• | |

    Terugkomdag Verlaat Verdriet-workshop

    Ik ben blij dat ik de drie vrouwen van de Verlaat Verdrietworkshop van 13, 14 en 15 maart weer zie: J., R. en Els. Wat is er veel gebeurd, met ons alle vier. De ommekeer die zich in J. tijdens de workshop voltrok, en die wij – de drie anderen – toen zo intens hebben meebeleefd, heeft zich bestendigd. Er is een zware last van de schouders van J. af gevallen; ze geniet van het leven en van haar nieuwe zelf. Voor R. is het lastiger, haar klus is zeker nog niet geklaard. Maar ook R. laat de veranderingen zien die zich bij haar voordoen. Hoe moeilijk het proces ook voor haar is, en hoe moeilijk het ook voor haar is er op te vertrouwen dat het goed komt: het vertrouwen op een goede afloop, ook voor haar, is in haar gegroeid. Het is fijn om zo samen te zijn op deze Terugkomdag. Fijn om de veranderingen te zien die in de workshop al zichtbaar waren, en fijn elkaar in deze samenstelling nog eens te ontmoeten, voordat ieder weer haars weegs gaat. De aanwezigheid en de hulp van Els doen me goed. Wat heerlijk om dit zo samen te kunnen doen. Wat fantastisch om te kunnen en te durven vertrouwen op deze vriendschappelijke collegialiteit.
    ’s Avonds zeg ik M., mijn partner, dat ik echt de paasdagen op Terschelling door wil gaan brengen. Ik vraag hem of hij met me mee gaat, maar hij wil niet. Ik begrijp het. De afgelopen twee maanden heeft hij zich vooral aan mij en aan de gebeurtenissen rondom mij aangepast. Nu is hij zelf aan de beurt, en hij zelf wil thuis zijn, in Nunspeet, en niet op Terschelling. Maar dan ga ik dus alleen!

  • | |

    Hoe nu verder?

    Ik heb vannacht lang wakker gelegen en veel nagedacht. Een beetje verbaasd ben ik – dat wel – over de grote innerlijke rust die ik steeds in mijn onderstroom voel, ondanks de grote angst die ik ook zeker van tijd tot tijd ervaar. De oogst van zoveel jaren intensief innerlijk werk, dat voel ik zo goed. Wat is het bijzonder voor me om me te verbonden te voelen met de hele grote betekenis die mijn Verlaat Verdriet-werk voor me heeft. De opening die dit werk me geboden heeft om uit het besluit van toen te ontsnappen. Nog geen 10 jaar was ik toen ik besloot dat ik nooit meer iets zou doen (op het moment waarop mijn vader me vroeg Mammie tegen zijn nieuwe vrouw te zeggen.Mijn besluit me aan te passen aan zijn vraag maar ook mijn besluit: als ik dit moet, dan is er in mijn leven nooit meer iets belangrijk. Ik doe nooit meer iets). De gevolgen die dit besluit – om nooit meer iets te doen – voor mijn leven heeft gehad; de intense verbinding die ik voel met de mensen die naar me toe komen in het vertrouwen dat ik ze kan bieden waar ze behoefte aan hebben; de mogelijkheden die mijn werk me biedt om het nog onontgonnen terrein van Verlaat Verdriet verder te ontginnen en de uitkomst van mijn inspanningen te delen met mede-Verlaat Verdriet-ers. De komende week heb ik afspraken met Geerte, en met Joyce. Aan Joyce wil ik gaan vragen me te coachen bij het schrijven van de volgende elf geplande delen van de Amor Fati-reeks. Stel dat ik niet lang meer te leven heb, dan verdwijnt alle kennis en ervaring die ik met zoveel (on)geduld idioom heb gegeven en in structuur heb gezet. De A.F.-reeks is bedoeld de kennis die ik in de afgelopen twintig jaar heb ontwikkeld over te dragen. Maar ook nog zo verschrikkelijk verschrikkelijk verschrikkelijk veel werk om die voorgenomen elf delen te schrijven!
    Met Geerte moet ik spreken over de kwetsbaarheid van ons aanbod, en de uitnodiging die ik aan Tamar heb gedaan om professioneel Verlaat Verdriet-werk te gaan doen. Het antwoord JA van Tamar en de opluchting die het voor mij betekent binnen afzienbare tijd en, indien noodzakelijk, met een gerust hart Tamar als professional te kunnen verwelkomen. Ook voor Geerte betekent het dat de veel te smalle basis van ons werk verbreed kan gaan worden.
    Ik voel de drang om voor mijn werk te gaan. Om dat wat misschien boven mijn hoofd hangt – niet 92 te worden, zoals ik me als kind ooit heb voorgenomen maar misschien over een paar weken als dood te zijn – onder ogen te zien en mijn maatregelen te nemen. Maar ook registreer ik een toenemend gevoel: ik hoef dit toch niet allemaal alleen te doen? Verlaat Verdriet is toch niet alleen maar mijn verantwoordelijkheid? Eigen schuld, dikke bult. Dat wou je toch zo graag. Het allemaal alleen doen?!
    En dan ook nog voel ik steeds meer de noodzaak om me te bepalen tot dat waar ik nu weer in terecht ben gekomen: borstkanker en alles wat er in de komende tijd moet gaan gebeuren. Komende woensdagochtend de MRI en dan in de middag het gesprek met de specialist. De suggestie die hij me twee weken geleden meegaf – ook de andere borst te laten verwijderen – heb ik in de afgelopen weken door me heen laten gaan en gewikt en gewogen. Mijn conclusie staat vast. Ik wil losgesneden worden van deze familievloek. De andere borst moet er ook af.

  • |

    Innerlijke rust

    Op een hele goeie manier ben ik vanacht veel en lang wakker geweest. Waar komt toch die innerlijke rust vandaan? Waar komt toch dat vertrouwen vandaan?
    Ineens voel ik in mijn lijf wat er gaande is, deze keer. Ik realiseer me, dat ik bereid ben dood te gaan! Ik draai deze realisatie om en om. Is dit waar? Is dit grootspraak? Kun je dit voelen als het niet waar is? Of als eigenlijk het tegendeel aan de hand is?
    Ik voel het echt: ik ben bereid om dood te gaan.
    Ik kan die bereidheid voelen, omdat ik  – misschien wel voor het eerst van mijn leven – met alles in me voel dat mijn leven de moeite waard is geweest. Ik voel hoe die realisatie als het ware geïncarneerd is en ik weet nu: ik kan hier op vertrouwen. Dit is de bron van het vertrouwen dat ik steeds voel.
    Ik ben bereid te sterven.
    Maar: ik kies er niet voor.
    Natuurlijk heb ik moeite met de reacties als ik mijn bevindingen van deze nacht aan de telefoon vertel: je mag het niet opgeven. Je moet vechten. Je mag niet dood gaan. Ik geef het helemaal niet op. Alleen: ik ben niet bereid een gevecht aan te gaan voor de buhne.
    Het eerste begin van een nieuwe innerlijke worstelpartij dient zich aan: nabehandeling aangaan of niet. Want ik kan op m’n klompen aanvoelen dat dit advies ook deze keer gegeven zal worden. Helaas voor mij vertoont de reeks van de drie soorten kanker een oplopende lijn in kwaadaardigheid. Begon ik ooit met een suf kankertje, deze is nog agressiever dan die van twee jaar geleden.
    Ik weet nu hoe belangrijk het Verlaat Verdriet-werk voor mij is. Hoe belangrijk het voor me is om mijn bevindingen en mijn (werk)ervaringen door te geven. Mijn hoofd wist dit natuurlijk allang, maar nu weet mijn gevoel het ook. Er vindt in deze nacht een belangrijke heling in mij plaats. Het kind dat ooit besloot nooit meer iets te doen, de volwassen vrouw die een leven lang geworsteld heeft met dat besluit, omdat ze zo verschrikkelijk graag wilde doen maar zichzelf een verbod op had gelegd, diezelfde vrouw – ik dus – voelt nu wat mijn Verlaat Verdriet-werk  werkelijk betekent. Ik heb de dood van mijn moeder betekenis gegeven die mijn leven ver te boven gaan.
    Wat een geluk om dit te ervaren!

  • Rust & onrust

    Weekend. Tijd en rust. Ik ben moe. Heb in de afgelopen dagen verschillende mensen gebeld om te vertellen wat er met me aan de hand is. Beter dan vijftien jaar geleden ben ik voorbereid op de reacties, maar het blijft een lastig deel van het geheel: deze reacties. Maar ik ervaar ook weer de andere kant van de contacten met familie en vrienden – ze zijn er voor me. Ik ben – alweer – verschrikkelijk blij met M., mijn partner. Hij blijft rustig, hoewel ik merk dat hij zich zorgen maakt. Daar draag ik zelf een groot steentje aan bij door te zeggen, en nog eens te zeggen, en nog eens te zeggen dat ik vrees dat het deze keer veel erger is dan de vorige twee keren en dat het nu wel eens heel snel over kan zijn met mij. En toch….. en toch blijf ik van binnen merkwaardig rustig. Er is een soort heel groot vertrouwen in me. Ik slaap er geen seconde minder om. Ik laat geen traan. Wel gaat er heel veel door me heen. Waarom is dit niet eerder gevonden. Hadden ze me maar in een MRI-programma gezet, zoals ik twee jaar geleden heb voorgesteld. Ik voel van alles, duid ineens allerlei ongemakken die ik in de afgelopen twee jaar heb gevoeld: vermoeidheid, kortademigheid, pijn in mijn botten. Ja – pijn in mijn botten. Zie je wel, ik wist het wel. Ik ga ook dood aan botkanker, net als mijn moeder. Of aan longkanker, net als mijn tante. Gelukkig word ik me er, zij het wat langzaam, van bewust hoe verleidelijk magisch denken is en hoe gemakkelijk je er in terecht komt als er zo n grote aanslag wordt geleegd op je zijn en op je incasseringsvermogen. En hoe erg ik de pest heb aan oorzaak-en-gevolg-gefröbel.
    En dan nog die borstkanker van twee jaar geleden. Al die tijd heb ik geroepen dat die kanker mij totaal niet interesseerde. Dat ik braaf het bestralingstraject zou doen, maar dat het dan afgelopen moest zijn. Dat ik totaal niet geïdentificeerd was met die kanker (wat indertijd weer allerlei reacties opriep als: je ontkent het. Heb je wel in de gaten wat er met je aan de hand is? Wat een stoerdoenerij! enzovoort enzovoort. Genoeg om op een dag te besluiten er zo weinig mogelijk over te zeggen, in ieder geval over hoe het voor mij voelde).
    Herkansingen te over dus, bedenk ik me een beetje gniffelend!