• | |

    Het potlood & de voetafdruk

    Zaterdagochtend bel ik Margreet om te vragen of ze akkoord gaat als ik een Blog schrijf over het telefoongesprek dat we eerder deze week hebben gehad over null.

    ‘En nu nog wat’, zegt Margreet. ‘Ik vind het vaak zo verschrikkelijk moeilijk om andere mensen uit te leggen wat het vroege verlies van mijn moeder met mij heeft gedaan. Die kanker van jou ……’

    Ik val Margreet in de rede en roep meteen: ‘o ja – die kanker kwam gisteren ook in mijn sessie met de psycho-therapeut aan de orde. Drie keer kanker gehad, maar het staat niet in verhouding tot wat de dood van mijn moeder bij mij teweeg heeft gebracht. Weet je – die kanker, hoe erg en vervelend en moeilijk en ingrijpend ook: het heeft me wel de gelegenheid gegeven om in beweging te komen. Om te handelen. Om besluiten te nemen over mijzelf. In dat perspectief heeft die drie keer kanker ook iets inspirerends voor me gehad. Iets bevrijdends. Het ging over mij en ik kon er wat mee doen.’ 

    ‘Maar zeg nou nog eens hoe het voor jou zit’, dringt Margreet aan. ‘Ik wil het gewoon weten. Waar kun je het mee vergelijken. Hoe maak je duidelijk hoe groot het is. Zoals je een potlood naast een voetafdruk kunt leggen, waardoor je kunt zien hoe groot die voetafdruk eigenlijk is, zeg maar.’

    ‘Drie keer kanker kan niet in de schaduw staan van wat het verlies van mijn moeder in mij en in mijn leven teweeg heeft gebracht’, beantwoord ik de vraag van Margreet. ‘Het komt er niet eens in de buurt.’

  • |

    Primordiaal verlies

    Leedconcurrentie! Jij doet aan leedconcurrentie!!!

    De beschuldigende vinger van de collega priemt bijna door m’n computerscherm heen. Aanleiding is een mail van mij waarin ik iets schrijf over de kwetsbaarheid van Verlaat Verdriet-ers. In dat geval met name over de kwetsbaarheid van dochters die heel erg jong hun moeder verloren. Leedconcurrentie!

    De ergste verliezen zijn het verlies van een kind en het verlies van een partner, zo houdt een hooggeleerde rouw-doctor zijn publiek voor. Een geval van hooggeleerde leedconcurrentie (?)

    Ik weet nog goed hoe ik, in het allereerste begin van mijn Verlaat Verdriet-werk – een kleine twintig jaar geleden dus – me realiseerde: volwassenen weten verschrikkelijk zeker van elkaar: het ergste wat je kan overkomen is dat je kind dood gaat. Hoe komt het toch dat volwassenen niet kunnen (of niet willen?) begrijpen dat een kind dat een ouder verliest, een verlies lijdt van dezelfde orde: een primordiaal verlies. Een verlies van de eerste orde. En het leven van deze kinderen moet nog beginnen. Een leven dat ze moeten bouwen op een zwaar beschadigd fundament.

    Een enkele keer bracht ik de moed op om het te zeggen: volwassenen weten verschrikkelijk zeker van elkaar: het ergste wat je kan overkomen is dat je kind dood gaat. Hoe komt het toch dat volwassenen niet kunnen (of niet willen?) begrijpen dat een kind dat een ouder verliest, een verlies lijdt van dezelfde orde?  Voorspelbare reacties. Geschokt. Afwijzend. Boos. Verontwaardigd. Ineens blijken een heleboel mensen iemand te kennen die jong een ouder heeft verloren en die heeft nooit ergens last van gehad.

    Ik bleef het eng vinden om het te doen. Tot de dag waarop een vriendin die ik ruim dertig jaar niet had gezien of gesproken – en die in de tussenliggende jaren een kind heeft verloren – tegen me zei: het ergste wat een ouder kan overkomen is dat je kind doodgaat en het ergste wat een kind kan overkomen is dat je ouder doodgaat.
    Deze erkenning had ik nodig om het verder uit te durven/kunnen dragen: een kind dat een ouder verliest door de dood, lijdt een verlies van dezelfde orde als een ouder die een kind verliest door de dood.

    Een primordiaal verlies.

    Lees meer

    Lees meer over de visie van Titia Liese op de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder in Kernthema’s en kenmerken en Expertisecentrum Verlaat Verdriet

  • Verlaat Verdriet Veranderkracht

    ‘Oh, je bent rouwbegeleider’, hoor ik vaak mensen zeggen als ik ze antwoord geef op de vraag ‘Wat doe jij eigenlijk voor werk?’ Altijd voel ik dan meteen een NEE. En vervolgens natuurlijk toch een JA, want een verlaat rouwproces is een rouwproces en iemand die zo’n proces begeleidt is (ook) rouwbegeleider. Waarom dan toch altijd weer die innerlijke  NEE?

    Is dat omdat ik zo weinig affiniteit voel met de wereld van de professionele rouwbegeleiding? De wereld van moeten, van de verwerkdwang die voort is gekomen uit de lineaire tijdsopvatting? De wereld van de sentimenten? Van de rouwparafernalia? Van de clichés?

    Is dat omdat ik (nog steeds) zo weinig erkenning hoor en zie voor het feit dat het verlies van een ouder in je kindertijd een primordiaal verlies is, een verlies van de eerste orde? Omdat ook in de professionele rouwwereld nog altijd de opvatting lijkt te heersen dat het verlies van een kind voor een ouder van een andere orde is dan het verlies van een ouder in je kindertijd?

    Is dat omdat ik in die wereld nog altijd onvoldoende (h)erkenning zie voor de gevolgen van jong ouderverlies? Omdat ik vind dat Verlaat Verdriet nog altijd onvoldoende recht wordt gedaan?

    Ook.

    Maar:

    In mij is nu ook het weten dat een verlaat rouwproces veel meer en veel omvangrijker is dan alleen een rouwproces. Een verlaat rouwpoces gaat ook – en eigenlijk vooral – om het aanbrengen van veranderingen in wie je bent geworden als gevolg van het vroege verlies van je ouder. In je identiteit, dus.

    Veranderkracht

    Vorige week viel mijn oog op het woord veranderkracht.

    Dat is het.

    Een verlaat rouwproces vraagt niet alleen de moed om te rouwen om een verlies dat al lang geleden heeft plaatsgevonden, een verlaat rouwproces vraagt vooral moed om veranderingen in jezelf aan te brengen, en de kracht om jezelf steeds weer te verleiden die veranderingen tot een goed einde te brengen.

    Veranderkracht.

    Verlaat Verdriet Veranderkracht.

  • Man/Vrouw/Rouw

    ‘Rouwen mannen anders dan vrouwen?’ is een vraag die me regelmatig wordt gesteld. Of eigenlijk is het meestal geen vraag, maar een min of meer voorzichtige constatering van iets dat eigenlijk als een feit wordt gezien. En ja: ook in mijn werk zie ik mannen anders omgaan met hun rouwproces (vastberaden & doelgericht) dan vrouwen (vastberaden en verbindinggericht).

    Maar: als mijn werk mij iets heeft geleerd, dan is het wel dat alle mensen in wezen hetzelfde zijn. Ongeacht afkomst. Ongeacht opleidingsniveau. Ongeacht ‘karakter’. Ongeacht werk. Ongeacht andere omstandigheden. Wij – westerse mensen – vinden onszelf zo belangrijk en zo bijzonder. (Hoe zou dat ook anders kunnen in een cultuur en een samenleving die zo vèrgaand zijn geïndividualiseerd als de onze, waarin je jezelf als individu staande moet zien te houden door je te onderscheiden van je medemensen). We verbeelden ons zo verschrikkelijk veel en we vinden onszelf zo verschrikkelijk belangrijk. En toch: heb ik geconstateerd – in de basis zijn alle mensen het zelfde en reageren alle mensen hetzelfde op abrupt verlies van veiligheid en emotionele geborgenheid. Alle verhalen over jong ouderverlies gaan in de kern over afgescheidenheid en een basale eenzaamheid.  Hoe verschillend alle mensen – en hun biografieën – die ik in de loop van vele jaren heb meegemaakt – en gehoord – ook mogen zijn.

    Verhalenpiramide

    Vandaag bracht mij dat op het idee van de ‘verhalen piramide‘ die er als volgt uitziet:

    1. Je bent een mens;
    2. Je bent een volwassen mens;
    3. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
    4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    5. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    6. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
    7. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad.

    Goed beschouwd moet deze piramide eigenlijk op z’n punt staan: de basis is je menszijn:

    1. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad;
    2. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
    3. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
    5. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
    6. Je bent een volwassen mens;
    7. Je bent een mens.

    In deze omgekeerde piramide is 1- 7 je levensverhaal als Verlaat Verdriet-er, je Verlaat Verdriet-biografie.

    1 is je complete verhaal als volwassen man/vrouw, waarin de gevolgen van jong ouderverlies meer of minder bewust aanwezig zijn: het verhaal zoals zich dat het meest duidelijk in het NU manifesteert. Het verhaal dat je, met name met ervaringsgenoten, kunt delen;
    2-5 zijn de deelaspecten van je verhaal: ben je man of vrouw, verloor je je vader of je moeder en op welke leeftijd verloor je je vader/je moeder;
    6 en 7 zijn wat je in de allereerste plaats bent: mens en volwassen mens.