor het proces, zegt ze, om het hem zelf te zeggen. Daar heeft ze vast gelijk in. Maar het afrondingsgesprek wil ik graag met dr. S. zeg ik. Dat kan. Ze maakt twee afspraken voor me. Komende dinsdag dr. T. en komende woensdag dr. S.