-
Op maandag 17 juni 2013 start een bijzondere reeks tv uitzendingen waarin jonge gezinnen te zien zijn waarvan de vader of moeder ongeneeslijk ziek is. Met behulp van een herinneringsdoos verzamelt de zieke ouder tastbare herinneringen, die voor de achterblijvende kinderen waardevol zijn voor later.Ondanks dat het programma heel serieus is, is de toon van het programma positief en is Liefde voor Later een portret van alledaagse gezinnen in een uitzonderlijke situatie.
-
Mijn vader eren
In het dagboekje dat ik noemde in mijn eerdere blog van vandaag Lief klein meisje kwam ik een tekst tegen die ik in 1998 (kennelijk) over had genomen uit één van de vele teksten die mijn vader mij heeft nagelaten.
Veel is er, na de dood van mijn moeder in 1957, mis gegaan. In ons gezin. In het latere gezin, nadat mijn vader was hertrouwd. Tussen hem en mij. Boos ben ik geweest over de gang van zaken. Verraden heb ik mij gevoeld. In de steek gelaten. Mijn vader was allang dood toen er bij mij ruimte was ontstaan om met hem te delen over het verlies van mijn moeder. Van zijn vrouw. Van de moeder van mijn jongere broertje.
Ik heb andere wegen moeten zoeken – en gevonden – om de gevolgen van het verlies van mijn moeder te verwerken en te helen.Een deel van deze tekst wil ik graag met je delen. Voor de duidelijkheid: mijn ouders, die in 1937 trouwden, hebben in verband met de oorlogsdreiging het krijgen van kinderen uitgesteld tot na de oorlog. Ik ben het eerste kind van de twee kinderen die ze hebben gekregen. Ik ben geboren in 1949, mijn moeder was toen 41 en mijn vader was 40 jaar. Mijn moeder was 49 jaar toen ze overleed, mijn vader is 75 geworden.
……..Toen we wisten, dat er toch een kind geboren zou worden, beseften we, dat we dus iets zouden ontvangen boven dat wat we reeds hadden. En zo voelden we heel sterk, dat we jullie dank verschuldigd waren. We gingen immers een grote schuld op ons nemen. Niet alleen zouden we jullie het leven schenken, maar in dit leven ook de dood, die daar onvermijdelijk op zal volgen. En niet alleen het feit van de dood, zoals dat feit ook is in het leven van een dier, maar het besef dat je leven een einde zal nemen, met alle leed en soms angst, die dat besef meebrengt. Ondanks de gedachte dat het zo toch goed is. Jullie hebt niet om je leven gevraagd. We hebben het je ongevraagd gegeven. Betekent dit leven in hoofdzaak geluk, of zal het veel ongeluk brengen? We weten het niet. We namen een hele reeks van risico’s die in hoofdzaak niet wij, maar jullie zelf te dragen hebben. Wij zullen dus niet eens bij benadering de grootte van de schuld kennen, die we tegenover jullie zullen hebben. We zullen die grootte zelfs niet kunnen bevroeden.
We dienen jullie dus dankbaar te zijn voor het feit dat jullie geboren zijn en ons geluk en onze levensvervulling zijn komen vergroten. Ik hoop, dat we onszelf daarvan steeds bewust zullen zijn en dat we in staat zullen zijn die schuld aan jullie zo klein mogelijk te doen zijn, door jullie in je jeugd zoveel mee te geven aan goede verzorging, aan liefde, aan wat niet al, dat de kans op een gelukkig leven voor jullie zo groot mogelijk zal zijn.
…… Maar wanneer we in staat zullen zijn, jullie een gelukkige jeugd te geven en dat wat je nodig zult hebben om daarna een gelukkig mens te kunnen worden, dan hebben we toch iets verwezenlijkt van wat we menen tegenover jullie, die ons leven zozeer zijn komen verrijken als we ons niet voor hadden kunnen stellen vóór jullie komst, schuldig te zijn.Ik zou mijn vader graag hebben willen kunnen laten weten (ook al zou ik ongetwijfeld van hem op mijn donder hebben gekregen voor deze aaneengekoppelde reeks werkwoorden) dat ik nu – in 2013 – kan zeggen: gemakkelijk is het niet geweest, maar ik ben een gelukkig mens geworden. Mede dank zij de bijzondere, liefdevolle basis die ik van mijn beide ouders mee heb gekregen.
Op mijn beurt ben ik mijn ouders niet alleen dankbaarheid verschuldigd – ik ben dankbaar voor dat wat ik van hen als geschenk voor het leven heb meegekregen (vooral ook Pap: voor wat niet al).Titia, dochter van Ben en Jo Liese-Letteboer
-
Boeken | Ervaringsverhalen | Heel je leven | Inspiratie | Psycho biografisch werk | Quotes | Verlaat rouwproces | Verlaat Verdriet
Albert Camus: De eerste man 3
De eerste man werd als onbewerkt – autobiografisch – manuscript na zijn dood in de tas van Albert Camus gevonden. In het boek De eerste man dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven gaat de hoofdpersoon Jacques, die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor, als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.Albert Camus
De eerste man
De Bezige Bij
2004
ISBN 90-234-1481-0Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:
Citaten
Bladzijde 187
……. Zoals hij door de nacht van de jaren voortstapte over het land van de vergetelheid, waar ieder de eerste man was, waar hij zichzelf had moeten grootbrengen, alleen, zonder vader, zonder ooit die momenten mee te maken waarop een vader zijn zoon bij zich roept, na jaren gewacht te hebben totdat hij de leeftijd heeft om te luisteren, en hem vertelt over het geheim van de familie, of over een oude wonde, of over zijn leven, die momenten waarop zelfs de belachelijke, onuitstaanbare Polonius plotseling groots wordt als hij het woord richt tot Laërtes, en hij was zestien en daarna twintig geworden zonder dat iemand met hem gesproken had, en hij was doordrongen geweest alleen te leren, alleen te groeien, in kracht, in macht, alleen zijn moraal en zijn waarheid te vinden, eindelijk geboren te worden als mens, om daarna een nog zwaardere geboorte te ondergaan, het geboren worden voor de anderen, voor de vrouwen…………………
Bladzijde 217
…….Eerst gaf hij haar [zijn grootmoeder] een zoen, daarna zijn oom en ten slotte zijn moeder, die hem een tedere, verstrooide kus gaf en dan haar onbeweeglijke houding weer innam, in het halfduister, met haar blik vaag op de straat gericht en op de stroom leven die onvermoeibaar voortkabbelde onder de oever waarop zij onvermoeibaar zat te kijken, terwijl haar zoon haar met een brok in zijn keel onvermoeibaar in het donker gadesloeg, en bevangen door een duistere angst voor een ongeluk dat hij niet kon bevatten naar haar magere, gebogen rug keek.
Bladzijde 287
Als hij 40 is erkent hij dat hij behoefte heeft aan iemand die hem de weg wijst en hem prijst en de les leest: een vader. De autoriteit en niet de macht.
Lees ook:
- Albert Camus: De eerste man 1
- Albert Camus: De eerste man 2
-
Boeken | Ervaringsverhalen | Heel je leven | Inspiratie | Psycho biografisch werk | Quotes | Verhalenarchief | Verlaat rouwproces | Verlaat Verdriet | Verlaat Verdrieters uit de geschiedenis
Albert Camus: De eerste man 2
De eerste man werd als onbewerkt manuscript na de dood Camus gevonden. In het boek, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques – die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor – als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.Albert Camus
De eerste man
De Bezige Bij
2004
ISBN 90-234-1481-0Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:
Bladzijde 130
…….Van hen zou hij nooit te weten komen wie zijn vader was en als ze, louter door hun aanwezigheid, in hem toch nieuwe bronnen aanboorden met feiten uit een armoedige, gelukkige jeugd, wist hij niet zeker of die zo rijke, zo spontaan in hem opborrelende herinneringen wel precies beantwoordden aan wat hij als kind had beleefd………
Bladzijde 177/178
……… ‘Geen prater, nee, geen prater’. Maar hij werd duf van het geluid, het dompelde hem in een vervelend soort verdoving waardoor hij hem niet kon zien, zich geen beeld kon vormen van die vader die achter dat immense, vijandige land verdween en opging in de anonieme geschiedenis van dat dorp en die vlakte. Details uit hun gesprek bij de dokter kwamen weer bij hem boven, even traag als de aken die volgens de dokter de Parijse kolonisten naar Solferino hadden gebracht. Even traag, er was geen trein in die tijd, nee, nee, of toch wel, maar die ging niet verder dan Lyon. Dus zes aken, getrokken door jaagpaarden met uiteraard de Marseillaise en Chant du départ door de stedelijke harmonie, en zegening door een geestelijke op de Seineoevers, met een vlag waarop de naam was geborduurd van het dorp dat nog niet bestond maar dat de passagiers uit het niets tevoorschijn gingen toveren. De aak raakte al op drift, Parijs gleed weg, werd vloeibaar, ging verdwijnen, de zegen des Heren ruste op het werk uwer handen, zelfs de meest doorgewinterden, de vechtersbazen van de barricaden, zwegen, beklemd, met hun angstige vrouwen tegen hun kracht gedrukt, en ze moesten slapen op stromatrassen in het ruim met het zijdeachtige geluid en het vuile water op hoofdhoogte, maar eerst kleedden de vrouwen zich uit achter beddenlakens die ze voor elkaar ophielden. Waar was zijn vader bij dit alles? Nergens, en toch vertelden die aken, honderd jaar geleden voortgetrokken over de kanalen van de late herfst, een maand lang afdrijvend over de hoofd- en bijrivieren waarop de laatste dode bladeren dreven, met als escorte kale hazelaars en wilgen onder de grijze lucht, in de steden verwelkomd door officiële fanfares en weer afgeduwd met hun lading nieuwe nomaden naar een onbekend land, die aken leerden hem meer over de dode van Saint Brieuc [zijn vader] dan de oudbakken, chaotische herinneringen die hij was wezen zoeken…………………
Lees ook:
- Albert Camus: De eerste man 1
- Albert Camus: De eerste man 3
