• | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.

  • |

    Leef- & overleef-gebieden

    Regelmatig kom ik in mijn Verlaat Verdriet-werk een onmiskenbare hang tegen naar zelfdoding. Soms gebeurt het werkelijk dat een Verlaat Verdriet-er een einde maakt aan haar of zijn leven. Soms komt zelfdoding heel dichtbij in de vorm van een of meer poging(en) tot zelfdoding. Bij andere Verlaat Verdriet-ers doen zich regelmatig gedachten voor aan een zelfgekozen levenseinde.

    Ook bij mijzelf hebt ik die gedachten jaren en jaren gekend. De gedachten waren er, een daad nooit. Meestal zelfondermijnende oordelen tot gevolg hebbend: ‘Zie je wel, zelfs daar ben je te laf voor.’ ‘Zie je wel, zelfs dat lukt je niet.’  Lang heb ik geworsteld in dit ongemakkelijke leef-&overleef-gebied. Tot ik me op een dag realiseerde: ‘Ik wil niet dood. Ik wil zelfs helemaal niet dood. Ik weet alleen niet hoe ik moet leven.’

    Een verlaat rouwproces, zo heb ik zelf ervaren, is een proces waarin zich, als het goed is, een aantal verandermomenten voordoen. Verandermomenten. Kantelmomenten. Momenten waarop je een realisatie hebt die je de mogelijkheid biedt een ander perspectief te kiezen.
    Ik geeft toe: het leven wordt door zo’n kantelmoment meestal niet onmiddellijk verschrikkelijk veel gemakkelijker.

    Het leven wordt door zo’n kantelmoment echter meestal wel volkomen anders.  Kantelmomenten – verandermomenten – zijn dus hele waardevolle momenten in een verlaat rouwproces, ook al heb je ze over het algemeen zwaar moeten bevechten en was de weg daarnaartoe verre van comfortabel. Het zijn wel de momenten waarop je daadwerkelijk een stap hebt gezet van overleven naar leven.

  • Man/Vrouw/Rouw

    ‘Rouwen mannen anders dan vrouwen?’ is een vraag die me regelmatig wordt gesteld. Of eigenlijk is het meestal geen vraag, maar een min of meer voorzichtige constatering van iets dat eigenlijk als een feit wordt gezien. En ja: ook in mijn werk zie ik mannen anders omgaan met hun rouwproces (vastberaden & doelgericht) dan vrouwen (vastberaden en verbindinggericht).

    Maar: als mijn werk mij iets heeft geleerd, dan is het wel dat alle mensen in wezen hetzelfde zijn. Ongeacht afkomst. Ongeacht opleidingsniveau. Ongeacht ‘karakter’. Ongeacht werk. Ongeacht andere omstandigheden. Wij – westerse mensen – vinden onszelf zo belangrijk en zo bijzonder. (Hoe zou dat ook anders kunnen in een cultuur en een samenleving die zo vèrgaand zijn geïndividualiseerd als de onze, waarin je jezelf als individu staande moet zien te houden door je te onderscheiden van je medemensen). We verbeelden ons zo verschrikkelijk veel en we vinden onszelf zo verschrikkelijk belangrijk. En toch: heb ik geconstateerd – in de basis zijn alle mensen het zelfde en reageren alle mensen hetzelfde op abrupt verlies van veiligheid en emotionele geborgenheid. Alle verhalen over jong ouderverlies gaan in de kern over afgescheidenheid en een basale eenzaamheid.  Hoe verschillend alle mensen – en hun biografieën – die ik in de loop van vele jaren heb meegemaakt – en gehoord – ook mogen zijn.

    Verhalenpiramide

    Vandaag bracht mij dat op het idee van de ‘verhalen piramide‘ die er als volgt uitziet:

    1. Je bent een mens;
    2. Je bent een volwassen mens;
    3. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
    4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    5. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    6. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
    7. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad.

    Goed beschouwd moet deze piramide eigenlijk op z’n punt staan: de basis is je menszijn:

    1. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad;
    2. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
    3. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    5. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
    6. Je bent een volwassen mens;
    7. Je bent een mens.

    In deze omgekeerde piramide is 1- 7 je levensverhaal als Verlaat Verdriet-er, je Verlaat Verdriet-biografie.

    1 is je complete verhaal als volwassen man/vrouw, waarin de gevolgen van jong ouderverlies meer of minder bewust aanwezig zijn: het verhaal zoals zich dat het meest duidelijk in het NU manifesteert. Het verhaal dat je, met name met ervaringsgenoten, kunt delen;
    2-5 zijn de deelaspecten van je verhaal: ben je man of vrouw, verloor je je vader of je moeder en op welke leeftijd verloor je je vader/je moeder;
    6 en 7 zijn wat je in de allereerste plaats bent: mens en volwassen mens.

  • Preventie (?)

    Preventie is een (hardnekkig) idee, voortkomend uit een lineaire tijdsopvatting en veronderstellingen van maakbaarheid. Je kunt in de lineaire tijdslijn problemen voorkomen door op tijd, of liever nog voor de tijd, te reageren op gebeurtenissen die zouden kunnen gaan plaatsvinden. Pro-actief zijn noem je dat. Hoeft niks mis mee te zijn. In de mechanische, voorspelbare wereld kun je aardig zeker weten welke problemen je kunt voorkomen door op een vroeg moment het proces te beïnvloeden op een manier die zeker toekomstige problemen voorkomt.

    Als het gaat om psychologische processen is het preventie-idee in mijn optiek echter zeer discutabel. Want hoe kun je iets voorkomen – of positief beïnvloeden – waarvan je niet zeker kunt voorspellen of het gaat gebeuren en hoe dat er dan in de toekomst uit zal gaan zien? Preventie-denken kan gemakkelijk illusie-denken worden. Met illusie-denken kun je jezelf – en anderen – lang zoet houden, zonder dat je in de komende 10, 20, 30, 40 jaar (of langer) je preventie-gelijk hoeft (of zelfs maar kunt) aan te tonen. Uiteindelijk kan dan 10, 20, 30, 40 jaar blijken dat preventie contraproductief heeft gewerkt. En dan???

    Ik vermoed (en vrees) dat preventie-denken bijvoorbeeld voor kinderen die een ouder verliezen door de dood in de realiteit contraproductief zal blijken te zijn. Preventie kan niet voorkomen dat later problemen ontstaan. Preventief werken op grond van veronderstellingen (zijn die ooit aangetoond? Bewezen? Wordt de tijdelijkheid en tijdgebondenheid van veronderstellingen omtrent de gevolgen van jong ouderverlies in het nu onderkend?) sluit een weg af om terug te gaan. ‘Niet in het verleden graven’. Gecompliceerd als je uit het verleden informatie moet halen om te begrijpen waarom je nu bent zoals je bent en doet zoals je doet.

    Als preventie niet op de goede manier – dus op de juiste pijnplekken – wordt ingezet en er bovendien geen of onvoldoende besef is van de grenzen aan en de beperkingen van preventieve mogelijkheden, sluit preventie eerder een weg af dan dat er iets goeds – namelijk het beoogde (want wat is het beoogde???) – wordt bereikt. Illusies hebben de plaats ingenomen van de realiteit. Kinderen die een ouder verliezen – en volwassen die als kind een ouder verloren – hebben de realiteit meegemaakt van hoe het ging en niet van hoe het beter had gekund. Met die realiteit hebben ze in hun verlate rouwproces te dealen. Daar past het denken: ‘we hebben er alles aan gedaan om dit te voorkomen. Je hebt je kans gehad’ niet in.

    De realiteit onder ogen zien is een belangrijke stap in een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet. De werkelijkheid van je leven zoals het is geweest onder ogen zien en in je leven van nu integreren. Met preventie heeft dat niets te maken (behalve misschien het ‘wegwerken’ van een aantal – negatieve en/of ongemakkelijke – oordelen die onlosmakelijk aan het preventie-denken vast lijken te zitten).
    Met toekomstgericht denken heeft het wel alles te maken.