• | | |

    Innerlijke eenzaamheid en leegte

    De pijn van innerlijke eenzaamheid en leegte. Met wie kun je het delen? Wie begrijpt wat je bedoelt? Kan iemand die de ervaring van onomkeerbaar verlies van je ouder(s) in je jeugd niet kent het begrijpen? Begrijpen wat je bedoelt? Is niet juist dat het kenmerk van die innerlijke eenzaamheid? Van die leegte? Dat je het niet kunt delen? Dat je je niet begrepen voelt? Dat niet Verlaat Verdriet-ers je niet begrijpen? Waardoor die gevoelens van eenzaamheid en leegte nog groter worden?

    Remi-gevoel

    Altijd weer ben ik me ervan bewust dat innerlijke eenzaamheid en leegte hoofdthema’s zijn van Verlaat Verdriet. Van Verlaat Verdriet-ers. Het is niet zo dat Verlaat Verdriet-ers geen contacten hebben met andere mensen. Het is ook niet zo dat Verlaat Verdriet-ers geïsoleerd leven. Op zolderkamertjes. Of in kelders. Zo is het niet. Maar ook in hun eigen gezin kunnen Verlaat Verdriet-ers zich totaal eenzaam voelen. Met hun eigen partner. Met hun eigen kinderen. (En schamen zich daar vaak heel erg voor. Wat hun gevoelens van eenzaamheid en leegte weer versterkt). ‘Ik zit weer in m’n Remi-gevoel’ zo verwoordde een dochter die haar moeder op 4-jarige leeftijd verloor het lang geleden.

    Delen

    ‘De eerste de beste sjamaan wist 20.000 jaar geleden meer van verlies en heling dan welke hooggeleerde, hooggeprezen (rouw)wetenschapper vandaag de dag dan ook’ denk ik vaak. ‘En dan hoefde je niet eens een hele goeie sjamaan te hebben.’
    Is het de prijs die we betalen in onze ver-doorgevoerde geïndividualiseerde samenleving? Ik stel mezelf vaak die vraag. En weet het antwoord niet.
    Wat ik wel weet is de helende kracht van delen met ervaringsgenoten. Je kent elkaars pijn. Elkaars gevoelens van eenzaamheid. Van leegte. Je spreekt elkaars taal. Zoals in de workshops Verlaat Verdriet en Dubbel Ouderverlies waarin saamhorigheid is. Dan komt er ruimte om verandering te ervaren. Ruimte voor heling. Voor schoonheid.

  • | |

    Verlaat Verdriet – praktijk en theorie verbinden

    Workshop Dubbel Ouderverlies

    ‘Wetenschappers zouden eens een workshop mee moeten maken’. Samen met Albertine Richaerts sta ik even in de keuken te praten tijdens de workshop Dubbel Ouderverlies. Opnieuw een prachtige workshop waarin Verlaat Verdriet-thema’s hun plek krijgen. Bekende thema’s. Minder bekende thema’s. Onbekende thema’s. Ook thema’s die eigenlijk altijd verborgen blijven krijgen in deze workshop hun plek.

    NEE! We weten het zeker! Wetenschappelijk onderzoekers krijgen geen toegang tot onze workshops.

    Wetenschappelijk onderzoek

    Een van de deelnemers aan de workshop (nu ± 25 jaar) vertelt. ‘Ik las over een wetenschappelijk onderzoek naar de connectie tussen jong ouderverlies en relaties in de volwassenheid. Ik werd meteen enthousiast. Relaties zijn een groot thema voor mij. Daarom meldde ik mij meteen aan voor dit onderzoek. Daar wilde ik graag mijn bijdrage aan leveren. Ik had al een heleboel vragen beantwoord toen ik ineens niet verder kon. Ik verloor namelijk mijn beide ouders. Dat betekende dat ik een vraag niet kon beantwoorden. En dat ik dus niet verder kon.
    Eigenlijk werd ik best wel boos. Verontwaardigd. Wilde reageren met feedback. Uiteindelijk heb ik mijn schouders maar opgehaald. Heb het laten gaan. Maar het zit me nog steeds niet lekker. Wat een gemiste kans.’

    Praktijk en theorie verbinden

    Zelf hoor en lees ik in de afgelopen week de reacties van Verlaat Verdriet-ers op het onderzoek Veerkracht na verlies
    Reacties van Verlaat Verdriet-ers die graag hun bijdrage geleverd hadden aan meer begrip voor jong ouderverlies. Begrip met het doel ‘kinderen beter te helpen bij het verwerken van het verlies van hun ouder (sic!). Die worden uitgesloten van dit onderzoek. Omdat ze jonger waren dan 4 jaar toen ze hun ouder verloren. Of omdat ze nu ouder zijn dan 45 jaar. Of omdat ze hun beide ouders verloren.

    Er zijn vast goede manieren om ervaringen uit de praktijk te verbinden met wetenschappelijke theorieën.
    Niet meer: over ons, zonder ons.
    Maar: met ons. Dus ook bij de voorbereidingen van een onderzoek!
    (Dat lijkt me overigens ook meer gepast in onze tijd.)

    PS

    Denk er ook aan dat genoemde onderzoeken als ze ‘wetenschappelijk zijn goedgekeurd’ op hun beurt weer bronnen zullen zijn voor wetenschappelijk onderzoek.
    Zie je het voor je?

  • | | |

    Wetenschappelijk onderzoek – een nieuwe kans?

    Vorige week stuurde een mede-Verlaat Verdriet-er me een link in verband met een onderzoek naar de gevolgen van jong ouderverlies dat wordt uitgevoerd aan de Universiteit van Leiden.
    Het onderzoek loopt al.
    Je kunt je ervoor aanmelden (even gaat de uitspraak van een (rouw)wetenschapper door mijn hoofd toen ik, lang geleden, aandrong op wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van jong ouderverlies. ‘Mensen die via jou komen vormen een geselecteerde groep. Niet bruikbaar dus voor een onderzoek).

    Een nieuwe kans?

    Hé, dacht ik – wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van jong ouderverlies! Een nieuwe kans? Eindelijk ‘iemand’ die belastinggeld gebruikt om echt te onderzoeken waar jong ouderverlies over gaat? Wetenschappelijk onderbouwde kennis ontwikkelt waar ook volwassenen die in hun jeugd een ouder hebben verloren door overlijden van kunnen profiteren? Dat zou toch mooi zijn!

    Veerkracht na verlies

    Ik klik de link open.
    En dan begint het.
    Veerkracht na verlies luidt de titel van dit onderzoek. Het lijkt me de titel van een scriptie van een MBO-student (sorry MBO-student) begeleid door een MBO-docent die even geen tijd had om op te letten (sorry MBO-docent).

    Veerkracht? Verkracht zal je bedoelen – schiet ook door m’n hoofd. (Gat in je ziel – bladzijde 131: Zelfdoding door een ouder)

    Verlies (?)
    Hoeveel verlies/verliezen lijdt een kind dat een ouder verliest door overlijden? Geborgenheid. Veiligheid. Continuïteit. Vertrouwen. Om slechts een paar verliezen te noemen.
    Parallelle transities. De overgebleven ouder. Je plek in het gezin. De woonomgeving. De school. Status. Om een paar ingrijpende transities te noemen.

    Gevolgen

    …………… Ook gaat het onderzoek over de vraag waarom sommige mensen nauwelijks of geen negatieve gevolgen ervaren na het meemaken van het overlijden van een ouder (sorry – het staat er echt) terwijl anderen er wel last van kunnen hebben (sorry – dat staat er ook echt). 

    Deelnemen

    Deelname aan het onderzoek kan voor volwassenen die een ouder verloren tussen 4 en 18 jaar. (4 jaar – sorry, het staat er echt).
    Als je behoefte voelt: meld je aan (hoewel je mogelijk niet bruikbaar bent als je je aanmeldt via het lezen van mijn blog of mijn bericht op Facebook. (Geintje…)
    Maar misschien biedt dit onderzoek toch een nieuwe kans.

    Aanmelden

    Aanmelden kan via https://www.veerkrachtnaverlies.nl/
    Je kan er een cadeautje mee winnen!

  • | |

    Verlaat Verdriet en wetenschappelijk onderzoek

    ‘Er zou wetenschappelijk onderzoek gedaan moeten worden naar ‘ons’. Ik hoor het vaak. Met ‘ons’ wordt dan Verlaat Verdriet-ers bedoeld. Er zou dus wetenschappelijk onderzoek moeten worden gedaan naar jong ouderverlies en de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn.

    Altijd weer heb ik dan mijn – grote – twijfels. Wat schieten Verlaat Verdriet-ers ermee op? Voelen we ons pas serieus genomen als er ‘wetenschappelijk onderzoek’ naar ons wordt gedaan?

    Blog

    Een aantal jaren geleden schreef ik er een blog over. Dit blog hebben we opgenomen in ons boek ‘Gat in je ziel‘. Ik geef het blog graag nogmaals in z’n geheel aan je door.

    Wetenschappelijk onderzoek

    ‘Langdurig wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de meeste volwassenen die in hun jeugd een ouder hebben verloren door overlijden daar later geen last van hebben.’ Aan het woord een wetenschappelijk onderzoeker met een lange staat van dienst op het gebied van verlies en rouw. 

    Verbijsterd

    Ik hoor hem verbijsterd aan. Meent hij wat hij zegt? Denkt hij zelf dat dit waar is?
    Zijn wij dan toch gek? Sukkels die het niet goed hebben gedaan? Al die honderden Verlaat Verdriet-ers die ik in de loop van de jaren heb gesproken, met wie ik heb gewerkt, zijn dat echt allemaal klunzen die de aanleg hebben kluns te zijn en dus levenslang kluns te blijven? 

    Diagnoses

    ‘Mensen die jong een ouder hebben verloren maken niet opvallend vaker gebruik van hulpverlening dan andere volwassenen.’ komt uit deze onderzoeken naar voren.
    Zou iemand al bedacht hebben dat ‘geen hulp zoeken’ een kenmerk is van Verlaat Verdriet-ers?
    Dat Verlaat Verdriet-ers reguliere hulp liever uit de weg gaan omdat ze daar diagnoses krijgen als ADD, ADHD, autisme, borderline, dysthyme stoornis, bipolaire stoornis en wat mogelijk allemaal nog meer? Met bijbehorende behandelplannen, inclusief medicatie? In plaats van hulpverleners die zeggen: ‘Jong ouderverlies? Aha. Ik begrijp je probleem. Daar kunnen we mee aan het werk!’

    Cynisch

    De uitspraak houdt me maandenlang bezig. Wat is hier aan de hand? Waarom zijn mijn bevindingen totaal anders dan die uit wetenschappelijk onderzoek?
    Tot ik vanochtend wakker werd en het tot me doordrong.
    Als Verlaat Verdriet-ers ergens behoefte aan hebben, dan is het zich gezien en gehoord te voelen.

    Zou het kunnen zijn dat het pure feit dat deze mensen dertig jaar lang zijn gevolgd ervoor heeft gezorgd dat ze niet opvallend vaker gebruik maken van hulpverlening? Dat ze zich al die jaren gezien en gehoord hebben gevoeld? Dat hun ervaringen belangrijk genoeg waren voor de wetenschap? Dat ze (mee) telden?

    Zou het zo cynisch kunnen zijn? Met het gevolg dat erkenning, en dus kennis, van de gevolgen van jong ouderverlies binnen de reguliere hulpverlening te vaak ontoereikend is? Of zelf helemaal ontbreekt? Kan het echt zo cynisch zijn?

    Oplossen

    Dulden we dit nog langer?
    Willen we echt nog langer zo behandeld worden?
    Wat doen wij daar dan aan?
    Hoe lossen wij, Verlaat Verdriet-ers, dit op?

    Boek bestellen

    Prijs: € 10,-
    Gat in je ziel