• | | | | | |

    Wat zal zijn, zal zijn op het pleintje van Codiponte

    Een groot geluk viel ons project op het pleintje van Codiponte ten deel. André, onze co-financier, kwam een jaar geleden ons team versterken. Dankzij hem kon de restauratie van Casa Matilda van start gaan.

    En dan nu de volgende stap: intensivering van de samenwerking met Maartje en Davide in de toekomst. Ons project wordt echt een heel bijzonder project van gastvrijheid op het pleintje van CodiponteCastello. Casa Matilda – Huis voor Levensverhalen – met drie appartementen, een ruime zaal, een aparte ruimte voor lichaamswerk, een SPA. La Rocca, dat plaats biedt voor een restaurantje, een keuken voor kookcursussen van Davide en een appartement. En sinds kort ook het laatste buurhuis van het rijtje dat ruimte biedt voor nog een appartement. Vanzelfsprekende gastvrijheid op een authentiek Toscaans pleintje. Gelegen op de oude muren van wat ooit een trots middeleeuws kasteel is geweest.

    Wat zal zijn, zal zijn

    Che sará, sará ging door m’n hoofd, nadat Maartje André en mij tijdens ons online-overleg vertelde dat Davide en zijzelf graag het beheer willen gaan doen van Casa Matilda. Wat zal zijn, zal zijn. Als eerste de melodie van dit lied – deze canto – uit 1971. En later ook de tekst. De tekst wil ik graag met je delen, zowel in het Italiaans, als in de Nederlandse vertaling die ik voor je heb gemaakt.
    Wat roept deze tekst op bij jou?

    Che sará, sará

    Quand′ero bimba, ingenua ancor
    Chiesi alla mamma:
    “Che mai farò
    Quando più grande diventerò?”
    Lei mi rispose allor:

    “Che sará, sará
    E ciò che succederà
    Nessuno saper potrà
    Che sará, sará
    E nessun lo sa”

    Un giorno alfin mi innamorai
    Ed al mio amore
    Io domandai:
    “Saran felici i nostri cuor?”
    Lui mi rispose allor:
    “Che sará, sará
    E ciò che succederà
    Nessuno saper potrà
    Che sará, sará
    E nessun lo sa”

    Oggi il mio bimbo, che tesor
    Mi chiede sempre:
    “Cosa farò
    Quando più grande diventerò?”
    Rispondo allor, “Non so

    Che sará, sará
    E ciò che succederà
    Nessuno saper potrà
    Che sará, sará”
    E nessun lo sa
    Che sará, sará

    Wat zal zijn, zal zijn

    Toen ik nog een kind was, en nog onwetend,
    Vroeg ik aan mijn moeder
    ‘Wat zal ik ooit doen
    Wanneer ik groter ben geworden?’
    Ze antwoordde me toen:

    ‘Wat zal zijn, zal zijn
    En wat zal gaan gebeuren
    Niemand die het kan weten
    Wat zal zijn, zal zijn
    En niemand die het al kan weten.’

    Op een dag werd ik eindelijk verliefd
    En mijn geliefde vroeg ik
    Zullen onze harten gelukkig zijn?’
    Toen antwoordde hij me:

    ‘Wat zal zijn, zal zijn
    En wat zal gaan gebeuren
    Niemand die het al kan weten
    Wat zal zijn, zal zijn
    En wat zal gaan gebeuren
    Niemand die het al kan weten.
    Wat zal zijn, zal zijn
    En niemand die het al kan weten.’

    Vandaag de dag vraagt mijn kindje, die grote schat, altijd aan mij
    ‘Wat zal ik doen als ik groter ben?’
    Dan antwoord ik altijd: ‘Dat weet ik niet.
    Wat zal zijn, zal zijn.  
    En niemand die het al kan weten
    Wat zal zijn, zal zijn
    En niemand die het al weet.
    Wat zal zijn, zal zijn.’

    Lees meer

  • | | | |

    Interview met Monique van de Ven in Volkskrant Magazine

    Monique van de Ven (2018)

    Monique van de Ven

    Mijn eerste rol speelde ik toen ik vijf was, om mijn moeder gelukkig te maken.

    Naar aanleiding van de film over haar leven: Een vrouw als Monique in Volkskrant Magazine van 23 augustus 2025 een uitgebreid interview met Monique van de Ven, (1952, vijf jaar toen ze haar vader verloor.

    In de eindshot zit je met een glimlach in de zon, alsof er een last van je is afgevallen

    ……. Dat is ook zo. Het ruimt op. Zeker de dingen die ik nooit had verteld of emoties die onverwacht naar boven kwamen. Er zit een scène in waarin ik vertel over mijn vader, wat ik niet vaak heb gedaan. Hij stierf toen ik 5 was. Hij kwam met lunch thuis, zei: ‘Ik voel me niet lekker’ en ging naar boven. Mijn moeder ging kijken en vroeg: ‘Zal ik de dokter bellen?’ ‘Nee, nee.’ zei hij. Maar haar jongste zusje die verpleegster was en toevallig bij ons logeerde, belde toch de dokter. Die kwam en zei: ‘Ik vertrouw het niet, ik kom over een uurtje terug.’ Toen was mijn vader dood.

    Het was een hete zomerdag in juni. Daarom moest hij op dezelfde dag worden begraven. Ineens lag hij in een kist met een glazen deksel in onze speelkamer. Voor mij was het net een sprookje, ik kon in de kist kijken en daar lag mijn vader. Hij was de zoon van de burgemeester en bekend in het dorp, er kwamen waanzinnig veel mensen. Mijn moeder zei dat ik niet met haar en mijn broer en zus vooraan in de begrafenisstoet mocht lopen. Ze was bang dat ik misschien gek ging doen, ik was tenslotte 5, mijn broer en zus waren 8 en 9. Ik moest ergens achteraan lopen, met het kindermeisje Thea. Dat heb ik mijn moeder later zo kwalijk genomen……..

    Wat heb je daardoor gemist?

    ……… Het gevoel dat ik erbij hoorde. Toen ik dit verhaal vertelde, kwamen mijn emoties steeds naar boven. O ja, die woede zit er nog steeds, dacht ik. Gek hè?…….

    Toch noemde ze jou en je zus na het overlijden van jullie vader troostmeisjes

    ……… Ja. Mijn broertje werd naar kostschool gestuurd en mijn zusje en ik kregen de taak om haar troostmeisjes te zijn. Mijn eerste rol speelde ik toen ik 5 was, om mijn moeder gelukkig te maken. Daarna besloot ik om actrice te worden. Dat extraverte heb ik mezelf aangeleerd. Mijn moeder was slecht in het uiten van haar emoties, dus ik ging letterlijk op haar schoot zitten, haar huggen en haar warmte zijn, zodat ze wel iets moest voelen. Dat verzorgende zit heel erg in me, dat is het kussentje achter je rug…….

    Lezen

     

  • | | | |

    Interview met Monique van de Ven in Volkskrant Magazine

    Monique van de Ven (2018)

    Monique van de Ven

    Mijn eerste rol speelde ik toen ik vijf was, om mijn moeder gelukkig te maken.

    Naar aanleiding van de film over haar leven: Een vrouw als Monique in Volkskrant Magazine van 23 augustus 2025 een uitgebreid interview met Monique van de Ven, (1952, vijf jaar toen ze haar vader verloor.

    In de eindshot zit je met een glimlach in de zon, alsof er een last van je is afgevallen

    ……. Dat is ook zo. Het ruimt op. Zeker de dingen die ik nooit had verteld of emoties die onverwacht naar boven kwamen. Er zit een scène in waarin ik vertel over mijn vader, wat ik niet vaak heb gedaan. Hij stierf toen ik 5 was. Hij kwam met lunch thuis, zei: ‘Ik voel me niet lekker’ en ging naar boven. Mijn moeder ging kijken en vroeg: ‘Zal ik de dokter bellen?’ ‘Nee, nee.’ zei hij. Maar haar jongste zusje die verpleegster was en toevallig bij ons logeerde, belde toch de dokter. Die kwam en zei: ‘Ik vertrouw het niet, ik kom over een uurtje terug.’ Toen was mijn vader dood.

    Het was een hete zomerdag in juni. Daarom moest hij op dezelfde dag worden begraven. Ineens lag hij in een kist met een glazen deksel in onze speelkamer. Voor mij was het net een sprookje, ik kon in de kist kijken en daar lag mijn vader. Hij was de zoon van de burgemeester en bekend in het dorp, er kwamen waanzinnig veel mensen. Mijn moeder zei dat ik niet met haar en mijn broer en zus vooraan in de begrafenisstoet mocht lopen. Ze was bang dat ik misschien gek ging doen, ik was tenslotte 5, mijn broer en zus waren 8 en 9. Ik moest ergens achteraan lopen, met het kindermeisje Thea. Dat heb ik mijn moeder later zo kwalijk genomen……..

    Wat heb je daardoor gemist?

    ……… Het gevoel dat ik erbij hoorde. Toen ik dit verhaal vertelde, kwamen mijn emoties steeds naar boven. O ja, die woede zit er nog steeds, dacht ik. Gek hè?…….

    Toch noemde ze jou en je zus na het overlijden van jullie vader troostmeisjes

    ……… Ja. Mijn broertje werd naar kostschool gestuurd en mijn zusje en ik kregen de taak om haar troostmeisjes te zijn. Mijn eerste rol speelde ik toen ik 5 was, om mijn moeder gelukkig te maken. Daarna besloot ik om actrice te worden. Dat extraverte heb ik mezelf aangeleerd. Mijn moeder was slecht in het uiten van haar emoties, dus ik ging letterlijk op haar schoot zitten, haar huggen en haar warmte zijn, zodat ze wel iets moest voelen. Dat verzorgende zit heel erg in me, dat is het kussentje achter je rug…….

    Lezen

     

  • | | | |

    Grote verwachtingen van Achmed Marcouch: Volkskrant Magazine

    Achmed Marcouch

    Achmed Marcouch (1969, Beni-Boughafer).
    Twee jaar toen hij zijn moeder verloor, tien jaar toen zijn gezin van herkomst in Nederland herenigd werd.

    Grote verwachtingen

    In Volkskrant Magazine van deze zomer (2025) de rubriek Grote verwachtingen. Dit weekend, 9/10 augustus) de grote verwachtingen van Achmed Marcouch, burgemeester van Arnhem.

    …… ‘Ik was twee toen mijn moeder overleed. Ik weet niet hoe ze eruit zag, ik heb geen foto van haar. Als ik naar naar deze pasfoto kijk (de foto van zijn oma), dan denk ik: als ze op mijn oma leek, moet ze er ongeveer zo uit hebben gezien’…..

    ….. ‘Twintig jaar geleden heb ik haar een grafsteen gegeven. Ik moest altijd zoeken om te weten waar ze lag. Ik wilde dat mijn kinderen zouden weten waar hun oma ligt als ik er niet meer ben. Toen ik de grafsteen liet maken, moest ik haar geboorte- en sterfjaar achterhalen. Voor het eerst zag ik dat ze op 36-jarige leeftijd is overleden. Mijn moeder was een sterke vrouw. Het leven moet zwaar zijn geweest voor haar’……

    Dromen en verwachtingen

    …..’Heb ik mijn dromen en verwachtingen waargemaakt? In alle eerlijkheid: ik heb nog geen tijd gehad om goed te reflecteren op wat ik nou precies heb gewild. Ik wilde het goed doen, een goed leven leiden. De droom was nuttig zijn, op het calvinistische af. Dat kreeg ik mee van mijn vader: niets doen is tijd verdoen. De prijs daarvoor is hoog geweest. Vrije tijd kende ik niet. Vakanties waren gevuld met bijbaantjes – ik was kamermeisje, postbode, schoonmaker. Voor mijn werk als burgemeester van Arnhem is dat de beste vorming in maatschappijkennis geweest. De kern van mijn verhaal is dat ik dankbaar ben voor de mogelijkheden die ik in Nederland heb gehad. Maar je moet het wel zelf doen: met bloed, zweet en tranen.