• | |

    Het verlies een plekje geven: hoe doe je dat?

    Hoe doe je dat?

    Een van de meest ergerlijke clichés uit de wereld die ‘rouwverwerken’ heet, is voor mij lange tijd geweest ‘Je moet het een plekje geven.’ Niemand weet hoe je dat moet doen. Maar iedereen weet dat het moet. ‘Je moet het een plekje geven.’
    Hoe dan? Hoe doe je dat als je in je jeugd je ouder(s) verliest? En hoe doe je dat later, als je als volwassene alsnog je verlate rouwproces aangaat?

    Een plekje geven

    In de loop van mijn Verlaat Verdriet-werk heb ik geleerd ‘het een plekje geven’ op een andere manier te zien. Namelijk als uitnodiging de dood van je ouder, en de gevolgen die dat voor jou heeft gehad, een zichtbare plek te geven in je biografie. In je levensverhaal. In plaats van de dood van je ouder(s) te ontkennen, te negeren of te bagatelliseren zoals je mogelijk een groot deel van je leven hebt gedaan. Woorden leren geven aan het verlies. Wat is er toen gebeurd. Wat betekende dat toen voor mij. En wat betekent dat nu voor me.

    Levensverhaal

    Het verlies van toen zichtbaar maken in je levensverhaal. Realiteit maken. Dit gaat over mij. Dat is er gebeurd. Dit heeft het met mij gedaan. Dat zijn de moeilijke ervaringen in mijn jeugd. De verdrietige ervaringen. De zwarte. Dit zijn de mooie ervaringen in mijn jeugd. De vreugdevolle ervaringen. De lichte.

    De weg naar heling

    De weg naar heling gaat voor een Verlaat Verdriet-er in stapjes.
    Bijvoorbeeld door het verlies van toen een zichtbare plek te geven in je levensverhaal.

    Lees meer

    Gids voor Verlaat Verdriet 

    Rouw kent geen tijd

     

     

  • | |

    Ik ben mijn ankerpunt kwijt

    Ik ben een weekje op Terschelling. In de Aquamarijn. Het huisje dat Michel voor ons – voor mij – heeft gebouwd. Michel, mijn partner die in oktober 2020 overleed.

    Ik red me wel

    Zeker: ik red me wel.
    Doorgaan: dat lukt me.

    We leefden in sterk gescheiden werelden. Hadden allebei ons eigen leven. Woonden nooit samen, hoewel dicht bij elkaar. Hij zijn huis. Ik mijn huis. Hij zijn leven. Ik mijn leven. Hij zijn werk. Ik mijn werk. Hij zijn cultuur. Ik mijn cultuur. Wij samen onze cultuur. Onze omgangsvormen. Onze relatie. Meer dan 30 jaar.
    ‘Ik ben geen treurende weduwe.’ ‘Ik mis Michel niet in mijn huis.’ ‘Mijn leven gaat ‘gewoon’ door.’

    Op Terschelling

    Ik ben nu ruim een half jaar verder. Op Terschelling deze week. In het huisje dat Michel met zoveel liefde heeft gebouwd. Het huisje dat er nog steeds ‘gewoon’ is. Waar tegelijkertijd zoveel is veranderd. En nog steeds aan het veranderen is.

    Ik ben mijn ankerpunt kwijt

    Nu pas kan ik woorden geven aan soorten van gevoelens die in de afgelopen maanden steeds onder de oppervlakte bleven. ‘Ik ben mijn ankerpunt kwijt.’ Het belangrijkste, meest betrouwbare ankerpunt dat ik heb gehad na het verlies van mijn moeder toen ik 8 was.

    Nu pas, na al die maanden na zijn overlijden, kan ik het tot in het diepst van mijn vezels voelen. Ik ben mijn ankerpunt kwijt. Mijn basisgevoel van beschermd zijn. Van veiligheid.
    Michel: wat ben ik blij dat je er voor mij bent geweest. Meer dan 30 jaar. Dank je wel. Dank voor je aanwezigheid. Voor wat je voor me hebt betekend. Mijn ankerpunt.

  • |

    Het verlangen naar de uitweg

    ‘Wat zwaar voor je’ was de reactie van veel mensen om me heen in het afgelopen jaar. Het jaar waarin ik steeds meer de mantelzorger werd van Michel. In plaats van onze gelijkwaardige relatie werd hij steeds meer afhankelijk van mijn zorg.
    En toch voelde het niet als zwaar. Want zwaar: dat was mijn leven met de periodes van (rand)depressiviteit en alcohol-afhankelijkheid. De lange jaren van – innerlijke – eerzaamheid voor ik besefte (en in staat was) iets te doen met het vroege verlies van mijn moeder en de gevolgen die dat voor me had gehad.

    Intens en intensief

    De zorg voor mijn partner was intens en intensief. Maar zwaar: nee. Zo voelde ik het niet. Hoe kan dat toch? Hoe komt het toch dat ik die intensieve zorg niet als zwaar voel? Ik heb er veel over nagedacht.
    ‘Ik heb een uitweg’ realiseerde ik me. Mijn werk is mijn uitweg. Daar is een toekomst. Met mijn werk kan ik verder. Ook na het overlijden van Michel.

    Nog een verschil

    ‘Er is nog een verschil’, realiseerde ik me ook. Een groot verschil. De mensen om me heen. Die er voor me zijn. Me steunen. Helpen. Met wie ik kan delen. Deel.
    ‘Ze waren er al’ realiseerde ik me. Ze waren er al lang. Maar nu kan ik het helemaal voelen. ‘Ik kan ontvangen’ . Ik voel elke dag weer hoe ook het laatste glasplaatje – die afstand, hoe gering ook geworden – als het ware is opgelost.

    Uitweg

    Wat bijzonder om in mijn hele lijf te ervaren wat het betekent je verbonden te voelen. Met mensen. Met het leven.
    Ik wist het al. Maar nu weet ik het echt heel zeker: er is een uitweg. Het verlangen naar de uitweg is uitweg geworden.
    Wat een rijkdom kun je voelen in een groot verlies.

  • | | |

    Het verlies een plekje geven

    ‘Rouw, of verdriet, moet je helemaal geen ‘plekje geven’, zoals iedereen altijd zegt.
    Het is een min of meer terloopse zin in het interview met Liesbeth Rasker (NRC 14 mei 2020). Ik wil daar graag iets over zeggen.

    Het een plekje geven

    ‘Je moet het een plekje geven.’ Hoe vaak wordt het niet gezegd over een verlies. Niemand die weet hoe je dat doet. Maar iedereen weet dat het moet. ‘Het een plekje geven.’

    In de eerste jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk had ook ik mijn moeite met dit cliché. Duh – een plekje geven? Wat een plekje geven? Hoe een plekje geven? En dan? Wat heb je dan gedaan? Is het zoiets als een stoel een plekje geven? Of een tafel? Gewoon opzij zetten? En verder met je leven?

    Biografie

    In de loop van mijn Verlaat Verdriet-werk ben ik steeds meer tot het besef gekomen dat de cliché ‘Het een plekje geven’ wel degelijk inhoud heeft. Hoe belangrijk het is het vroege verlies van je ouder(s) een plekje te geven. Namelijk een letterlijke plek in je biografie.

    Dat doe je bijvoorbeeld door

    • je overleden ouder(s) een plek te geven in je levensverhaal. Wie was hij? Wie was zij? En wie ben jij? Wat betekent je overleden ouder nu voor je in je leven als volwassene?
    • de dochter/de zoon te worden van de moeder/de vader die heeft geleefd. In plaats van alleen nog maar het kind te zijn van een ouder die is overleden;
    • als volwassene de gelijkwaardige te worden van je overleden ouder. Je kindperspectief te onderzoeken. Het kindperspectief los te laten;
    • je angst(en) in de ogen te kijken;
    • de overlevingspatronen die je hebt ontwikkeld te onderzoeken en te herwaarderen.

    Verwerken en helen

    Onderzoek wat goed is voor jou.
    Doe wat goed is. Voor jou.
    Geef je overleden ouder(s) een plek in je leven van nu.
    Geef het verlies – en de gevolgen van het verlies – een nieuwe plek in je leven.

    Je kunt het vroege verlies van je ouder(s) verwerken.
    Oude wonden kunnen helen.

    Maar dan moet je wel in beweging komen.

    Doen

    Lees in Doen wat Titia Liese je aan mogelijkheden biedt.

    Herinneringsboeken

    Ga op zoek naar wie de vrouw was die je moeder is: Herinneringsboek Moeder
    Ga op zoek naar wie de man was die je vader is: Herinneringsboek Vader