Ik mag er zijn / Jong ouderverlies / Levensverhaal / Verlaat rouwproces / Verlaat Verdriet / verlate rouw
Niet meer leren reguleren, maar leren vertrouwen
Gisteren las ik een prachtig verslag van haar proces op de besloten Verlaat Verdriet-Facebookgroep. Zo mooi dat ik de schrijfster heb gevraagd of ik haar bericht ook open zou mogen plaatsen. Dat mag, onder haar nom-de-plume: Nova Vrij. Nova: dank je wel!
Reguleren
Vroeger moest ik mezelf redden door mijn gevoelens weg te stoppen. Nu mag ik ontdekken dat ik mezelf juist red door ze er te laten zijn. Het woord reguleren komt me inmiddels mijn nek uit. Reguleren… is dat niet wat ik mijn hele leven al heb gedaan? Vanaf jonge leeftijd heb ik geleerd mezelf te beheersen. Mijn gevoelens in te slikken. Mezelf klein te maken. Niet op te vallen. Mezelf steeds weer bij elkaar te rapen. Doorgaan. Overleven. Alles wat er binnen de muren van ons huis gebeurde, moest binnen de muren blijven. Er was geen ruimte voor mijn verdriet, mijn angst, mijn gemis of mijn boosheid. Ik leerde mezelf te reguleren omdat het noodzakelijk was om te overleven. Steeds weer. Mezelf herpakken. Emoties wegstoppen. Doorgaan.
Overlevinsgstrategiën
En nu, richting traumatherapie, hoor ik opnieuw woorden als window of tolerance en leren reguleren. Maar ik sla dit pad niet in om nog beter te leren reguleren. Dat kan ik al. Niet omdat iemand het mij heeft geleerd, maar omdat ik geen andere keuze had. Ik ben er een expert in geworden. En juist in dat stuk zit mijn trauma. Het voortdurende aanpassen. Het mezelf steeds weer bij elkaar rapen voordat iemand ziet wat er werkelijk gebeurt. Dat is geen heling. Dat is de overlevingsstrategie die mij altijd op de been heeft gehouden. Waarvan ik denk dat ik die nog altijd nodig heb. Voor mij zit de weg uit trauma niet in nog meer controle. Maar in het durven erkennen wat er werkelijk is. In het mezelf toestaan om te voelen. Om het er te laten zijn, zonder het direct te hoeven veranderen, oplossen of wegstoppen of er van weg te gaan. Gevoelens niet langer meteen wegwerken of beheersen, maar ze leren ontmoeten. Ze laten bestaan. Ze doorvoelen. Niet langer van mezelf weglopen, maar bij mezelf blijven. Want juist daar begint voor mij heling. Van daaruit kan er ook verbinding met een ander ontstaan.
Boomstronk
Toen ik door het bos liep zag ik een oude afgezaagde boomstronk. Het leven van die boom leek ooit te zijn gestopt. Dwars door de oude stronk heen groeide nieuw leven. Niet ernaast. Niet nadat de stronk verdwenen was. Juist vanuit dat wat ooit beschadigd was. Dat beeld voor mij de weg hieruit uit. Niet doen alsof de stronk er nooit is geweest. Niet proberen hem weg te halen. Maar ontdekken dat er, juist vanuit diezelfde plek, weer leven kan ontstaan. Ik hoef de hele weg niet te zien. Ik ken de weg niet. Alleen de volgende paar meter. En dat is genoeg. Genoeg om erop te durven vertrouwen dat ik dit mag voelen. Dat ik niet steeds hoef weg te bewegen van wat er is. Dat ik er niet in verdrink. En als het soms voelt alsof ik verdrink, weet ik inmiddels dat ik weer boven kan komen. Dat ik mezelf terug kan vinden. Vroeger moest ik mezelf redden door mijn gevoelens weg te stoppen. Nu mag ik ontdekken dat ik mezelf juist red door ze er te laten zijn.
Net zoals dat jonge groen zich niet afvraagt of de oude stronk eerst moet verdwijnen. Het groeit eenvoudigweg verder, dwars door alles heen. Heling betekent voor mij niet dat de stronk verdwijnt. Heling betekent dat ik erop mag vertrouwen dat er, dwars door alles heen, weer leven kan groeien.

