• | | |

    Meisje wordt wees

    In De Volkskrant van dinsdag 12 februari 2013 staat een groot artikel – Meisje wordt wees – over jonge weeskinderen in Nederland. Dit naar aanleiding van het boek van Jojanneke van den Bosch: Zo, nu ben je wees. Citaat uit het artikel van 13 februari: ………Ze zijn nagenoeg onzichtbaar. ‘het probleem met weeskinderen in Nederland is dat ze niet opvallen. Deels omdat ze dat niet willen, maar ook omdat ze geen label hebben. De problematiek wordt niet herkend en erkend. Er worden geen inzamelingsacties voor ze gehouden, zoals voor Roemeense of Afrikaanse weeskinderen. Ze komen niet in de media. Er zijn geen weeshuizen meer, sinds de sluitingen in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn versplinterd. Ze zitten in pleeggezinnen of wonen bij familie of in internaten. Ze wonen op zichzelf’……..

    Jojanneke van den Bosch verloor als kind van 14 eerst haar vader als gevolg van hartfalen en in hetzelfde levensjaar haar moeder door longkanker. Ze schrijft dus vanuit haar eigen ervaringen en doet dit met de bedoeling jonge wezen en halfwezen de hand te reiken ‘Ik vertel in welke situaties een weeskind verzeild kan raken. En ik geef er handreikingen bij, vanuit mijn perspectief als volwassene. Maar er staan ook adviezen in die ik van anderen heb gekregen, zodat omstanders de dingen kunnen ontdekken waarmee weeskinderen te maken krijgen’

    Over de boekpresentatie schrijft Jojanneke: ‘de mooiste dag van haar leven. Het was leuker dan mijn afstuderen en al mijn verjaardagen bij elkaar. Het is nu niet meer alleen mijn verhaal. Het heeft zin gekregen wat ik heb meegemaakt. De verhalen hebben een functie gekregen. Ze kunnen mensen hulp bieden. Dat maakt het overlijden van mijn ouders minder zinloos.’

    Lees ook de Blog

    Eindelijk tijd voor ruimte?

  • | | | | | | |

    Albert Camus: De eerste man 3

    De eerste man werd als onbewerkt – autobiografisch – manuscript na zijn dood in de tas van Albert Camus gevonden. In het boek De eerste man dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven gaat de hoofdpersoon Jacques, die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor, als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
    Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

    Albert Camus
    De eerste man
    De Bezige Bij
    2004
    ISBN 90-234-1481-0

     

    Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

    Citaten

    Bladzijde 187

    ……. Zoals hij door de nacht van de jaren voortstapte over het land van de vergetelheid, waar ieder de eerste man was, waar hij zichzelf had moeten grootbrengen, alleen, zonder vader, zonder ooit die momenten mee te maken waarop een vader zijn zoon bij zich roept, na jaren gewacht te hebben totdat hij de leeftijd heeft om te luisteren, en hem vertelt over het geheim van de familie, of over een oude wonde, of over zijn leven, die momenten waarop zelfs de belachelijke, onuitstaanbare Polonius plotseling groots wordt als hij het woord richt tot Laërtes, en hij was zestien en daarna twintig geworden zonder dat iemand met hem gesproken had, en hij was doordrongen geweest alleen te leren, alleen te groeien, in kracht, in macht, alleen zijn moraal en zijn waarheid te vinden, eindelijk geboren te worden als mens, om daarna een nog zwaardere geboorte te ondergaan, het geboren worden voor de anderen, voor de vrouwen…………………

    Bladzijde 217

    …….Eerst gaf hij haar [zijn grootmoeder] een zoen, daarna zijn oom en ten slotte zijn moeder, die hem een tedere, verstrooide kus gaf en dan haar onbeweeglijke houding weer innam, in het halfduister, met haar blik vaag op de straat gericht en op de stroom leven die onvermoeibaar voortkabbelde onder de oever waarop zij onvermoeibaar zat te kijken, terwijl haar zoon haar met een brok in zijn keel onvermoeibaar in het donker gadesloeg, en bevangen door een duistere angst voor een ongeluk dat hij niet kon bevatten naar haar magere, gebogen rug keek.

    Bladzijde 287

    Als hij 40 is erkent hij dat hij behoefte heeft aan iemand die hem de weg wijst en hem prijst en de les leest: een vader. De autoriteit en niet de macht.

    Lees ook:

     

     

     

  • |

    Kind, zieke ouder & waarneming

    In mijn Blog Mislukt (25 januari 2013) schreef ik over de gevolgen die een langdurige – en levensbedreigende – ziekte van een ouder kan hebben voor de ontwikkeling van een kind.

    Nog een ander aspect dient hier genoemd te worden. Een aspect dat waarschijnlijk door veel Verlaat Verdriet-ers, die een ouder verloren na langdurige lichamelijk of geestelijke ziekte, herkend zal worden.
    Opgroeien in een gezin, in een huis, als kind van een langdurig en levensbedreigend zieke ouder is voor een kind geen gemakkelijke situatie. Er is iets gaande in huis. Er is iets gaande bij je ouders. Er is angst. Er is verdriet. Er is wanhoop. Er is hoop. Er is valse hoop. Vrijwel alle ouders van kinderen, ouders die geconfronteerd werden met levensbedreigende ziekte, waren te jong om te sterven.
    Deze ouders wilden niet dood.
    Deze ouders wilden niet hun partner verliezen.
    Deze ouders probeerden uit alle macht het noodlot – de dood – af te wenden. Grepen alles aan om maar niet dood te hoeven gaan. Probeerden in een wonder te blijven geloven.

    Er was nog meer angst.
    Nog meer verdriet.
    Nog meer hoop.
    Nog meer wanhoop.

    Je voelde het als kind. Maar je wist het niet. Je had geen idee waar het op uit zou lopen. Wat je boven het hoofd hing. Maar wat je wel voelde was de dreiging. Vaak zonder goed te begrijpen wat die dreiging inhield. Of wat die dreiging uiteindelijk in zou gaan houden.

    Als gevolg daarvan hebben Verlaat Verdriet-ers vaak moeite op hun eigen waarneming te vertrouwen. Wat ik zie: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik voel: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik denk: klopt dat met wat er werkelijk is?

    Verlaat Verdriet-ers zijn in veel gevallen uiterst gevoelig voor omgevingsfactoren. Ze zijn bang voor ‘iets’ dat ze als bedreigend ervaren. Vaak zonder goed te kunnen benoemen waar het over gaat. Als er dan iets lijkt te gebeuren wat ze als ingrijpend ervaren, dan voelt die gebeurtenis vaak oneindig veel groter dan ze zelf zijn. Ze voelen zich machteloos.

    ‘Geef kinderen open en eerlijke informatie’ is één van de eerste adviezen die ouders wordt gegeven. Het is zo gemakkelijk gezegd. In theorie klopt dit advies ongetwijfeld. Maar doe het maar eens als je – ongewild – in de situatie terecht bent gekomen waarin je partner – of jijzelf – geconfronteerd wordt met een naderende en onafwendbare dood.

    Remember me when I’m gone

    Speciaal voor ouders, die weten dat ze zullen sterven en die hun kind(eren) een eigenhandig gemaakt herinneringsdocument willen doorgeven, hebben Juliette Reinders Folmer en Titia Liese het wereldwijde project www.rememembermewhenimgone.org ontwikkeld.

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.