• | |

    Huilen en lachen met ervaringsgenoten

    Altijd weer hoor ik het van Verlaat Verdriet-ers. Het verlangen er nu maar eens vanaf te zijn. Het nu maar eens achter zich gelaten te hebben. Om dan, na verloop van tijd, weer te constateren ‘Het zit er nog steeds. Het is nog steeds niet over’. Wat een teleurstelling.

    Achter je laten

    Decennia lang zijn we opgevoed met het idee dat je een verlies moet verwerken. Een plekje moet geven. Los moet laten. Achter je moet laten. Verder te moeten met je leven.
    Dat deze manier van denken niet klopt, daar komen we langzaam maar zeker achter. Hoe funest deze manier van denken is geweest (en is!) voor Verlaat Verdriet: dat wordt nog steeds niet gezien. Laat staan onderkend. Laat staan erkend. Dat kinderen in hun jeugd de dood van hun ouder(s) zouden kunnen verwerken zegt meer over de manier van denken van wetenschappers, dan over de ervaringen van Verlaat Verdriet-ers.

    Helen

    Altijd weer vertel ik Verlaat Verdriet-ers die teleurgesteld zijn omdat het nog steeds niet over is, dat de ruptuur van toen – het trauma – heling nodig heeft. Dat een verlaat rouwproces niet alleen gaat over verdriet om je overleden ouder, maar ook gaat over wie je bent geworden. Gaat over rouw om het leven dat je niet hebt gehad (je leven met je ouder). Over rouw om het leven dat je wel hebt gehad (je leven zonder je ouder).

    Delen

    Helen gaat over genezen. Genezen van de wond. Helen heeft tijd nodig. Liefde. Dat doe je door aandacht te besteden aan het verlies van toen als het weer opspeelt. Woorden te geven aan gevoelens. Woorden te delen. Gevoelens te delen. Met mensen die jou begrijpen. Met mensen die jij begrijpt. Mensen met wie je kunt huilen. Mensen met wie je kunt lachen. Met ervaringsgenoten.

  • | | |

    Resultaatgericht, of juist onderzoeksgericht?

    Wat is er gebeurd?
    Wat heeft dat voor mij betekend?
    Wie ben ik geworden?
    Wat wil ik?
    Wat doe ik?
    Hoe ga ik verder?

    Toekomst

    De moderne mens leeft in de lineaire tijd. En in de cultuur van de lineaire tijd.
    De tijd van verleden, heden en toekomst. De cultuur van de lineaire tijd is sterk toekomstgericht. ‘Wij’ moeten altijd verder. Naar de toekomst. Altijd iets achter ons laten. ‘De stip op de horizon’. En we knikken graag en braaf ‘ja’. Deze manier van denken kennen we. Maar al te goed.

    Vooruitgang

    De afgelopen eeuwen is sprake geweest van een explosieve vooruitgang. Technisch kunnen we meer dan ooit. Dat heeft ons het idee gegeven dat alles maakbaar is. Het heeft ons verregaand resultaatgericht gemaakt. ‘Fixen’ heet dat.

    Rouw kent geen tijd

    Zie: Lineaire en circulaire tijd 

    Rouwverwerken

    De lineaire manier van leven en denken is van grote invloed geweest op de manier waarop we in de afgelopen decennia om zijn gegaan met rouw. Rouwen is een maakbaar proces geworden. Een proces met een (ongewenst) begin. En een (gewenst) einde. Een proces dat je kunt ‘fixen’. Dat je moet fixen.

    Rouwen

    Rouwen betekent je opnieuw verbinden met het leven na een ingrijpend, levens-veranderend verlies.

    Rouw kent geen tijd

    Verlate rouw

    Verlate rouw na jong ouderverlies neemt daarin een heel eigen plek in. Met een hele eigen dynamiek.
    Een verlaat rouwproces is een proces dat sterk onderzoeks-gericht is.
    Wat is er gebeurd?
    Wat heeft dat voor mij betekend?
    Wie ben ik geworden?
    Wat wil ik?
    Wat doe ik?
    Hoe ga ik verder?

    Rouw kent geen tijd

  • | |

    Samen door het mijnenveld: handleiding voor hulpverleners

    ‘Als hulpverlener kun je eenvoudigweg niet alle ins en outs kennen van alle vormen van beschadigingen die volwassenen in hun jeugd opgelopen kunnen hebben.’ Vroeger, in de eerste jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk, wilde ik dat wel. ‘Ze moeten het snappen. Waarom snappen ze het niet.’ Inmiddels snap ik dat het niet realistisch is dat te eisen. Ook niet van hulpverleners.

    Naslagwerk

    ‘Fijn als je een naslagwerk in je kast hebt staan waar je even in kunt opzoeken: hoe zit het ook al weer.’ Ik ben in gesprek met Maria de Greef. De opmerking van Maria valt in goede aarde. Mijn idee om – naast het cursusboek Voor Verlaat Verdriet-ers bij de film Rouw kent geen tijd – ook een boek samen te stellen voor hulpverleners wordt een plan.

    Handleiding

    Mijn plan krijgt vorm. Ik neem contact op met Carin Wormsbecher mijn uitgever.
    Ik schrijf. Streep. Scheur. Schrijf. Prop. Streep. Gooi. Schrijf.

    Mijnenveld

    Ik begin met Het mijnenveld . Als ergens de complexiteit van Verlaat Verdriet duidelijk te maken is, is het met het mijnenveld.
    Meteen loop ik op een mijn. Hoe maak ik dit ingewikkelde mijnenveld overzichtelijk voor hulpverleners. Voor mensen die de gevolgen van het vroege verlies van hun ouder(s) niet zelf aan den lijve hebben ondervonden.  Al werkend ben ik me er weer van bewust hoe ingewikkeld de levens – en dus hun levensverhalen – van veel Verlaat Verdriet-ers zijn geworden na het verlies van hun ouder(s). Als gevolg van het verlies van het verlies van hun ouder(s).

    Handreiking

    JA. Tijd voor een handreiking aan hulpverleners. Een naslagwerk waarin ze op kunnen zoeken welke thema’s mogelijk spelen bij een Verlaat Verdriet-cliënt. Opgetekend vanuit de praktijk.
    JA – tijd dat meer Verlaat Verdriet-ers zich begrepen kunnen voelen door hulpverleners.
    Ik ben aan het werk.
    Met het mijnenveld.

     

  • | |

    Ontreddering: gezien en gehoord worden

    Je denkt dat ‘het verwerkt’ is. Het speelt voor je gevoel allang geen rol meer in je leven. En dan, ineens, speelt het weer op. Er gebeurt ‘iets’ waardoor ontreddering, oud verdriet, oude pijn en eenzaamheid weer – voor even – aangeraakt worden.

    Mij overkwam dat vorige week toen ik naar m’n plek op Terschelling ging. Ik was alleen. In mijn huisje was ik al sinds januari niet meer geweest. Het werd al donker. Het was een beetje koud buiten. Ineens overviel me – totaal onverwacht – een gevoel van ontreddering. Van pijn. Verdriet. Eenzaamheid. Even duurde het voor ik begreep wat er aan de hand was. Maar toen drong het tot me door…

    Verlatenheid

    Op mijn 8e verloor ik mijn moeder. Het leven leek gewoon door te gaan. Met mijn schoolklas ging ik een dag op schoolreis. Hoe? Geen idee meer. Waarheen? Geen idee meer. Of het een leuke dag was? Geen idee meer. Maar ineens voelde ik weer hoe het was. Al die moeders – en een enkele vader – die bij het hek van de school stonden om hun kind op te wachten. Voor mij was er niemand die op mij wachtte. Niemand die me meenam naar huis. Het was die ontreddering, die intense eenzaamheid die ik weer even voelde. Die verlatenheid.

    Alleen naar huis

    De weg naar huis ging ik alleen. Thuisgekomen was er niemand die vroeg hoe mijn dag was geweest. Niet omdat er niemand was. Er was wel iemand. Namelijk ‘mijn stiefmoeder’. Maar die was niet geïnteresseerd in mijn verhaal. En riep alleen maar dat ik wel vuil geworden zou zijn. En trouwens: mocht ze wel geïnteresseerd zijn geweest, dan was ik heus niet van plan geweest haar te vertellen of het leuk  was geweest. Of juist niet leuk.

    Pijn, verdriet en eenzaamheid

    Op Terschelling voelde ik even weer die pijn. Die intense eenzaamheid, die verlatenheid van toen. Dat verdriet. Niet gezien. Niet gehoord. Ontreddering. Het was goed dat die gevoelens weer even werden aangeraakt. Want ik realiseerde me ook hoe vaak ik toch nog primair reageer vanuit die oude gevoelens. Ze zijn er dus nog. Ze zijn deel van mij. En dat mag. Nu wel.

    Je gezien en je gehoord voelen

    Even weet ik weer, letterlijk aan den lijve, hoe belangrijk het is je gezien te voelen. Gehoord. Ik weet weer even helemaal waarom ik in mijn Verlaat Verdriet-werk Verlaat Verdriet-ers juist dat wil geven. Gezien worden in de ontreddering van toen. Gehoord worden.