• | |

    FLESSENPOST: BeeldTaal delen in tijden van corona

    Welke brief zou jij graag in flessenpost willen vinden?

    Flessenpost

    Uitwaaien aan zee. Banjeren langs het strand. Met stip een van de populairste uitjes van heel veel Nederlanders.
    Ook jij doet het vast wel eens. Banjeren. Langs het strand. Met je voeten door het water. Speuren naar bijzondere vondsten. De jutter in jou ontwaakt. Schelpen zoeken. Grote. Kleine. Zeesterren. Drijfhout. Barnsteen. En natuurlijk: flessen. Wie hoopt niet al banjerend door het zand een fles te vinden? Natuurlijk: met die brief er in. Flessenpost.

    Ga mee in je verbeelding. Maak die wandeling langs het strand. Zon. Wind. Het wordt eb. Het is stil op het strand. Hier en daar een wandelaar. Een mede-jutter. Wat vind je deze keer? JA. Een fles. Half verstopt onder het zand. JA. Een brief er in. Een brief. Speciaal gericht aan jou.

    Nieuwe aflevering van BeeldTaal Speciaal

    Vandaag, 15 mei 2020, komt de nieuwe aflevering van BeeldTaal beschikbaar voor abonnees van BeeldTaal Speciaal 2020 FASE III: FLESSENPOST

    Laatste fase

    Gezien de ontwikkelingen rondom de corona-maatregelen zal naar verwachting fase III de laatste fase zijn van het aanbod je gratis te abonneren op BeeldTaal. Ook in deze laatste fase kun je 3 afleveringen verwachten, namelijk de aflevering van vandaag – 15 mei FLESSENPOST. Op 22 mei 2020 ontvang je met HARTENWENS nog een toegift: de laatste aflevering van BeeldTaal delen in tijden van corona.

    Gratis abonneren

    Je kunt je tot 22 mei 2020 gratis abonneren op BeeldTaal Speciaal 2020. Je ontvangt dan alle afleveringen van BeeldTaal Speciaal, fase III.

    Praktische informatie

    • Meld je – zolang de coronamaatrgelen duren – aan voor een gratis abonnement op BeeldTaal Speciaal 2020 via beeldtaalspeciaal@verlaatverdriet.nu
    • Je ontvangt per mail elke week op vrijdag of op zaterdag een nieuwe aflevering van BeeldTaal speciaal 2020;
    • Vraag desgewenst – voor je je aanmeldt – de voorwaarden aan voor deelname aan BeeldTaal Speciaal 2020 via beeldtaalspeciaal@verlaatverdriet.nu

    Dagelijks BeeldTaal

    Volg dagelijks BeeldTaal op de Verlaat Verdriet-Facebook-site van Titia Liese.

    Lees meer over Verlaat Verdriet

    Kenmerkende patronen bij Verlaat Verdriet
    Gids voor Verlaat Verdriet 

  • | |

    ‘Verdriet is geen straf’: interview met acteur Raymond Thiry

    Verdriet is geen straf

    Gisteren kreeg ik het interview toegestuurd met Raymond Thiry.
    NRC, 11 april 2015. Interview met Rinskje Koelewijn.
    Raymond Thiry verloor zijn moeder toen hij 9 was, en zijn vader toen hij 21 was. 

    Ik deel dit interview graag met je. Martine: dank je wel voor het toesturen!

    Acteur Raymond Thiry – nu in Bloed, Zweet en Tranen – is een man van onderhuidse emoties. „De kijker projecteert zijn eigen sores op mij”, zegt hij bij een broodje bal.

    Een peer, een kiwi, een paar koppen koffie. Het is twee uur geweest, en dit is wat hij vandaag heeft gegeten. Raymond Thiry (55) wipt achterover met zijn stoel, en vouwt zijn armen achter zijn hoofd. „63 kilo woog ik vanmorgen.” Hij klopt op zijn buik. „Mijn ondergrens is eigenlijk 65. Ik moet meer eten.”

    Hij pakt de menukaart van tafel. Het restaurant in het Vondelpark heeft allerlei moderns op het menu; salades met quinoa, spelt of bulgur. Hondje Eddy kruipt op schoot, hoopvolle blik op de baas. „We nemen een broodje bal”, besluit die. „Lekker.”

    Raymond Thiry is acteur. Als je gaat tellen, valt pas op in hoeveel theaterstukken, series en films hij de afgelopen vijfentwintig jaar speelde. Toch kan hij tamelijk ongestoord en anoniem over straat. „Hooguit één à twee keer per dag wil iemand met me op de foto”, zegt hij. „Gemiddeld.” Hij wordt vooral herkend door de rol die hij speelde in de televisieserie Penoza. Drie seizoenen lang was hij Luther, de beroepscrimineel die stilzwijgend de vuile klusjes opknapt voor de maffiabaas, een vrouw. In de bioscoop draaien nu twee films met hem erin; Tussen 10 en 12, een korte arthouse-film. En Bloed, Zweet en Tranen, de biografische film over zanger André Hazes.
    In beide films speelt Raymond Thiry de vader. In de eerste is hij een door verdriet overmande vader wiens dochter is omgekomen bij een auto-ongeluk. Als vader Hazes is hij dreigend en drankzuchtig. 

    Zo zijn zijn personages vaak: ogenschijnlijk kalm, maar achter die rustige façade lijkt innerlijke onrust te smeulen. Als zichzelf is Raymond Thiry wel kalm, maar niet dreigend. Hij is kleiner dan hij op het scherm lijkt en heel wat spraakzamer. „Ik beheers de techniek om een verhaal te vertellen door zo weinig mogelijk te doen en te zeggen. Als je dat goed doet, projecteert de kijker zijn eigen sores en emoties op mij, zonder dat er in mij nou per se heel veel omgaat.” Als vanzelf komen de zwaarmoedige rollen zijn kant op, weten ze hem te vinden als de „naar binnen geslagen man”.

    Zelf zou hij het liefst meer komische rollen spelen. Zoals hij twintig jaar lang deed bij het absurdistische theatergezelschap Alex d’Electrique. Of als de hyperactieve Van Rossum van ‘Roos en haar mannen’. Met dat trio presenteerde hij de jeugdprogramma’s van Villa Achterwerk. „Van Rossum is een karikatuur. Een uitvergroting van hoe ik echt ben.” En hoe is hij dan? Hij denkt kort na. „Ik liep bij de Jellinek-kliniek.” Jaren geleden, om van het roken af te komen. „Ik kwam in aanmerking voor combinatietherapie. Ik kon ook medicatie krijgen voor de drukte en het centrifugale in mijn gedachten.” Ja, knikt hij. Hij rookt nog.

    Intussen is Eddy even verderop aan de drinkbak van een andere hond begonnen. Thiry loopt tussen de volle tafeltjes om haar te halen, zich links en rechts verontschuldigend in plat Amsterdams. „Fijne hond, hoor. Alleen hij drinkt zoveel.” Hij heeft haar meegenomen uit een dorpje aan de Zwarte Zee, hij was er voor filmopnames. „Ze was uit het nest gekieperd”, zegt hij. „Misschien omdat ze kleiner was dan de rest, of niet helemaal goed bij d’r hoofd. Misschien is ze zelf vertrokken. Had ze inmiddels elders wat lekkerders geproefd dan moedermelk.” Van dieren, zegt hij als hij weer zit, kun je ongegeneerd veel houden.

    Kippenvel

    Als vader in de film Tussen 10 en 12 vertrekt hij geen spier als hem wordt verteld dat zijn dochter is verongelukt. Hij vraagt alleen in wat voor auto ze reed. De film volgt het verhaal van de regisseur Peter Hoogendoorn zelf. Op zijn zeventiende stond de politie voor de deur om te vertellen dat zijn zus dood was. Hij moest het zijn vader vertellen en zij samen aan zijn moeder. Als een soort slechtnieuws-estafette. Thiry: „Het onheil wordt aangezegd op een onverwacht moment. Je ziet de zoon, de vader en de moeder eerst terwijl ze onwetend zijn. Dan komt de omslag.” „De regisseur wilde geen tranen zien”, zegt hij. „Hij wilde onderhuidse, niet uitgesproken emoties.” Dan was hij bij Thiry aan het goede adres? Hij stroopt zijn mouwen op. „Ik krijg weer kippenvel als ik aan die scène denk.”

    Hij trommelt ongedurig op tafel. „Zo’n moment is me niet vreemd. Dat plotsklaps de dood zich aandient.” Bedoelt hij dat hij bang is om dood te gaan? „Nou ja, mijn geschiedenis dicteert dat ik te allen tijde op het ergste ben voorbereid.” Het is niet dat hij de dag ermee begint, maar „in een split second” schiet het regelmatig door zijn hoofd: wordt het een ziekbed van zes maanden, of blijft hij tot zijn zeventigste gespaard?

    Nee, nee, hij is geen hypochonder, zegt hij. Hoewel. „Ik had paardrijles genomen.” Hij moest het leren voor de jeugdfilm Code M die binnenkort uitkomt. „Vier keer heb ik op zo’n stalpaard gezeten. Het filmpaard was zo’n grote, zwarte hengst van een jaar of acht. Europees kampioen military. Die luistert naar elk kneepje dat je geeft.” Kortom, hij verloor de stijgbeugel, trok uit paniek nog harder aan de teugels waardoor het dier versnelde. Weken later had hij nog een beurse testikel. „Ik wist ergens wel dat het door die rit kwam. Maar ondertussen dacht ik: nu zal het wel chemo worden, en hopelijk snijden ze in het gunstigste geval alles er meteen uit.”

    Verlies

    Maar, zeg ik, dat gaat over angst voor zijn eigen dood. De film gaat over het plotselinge verlies van een geliefde. „Een vroeg gemis in familieverband is me ook bekend.” Zijn moeder overleed toen hij 9 was, aan borstkanker. Zijn vader overleed twaalf jaar later aan de gevolgen van overgewicht en twee pakjes Caballero per dag. „Ik was net weer thuis komen wonen.” Want in de tussentijd woonde hij….? „In kraakpanden.” Zijn middelste zusje, zes jaar ouder dan hij, kookte af en toe voor hem. Nu nog fietst hij rond etenstijd vaak even bij haar langs.

    „Mijn vader had geen flauw idee waar ik uithing of wat ik deed. Zo ging dat. Het was de tijd dat de schooldirecteur je vriendelijk verzocht niet in de gang te blowen, maar buiten. En dat je op je zestiende tegen je vader zei: ik ga uit huis, en trouwens ook van school.”

    Toen hij genoeg had van andermans vuile sokken in de asbak, betrok hij de onderste verdieping van zijn ouderlijk huis in de Amsterdamse Pijp, voorheen runden zijn ouders er een confectieatelier. Later, na zijn vaders dood, huurde hij de bovenverdieping erbij. Daar woont hij nu nog. „Bij koningshuizen en farao’s blijven de zonen ook in hun paleizen wonen. Ik heb het van onder tot boven gestript. Maar het voelt heel vertrouwd.”

    Eens in de zoveel tijd gooit hij rigoureus de inrichting om. „Niet dat ik zoveel behoefte heb aan verandering. Ik wil alleen graag vaste patronen doorbreken, de routine uit mijn handelen halen. Al is het maar dat ik een keer met links tanden poets, in plaats van altijd met rechts.”

    Hapje bal

    Hondje Eddy zit intussen ook aan tafel en verorbert een hapje bal. Terloops informeer ik of er, behalve Eddy, nog iemand bij hem in huis woont. „Nee.” Van de 23 jaar dat hij een relatie had met Raymonde de Kuyper (de Roos uit Roos en haar mannen) woonde hij er twee samen. „Ik ben geen familiemens. Ik hoef mijn vrienden ook niet bij me thuis. Ik ga liever de deur uit om mensen te zien.” 

    Emoties

    In een medisch tijdschrift is hij eens een artikel tegengekomen van de psychiater bij wie hij rond zijn twintigste – uit eigen vrije wil – in therapie was. „De casus die hij beschrijft, volledig geanonimiseerd natuurlijk, dat ging gewoon over mij.” Wat las hij dan? „Nou ja, jonge man op de vlucht, maar wel naarstig op zoek naar contact.” Laat hij zeggen: hij was heel lang nogal bedreven in het buiten de deur houden van emoties. „Het was mijn mechanisme om mezelf te beschermen tegen de impact van het leven.” En hoe deed hij dat? „Je gaat boven de situatie hangen. Loskoppelen, depersonaliseren. Je ziet wat je doet, maar je voelt het niet. Zoiets.”

    Hij strijkt over zijn donkerblauwe schipperstrui, zijn wijdvallende donkere broek. „Ik had iets vrolijkers moeten aantrekken. Straks denk je nog dat alles zo somber is.” Want dat is niet zo? „Nee. Zo inktzwart is het allemaal niet. Inmiddels kan ik best tegen verdriet.”

    Voorbeeld? „Huisdieren hebben het bambigevoel in me overhoop gehaald. Vroeger kon ik een jaar of langer uit mijn doen zijn na de dood van een hond of kat. Zodra dood of ziekte dreigde, moest ik ervan af. Toen mijn kat ten dode was opgeschreven, bracht ik hem meteen naar mijn zus.” Dat zou hij nu nooit meer doen. „Ik neem de zorg op me tot het eind. Mijn karakter is niet veranderd, maar ik heb geleerd dat als je de poorten opengooit voor narigheid, het kasteel niet in mekaar hoeft te sodemieteren. Of kasteel, kartonnen hutje. Zolang het niet aanhoudend is, is verdriet is geen straf.”

    CV

    Geboren: Amsterdam, 29 september 1959
    Burgerlijke staat: ongehuwd
    Woont in Amsterdam
    Opleiding: geen
    Eerste baan: bollenpeller
    Sport: zwemmen
    Vervoermiddel: fiets
    Boek: Het heerlijk avondje van Aat Ceelen
    Film: Gummo van Harmony Korine
    Muziek: 99% van Meat Beat Manifesto
    Onmisbaar:  goed stel hersenen

  • | |

    Volkskrant Magazine: interview met Hein van der Heijden

    In Volkskrant Magazine van dit weekend (9 en 10 mei 2020) een interview met acteur Hein van der Heijden (1958, 2 jaar toen hij zijn vader verloor).
    Ook in dit interview lees je weer in vrijwel alles wat gezegd wordt gevolgen van het vroege verlies van zijn vader. Gevolgen voor wie hij is geworden. Voor zijn leven. Voor zijn jeugd. En nu, voor wie hij is als volwassene.

    ……………  Van der Heijden groeide op met zijn moeder en twee broers. Zijn vader overleed toen hij bijna 2 was en zijn moeder in verwachting was van zijn jongste broer…..

    ………….. Hein was naar eigen zeggen ‘een dik, boos jongetje’. ‘Ik zat al gauw bij de kinderpsychiater wegens driftaanvallen…..

    …………… Edith en je dochter Dunja zeiden allebei dat je nog steeds bovenmatig nerveus kunt zijn voor een rol.
    ‘Altijd! Elke nieuwe rol is weer een bezoeking: slapeloze nachten, angstzweet, strak staan van de stress. Alsof ik in een diepe afgrond verdwijn. Ik heb heel lang gedacht: door mijn jeugd heb ik nu een probleem met spelen. Dat werd een soort selffulfilling prophecy: zie je wel! Ik ben heel goed in mezelf de put in praten.

    ‘En als ik er dan moest staan – bam! Dan was dat weg, en stond ik er. Ik denk dat ik ook een beetje ben gaan geloven dat ik die afgrond nodig heb om daarna te kunnen vliegen. Maar dat is een gevaarlijke gedachte.’………….

    Lees het interview met Hein van der Heijden in Volkskrant Magazine https://www.volkskrant.nl/mensen/acteur-hein-van-der-heijden-verloor-drie-naasten-aan-corona-het-verdriet-moet-nog-komen~b59c6084/

  • | |

    Ontreddering: gezien en gehoord worden

    Je denkt dat ‘het verwerkt’ is. Het speelt voor je gevoel allang geen rol meer in je leven. En dan, ineens, speelt het weer op. Er gebeurt ‘iets’ waardoor ontreddering, oud verdriet, oude pijn en eenzaamheid weer – voor even – aangeraakt worden.

    Mij overkwam dat vorige week toen ik naar m’n plek op Terschelling ging. Ik was alleen. In mijn huisje was ik al sinds januari niet meer geweest. Het werd al donker. Het was een beetje koud buiten. Ineens overviel me – totaal onverwacht – een gevoel van ontreddering. Van pijn. Verdriet. Eenzaamheid. Even duurde het voor ik begreep wat er aan de hand was. Maar toen drong het tot me door…

    Verlatenheid

    Op mijn 8e verloor ik mijn moeder. Het leven leek gewoon door te gaan. Met mijn schoolklas ging ik een dag op schoolreis. Hoe? Geen idee meer. Waarheen? Geen idee meer. Of het een leuke dag was? Geen idee meer. Maar ineens voelde ik weer hoe het was. Al die moeders – en een enkele vader – die bij het hek van de school stonden om hun kind op te wachten. Voor mij was er niemand die op mij wachtte. Niemand die me meenam naar huis. Het was die ontreddering, die intense eenzaamheid die ik weer even voelde. Die verlatenheid.

    Alleen naar huis

    De weg naar huis ging ik alleen. Thuisgekomen was er niemand die vroeg hoe mijn dag was geweest. Niet omdat er niemand was. Er was wel iemand. Namelijk ‘mijn stiefmoeder’. Maar die was niet geïnteresseerd in mijn verhaal. En riep alleen maar dat ik wel vuil geworden zou zijn. En trouwens: mocht ze wel geïnteresseerd zijn geweest, dan was ik heus niet van plan geweest haar te vertellen of het leuk  was geweest. Of juist niet leuk.

    Pijn, verdriet en eenzaamheid

    Op Terschelling voelde ik even weer die pijn. Die intense eenzaamheid, die verlatenheid van toen. Dat verdriet. Niet gezien. Niet gehoord. Ontreddering. Het was goed dat die gevoelens weer even werden aangeraakt. Want ik realiseerde me ook hoe vaak ik toch nog primair reageer vanuit die oude gevoelens. Ze zijn er dus nog. Ze zijn deel van mij. En dat mag. Nu wel.

    Je gezien en je gehoord voelen

    Even weet ik weer, letterlijk aan den lijve, hoe belangrijk het is je gezien te voelen. Gehoord. Ik weet weer even helemaal waarom ik in mijn Verlaat Verdriet-werk Verlaat Verdriet-ers juist dat wil geven. Gezien worden in de ontreddering van toen. Gehoord worden.