• Schuld en verantwoordelijkheid

    Laten

    SCHULD

    Verlaat Verdriet-ers komen nogal eens in schuldgevoelens terecht. Je schuldig voelen is een gegeven dat in veel gevallen verlammend kan werken. Je komt in een toestand terecht die statisch is, zonder nog een uitweg te kunnen zien. Je voelt je schuldig. Je voelt je tekortschieten. Je hebt het gevoel iets niet goed te hebben gedaan. Of je weet niet goed waar je schuldgevoel eigenlijk uit bestaat en je hebt geen idee hoe je het op moet lossen. Je komt dan gemakkelijk in laten terecht. Je wacht af tot de gevoelens van ongemak zich vanzelf oplossen. Of je reageert feller dan je bedoeling was en kruipt vervolgens in je schulp en wacht af tot het over is. Misschien geef je andere mensen de schuld van de ontstane situatie, of de hele wereld van alles wat je dwars zit. Het is iets ouds, waardoor ik zo reageer’ beseffen veel Verlaat Verdriet-ers. Maar hoe? Wat ging er mis? Waarom? Hoe verander je dat?

    Doen

    VERANTWOORDELIJKHEID

    Verantwoordelijkheid is een dynamisch gegeven dat uitnodigt om in beweging te komen, om te handelen. Je bent je ervan bewust dat je deel bent van een ontstane situatie, maar ook dat je mee verantwoordelijk bent voor het ontstaan van die situatie. Mede door jouw aandeel is die ontstaan, en mede door jouw aandeel kan die situatie weer veranderen. Verantwoordelijkheid nodigt je uit tot doen.
    Voor Verlaat Verdriet-ers, die gemakkelijk overvallen kunnen worden door gevoelens van machteloosheid – je ouder overleed door een invloed van buitenaf: de dood, je hele leven veranderde, en jij kon niets doen om dit allemaal niet te laten gebeuren – is machteloosheid in verband met schuld en verantwoordelijkheid een aandachtsgebied dat wel wat zelfonderzoek kan gebruiken. Wat is er gebeurd? Waarom voel je je schuldig? Waaraan ben je schuldig? Wat is jouw deel van de schuld? Waaruit bestaat jouw gevoel van schuld?

    Overwinnen

    Als gevoelens van machteloosheid uit je kindertijd onder schuldgevoelens van nu verscholen zitten, kun je gemakkelijk in een vicieuze cirkel terecht komen. Je voelt je schuldig, je weet niet wat je eraan kunt doen, gevoelens van machteloosheid saboteren je om tot handelen te komen, je voelt je schuldig omdat je niet tot handelen in staat bent, je weet niet wat je eraan kunt doen, enzovoort. Je voelt je kind in een volwassen lichaam.
    Onderzoek je schuldgevoelens. Waar komen ze vandaan? In welke situaties waarin je terecht komt steken ze de kop (weer) op? Tijd nemen om deze gevoelens te onderzoeken is een stap die je zet in je verlate rouwproces. Het betekent dat je van laten naar doen gaat, van afwachten naar handelen. Ook al lijkt dat misschien een kleine stap die niet zo de moeite waard is, in werkelijkheid is het een hele grote stap die je helpt gevoelens van machteloosheid te onderzoeken en te overwinnen.

  • | |

    Doorgaan? Doodgaan?

    Een paar lege dagen in mijn agenda – om even niet veel te doen. Althans: er valt wel wat te doen, maar daarvoor heb ik wel het een en ander te overwinnen. Ik moet met mijn boek Terugaan, om verder te kunnen aan het werk. Ik moet weer contact opnemen met Marieke, de vormgeefster. Ik moet contact leggen met een drukker. Ik moet zorgen dat het boek op 17 september a.s. beschikbaar is. Ik kan dat niet meer uitstellen. Het moet echt. Maar wat vind ik het vreselijk om weer in de tekst van Teruggaan, om verder te kunnen te duiken. Dat allemaal nog eens door mijn handen te laten gaan. Tekst die al drie jaar grotendeels klaar is. Sta ik er nog wel achter? Kan dat zo in boekvorm gezet worden? Moeten er nog veranderingen komen? Welke veranderingen? Waarom heb ik het mezelf aan gedaan twaalf boeken te gaan schrijven. Al zijn ze allemaal van enigszins bescheiden omvang: het moet wel allemaal geschreven worden. De grafisch vormgeefster moet weer aan het werk. De boekvormgeefster moet weer aan het werk. Ik moet weer aan het werk. Wat is dat toch, deze innerlijke drive, die altijd weer de kop opsteekt en waarschijnlijk pas tevreden is als ik de hele Amor Fati-reeks, in alle twaalf kleuren en met alle twaalf illustraties op de voorzijde, in mijn handen houd. Die drive die dan waarschijnlijk al weer de volgende plannen klaar heeft liggen. Doorgaan? Doodgaan? Daar heb ik helemaal geen tijd voor! Ik voel weer het besluit dat ik ooit als kind heb genomen: ik word 92. Maar ja! Doorgaan dus. Denken. Bellen. Denken. Praten. Denken. Beslissen. Denken. Afspraken maken. En eigenlijk wil ik het niet. Maar aller-eigenlijkst wil ik het wel.

  • | |

    Ervaringsdeskundige

    Om kwart voor elf moeten we in het ziekenhuis zijn. Ik fiets naar het huis van M., zet mijn fiets achter zijn huis. Op datzelfde moment word ik, van het ene moment op het andere moment, overvallen door blinde paniek. Totaal. Even voel ik me los van alles. Ik ben alleen maar angst. Gelukkig trekt de paniek even snel weg als hij kwam. Ik loop, nog wat wankel, naar binnen en vraag M. me even vast te houden. Stevig vast te houden. Gelukkig kan hij dat goed. Ik kom weer bij. Nu weet ik weer hoe dat voelt: paniekaanvallen die er ineens zijn en totaal bezit van je lijken te nemen. Gelukkig weet ik nu de meest adequate remedie: vastgehouden worden. Ik zeg wat er aan de hand was, maar M. begrijpt me niet goed. Je hebt toch steeds gezegd dat er niets aan de hand is? En nu dan? We laten het erbij, drinken een kopje koffie en gaan naar het ziekenhuis.
    Ik voel me gespannen op de manier waarop je gespannen bent voor de uitslag van een examen, maar de grote angst is weg. Als we binnen worden geroepen is daar de mij onbekende specialist, samen met een omcologieverpleegkundige die ik ken van twee jaar geleden. Later vertelt M. me dat hij, op het moment dat hij die verpleegkundige ziet, weet dat het mis is. Ik niet, ik ben gewend aan hun aanwezigheid en zie er niets ongewoons in. Ervaringsdeskundige!
    De arts – man, aardig en toegerust met een groot empatisch vermogen – vertelt me, zonder omhaal van woorden, dat er weer kanker is gevonden in mijn borst. Hij kijkt me aan, en zegt: wat kan ik u vertellen. U bent hier de ervaringsdeskundige. Het doet me goed dat hij dat zegt, ik voel me gezien en erkend. Er klinkt ook verbazing in zijn stem. Voor de derde keer borstkanker, voor de derde keer een andere kanker. Ook voor het artsenteam een ongewone situatie. Er moet iets met u aan de hand zijn zegt hij. Er moet ergens een haard in u zitten. U moet een gen hebben. Maar dat maakt het nog ongewoner: twee jaar geleden heb ik een DNA-onderzoek gehad en ik heb geen gen, ondanks het feit dat niet alleen mijn moeder maar ook de zus van mijn moeder door borstkanker zijn overleden (althans, niet een gen dat nu bekend is). Nog voor ik er naar kan vragen zegt de arts: mocht u het gevoel hebben dat dit er is omdat u de vorige keer chemo- en hormoontherapie hebt afgewezen: zet het uit uw hoofd. Het heeft niets met elkaar te maken. Maar: deze keer ontkomt u niet aan amputatie. Een eerder bestraalde borst kan niet nogmaals bestraald worden. Ik laat het over mee heen komen. Wat vijftig lang jaar het grootste schrikbeeld van mijn leven was – borstamputatie – moet dus nu gaan gebeuren. Ik zeg meteen tegen hem dat ik geen reconstructutie wil. Daar heb ik al genoeg over nagedacht en dat wil ik niet. Dan hoef ik mijn volgende vraag niet aan u te stellen, zegt hij. Wat ik u wel nog mee wil geven is de overweging om preventief ook de andere borst te laten verwijderen.
    Daar zit ik dan. Weer dat hele circus. Weer uitleggen. Weer mezelf verdedigen. Weer al die clichees: vechten tegen de kanker. De kanker overwinnen. Of ook een hele erge: je voelt je verraden door je lijf (Zo voelt dat niet. Zo n hekel heb ik helemaal niet aan m n lijf). Niet opgeven! Alsof je kanker uit je lijf krijgt door de regie in eigen handen te nemen. Alsof je een loser bent als je dood gaat aan kanker. Wat heb ik een hekel aan die vreselijke clichee s. En nu kom ik er weer in terecht.
    De arts beeindigt het gesprek na me gevraagd te hebben of ik er bezwaar tegen heb dat hij mijn borst(en) zal gaan verwijderen. Nee: dat heb ik niet. Dan lopen we mee met de oncologieverpleegkundige voor de afspraken. Net als de vorige keer is alles al in volgorde gezet. Alleen, deze keer veel omvangrijker dan de vorige keren. Ik moet door alle onderzoeken die er maar in dit verband te verzinnen zijn. Ik voel weer bewondering voor de manier waarop er voor me wordt gezorgd. Het enige wat ik hoef te doen is aanvaarden dat ik vanaf nu weer in een totaal ander leven terecht kom. Of ik dat nu leuk vind of niet. Of ik daar nou tijd voor heb of niet. En dat het deze keer misschien wel veel groter is dan de vorige twee keren. En dat ik er deze keer misschien wel aan dood ga.
    En morgen de trainingsdag van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Hoe zal dat gaan?