• | |

    Herinneringsboek

    Bericht van Inge

    Wil je ook je verhaal delen?

    Nadat ik de vriendinnen van mijn moeder weer had gezien en gesproken, kreeg ik van hun diverse foto’s. Foto’s van mijn moeder toen ze jonger was en foto’s van de tijd dat ik al geboren was. Tevens was ik bij mijn vader thuis door de bak met dia’s heen gegaan, ik zocht naar dia’s met mijn moeder en naar dia’s van mijn moeder samen met mij.

    Van deze dia’s heb ik bij de fotograaf een afdruk laten maken. Elke keer als ik met een stapeltje dia’s naar de fotograaf ging, was ik blij als ik ze een week later weer kon ophalen, alsof ik steeds een heel kostbaar bezit weg bracht en blij was dat ik het weer terug had. Uiteindelijk had ik heel wat foto’s. En ik moet eerlijk zeggen dat ik dat helemaal niet had verwacht. Ik stopte ze in een mapje en dat was het dan. Tenminste: dat dacht ik. Maar ik was nog helemaal niet klaar met de foto’s. Elke keer als ik dat mapje zag dacht ik: wat kan ik daar toch eens mee doen? Alsof ik er voor mijn gevoel nog iets mee moest, maar de vorm er nog niet precies aan kon geven. En achteraf bleek dat ik er zeker nog wel wat mee moest.

    Ik kocht een fotoboek. Ging met alle foto’s, fotoboek, schaar en lijm aan een tafel zitten en……. Nee hoor, ik kon er niet aan beginnen. Ik wist ook niet zo goed hoe ik dan moest beginnen en waar ik moest beginnen. Waarschijnlijk bij haar geboorte? Maar stel dat ik later nog foto’s van die periode tegen zou komen, dan zou het niet compleet zijn. Meerdere malen heb ik zo aan tafel gezeten, met wel de intentie om er iets mee te doen, maar niet de inspiratie om er ook iets mee te kunnen. Ik liet het een tijdje rusten, totdat ik van onze vakantie van Noorwegen een fotoboek maakte met behulp van een scrapboek. Een scrapboek is een boek waar plastic hoezen inzitten die je in het boek van plek kan laten verwisselen. In de plastic hoezen kun je kartonnen bladen schuiven en er ook weer uit kan halen. Het is een ongeveer hetzelfde idee als insteek hoezen voor in een multomap. Toen het boek van de vakantie in Noorwegen af was, ben ik gelijk aan mijn moeders boek begonnen.

    Nu had ik niet het dilemma waar ik moest beginnen, ik begon gewoon ergens en kon later altijd nog dingen ervoor of er achter toevoegen. Ik begon bij het huwelijk van mijn vader en moeder. Twee jonge mensen die er prachtig stralend uitzagen. Mijn moeder in een mooie witte jurk, mijn vader in een mooi pak met een hoge hoed. Het was bijzonder om te voelen dat ik hun blijheid overnam.

    Zo begon ik met het plakken van de foto’s. Soms met een mooi randje van een ander kleurtje karton er omheen, soms met een liedje, gedichtje of plaatje erbij. Steeds wat ik dacht wat erbij hoorde. Elke keer als ik een gedeelte klaar had, kreeg ik de drang om het aan mijn moeder te laten zien. Dat was raar om te ervaren. Steeds bedacht ik me, o nee dat kan natuurlijk niet, net alsof ik af en toe even wakker geschud moest worden. Alsof ik er steeds bewust van moest worden dat ze er niet meer was. Alsof er altijd nog een soort van kleine hoop was. Maar juist dat was verwerken denk ik achteraf.

    Soms legde ik het een tijdje in de kast. Dan was ik er weer even genoeg mee bezig geweest. Maar toch trok het elke keer weer om het op te pakken. Het boek werd steeds voller en er begon een heel levensverhaal van mijn moeder in het boek te komen. Haar geboorte, haar pubertijd, de relatie met mijn vader, de geboortes van mijn broer en mij, de families daar omheen en foto’s van haar vakanties. Tot de laatste paar bladzijden. Het was een mooi boek geworden, maar ook haar ziekte en overlijden hoorde bij haar leven.

    Ik had een paar foto’s van mijn moeder van toen ze ziek was. Ze zat in de tuin met een pruik op haar hoofd. Mijn vader hing de was voor haar op en op de tafel waar ze aan zat stonden alle spullen die ze nodig had. Niet meer in staat om die zelf te halen, omdat ze niet meer kon lopen. Ja, ook die foto’s hoorde in het boek thuis. En ook de rouwkaart en het bedank-kaartje plakte ik erbij. En op de één na laatste pagina plakte ik een foto van mijn moeder en mij bij mijn diploma uitreiking. Dat was mijn laatste foto met haar. En een foto van mijn moeder en mijn tante en ik tussen hen in. Mijn tante waar ik op het moment dat ik het fotoboek maakte heel veel steun bij vond. Op de allerlaatste pagina plakte ik een brief die ik een paar jaar later aan mijn moeder schreef: Brief aan mijn hart.

    Toen was het boek aardig compleet. Ik pakte het regelmatig even om erin te kijken. In eerste instantie voelde ik niet zoveel bij de foto’s. Ik zag mijn moeder en mijzelf, maar voelde niet echt van binnen dat het ook echt bij mij hoorde. Net alsof ik mijn gevoel niet helemaal goed kon plaatsen tussen de foto’s en mijzelf. Maar naar mate ik verder in proces kwam, kwam er steeds meer ruimte voor de foto’s. Kon ik zien hoe haar leven was en kreeg haar hele leven door de foto’s een gezicht. Mijn gevoel kwam weer terug in de foto’s. Het boek is echt van mijn moeder en mij. Ons onderonsje noem ik het ook wel eens. Zo kon ik nog even rondneuzen in haar leven. En haar leven via de foto’s in beeld brengen. Soms voeg ik nog wel iets toe aan het boek. Iets eruit halen, kan ik bijna niet.

    Het was echt fijn om het boek te maken. Fijn om op die manier met mijn moeder bezig te zijn. Het was mooi dat ik de tijd daarvoor genomen heb. Maar ook fijn dat ik mezelf de gelegenheid gaf om het op zijn tijd ook even weg te leggen. Door het boek is mijn moeder weer een stukje dichterbij mijn komen te staan. Ze is een soort van terug in mijzelf.

    Inge (38), 16 jaar toen ze haar moeder verloor

  • Wat een verdriet!

    Samen met M. en M. reis ik naar de crematie van F. We komen heel vroeg bij het crematorium aan en maken daardoor veel mee van de aanloop naar de plechtigheid. Wat een ontsteltenis! Wat een verdriet! Zoveel mensen, zowel uit Nederland als uit Duitsland. En dat voor iemand die zich zo totaal eenzaam en verlaten heeft gevoeld dat hij de leegte niet langer kon verdragen. Steeds weer gaan mijn gedachten naar F. Hoe onbereikbaar hij was geworden in het afgelopen jaar. Hoe ver hij van zichzelf was afgedreven. Hoe moeilijk het voor hem was om naar de oer-ruptuur van het vroege verlies van zijn moeder te gaan en te accepteren dat hij toen, als jongetje van zes, een cruciale verbinding met het leven is kwijtgeraakt. Een verlies dat, tenminste in de optiek van Marijke en mij – maar voor F. te moeilijk om te accepteren –  een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de depressie die het gevolg was van de recente veranderingen in zijn leven: pensionering en verhuizen naar een ander land.

    Diep in depressie geraakt. Niet meer in staat hulp te zoeken (of eigenlijk: niet meer in staat hulp te accepteren). Zo ver van zichzelf afdreven dat er voor hem geen andere mogelijkheid openstond dan een einde aan zijn leven maken.

    Hoe sterk voel ik, ook op deze dag, het belang van Verlaat Verdriet-werk. Het belang Verlaat Verdriet gewoner te maken, in plaats van Verlaat Verdriet te zien als een optelsom van mislukkingen. Nog veel te veel mensen beschouwen Verlaat Verdriet als een persoonlijk falen. Termen als Onverwerkt Jong Ouderverlies, Er in blijven hangen, Slachtoffergedrag, Arme Ik zouden eindelijk terecht moeten komen op de plaats waar ze horen: op de mestvaalt van de geschiedenis. In plaats van Verlaat Verdriet hardnekkig te blijven benaderen vanuit het sentimentele perspectief (wat zielig om zo vroeg je moeder/je vader te verliezen) is het tijd Verlaat Verdriet-ers te benaderen vanuit het perspectief van de realiteit die zij (hebben) ervaren. Ze te zeggen: worstel je met het vroege verlies van je ouder? Verlaat Verdriet is heel gewoon, verlate rouw is heel natuurlijk. Kom, dan gaan we samen aan het werk!

    Als ik aan het eind van de middag thuiskom in Nunspeet blijkt mijn partner M. al enige uren thuis te zijn van zijn Schotse avontuur. Tot mijn verrassing stelt hij me voor de volgende dag samen op de motor naar Terschelling te gaan. Graag! Wat mijn betreft heel graag!

  • Dochters

    Een van de hele mooie bij-effecten van mijn Verlaat Verdriet-werk zijn de dochters die zich in de loop van de jaren aan hebben gediend. Zoveel keren als moeder geadopteerd zijn, da’s toch een hele eer. Ik heb er in het afgelopen voorjaar, toen ik net uit het ziekenhuis kwam, zo van genoten. M. en J. in mijn huis, die liepen te redderen, en te doen. Mij verzorgen, bezoek ontvangen, de tuin verzorgen, koken, al heb ik het toen wel mee gemaakt in de mist van morfine – zowaar echte dochters in mijn huis! En nu een nachtje met M. logeren bij J., vlak over de Duitse grens, in de buurt van Denekamp. Jammer genoeg is het koud buiten, de BBQ waar we ons op hadden verheugd moet onder dak gebeuren. Het is mij te koud buiten, en ik ga lekker bijtijds naar bed. Zo niet de anderen, die zijn nog een paar uren blijven zitten.

  • Identificatie

    Elk nadeel heeft z’n voordeel. In een tijd zoals die ik nu meemaak gebeurt dat voortdurend. De steun die ik krijg van alle mensen in mijn omgeving, de kaarten, de bloemen, de telefoontjes. Dit alles draagt me op een heel bijzondere manier door deze tijd zoals je dat alleen maar mee kunt maken in een situatie als deze. Ook al wil je dat liever niet mee maken, deze kant van het leven is toch ook een heel bijzondere en waardevolle ervaring!
    En dan ook nog de ervaring in de scan van gisteren. De weerstand die ik gevoeld heb. De grote angst dat mijn hele lijf nu vol kanker zal blijken te zitten. En dan ineens, afgelopen nacht – als bij bliksemflits – een nieuwe, hele grote en belangrijke realisatie. Op het zelfde moment dat ik, in de spreekkamer van de specialist, te horen kreeg dat  er weer kanker in mijn borst gevonden was en dat er sprake zou moeten zijn van een haard ergens in mijn lijf, heb ik mij totaal, maar dan ook helemaal totaal geïdentificeerd met mijn moeder (overleden aan botkanker, gevolg van borstkanker) en de zus van mijn moeder (overleden aan longkanker, gevolg van borstkanker). Wat hen gebeurd is, is nu ook mij overkomen.
    En dan het wonder: op het moment dat ik me dit realiseer lost de angst ineens op. Zo plotseling als mist kan oplossen. Ik ben ik. Dit is mijn lijf. Ik ben niet mijn moeder. Ik ben niet mijn tante. Ik leef niet veertig, vijftig jaar geleden. Ik leef nu en van borstkanker kun je genezen. Ik deel deze ervaring met mede-Verlaat Verdriet-ers. Zij weten meteen wat ik bedoel. Herkennen die identificatie. Voor andere mensen, buitenstaanders zeg maar, is dit niet te begrijpen. Zij denken dat ik in mijn geheugen graaf. Dat ik herinneringen aan mijn moeder en haar ziekte ophaal. Dat ik het verleden met rust moet laten, om even een heel erge aan te halen. Maar zo werkt dat niet. Wat bijzonder, om dank zij mijn mede-Verlaat Verdriet-ers deze ervaring te kunnen laten zijn zoals hij voor mij is: de totale identificatie met een ervaring uit mijn jeugd. Weer een extra les om onze eigen Verlaat Verdriet-ervaringen serieus te nemen!