• |

    Zonde & jammer: een praktijkvoorbeeld

    Soms zie je van afstand iets gebeuren waarin je niet op een goeie manier kunt ingrijpen, terwijl je graag iets had willen doen. Zo’n voorval kan in je rond blijven zingen. Zo ook bij mij.

    Een voorbeeld uit mijn praktijk

    Een aantal maanden geleden deed M. bij mij de basisworkshop Verlaat Verdriet. M. is nu rond de 40, en was 7 jaar toen ze haar moeder verloor. Gedurende de workshop werkte M. intens en toegewijd. Met name mijn uitleg over het belang van het innerlijk besluit en het verschil tussen het besluit Ik moet er af en Ik ga het aan kon M. goed doorvoelen. Ik ga het aan kon ze – ondanks alle verdriet dat ze voelde – met heel haar hart zeggen.

    Tantes & ooms

    Eén van de grote uitnodigingen tot heling is de uitnodiging ‘op zielsniveau’ het contact met je overleden ouder te herstellen. Je gaat als het ware een hernieuwd cont(r)act met je overleden ouder aan. Tantes & ooms opzoeken die je ouder (goed) hebben gekend maakt deel uit van die zoektocht. Niet altijd gemakkelijk, maar bijna altijd met een positief en hartverwarmend resultaat.

    Zo ging M. haar tante & oom opzoeken, ook al had ze jaren weinig contact met hen gehad. Dat was verwaterd na de dood van haar moeder. Ze werd allerhartelijkst ontvangen Wat lijk je veel op je moeder! Zowel tante als oom wilde graag over M.’s overleden moeder vertellen. M. genoot van alles wat ze (opnieuw) hoorde over haar moeder, maar huilde ondertussen een aantal keren flink. Duidelijk was te zien en te merken dat ze veel verdriet had om het vroege verlies van haar moeder en het gemis, dat ze al die jaren had weggestopt. Aan het einde van het gesprek zei tante tegen M.: Nou, nu moet je het verlies van je moeder een plaats geven in je leven. Je moet verder met je leven, naar de toekomst. Je moet er niet in blijven hangen, hoor.

    Tips voor tantes & ooms

    Beste tantes & ooms, denk alsjeblieft na voordat je een dergelijke opmerking maakt. Hoe begrijpelijk ook. Waarschijnlijk heb je te doen met je nicht/neef en het was al zo zielig dat zij/hij jong de ouder verloor. Je wilt haar/hem behoeden voor nog meer verdriet. Maar echt, tantes & ooms, doe dit alsjeblieft niet. Erken haar/zijn grote verdriet. Laat je nicht/neef weten dat zij/hij altijd welkom is. Dat je altijd bereid bent over haar/zijn overleden ouder te vertellen. Eén keer, tien keer, honderd keer. Zo vaak als zij/hij daar behoefte aan heeft. Een verlaat rouwproces heeft tijd nodig – soms (vaak!) veel tijd. En geduld. Aandacht. Zorg. Liefde. Je nicht/neef heeft tijd nodig. Geduld. Zorg. Aandacht. Liefde. Ook van jou. Naar alle waarschijnlijkheid is je nicht/je neef als gevolg van de vroege dood van haar/zijn ouder veel tekort gekomen. Geef haar/hem nu wat zij/hij nodig heeft. Dat is goede hulp bij rouw.

    Wees je ervan bewust dat je met je advies ‘er niet in te blijven hangen‘ het omgekeerde bereikt van wat je had willen bereiken.
    Zoals bij M. het geval is. M. besloot, naar aanleiding van het gesprek met haar tante: Ik moet verder. Ik moet niet meer achterom kijken. Ik moet naar de toekomst kijken. De opmerking van haar tante haalde een grote streep door het oorspronkelijke besluit van M.: Ik ga het aan is: Ik moet eraf geworden. Wat in de workshop in gang werd gezet, is (voor het grootste gedeelte) weer tot stilstand gekomen.
    Zonde & jammer.
    En onnodig! Een verlaat rouwproces heeft nu eenmaal een totaal eigen, specifieke, dynamiek. Tantes, ooms en nog heel veel meer andere mensen: het is belangrijk dat te weten en dat te erkennen.

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.

  • Uit de weg gaan & de uitweg gaan

    In de eenzaamheid van hun jeugd hebben Verlaat Verdriet-ers zich vaak opgesloten in zichzelf. Ze hebben de vroege dood van hun ouder een plaats gegeven in hun leven: een plaats ver en diep in zichzelf weggestopt. De pijn, het verdriet, de angst en de boosheid gaan ze uit de weg. Met hun eigen behoeften kunnen ze geen contact meer maken: ze hebben geleerd zich aan te passen. Ze hebben niet geleerd te weten wat ze zelf willen. Hun eigen doelen te creëren. Hun eigen verlangens te (her)kennen. Hun eigen dromen waar te maken. Ze weten hoe je iets uit de weg kunt gaan – dat hebben ze als de beste geleerd. Maar iets aan gaan waar je angst voor voelt: hoe doe je dat als je niet weet waarom? Hoe doe je dat als je niet weet hoe? Hoe doe je dat als je niet weet wat je doel is?

    Een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet is niet alleen een rouwproces. Een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet is ook een groot veranderproces. Een proces waarin je – stap voor stap – leert van overleven naar leven te gaan. Een proces waarin verdriet, pijn, boosheid, schaamte en vooral angst naar boven komen. Gevoelens en emoties waarvan je nou juist (jezelf) hebt geleerd ze uit de weg te gaan. Een gewoonte die je altijd weer terugdrijft in je eigen eenzaamheid. In afgescheiden zijn. Van jezelf. Van andere mensen. Van het leven. De wanhoop om waar je – weer – middenin zit, zonder nog een uitweg te zien, neemt steeds grotere vormen aan. De angst ik red het niet wordt groter en groter. Je trekt je verder terug in jezelf. Steeds verder verwijderd van de uitweg. Die er toch echt is. Ook voor jou.

    Verstrikt raken in je eigen angsten is een groot Verlaat Verdriet-thema, maar geen exclusief Verlaat Verdriet-thema. Al zolang de mensheid bestaat – of liever gezegd: al zolang de mensheid gedachten vorm heeft gegeven die bewaard zijn gebleven voor ons, hun achter-achter-enzovoort-enzovoort-kleinkinderen. Wie kent niet de mythe van Ariadne en de rode draad die ze Theseus gaf om de (uit)weg terug te vinden, voordat hij zijn strijd aanging met de Minotaurus. Wie kent niet de vele labyrinten uit alle denkbare culturen, die betekenis geven aan de innerlijke strijd met de angst en het vinden van de uitweg.

    Als je je (weer) verstrikt voelt in jezelf, als je weer het gevoel hebt geen uitweg meer te zien, verdiep je dan eens in deze (oer-)kennis van de menselijke geest. Je vindt veel informatie over labyrinten en hun doel en werking op de website van Selma Sevenhuijsen: labyrintwerk.nl
    Wie weet bevindt zich in je buurt een labyrint waar je naar toe kunt gaan. Of vind je een andere manier om aan de hand van een labyrint een uitweg te ervaren.

  • | |

    Trainingsdag

    Vandaag de derde dag van de vierde groep van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet gehad. Wat een mooie training is De kunst van het verbinden toch! Wat ben ik trots op deze training. Wat fantastisch, elke keer weer, om met Geerte samen te werken. Wij beiden hebben een heftig half jaar achter de rug, maar samen slagen we er in er te zijn voor ons programma en voor de cursisten. Zo’n mooie groep, zulke mooie, waardevolle mensen die met zoveel inzet werken aan hun verlate rouwproces. Wat heerlijk en bijzonder om dit te mogen doen! Morgen weer naar Terschelling. De overweging die ik een aantal keren sterk heb gevoeld, om W. te vragen de geplande Terugkomdag naar een andere dag te verschuiven – zodat ik wat langer op Terschelling kan blijven – heb ik uiteindelijk, na lang aarzelen, ter zijde geschoven. Nee. We hebben en afspraak op 7 september en die gaat gewoon door.