• | | |

    Dankbaar zijn voor dankbaarheid

    ‘Dankbaar mot je wezen. Dankbaar mot je zijn.’ Ik hoor het mijn vader nog zingen. Met nog een variant – vermoedelijk afhankelijk van zijn humeur ‘Dankbaar mot je wezen. Dankbaar mot je zijn. Dankbaar mot je wezen. Nederig en klein.’
    Anders dan je nu misschien denkt was dit refrein voor mijn vader geen aanbeveling. Integendeel. Christelijk van origine – protestant gedoopt en opgevoed – besloot mijn vader al vroeg in zijn leven het geloof in een hogere macht te verlaten. Wat hij ook letterlijk deed door zich uit te schrijven als lidmaat van de kerk. Humanist in hart en nieren. Dat was hij. ‘De Waarheid dienen door de Rede. De Mensheid door de Liefde’.

    Genade en recht

    Dankbaarheid: daar deden we niet meer aan. Dankbaarheid zegt iets over ‘genade’. Genade zegt iets over ondergeschikt zijn aan een hogere macht. Het paste ook in de tijd waarin ik opgroeide dat het gezegde ‘Genade vóór recht’ langzaam maar zeker veranderde naar ‘Recht vóór genade’. Voor genade moest je op je knieën. Recht eiste je op.

    Dankbaar, nederig en klein

    Het refrein ‘Dankbaar mot je wezen. Nederig en klein.’ zat stevig in mij geïncarneerd. Heel stevig. Maar dan wel de spot. De afwijzing. Vooral die zat in mij verankerd.
    In de loop van mijn eigen verlate rouwproces heb ik veel tijd besteed – moeten besteden – aan onderzoek naar betekenissen van dankbaar. Van dankbaarheid. Nederigheid. Nederig. Klein. Wat mij betreft niet vanuit bijbelse inspiratie, maar vanuit humanistisch inspiratie.

    Onderzoek dat me veel heeft gebracht. Heel veel. Stapje voor stapje heb ik leren voelen dat ‘nederig’ en ‘nederigheid’ niet per se hoeft te betekenen ‘stelt niets voor’. ‘Is niet belangrijk.’ ‘Telt niet mee.’ In het gevecht dat ik jarenlang leverde met mijn ego (dat zich eindelijk, eindelijk wel eens gezien en gehoord wilde voelen) heb ik geleerd dat ‘overleven’ vaak betekent dat je je groter maakt dan je bent. Je sterker voordoet dan je bent. Wie kwam ik dus tegen in mijn verlate rouwproces? Precies: die grote. Die sterke IK. De IK die riep: NIET DOEN! TE GEVAARLIJK. LAAT HET.’ Pas toen ik mijn eigen kleinheid onder ogen durfde te zien stopte het gevecht.
    Dankbaarheid. Dankbaar zijn. Er opende zich een nieuwe wereld voor me. En een nieuw leven.

    Dankbaarheid

    Ik leerde gaandeweg ook iets over ‘het gelukstofje’: endorfine. Over de waarde van positieve waardering. Over het effect van mededogen. Oeroude kennis van de mensheid. Al lang voordat de mens kennis had van hormonen. Van endorfine.
    Tijd om gebruik te maken van deze oeroude kennis.
    Dankbaar zijn voor dankbaarheid.

  • | |

    Mijn vader eren

    In het dagboekje dat ik noemde in mijn eerdere blog van vandaag Lief klein meisje kwam ik een tekst tegen die ik in 1998 (kennelijk) over had genomen uit één van de vele teksten die mijn vader mij heeft nagelaten.

    Veel is er, na de dood van mijn moeder in 1957, mis gegaan. In ons gezin. In het latere gezin, nadat mijn vader was hertrouwd. Tussen hem en mij. Boos ben ik geweest over de gang van zaken. Verraden heb ik mij gevoeld. In de steek gelaten. Mijn vader was allang dood toen er bij mij ruimte was ontstaan om met hem te delen over het verlies van mijn moeder. Van zijn vrouw. Van de moeder van mijn jongere broertje.
    Ik heb andere wegen moeten zoeken – en gevonden – om de gevolgen van het verlies van mijn moeder te verwerken en te helen.

    Een deel van deze tekst wil ik graag met je delen. Voor de duidelijkheid: mijn ouders, die in 1937 trouwden, hebben in verband met de oorlogsdreiging het krijgen van kinderen uitgesteld tot na de oorlog. Ik ben het eerste kind van de twee kinderen die ze hebben gekregen. Ik ben geboren in 1949, mijn moeder was toen 41 en mijn vader was 40 jaar. Mijn moeder was 49 jaar toen ze overleed, mijn vader is 75 geworden.

    ……..Toen we wisten, dat er toch een kind geboren zou worden, beseften we, dat we dus iets zouden ontvangen boven dat wat we reeds hadden. En zo voelden we heel sterk, dat we jullie dank verschuldigd waren. We gingen immers een grote schuld op ons nemen. Niet alleen zouden we jullie het leven schenken, maar in dit leven ook de dood, die daar onvermijdelijk op zal volgen. En niet alleen het feit van de dood, zoals dat feit ook is in het leven van een dier, maar het besef dat je leven een einde zal nemen, met alle leed en soms angst, die dat besef meebrengt. Ondanks de gedachte dat het zo toch goed is. Jullie hebt niet om je leven gevraagd. We hebben het je ongevraagd gegeven. Betekent dit leven in hoofdzaak geluk, of zal het veel ongeluk brengen? We weten het niet. We namen een hele reeks van risico’s die in hoofdzaak niet wij, maar jullie zelf te dragen hebben. Wij zullen dus niet eens bij benadering de grootte van de schuld kennen, die we tegenover jullie zullen hebben. We zullen die grootte zelfs niet kunnen bevroeden.

    We dienen jullie dus dankbaar te zijn voor het feit dat jullie geboren zijn en ons geluk en onze levensvervulling zijn komen vergroten. Ik hoop, dat we onszelf daarvan steeds bewust zullen zijn en dat we in staat zullen zijn die schuld aan jullie zo klein mogelijk te doen zijn, door jullie in je jeugd zoveel mee te geven aan goede verzorging, aan liefde, aan wat niet al, dat de kans op een gelukkig leven voor jullie zo groot mogelijk zal zijn.
    …… Maar wanneer we in staat zullen zijn, jullie een gelukkige jeugd te geven en dat wat je nodig zult hebben om daarna een gelukkig mens te kunnen worden, dan hebben we toch iets verwezenlijkt van wat we menen tegenover jullie, die ons leven zozeer zijn komen verrijken als we ons niet voor hadden kunnen stellen vóór jullie komst, schuldig te zijn.

    Ik zou mijn vader graag hebben willen kunnen laten weten (ook al zou ik ongetwijfeld van hem op mijn donder hebben gekregen voor deze aaneengekoppelde reeks werkwoorden) dat ik nu – in 2013 –  kan zeggen: gemakkelijk is het niet geweest, maar ik ben een gelukkig mens geworden. Mede dank zij de bijzondere, liefdevolle basis die ik van mijn beide ouders mee heb gekregen.
    Op mijn beurt ben ik mijn ouders niet alleen dankbaarheid verschuldigd – ik ben dankbaar voor dat wat ik van hen als geschenk voor het leven heb meegekregen (vooral ook Pap: voor wat niet al).

    Titia, dochter van Ben en Jo Liese-Letteboer