• |

    De levenslange invloed van de ontbrekende ouder

    De levenslange invloed van de ontbrekende ouder

    Clichés: ze zijn met veel. Ook in de wereld van de rouw. Mogelijk juist vooral in de wereld van de rouw.
    Clichés kunnen een zekere waarheid bevatten. Maar meestal verbergen ze een wereld van gevoelens. Gevoelens van ontbrekende liefde. Van verdriet. Van angst. Van boosheid. Van wanhoop. Van leegte. Van verloren strijd. Van eenzaamheid.
    Een wereld die we niet mogen zien. Want we moeten flink zijn en sterk. We moeten bewijzen dat we over veerkracht beschikken. We moeten door. Verder.
    Hoe zit dat met de ontbrekende ouder?

    Diploma

    ‘Je miste je ouder bij je diploma-uitreiking’ is zo’n cliché dat wat mij betreft altijd een leeg cliché is geweest. Een herkenbaar cliché, dat gewoonlijk wel binnenkomt. Ook bij niet Verlaat Verdriet-ers. Want ja: ook niet Verlaat Verdriet-ers kunnen zich voorstellen dat je je ouder miste bij je diploma-uitreiking (en bij je huwelijk, en bij het krijgen van een kind).
    Feitelijk klopt het cliché. Je overleden ouder ontbrak bij de uitreiking van je einddiploma. Maar de wereld van gevoelens achter deze cliché: daar gaat het eigenlijk om.

    De ontbrekende ouder

    Waar het in de ervaren werkelijkheid na jong ouderverlies namelijk om draait is om de ouder die ontbrak op momenten dat je nieuwe stappen moest gaan zetten in je nog jonge leven.
    Je eerste dag naar (een nieuwe) school.
    Je plekje veroveren op je nieuwe school.
    Nieuwe vriendjes en vriendinnetjes maken.
    Een nieuwe juf of een nieuwe meester, een nieuwe leraar of een nieuwe lerares van wie je nog maar af moest wachten wat die voor je zou gaan betekenen.
    Je nieuwe en onbekende lesstof eigen maken.
    Een vervolgschool waar niemand wist van het overlijden van je moeder/je vader.

    Waar het in de ervaren werkelijkheid van Verlaat Verdriet-ers over gaat is over de ouder die er had moeten zijn om je te helpen moeilijkheden te overwinnen. Teleurstellingen te overwinnen. Je eigen weg te leren gaan.
    Die jou raad had moeten geven bij ruzies met vriendjes en vriendinnetjes.
    Met wie je nieuwe kleren kon gaan kopen. (Of misschien juist niet.)
    Die erbij had moeten zijn toen jij je verkeersdiploma haalde. Je zwemdiploma.
    Die erbij had moeten zijn toen jij een sportprestatie leverde. Ook al was je helemaal niet goed in sport.
    De ouder die had moeten zien hoe ongelukkig jij je voelde. Hoe onzeker.

    De altijd aanwezige afwezigheid

    Natuurlijk zou het geweldig zijn geweest als je ouder aanwezig had kunnen zijn op de dag dat je je einddiploma uitgereikt kreeg (Of afstudeerde. Of trouwde. Of je pas ontdekte zwangerschap wilde delen. Of je ouder grootouder maakte op de dag dat jij je eerste kind kreeg).
    De kers op de taart zou dat zijn geweest. (De taart trouwens die je zelf, zonder advies en hulp van je ouder en ondanks het gemis, zo goed en zo kwaad als dat ging in elkaar had geknutseld.)

    De verborgen inhoud van het cliché van de ontbrekende ouder bij je diploma-uitreiking gaat over de wereld van de leegte na het vroege verlies van je ouder. Dat is waar jong ouderverlies en Verlaat Verdriet in de werkelijkheid over gaan: de altijd aanwezige afwezigheid van de ouder die te vroeg overleed. De ontbrekende ouder.
    De ouder die jou tot hulp en steun had moeten zijn bij het ontwikkelen van je zelfvertrouwen. Van je zelfrespect.
    De trotse moeder/de trotse vader die haar/zijn bijdrage had moeten leveren aan de ontwikkeling van je gevoel van eigenwaarde.

    Dat is voor een kind op weg naar volwassenheid de inhoud van de altijd aanwezige afwezigheid van een overleden moeder/een overleden vader.
    Dat is de betekenis van de levenslange invloed van de ontbrekende ouder.

  • | |

    Doorgeeffuik

    De doorgeeffuik

    ‘Als ik iets afmaak ga ik dood.’
    Dit antwoord kreeg Joke kort geleden van haar nichtje Mirjam. Joke (50+) is een dochter van een moeder (80+) die als kind in oorlogstijd haar moeder verloor.

    Verlies van moeder

    Mirjam (25+) verloor haar moeder op haar 16e na een langdurig ziekbed.
    Op een dag realiseerde Joke zich dat haar nichtje steeds opnieuw aan iets begon. Maar dat ze, waar ze ook aan begon, nooit iets afmaakte.
    Studie begonnen. Afgebroken.
    Relatie begonnen. Afgebroken.
    Nieuwe studie begonnen. Afgebroken.
    Nieuwe relatie begonnen. Afgebroken.
    Enzovoort. Enzovoort.
    Een vicieuze cirkel.

    Vraag en antwoord

    Op haar vraag aan Mirjam: ‘Wat gebeurt er toch steeds met je? Waarom breek je steeds af waar je aan bent begonnen?’ kreeg Joke als antwoord van Mirjam: ‘Als ik iets afmaak ga ik dood.’

    Levensbedreigend ziek

    De moeder van Mirjam was jarenlang levensbedreigend ziek. Steeds weer was haar moeder bezig iets af te maken om afscheid van het leven te kunnen nemen.
    In een neerwaartse spiraal steeds dichter bij de dood. Tot de dood uiteindelijk daar was toen Mirjam 16 was, en haar moeder overleed.

    Dochter-zonder-moeder

    Joke, zelf dochter van een moeder-zonder-moeder, weet het een en ander van Verlaat Verdriet-patronen. En van de doorgeeffuik. Haar eigen moeder heeft (nog altijd) moeite met het onderkennen, laat staan het erkennen, van de patronen die ze heeft doorgegeven aan haar dochters.
    ‘Ik heb het verwerkt.’ zegt deze ruim 80-jarige moeder. ‘Dus ik heb niets doorgegeven.’ Haar dochter Joke weet beter. Bijvoorbeeld als het over angst(en) gaat.

    Doorgeeffuik

    Hoe zal het gaan met Mirjam?
    Met deze jonge vrouw die nooit iets af kan maken?
    Wat zal zij door gaan geven aan haar (toekomstige) kinderen als zij niet haar eigen angsten, haar eigen relatie tot de dood, het van dichtbij meegemaakte verval van krachten bij haar moeder, het verlies van haar moeder door de dood onder ogen gaat zien?
    De thema’s die ze daarin tegenkomt betekenis te geven als volwassen vrouw?
    Haar kind-angsten in het licht te zetten en ze te overwinnen?

    ‘Als ik iets afmaak ga ik dood’.
    De vrouw die nooit iets af kan maken uit angst voor haar eigen dood gun ik met heel mijn hart dat ze in begeweging komt.
    Dat ze haar angsten iets af te maken uit angst voor de dood overwint.
    Dat ze haar eigen leven kan gaan leven.
    Dat ze haar eigen weg zal kunnen gaan.
    Dat deze dochter-zonder-moeder, gesteund door de huidige kennis van de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn, de moed op gaat brengen haar eigen (toekomstige) kinderen de doorgeeffuik te besparen.  

  • | |

    De kerstengel en mijn moeder

    De kerstengel en mijn moeder

    ‘De kerstengel en mijn moeder’ gaat vooral over herinneringen en herinneren.
    Uit mijn eigen ervaring – en uit mijn jarenlange praktijk – weet ik hoe ingewikkeld het thema ‘herinneringen’ en ‘herinneren’ voor Verlaat Verdriet-ers kan zijn.
    Wat is waar.
    Wat is niet waar.
    Klopt het wat ik denk.
    Klopt wat ik denk met wat ik voel.
    Wat heb ik van horen zeggen.
    Wat herinner ik mij zelf.

    Kerstmis 1957

    December 1957. Een paar dagen voor Kerstmis. Op 12 december ben ik 8 jaar geworden.
    Mijn moeder is al jaren ernstig ziek. (Hoe ziek? Ik weet het niet. Ik kan me niet herinneren dat het me in woorden is verteld).
    Ze leeft nu in de laatste dagen van haar leven (Ik ben me daarvan niet bewust. Wie wel? Wie wil/kan dat onder ogen zien? Mijn beide ouders doen er alles aan het leven voor ons, de kinderen, zoveel mogelijk gewoon door te laten gaan).

    Kerstengel

    Samen met mijn vader en mijn 3 jaar jongere broertje (Denk ik. Was mijn moeder daar bij?) tuig ik de kerstboom op. We hebben een mooie kerstengel gekregen om in de boom te hangen. Van glas (Natuurlijk, in die tijd). Gekleurd. Met vleugels van ‘glas’.
    Ik laat de kerstengel uit mijn handen vallen.
    Kapot. Uiteraard. In duizend kleine stukjes.
    Ik ben ontroostbaar. Ontroostbaar. Ontroostbaar. (Dat moet zo zijn geweest, gezien het vervolg van het verhaal).

    Engel

    Iemand, (Mijn vader? Mijn moeder?) lost de ramp op door mij een klein popje uit mijn poppenverzameling te laten halen.
    Mijn moeder kleedt dit popje aan (Was ze er toch bij? Waar? In de kamer? In bed?) Jurkje van gaas (Natuurlijk hebben engelen jurken van gaas. Dat wist ik al.)
    Luieronderbroekje (Vast de enige engel ooit met een luieronderbroekje, bedenk ik nu).
    Een klein blauw kroontje op haar hoofd, geknipt uit een aluminium dop van een karnemelkfles (Dat moet van een karnemelkfles zijn geweest) en vastgeplakt met Velpon (Natuurlijk vastgeplakt met Velpon. Alle belangrijke dingen werden in die tijd vastgeplakt met Velpon.). In de loop van de jaren is dat kroontje van haar hoofd gevallen. De Velpon zit nog op haar kopje.
    De vleugels plakt mijn vader aan het ruggetje vast met zegellak (Komt de interessante staaf zegellak weer eens tevoorschijn. Daar moet vuur bij komen om de lak te laten smelten. Deze indrukwekkende handeling vergoedt wel wat van mijn verdriet, naar ik vermoed. Want zegellak: dan is het echt heel belangrijk.).
    Vanaf dat moment weet ik het absoluut zeker: engelen zijn meisjes (vanaf drie dagen later heb ik geen moeder meer om me te vertellen dat engelen doorgaans geen meisjes zijn).

    Kerstboom

    Ik heb de engel in de boom gehangen (Genoeg getroost? Ik weet het niet.). Wat ik wel weet is dat deze engel sinds 1957 een leven lang met mij is meegegaan. Ook al zijn er grote gaten in mijn gevoels-herinneringen aan toen: wat ik in deze kleine engel heb meegenomen is LIEFDE.

    Engelengeduld

    Hoe moeilijk het thema ‘herinneringen en herinneren’ ook voor jou als Verlaat Verdriet-er kan zijn: de meest waardevolle herinnering aan je overleden ouder ben je zelf.
    Zorg dus goed voor deze kostbare herinnering aan je overleden ouder.
    Zorg met aandacht.
    Zorg met LIEFDE.
    Heb ENGELENGEDULD met jezelf.  

  • | |

    Rode kersttulpjes en mijn moeder

    Rode kersttulpjes en mijn moeder

    Dit jaar, op tweede kerstdag, is het 60 jaar geleden dat mijn moeder overleed.
    1957. Twee weken voor haar overlijden was ik 8 jaar geworden.
    Ik heb weinig eigen herinneringen aan mijn moeder.
    Soms herinner ik me situaties, maar zelf is mijn moeder daarin nooit aanwezig.

    Rode kersttulpjes

    Ik herinner me de rode kersttulpjes die mijn vader altijd vlak voor de kerstdagen meenam voor mijn moeder. Zelfs heb ik het gevoel dat ik zijn hand nog voor me zie, met daarin de bolletjes met de kleine rode kersttulpjes.

    Schaaltje

    Mijn moeder zette de tulpjes altijd in een schaaltje.
    Met een plukje sphagnum.
    Of een plukje rendiermos.
    Fascinerende namen voor een klein meisje. Rendiermos (waar waren de rendieren? Wat deden die?). Sphagnum (Een raar woord. Wat was dat nou weer? Waar kwam dat vandaan? Wie maakte dat?).

    Op zoek

    Ieder jaar opnieuw probeer ik kersttulpjes te vinden. Dat valt niet altijd mee. Vaak ben ik aan de late kant. Vaak zijn ze duur. En toch wil ik ze hebben. Ook al doe ik verder niet iets bijzonders met de kerst. Ook al heb ik nooit een kerstboom. Rode kersttulpjes moeten er zijn.

    Gevonden

    Afgelopen donderdag ging ik op zoek naar de rode kersttulpjes. Op de Nunspeetse weekmarkt. Tot mijn stomme verbazing bleken de marktkramen met bloemen en planten ineens vol te staan met dozen met kleine rode kersttulpjes.
    Ik heb ze dus gevonden.
    Rode kersttulpjes, zoals ze altijd in mijn ouderlijk huis stonden tegen de tijd dat het kerstmis werd.

    Zestig jaar later

    2017. Zestig jaar na het overlijden van mijn moeder staan de kleine rode kersttulpjes weer in mijn huis.
    In een schaaltje dat ik erfde van mijn moeder.
    Inmiddels weet ik waar de rendieren zijn. En ook waar ik rendiermos kan vinden.
    Het schaaltje met de kleine rode kersttulpjes is dus compleet.
    Kleine rode kersttulpjes in een schaaltje van mijn moeder. Met een plukje rendiermos.