• | |

    ‘Verdriet is geen straf’: interview met acteur Raymond Thiry

    Verdriet is geen straf

    Gisteren kreeg ik het interview toegestuurd met Raymond Thiry.
    NRC, 11 april 2015. Interview met Rinskje Koelewijn.
    Raymond Thiry verloor zijn moeder toen hij 9 was, en zijn vader toen hij 21 was. 

    Ik deel dit interview graag met je. Martine: dank je wel voor het toesturen!

    Acteur Raymond Thiry – nu in Bloed, Zweet en Tranen – is een man van onderhuidse emoties. „De kijker projecteert zijn eigen sores op mij”, zegt hij bij een broodje bal.

    Een peer, een kiwi, een paar koppen koffie. Het is twee uur geweest, en dit is wat hij vandaag heeft gegeten. Raymond Thiry (55) wipt achterover met zijn stoel, en vouwt zijn armen achter zijn hoofd. „63 kilo woog ik vanmorgen.” Hij klopt op zijn buik. „Mijn ondergrens is eigenlijk 65. Ik moet meer eten.”

    Hij pakt de menukaart van tafel. Het restaurant in het Vondelpark heeft allerlei moderns op het menu; salades met quinoa, spelt of bulgur. Hondje Eddy kruipt op schoot, hoopvolle blik op de baas. „We nemen een broodje bal”, besluit die. „Lekker.”

    Raymond Thiry is acteur. Als je gaat tellen, valt pas op in hoeveel theaterstukken, series en films hij de afgelopen vijfentwintig jaar speelde. Toch kan hij tamelijk ongestoord en anoniem over straat. „Hooguit één à twee keer per dag wil iemand met me op de foto”, zegt hij. „Gemiddeld.” Hij wordt vooral herkend door de rol die hij speelde in de televisieserie Penoza. Drie seizoenen lang was hij Luther, de beroepscrimineel die stilzwijgend de vuile klusjes opknapt voor de maffiabaas, een vrouw. In de bioscoop draaien nu twee films met hem erin; Tussen 10 en 12, een korte arthouse-film. En Bloed, Zweet en Tranen, de biografische film over zanger André Hazes.
    In beide films speelt Raymond Thiry de vader. In de eerste is hij een door verdriet overmande vader wiens dochter is omgekomen bij een auto-ongeluk. Als vader Hazes is hij dreigend en drankzuchtig. 

    Zo zijn zijn personages vaak: ogenschijnlijk kalm, maar achter die rustige façade lijkt innerlijke onrust te smeulen. Als zichzelf is Raymond Thiry wel kalm, maar niet dreigend. Hij is kleiner dan hij op het scherm lijkt en heel wat spraakzamer. „Ik beheers de techniek om een verhaal te vertellen door zo weinig mogelijk te doen en te zeggen. Als je dat goed doet, projecteert de kijker zijn eigen sores en emoties op mij, zonder dat er in mij nou per se heel veel omgaat.” Als vanzelf komen de zwaarmoedige rollen zijn kant op, weten ze hem te vinden als de „naar binnen geslagen man”.

    Zelf zou hij het liefst meer komische rollen spelen. Zoals hij twintig jaar lang deed bij het absurdistische theatergezelschap Alex d’Electrique. Of als de hyperactieve Van Rossum van ‘Roos en haar mannen’. Met dat trio presenteerde hij de jeugdprogramma’s van Villa Achterwerk. „Van Rossum is een karikatuur. Een uitvergroting van hoe ik echt ben.” En hoe is hij dan? Hij denkt kort na. „Ik liep bij de Jellinek-kliniek.” Jaren geleden, om van het roken af te komen. „Ik kwam in aanmerking voor combinatietherapie. Ik kon ook medicatie krijgen voor de drukte en het centrifugale in mijn gedachten.” Ja, knikt hij. Hij rookt nog.

    Intussen is Eddy even verderop aan de drinkbak van een andere hond begonnen. Thiry loopt tussen de volle tafeltjes om haar te halen, zich links en rechts verontschuldigend in plat Amsterdams. „Fijne hond, hoor. Alleen hij drinkt zoveel.” Hij heeft haar meegenomen uit een dorpje aan de Zwarte Zee, hij was er voor filmopnames. „Ze was uit het nest gekieperd”, zegt hij. „Misschien omdat ze kleiner was dan de rest, of niet helemaal goed bij d’r hoofd. Misschien is ze zelf vertrokken. Had ze inmiddels elders wat lekkerders geproefd dan moedermelk.” Van dieren, zegt hij als hij weer zit, kun je ongegeneerd veel houden.

    Kippenvel

    Als vader in de film Tussen 10 en 12 vertrekt hij geen spier als hem wordt verteld dat zijn dochter is verongelukt. Hij vraagt alleen in wat voor auto ze reed. De film volgt het verhaal van de regisseur Peter Hoogendoorn zelf. Op zijn zeventiende stond de politie voor de deur om te vertellen dat zijn zus dood was. Hij moest het zijn vader vertellen en zij samen aan zijn moeder. Als een soort slechtnieuws-estafette. Thiry: „Het onheil wordt aangezegd op een onverwacht moment. Je ziet de zoon, de vader en de moeder eerst terwijl ze onwetend zijn. Dan komt de omslag.” „De regisseur wilde geen tranen zien”, zegt hij. „Hij wilde onderhuidse, niet uitgesproken emoties.” Dan was hij bij Thiry aan het goede adres? Hij stroopt zijn mouwen op. „Ik krijg weer kippenvel als ik aan die scène denk.”

    Hij trommelt ongedurig op tafel. „Zo’n moment is me niet vreemd. Dat plotsklaps de dood zich aandient.” Bedoelt hij dat hij bang is om dood te gaan? „Nou ja, mijn geschiedenis dicteert dat ik te allen tijde op het ergste ben voorbereid.” Het is niet dat hij de dag ermee begint, maar „in een split second” schiet het regelmatig door zijn hoofd: wordt het een ziekbed van zes maanden, of blijft hij tot zijn zeventigste gespaard?

    Nee, nee, hij is geen hypochonder, zegt hij. Hoewel. „Ik had paardrijles genomen.” Hij moest het leren voor de jeugdfilm Code M die binnenkort uitkomt. „Vier keer heb ik op zo’n stalpaard gezeten. Het filmpaard was zo’n grote, zwarte hengst van een jaar of acht. Europees kampioen military. Die luistert naar elk kneepje dat je geeft.” Kortom, hij verloor de stijgbeugel, trok uit paniek nog harder aan de teugels waardoor het dier versnelde. Weken later had hij nog een beurse testikel. „Ik wist ergens wel dat het door die rit kwam. Maar ondertussen dacht ik: nu zal het wel chemo worden, en hopelijk snijden ze in het gunstigste geval alles er meteen uit.”

    Verlies

    Maar, zeg ik, dat gaat over angst voor zijn eigen dood. De film gaat over het plotselinge verlies van een geliefde. „Een vroeg gemis in familieverband is me ook bekend.” Zijn moeder overleed toen hij 9 was, aan borstkanker. Zijn vader overleed twaalf jaar later aan de gevolgen van overgewicht en twee pakjes Caballero per dag. „Ik was net weer thuis komen wonen.” Want in de tussentijd woonde hij….? „In kraakpanden.” Zijn middelste zusje, zes jaar ouder dan hij, kookte af en toe voor hem. Nu nog fietst hij rond etenstijd vaak even bij haar langs.

    „Mijn vader had geen flauw idee waar ik uithing of wat ik deed. Zo ging dat. Het was de tijd dat de schooldirecteur je vriendelijk verzocht niet in de gang te blowen, maar buiten. En dat je op je zestiende tegen je vader zei: ik ga uit huis, en trouwens ook van school.”

    Toen hij genoeg had van andermans vuile sokken in de asbak, betrok hij de onderste verdieping van zijn ouderlijk huis in de Amsterdamse Pijp, voorheen runden zijn ouders er een confectieatelier. Later, na zijn vaders dood, huurde hij de bovenverdieping erbij. Daar woont hij nu nog. „Bij koningshuizen en farao’s blijven de zonen ook in hun paleizen wonen. Ik heb het van onder tot boven gestript. Maar het voelt heel vertrouwd.”

    Eens in de zoveel tijd gooit hij rigoureus de inrichting om. „Niet dat ik zoveel behoefte heb aan verandering. Ik wil alleen graag vaste patronen doorbreken, de routine uit mijn handelen halen. Al is het maar dat ik een keer met links tanden poets, in plaats van altijd met rechts.”

    Hapje bal

    Hondje Eddy zit intussen ook aan tafel en verorbert een hapje bal. Terloops informeer ik of er, behalve Eddy, nog iemand bij hem in huis woont. „Nee.” Van de 23 jaar dat hij een relatie had met Raymonde de Kuyper (de Roos uit Roos en haar mannen) woonde hij er twee samen. „Ik ben geen familiemens. Ik hoef mijn vrienden ook niet bij me thuis. Ik ga liever de deur uit om mensen te zien.” 

    Emoties

    In een medisch tijdschrift is hij eens een artikel tegengekomen van de psychiater bij wie hij rond zijn twintigste – uit eigen vrije wil – in therapie was. „De casus die hij beschrijft, volledig geanonimiseerd natuurlijk, dat ging gewoon over mij.” Wat las hij dan? „Nou ja, jonge man op de vlucht, maar wel naarstig op zoek naar contact.” Laat hij zeggen: hij was heel lang nogal bedreven in het buiten de deur houden van emoties. „Het was mijn mechanisme om mezelf te beschermen tegen de impact van het leven.” En hoe deed hij dat? „Je gaat boven de situatie hangen. Loskoppelen, depersonaliseren. Je ziet wat je doet, maar je voelt het niet. Zoiets.”

    Hij strijkt over zijn donkerblauwe schipperstrui, zijn wijdvallende donkere broek. „Ik had iets vrolijkers moeten aantrekken. Straks denk je nog dat alles zo somber is.” Want dat is niet zo? „Nee. Zo inktzwart is het allemaal niet. Inmiddels kan ik best tegen verdriet.”

    Voorbeeld? „Huisdieren hebben het bambigevoel in me overhoop gehaald. Vroeger kon ik een jaar of langer uit mijn doen zijn na de dood van een hond of kat. Zodra dood of ziekte dreigde, moest ik ervan af. Toen mijn kat ten dode was opgeschreven, bracht ik hem meteen naar mijn zus.” Dat zou hij nu nooit meer doen. „Ik neem de zorg op me tot het eind. Mijn karakter is niet veranderd, maar ik heb geleerd dat als je de poorten opengooit voor narigheid, het kasteel niet in mekaar hoeft te sodemieteren. Of kasteel, kartonnen hutje. Zolang het niet aanhoudend is, is verdriet is geen straf.”

    CV

    Geboren: Amsterdam, 29 september 1959
    Burgerlijke staat: ongehuwd
    Woont in Amsterdam
    Opleiding: geen
    Eerste baan: bollenpeller
    Sport: zwemmen
    Vervoermiddel: fiets
    Boek: Het heerlijk avondje van Aat Ceelen
    Film: Gummo van Harmony Korine
    Muziek: 99% van Meat Beat Manifesto
    Onmisbaar:  goed stel hersenen

  • | | |

    INHOUD: BeeldTaal delen in tijden van corona

    INHOUD

    Grote verhalen en kleine verhalen. Groot verdriet en klein verdriet. Overlevingspatronen en angst. Ze krijgen allemaal hun eigen plek met BeeldTaal.

    Overlevingspatronen

    Sommige overlevingspatronen verbergen zich zo dat je ze misschien niet ziet als overlevingspatronen. Terwijl ze dat wel degelijk zijn. Denk eens aan ‘de clown uithangen’. Of aan cynisme. Of verbittering. Wrok. Schaamte. Twijfel. Bitsheid. Jaloezie. Vijandigheid. Allemaal overlevingspatronen. Hardnekkige overtuigingen die ervoor zorgen dat je niet hoeft te voelen wat er is. Angst. Angst voor angst. Of beter gezegd: Angst om te voelen wat er werkelijk is.

    Negatieve oordelen

    Overlevingspatronen zijn hardnekkige overtuigingen over hoe je iets moet doen, om iets anders te voorkomen. Vaak manifesteren deze overtuigingen zich in negatieve oordelen. Negatieve oordelen over andere mensen. Over de wereld om je heen. Over het leven. Maar vooral over jezelf.

    Inhoud

    Alle reden dus om er iets aan te veranderen. BeeldTaal helpt je in je zoektocht naar de INHOUD die past bij jou. Bij jouw ervaringen. En bij jouw levensverhaal.

    Nieuwe aflevering van BeeldTaal Speciaal

    Vandaag, 17 april 2020, komt de nieuwe aflevering van BeeldTaal beschikbaar voor abonnees van BeeldTaal Speciaal 2020 FASE II: INHOUD.

    Gratis abonneren

    Je kunt je, voor de komende weken (zolang de corona-maatregelen van kracht zijn), alsnog gratis abonneren op BeeldTaal Speciaal 2020.

    Praktische informatie

    • Meld je – zolang de coronamaatrgelen duren – aan voor een gratis abonnement op BeeldTaal Speciaal 2020 via beeldtaalspeciaal@verlaatverdriet.nu
    • Je ontvangt per mail elke week op vrijdag een nieuwe aflevering van BeeldTaal speciaal 2020;
    • Vraag desgewenst – voor je je aanmeldt – de voorwaarden aan voor deelname aan BeeldTaal Speciaal 2020 via beeldtaalspeciaal@verlaatverdriet.nu

    Lees meer

    Kenmerkende patronen bij Verlaat Verdriet
    Gids voor Verlaat Verdriet 

  • | |

    Charlotte Salomon – Leven? of theater?

    Charlotte Salomon (1917-1943)

    Leven? of theater?

    Het boek van Charlotte Salomon’s Leven? of theater? kwam uit in 1981.
    Ik kocht het.
    Een tijd lang was dit omvangrijke boek zeer aanwezig in mijn huis.
    Een bijzonder boek. Samengesteld uit honderden gouaches die ze naliet aan een goede vriend van haar in de tijd dat ze naar haar Franse grootouders was gevlucht. ‘Bewaar ze goed’ zei ze tegen hem. ‘C’est toute ma vie’ (vertaling: ‘Het is mijn hele leven’). 
    In 1943 werd de joodse Charlotte Salomon in Auschwitz vermoord door de nazi’s.   

    Verlies moeder

    In 1981 dus.
    Natuurlijk wist ik zelf dat ik jong mijn moeder was verloren. Natuurlijk wist ik dat dit verlies van grote invloed was geweest op mijn verdere leven.
    Maar heel erg bewust van de impact van dit vroege verlies: dat was ik niet.
    Mijn hoofd wist het heel goed.
    Mijn gevoel deed niet mee.
    Ik had me gered.

    ‘Weet je eigenlijk dat Charlotte Salomon ook jong haar moeder is verloren?’ vroeg onlangs iemand me.
    Ik wist het niet. Sterker nog: ik had geen flauwe notie.
    Wel wist ik dat ze in de oorlog door de nazi’s was vermoord. Maar dat ze ook jong haar moeder was verloren. Nee, dat had ik nooit gezien en gelezen.

    Ik neem het boek van Charlotte Leven? of theater? – dat natuurlijk nog altijd in mijn boekenkast staat – ter hand.
    Tot mijn verbijstering zie en lees ik hoe Charlotte Salomon het verlies van haar moeder in woord en beeld zichtbaar heeft gemaakt. Nu zie en lees ik het pas. De moeder van Charlotte overleed toen ze acht was. Na diverse eerdere pogingen, als gevolg van zelfdoding.
    Nee.
    Ik heb het gewoon nooit tot me door laten dringen.

    Leven? of theater?

    Op bladzijde 27 schrijft Charlotte: 
    ‘Ze (Franziska – moeder van Charlotte) is er heel anders uit gaan zien. Ze heeft het alleen nog over de dood. Albert (vader van Charlotte) zegt dat hij haar nodig heeft en dat ook Charlotte niet zonder moeder kan. Ze was immers nog maar zo klein, net acht jaar – maar niets hielp. Franziska had niet de minste zin om verder te leven……’

    Op bladzijde 34
    Vader van Charlotte: ‘Ach, nu heb ik haar verloren, al mijn vreugde is nu weg’……….

    Op bladzijde 38
    ‘Mammie van me, schrijf me terug’………….

    Op bladzijde 39
    Charlotte: ‘Waarom komt ze niet, mijn mammie, ze heeft het beloofd’………..

    Illustraties

    Elke bladzijde in dit boek is, behalve van tekst, ook voorzien van de beelden waarmee Charlotte Salomon haar korte leven illustreerde.

     

     

     

    Lees meer over Charlotte Salomon

    Charlotte Salomon

    Charlotte Salomon 

     

     

     

     

  • |

    De levenslange invloed van de ontbrekende ouder

    De levenslange invloed van de ontbrekende ouder

    Clichés: ze zijn met veel. Ook in de wereld van de rouw. Mogelijk juist vooral in de wereld van de rouw.
    Clichés kunnen een zekere waarheid bevatten. Maar meestal verbergen ze een wereld van gevoelens. Gevoelens van ontbrekende liefde. Van verdriet. Van angst. Van boosheid. Van wanhoop. Van leegte. Van verloren strijd. Van eenzaamheid.
    Een wereld die we niet mogen zien. Want we moeten flink zijn en sterk. We moeten bewijzen dat we over veerkracht beschikken. We moeten door. Verder.
    Hoe zit dat met de ontbrekende ouder?

    Diploma

    ‘Je miste je ouder bij je diploma-uitreiking’ is zo’n cliché dat wat mij betreft altijd een leeg cliché is geweest. Een herkenbaar cliché, dat gewoonlijk wel binnenkomt. Ook bij niet Verlaat Verdriet-ers. Want ja: ook niet Verlaat Verdriet-ers kunnen zich voorstellen dat je je ouder miste bij je diploma-uitreiking (en bij je huwelijk, en bij het krijgen van een kind).
    Feitelijk klopt het cliché. Je overleden ouder ontbrak bij de uitreiking van je einddiploma. Maar de wereld van gevoelens achter deze cliché: daar gaat het eigenlijk om.

    De ontbrekende ouder

    Waar het in de ervaren werkelijkheid na jong ouderverlies namelijk om draait is om de ouder die ontbrak op momenten dat je nieuwe stappen moest gaan zetten in je nog jonge leven.
    Je eerste dag naar (een nieuwe) school.
    Je plekje veroveren op je nieuwe school.
    Nieuwe vriendjes en vriendinnetjes maken.
    Een nieuwe juf of een nieuwe meester, een nieuwe leraar of een nieuwe lerares van wie je nog maar af moest wachten wat die voor je zou gaan betekenen.
    Je nieuwe en onbekende lesstof eigen maken.
    Een vervolgschool waar niemand wist van het overlijden van je moeder/je vader.

    Waar het in de ervaren werkelijkheid van Verlaat Verdriet-ers over gaat is over de ouder die er had moeten zijn om je te helpen moeilijkheden te overwinnen. Teleurstellingen te overwinnen. Je eigen weg te leren gaan.
    Die jou raad had moeten geven bij ruzies met vriendjes en vriendinnetjes.
    Met wie je nieuwe kleren kon gaan kopen. (Of misschien juist niet.)
    Die erbij had moeten zijn toen jij je verkeersdiploma haalde. Je zwemdiploma.
    Die erbij had moeten zijn toen jij een sportprestatie leverde. Ook al was je helemaal niet goed in sport.
    De ouder die had moeten zien hoe ongelukkig jij je voelde. Hoe onzeker.

    De altijd aanwezige afwezigheid

    Natuurlijk zou het geweldig zijn geweest als je ouder aanwezig had kunnen zijn op de dag dat je je einddiploma uitgereikt kreeg (Of afstudeerde. Of trouwde. Of je pas ontdekte zwangerschap wilde delen. Of je ouder grootouder maakte op de dag dat jij je eerste kind kreeg).
    De kers op de taart zou dat zijn geweest. (De taart trouwens die je zelf, zonder advies en hulp van je ouder en ondanks het gemis, zo goed en zo kwaad als dat ging in elkaar had geknutseld.)

    De verborgen inhoud van het cliché van de ontbrekende ouder bij je diploma-uitreiking gaat over de wereld van de leegte na het vroege verlies van je ouder. Dat is waar jong ouderverlies en Verlaat Verdriet in de werkelijkheid over gaan: de altijd aanwezige afwezigheid van de ouder die te vroeg overleed. De ontbrekende ouder.
    De ouder die jou tot hulp en steun had moeten zijn bij het ontwikkelen van je zelfvertrouwen. Van je zelfrespect.
    De trotse moeder/de trotse vader die haar/zijn bijdrage had moeten leveren aan de ontwikkeling van je gevoel van eigenwaarde.

    Dat is voor een kind op weg naar volwassenheid de inhoud van de altijd aanwezige afwezigheid van een overleden moeder/een overleden vader.
    Dat is de betekenis van de levenslange invloed van de ontbrekende ouder.