• Schaduwpatronen

    Overlevingspatronen

    Overlevingspatronen zijn patronen die je – als gevolg van het vroege verlies van je ouder – hebt aangeleerd om te overleven. Om jezelf in stand te kunnen houden. Overlevingspatronen hebben in de loop van je leven je gedrag in veel gevallen vergaand beïnvloed. Je kunt zelfs zeggen dat overlevingspatronen een (groot) deel van je identiteit zijn gaan uitmaken. Bijvoorbeeld in hoe je je manifesteert in de buitenwereld: jezelf zo onzichtbaar mogelijk maken (‘Mij niet gezien’ of: ‘Dit gaat niet over mij’). Of je altijd aanpassen (‘Van mij zal niemand last hebben’ ). Of altijd zorgen voor anderen (‘Dat doe ik wel’). Of hele hoge (en onrealistische) eisen aan jezelf stellen, waardoor je altijd moet presteren. (‘Ik doe altijd mijn best’).

    Overlevingspatronen zijn patronen die je hebben geholpen jezelf in stand te houden. Je hebt ze gebaseerd op talenten die in je in aanleg had, zowel als mens als in de unieke mens die jij bent. Ze hoeven geen zelfondermijnende overtuigingen te zijn.

    Zelfondermijnende overtuigingen

    Zelfondermijnende overtuigingen zijn overtuigingen waarmee je jezelf onderuit haalt. Ze komen voort uit je basale gebrek aan zelfvertrouwen, uit je tekort aan eigenwaarde en zelfrespect en uit je twijfel aan je bestaansrecht. Bijvoorbeeld: ‘Ik hoor er niet bij.’ ‘Mij lukt dat niet.’ ‘Ik ben anders.’ ‘Ik ben niets waard.’ ‘Mij helpt dat niet’. ‘Ik kan het niet.’ Was ik maar nooit geboren.’

    Schaduwpatronen

    Zelfondermijnende overtuigingen heb ik in Verlaat Verdriet-verband schaduwpatronen genoemd. Schaduwpatronen zijn ontstaan in de schaduwkant – in de eenzaamheid – van je kindbestaan. Daar waar je, als gevolg van de vroege dood van je ouder, tekort kwam aan zorg, aandacht, liefde, educatie en cultuur. Waardoor je je onvoldoende op een gezonde en evenwichtige manier hebt kunnen ontwikkelen. Je ontwikkelde als gevolg daarvan een ‘negatieve identiteit’. Een identiteit die je nog steeds in de schaduwkant van het leven houdt. Die een onderstroom heeft van: NEE. En: NIET. Deze schaduwpatronen zijn met je meegegroeid naar de volwassene die je nu bent en ze hebben nog steeds (grote) invloed op de manier waarop je handelt. Maar nogmaals: het zijn geen overlevingspatronen. Ze hebben nooit tot doel gehad je te helpen met overleven. Ze hebben je nooit geholpen met overleven. Ze helpen je nog steeds niet met overleven. En ze helpen je al helemaal niet met leven. Integendeel. Ze hebben je vertrouwen en je zelfvertrouwen ondermijnd, en dat doen ze nog steeds. Twijfel, scepsis, schaamte, schuld, wrok en ongeloof zijn deel uit gaan van de manier waarop je naar jezelf, naar andere mensen en naar het leven kijkt. Schaduwpatronen kosten je ongelofelijk veel energie en leveren je uitsluitend negatieve energie op.

    In het licht zetten

    Zoals alle schaduwpatronen zijn ook deze schaduwpatronen beweeglijk en verdwijnen ze door ze in het licht te zetten. Ze hebben de eigenschap je angst te bezorgen. Grote en diepgevoelde angsten. Verleid jezelf. Zoek hulp. Overwin je angsten. Zet de schaduwpatronen die je hebt ontwikkeld in het licht en ervaar hoe je stappen zet in het proces van overleven naar leven!

  • |

    Wishfull thinking?

    Heerlijke tijd op Terschelling, maar ondertussen duikt wel een hardnekkige gedachte op die – vanzelfsprekend, maar nog niet zo heel erg duidelijk – eerder in de afgelopen tijd weer bij me opgekomen is, maar waar ik nu alle tijd voor heb om die nog eens helemaal door me heen te laten gaan.
    2009. Opnieuw is er borstkanker bij me geconstateerd. In mijn directe vriendenkring in die tijd twee andere mensen die met kanker zijn geconfronteerd. W., ruim vijftien jaar geleden door een zwaar kankertraject gegaan, en een half jaar geleden opnieuw geconfronteerd met kanker. Ze is zo moedig, en zo vol vertrouwen dat het ook deze keer goed zal komen met haar. En H., vier jaar geleden geconfronteerd met darmkanker die inmiddels zijn lever heeft aangetast. Ook hij is vol vertrouwen dat hij de kanker zal overwinnen. Drie mensen met kanker, zij beiden en ik. Van ons drieën zullen twee het niet gaan overleven, heb ik me in 2009 in een flits gerealiseerd. En ik ga niet bij de twee horen die het niet overleven. Opnieuw, net als twee jaar geleden, worstel ik met deze gedachte. Wat betekent dit? Is dit harteloosheid? Egoïsme? Normale reactie? Behoefte aan controle over mijn angst? Wishfull thinking? Ten koste van anderen? Of gewoon suf gelul dat nergens op slaat – want veel te willekeurig?
    Twee jaar geleden kon ik dit nog denken. Maar in de na-zomer van 2010 is, na heel veel strijd en ondanks haar vertrouwen in een goede afloop, W. op 55-jarige leeftijd overleden.
    Ik ben er nog niet mee klaar, met deze gedachte – zoveel is me wel duidelijk.