• | | | | | | | | | |

    Leven tussen hoop en vrees

     

     

     

     

     

     

    In mijn blog van 19 juni j.l. Vader dag schreef ik Toen ik net acht jaar was overleed mijn moeder. Ruim twee jaar is ze ziek geweest en hebben ze (we zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet) geleefd tussen hoop en vrees. Tot mijn moeder overleed.

    We

    We zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet.
    Deze zin bleef nog lang in me resoneren. Bleef hangen, omdat in deze zin zoveel thematiek van jong ouderverlies zit.

    Ziek

    Mijn moeder werd ziek. Na een ziekteperiode van ongeveer twee jaar overleed ze in 1957. Ze overleed aan de gevolgen van borst-/botkanker.
    In die tijd werd patiënten met een levensbedreigende ziekte niet de waarheid verteld. Als ze zouden weten dat ze levensbedreigend ziek waren, zou dat de patiënt elke hoop op genezing ontnemen. Was de opvatting in die tijd.

    Het leven ging door

    Mijn vader zette alles op alles om voor ons – de kinderen – het leven zo gewoon mogelijk te laten verlopen. Maar er was niets meer gewoon. De stoet van tantes en andere soorten van (gezins)verzorgsters alleen al was erg genoeg voor een uitgestelde ramp. Hoezeer iedereen ook haar/zijn best deed.
    Mijn moeder werd verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis.
    Ik herinner me daar weinig van.
    Behalve mijn ontzettende boosheid toen ze weer opgenomen moest worden op het moment dat we op vakantie zouden gaan (naar een huisje in de buurt van waar we al woonden).
    We gingen op vakantie – zonder mijn moeder.
    Ik herinner me daar niets van.
    Behalve mijn boosheid. En de verschrikkelijke schaamte die ik jarenlang heb gevoeld over die boosheid.

    Hoop en vrees

    Er moet in die jaren van de ziekte van mijn moeder zoveel angst, zoveel verdriet, zoveel hoop, zoveel vrees, zoveel paniek zijn geweest in het huis waarin we samen leefden. Zowel bij mijn moeder als bij mijn vader.
    En bij ons – de kinderen?
    Ik kan me niet herinneren dat ik dat toen heb gevoeld.
    Maar ik weet zeker dat het er was.
    Verborgen aanwezig.
    Maar niettemin: aanwezig.
    Ook in mij.

    Mijn moeder

    Mijn moeder overleed thuis. Zelf logeerde ik die nacht bij een vriendinnetje. Toen ik thuis kwam vertelde mijn vader me dat mammie was overleden. Op dat moment ben ik innerlijk versteend. En uiterlijk weggerend. Terug naar het vriendinnetje om te vertellen dat mijn moeder dood was. Een spannend verhaal, vond ik. Iedereen had wel een moeder, maar een dode moeder: dat was wel heel bijzonder.
    Verder herinner ik me niets.
    Behalve de jarenlange diepe schaamte om deze reactie.

    Trauma

    Mijn moeder is thuis opgebaard.
    Ik herinner me daar niets van.
    Samen met mijn vader heb ik een boeketje gemaakt voor op de kist.
    Ik herinner me daar niets van.
    Mijn vader heeft ons niet meegenomen naar de crematie. Een bewuste keuze, die past in die tijd. ‘Ik hoop de kinderen daarmee een trauma te besparen’.
    Ik herinner me daar niets van.
    Pas jaren en jaren later heb ik kunnen voelen dat we daar bij hadden moeten zijn.
    Het is niet de goede manier geweest om kinderen een trauma te besparen.

    Het menselijk tekort

    Ik heb gelezen over zijn besluiten.
    Op zijn manier heeft mijn vader alles in het werk gesteld om alles zo goed mogelijk te doen. Om alles zo goed mogelijk te laten verlopen.
    De wil was er er.
    Het – verminkte – leven ging verder.
    Het menselijk tekort heeft ons allen parten gespeeld.
    Dat gebeurde toen.
    En dat gebeurt nu nog steeds.
    De tijden zijn veranderd.
    De opvattingen zijn veranderd.
    Het menselijk tekort is er intussen niet kleiner op geworden.

    Paula Modersohn

    Het schilderij boven is geschilderd door Paula Modersohn (1876-1907).
    Paula Modersohn overleed, 31 jaar oud, na de geboorte van haar dochter Mathilde.

  • | | | | | | |

    Op m’n eigen manier: voorbeeld uit de praktijk

     

     

     

     

     

    Individueel proces

    Rouwen is een individueel proces…….
    Ieder doet het op haar/zijn manier…….
    Er zijn geen regels voor…….
    Je kunt het niet fout doen……… 

    Ik hoor ze zo vaak, deze opmerkingen.
    En ja: na jaren en jaren van ‘rouwdwang’, van fasen, van opgelegde opdrachten die het falen in zichzelf verborgen hielden, is de ruimte die deze (nieuwe) opvattingen geven een verademing.

    Rouwdwang

    Je moet het verwerken (niemand weet wat dat precies is, maar iedereen weet dat het moet);
    Je moet het een plaats geven (niemand weet hoe je dat doet, maar iedereen weet dat het moet);
    Je moet het achter je laten (niemand weet hoe je dat doet, maar iedereen weet dat het moet).

    Wat een opluchting: eindelijk de erkenning dat rouwen een individueel proces is. Dat iedereen ‘het’ op haar/zijn eigen manier doet.
    Wat een opluchting dat er geen wetten blijken te zijn waar je aan moet voldoen.

    Maar is dat altijd zo?
    Is dat ook zo, als het over Verlaat Verdriet en verlate rouw gaat?

    M’n eigen manier

    ‘Ik doe het op m’n eigen manier.’
    Ik hoor het regelmatig Verlaat Verdriet-ers zeggen.
    Realiseer je je wat dat betekent voor een Verlaat Verdriet-er?
    Realiseer je je dat overleven altijd op je eigen manier is (geweest)?
    Realiseer je je dat dat de weg is van eenzaamheid, van onherbergzaamheid en kou?
    Realiseer je je dat dat de weg is die je eigenlijk zo graag wilt verlaten?
    Realiseer je je dat de kans groot is dat je je eigen eenzaamheid continueert?
    Realiseer je je dat het een Verlaat Verdriet-thema is dat je je eigen weg hebt moeten gaan?
    Realiseer je je dat het in een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet helpend kan zijn je te voegen naar de regels en opdrachten van een (Verlaat Verdriet-)training?

    Valkuilen voor Verlaat Verdriet-ers

    Enkele valkuilen voor Verlaat Verdriet-ers op een rijtje:
    Ik ben anders…….
    Ik houd me liever stoer en sterk……….
    Ik zoek het zelf wel uit………
    Ik heb niemand nodig………

    Ervaringen delen

    Plotseling blijk je niet zo anders, niet zo uniek te zijn als je altijd hebt gedacht op het moment dat je de verhalen van andere Verlaat Verdriet-er hoort en leest.
    Wat een schok!

    Discipline

    En dan nog iets: een verlaat rouwproces heeft wel degelijk discipline nodig.
    Sommige dingen moeten echt!

    Lees meer

    Lees meer over Verlaat Verdriet en verlate rouw.
    Op deze site
    Verlaat Verdriet
    Verlate rouw
    Tijd 

    Of in de Gids voor Verlaat Verdriet

  • | | | | | | | | | | |

    Sterretje

     

     

     

     

    Hemel

    Vroeger, nog niet zo heel lang geleden, gingen vaders en moeders naar de hemel. Die gedachte zat in de Nederlandse en Belgische – christelijke – cultuur verankerd. Kinderen die in gezinnen groot werden waar deze gedachte werd aangehangen, kregen de boodschap mee: Mama/papa is nu bij onze lieve heer en heeft het daar goed. (Wat overigens niet zo’n heel fijne mededeling was voor kinderen die zelf in een ellendige situatie achter bleven. Maar allà, wie stond daar nou bij stil?!).

    Reïncarneren

    In onze tijd is de reïncarnatie-gedachte in toenemende mate populair geworden. Een gedachte die veel minder ingebed is in onze oorspronkelijke Nederlandse en Belgische cultuur. We denken het, inmiddels tamelijk collectief, maar hebben daar eigenlijk nog niet een beelden- en symbolentaal voor die een plaats heeft gekregen binnen de in Nederland en België overgeleverde manier van denken over leven, sterven en dood.

    In mijn blog van 10 juni 2016 De schone slaapster schreef ik over de eerlijkheid die we tegenwoordig betrachten (proberen te betrachten) als we kinderen vertellen over de dood.
    Over overlijden.
    Over overlijden en dood van moeders en vaders.

    Kinderen

    Kinderen zijn in grote mate afhankelijk van de ideeën die hun ouders hebben over sterven, en een eventueel hiernamaals. Het zijn de ideeën en de verhalen van hun ouders, die de ideeën en gevoelens van kinderen (mee) vorm geven. En die ouders zijn weer in grote mate beïnvloed door de ideeën over leven en sterven in hun tijd, in hun familie, in hun gemeenschap, in hun land.
    Hoe vertel je kinderen over reïncarneren?
    Over reïncarnatie?
    Wat denken we zelf eigenlijk echt over reïncarneren en reïncarnatie?

    Sterretje

    We moeten eerlijk zijn tegen kinderen.
    Maar hoe eerlijk zijn we?
    Mama is nu een sterretje. Als je s’avonds naar de hemel kijkt, dan kun je mama altijd zien. (Papa’s ook??).
    Wat doen we, als we tegen kinderen zeggen: Mama is nu een sterretje?
    Proberen we dan een kind te helpen de verbinding met de mama die er niet meer is levend(ig) te houden?
    Of hebben we toch weer een weg gevonden om de dood (een beetje) te ontkennen?
    Ik weet het niet, maar vraag het me vaak af.  

  • | | | | | | | | | | |

    De schone slaapster: voorbeeld uit de praktijk

     

     

     

     

     

     

    De schone slaapster

    ‘Kijk meiske, hoe schoon jouw mama ligt te slapen’.
    Ik herinner het me nog altijd: de Belgische vrouw die lang geleden deel nam aan een workshop voor ‘Dochters zonder Moeder’. Bij de begrafenis van haar moeder had haar heer-oom dat tegen haar gezegd: ‘Kijk meiske, hoe schoon jouw mama ligt te slapen.’

    Confronterend

    Het kwam hard aan bij haar, tijdens de workshop: onder ogen moeten zien dat haar moeder niet, zoals ze een leven lang diep van binnen was blijven geloven, sliep en dus weer wakker kon worden. Confronterend dat ze onder ogen moest zien wat haar hoofd allang wist: dat haar mama dood was. Dat ze, nu als volwassen vrouw, moest erkennen dat haar moeder dood is. Al heel lang. Dat ze op moest houden te denken dat haar moeder op een dag weer wakker zou worden.
    Dat was veel voor haar. Te veel!

    Tegenwoordig

    Tegenwoordig gaan we daar heel anders mee om.
    We vertellen de kinderen van nu geen sprookjes meer.
    We vertellen de kinderen van nu niet meer ‘Kijk hoe schoon je papa/ je mama slaapt’.
    We vertellen kinderen van nu de volle waarheid.
    Want we weten: kinderen moeten de waarheid horen.
    Tegenwoordig doen we dat veel beter.
    Vinden we.

    Stilstaan

    Maar:
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat die volle waarheid voor een kind betekent?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat het voor een kind betekent op te moeten groeien zonder de ouder die dood is?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat dit vroege verlies doet met de ontwikkeling van een kind?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat dit vroege verlies op de langere termijn voor invloed op ze heeft?
    Wie zijn de volwassenen die daar bij stil staan?

    De naakte waarheid

    En:
    Doen we dat echt tegenwoordig?
    Niets dan de waarheid vertellen?
    De naakte, onbarmhartige waarheid?
    Doen we het echt beter?