• | | | | |

    In een klein hoekje verborgen

    Een jaar of vier geleden kocht ik een nieuwe parasol voor m’n Terschellingse plek. Tamelijk lichtgewicht, maar wel met een lange stok. Jarenlang was ik gewend geweest aan een zware, ondeelbare houten stok. Altijd weer een worsteling om de parasol uit en in het schuurtje te krijgen. Maar altijd weer lukte het. Ook met de nieuwe parasol worstelde ik keer op keer met ‘schuurtje uit, schuurtje in’. Nooit drong tot mij door dat sommige parasolstokken wel deelbaar zijn. Tot ik vorige week de parasol in m’n schuurtje zag staan. Helft van de stok met parasol, naast de andere helft. Ken je die verbijstering die je kunt voelen als je iets wat zo voor hand liggend is – een deelbare parasolstok – gewoon jarenlang over het hoofd hebt gezien? Hoe dom kun je zijn?

    In een klein hokje verborgen

    Onmiddellijk voel ik weer al die keren tijdens mijn eigen verlate rouwproces waarin ik iets maar niet kon begrijpen. Tot op een dag ineens het kwartje valt, en je iets ziet wat je nooit hebt gezien, maar wat zo voor de hand liggend kan zijn. In een klein hoekje verborgen. Meestal op een moment dat je nou juist niet met je probleem bezig bent, gebeurt het. Ineens. Nieuw inzicht. Hoe verrast kun je zijn?

    Ben je al in de kleren?

    Voortvarend plaats ik de twee delen van de parasol op de parasolvoet. Natuurlijk heb ik gesnapt hoe je dat doet. Au. Oei. Au. Au.  Duim tussen de twee delen geklemd. Bloed. Pijn. Krachtwoord. Zo goed en zo kwaad als het gaat leg ik met mijn linkerhand een pleister om mijn heftig bloedende rechterduim. De volgende ochtend bloedt m’n duim nog steeds. Ik bel de huisartsenpraktijk, zodra die bereikbaar is. Aanvankelijk is de assistente niet onder de indruk van mijn verhaal. Tot ik vertel ‘In die arm heb ik geen lymfeklieren meer.’ ‘Ben je al in de kleren?’ vraagt ze. ‘Dan wil ik je meteen zien.’

    Ik ga straks kijken

    De dokter is overduidelijk een arts die met pensioen is, en waarneemt. ‘Je reageert zo rustig en adequaat’ zegt hij. ‘Wat heb je gestudeerd?’ ‘Niks’ zeg ik (niet geheel naar waarheid). ‘Ik werk vanuit ervaringsdeskundigheid. Ooit gehoord van Verlaat Verdriet?’ Hij kijkt me onderzoekend aan. Kennelijk heeft mijn vraag bij hem iets geraakt. Verborgen. In een klein hoekje. ‘Fijne dag verder’ zegt hij bij het afscheid. ‘Verlaat Verdriet. Daar ga ik meteen naar kijken.’

  • | | | | | |

    Hans Rooduijn: De voorloper

    Hans Rooduijn: De voorloper

    Het gedurfde leven van mijn vader.

    Levensverhaal

    Levensverhaal van Hans Rooduijn (later: Roduin), 1915-1989, 11 jaar toen hij zijn vader verloor, samengesteld en geschreven door zijn zoon Tom Rooduijn.

    Wanneer Hans Roduin in 1989 vermist raakt in de buurt van het Noord-Italiaanse bergdorp Fanghetto, gaat zijn zoon Tom Rooduijn naar hem op zoek. Na de vondst van zijn lichaam besluit Tom het raadselachtige leven van zijn vader te reconstrueren.
    Als jonge dichter en theoloog weigert Hans in 1939 dienst en zit hij anderhalf jaar vast in Veenhuizen. In de oorlog biedt hij vanuit zijn antiquariaat d’Eendt in Amsterdam hulp aan Joodse onderduikers. Zijn sociëteit Le Canard vormt in de jaren vijftig het centrum van de artistieke voorhoede.

    Gelukkige jeugd

    Gelukkige jeugd (tot mijn twaalfde) schrijft Hans Rooduijn in een autobiografische notitie vele jaren later. Heel veel later initieert hij als dramaturg een toneelstuk naar Kees de Jongen, het boek Kees de jongen geschreven door Theo Thijssen (1879-1943, 11 jaar toen hij zijn vader verloor). Voor een boekje bij het stuk selecteert Hans Rooduijn fragmenten uit geschriften van Theo Thijssen. Zoals over de dood van Thijssens eigen, 27-jarige vader, door tuberculose: ‘Ik weet dat het ontzaglijke veranderingen in ons gezinsleven heeft gebracht: ik zou bijna willen zeggen: het is een catastrofe geweest, die ons, kinderen, in stormachtig tempo tot wezenlijk andere wezens heeft gemaakt.’

    Ook het mooiste boek begint met de kleinste notitie

    ‘Je zou een boek over hem moeten maken‘ raadt journalist Henk Hofland Tom Rooduijn aan. Hofland schenkt hem een klein notitieboek. ‘Ook het mooiste boek begint met de kleinste notitie.’

    Fanghetto

    In 1971 ontdekt Hans Rooduijn het Noord Italiaanse dorp Fanghetto. In de loop van de jaren ontwikkelde zich daar een soort Nederlandse enclave. Over Fanghetto lees je onder anderen meer in het boek Bewaar de zomer van Alma Matthijssen: 1984 –         , 10 jaar toen ze haar vader verloor.

    Lezen

  • | | | |

    Drie mooie, liefdevolle en inspirerende dagen in Codiponte

    ‘Poeh, warm hier!’ We stappen rond drie uur uit het vliegtuig op Galilei Galileo, het vliegveld van Pisa. ‘Maar gelukkig een heel andere warmte hier dan in Nederland.’ En het gaat nog veel warmer worden in de komende dagen. Dat zullen we zeker mee gaan maken.

    Naar Codiponte

    ‘Je moet echt eens met me mee naar Codiponte’ heb ik sinds de aankoop van mijn huis in Codiponte al een aantal keren tegen mijn broer gezegd. Mijn huis zien. Het pleintje. Kennismaken met Maartje en Davide. Kennismaken met ons project, ons ’tweelinghuis’ op het pleintje: Casa Matilda en Casa La Rocca. Codiponte zien. De omgeving leren kennen. Maar ja: mijn broer is met pensioen, en dus drukker dan ooit. Maar het is gelukt. Afgelopen voorjaar hebben we doorgezet. En nu zijn we dus geland op het vliegveld van Pisa, en begeven ons naar het autoverhuurbedrijf. Hij rijdt. Want ik, 75+, betaal tegenwoordig een vermogen om een auto te mogen huren, en besturen. Dat doen we niet voor de drie dagen die we in Italië zijn.

    Samen eten

    Aan het einde van de middag komen we aan in Codiponte, bij de brug waar Davide ons al op staat te wachten om naar boven, naar de Concia te lopen. Mijn broer krijgt voor deze dagen Cypres toegewezen. Het heerlijke huisje, met het prachtige uitzicht op de Apuaanse Alpen. Zelf slaap ik voor deze keer in de ‘kraamkamer’. De kamer waar tal van Codiponters zijn geboren. In Stalla. Het koele appartement, met de buitenkamer. ‘Morgen lopen we naar Castello, het pleintje en het huis. Eerst vanavond samen eten met Maartje en Davide, op de binnenplaats van de Concia‘ besluiten we. Zo Italiaans als het maar kan. Samen heerlijk eten, samen kennismaken, samen ervaringen uitwisselen. Ik had er op vertrouwd, en het gebeurt. Het klikt tussen mijn broer, en Maartje, en Davide. Samen op de Italiaanse binnenplaats, onder de Italiaanse sterrenhemel.

    Codiponte Castello

    De volgende ochtend gaan we het doen. Op naar CodiponteCastello. Naar Casa Matilda. Casa La Rocca. Het pleintje. Op haar gebruikelijk manier sjeest Maartje ons in de auto naar boven. Spannend vind ik het wel, maar ondertussen vertrouw ik er ook op dat mijn broer de staat van Casa Matilda doorziet. En JA. Dat doet hij. Dat doet hij echt. Hij ziet de klus. Maar ook de mogelijkheden. Ook al kunnen we eigenlijk niet veel meer binnen zien. De vloeren zijn te onbetrouwbaar geworden.

    Gesprek met de geometra

    De volgende ochtend, vrijdagochtend, heeft Maartje in Casola een gesprek met de geometra – de bouwkundige – kunnen regelen. Ook daar zit mijn broer zichtbaar te genieten van wat hij te horen krijgt, en vooral te zien. De liefde en het enthousiasme van geometra Francesca en Maartje voor Casa Matilda werkt aanstekelijk. Echt!

    Drie mooie, liefdevolle en inspirerende dagen

    Het is kort, de drie dagen die we daar zijn. Maar wat is het bijzonder om mijn broer in zo korte tijd rond te zien lopen alsof hij er helemaal thuis is. Wat geniet ik deze dagen van dit samenzijn met mijn broer, en met Maartje en Davide. Zoals je op de foto kunt zien: er wacht echt een hele klus. Maar wat zal het mooi gaan worden. Wat zal Casa Matilda een gastvrij Huis voor Levensverhalen worden. Ik ben er helemaal gerust op.

  • | | | |

    Dichtbij – Babette van Drunen

    Dichtbij

    Steeds meer mensen – Verlaat Verdriet-ers ook – kiezen ervoor hun boeken uit te geven in eigen beheer. Babette van Drunen stuurde mij haar boek dat ze recent in eigen beheer heeft uitgegeven. Ze verloor haar vader in haar vroege jeugd.

    Babette van Drunen

    In dit indringende en persoonlijke boek neem ik je mee op een reis door rouw, herinnering en geloof. Na het verlies van mijn vader op jonge leeftijd, bleef een ondraaglijk verdriet achter – én een diep verlangen om hem te leren kennen. Maar hoe leer je iemand kennen die er al twintig jaar niet meer is? Door de verhalen van anderen. Hun woorden werden spiegels waarin ik stukje bij beetje mijn vader leerde zien, en mezelf.

    De weinige herinneringen die ik aan hem heb, werden mijn ankerpunten. Eén moment – op zijn schoot, na het avondeten – werd mijn veilige haven. Later begreep ik: dit beeld werd ook de basis van mijn Godsbeeld. In de zoektocht naar mijn vader vond ik de weg terug naar mijn Hemelse Vader.

    Dit boek is een rauw, eerlijk en hoopvol verhaal over verlies en herstel. Over gebrokenheid, heimwee en het zoeken naar een thuis dat niet met mensenhanden gemaakt is. Over hoe verhalen – van mensen én van God – ons helpen onszelf terug te vinden. Het is een uitnodiging om mee te wandelen, te voelen, te reflecteren. En misschien, net als ik, weer thuis te komen.

    Rouw

    Als ik maar kon herinneren hoe je stem klonk
    op de dagen waarop de pijn mij doordrong
    als ik maar kon voelen hoe jouw handen
    op mijn schouders een steun zouden zijn
    op dagen waarop ik mijzelf niet
    wist vast te houden
    de woorden die je mij toe zou fluisteren
    als ik me geen raad wist
    maar jij altijd zou luisteren

    Kennis maken

    Maak kennis met Babette van Drunen op Kenniscentrum Verlaat Verdriet 

    Bestellen

    Dichtbij