• | | |

    Een man voor het leven

    Decembermaand. Geen makkelijke maand voor veel Verlaat Verdriet-ers. ‘Ik kruip eind november in m’n bed, trek de dekens over m’n hoofd en kom er begin januari wel weer uit.’ Zo’n soort gevoel bekruipt veel van hen in de loop van de maand november.

    Geen (vaste) relatie. Geen (eigen) kinderen. Familie die uiteen is gevallen. Dan kan een maand vol familiefeesten ook wel veel gevoelens oproepen van intense eenzaamheid. Van ‘nergens bij horen’. Van ‘niemands belangrijkste op aarde zijn’. ‘Familiefeesten: niet voor mij weggelegd.’

    Wat missen deze Verlaat Verdriet-ers eigenlijk, in deze tijd? Regelmatig hoor ik – tot mijn grote verbazing en eerlijk gezegd ook wel tot mijn spotlust  – om mij heen hoe met name vrouwen verlangen naar een man ‘met wie ze op de bank kunnen zitten’. Wat ze daar dan al die tijd doen op die bank? Geen idee (misschien zijzelf ook niet(?). Of naar ‘een man met wie ze samen oud kunnen worden.’ Wat ze in die tussentijd doen? Geen idee. Behalve op de bank zitten misschien (?).

    Wat is er eigenlijk tegen op een man om mee te leven? Een man voor het leven? Of is het verlangen naar een leven-à-la-facebook-leven een beetje erg groot geworden? Alles goed. Like. Alleen maar ups. Geen downs.

    Hoe dan ook: een maand vol van gevoelens van eenzaamheid is bepaald niet aantrekkelijk. Maar wat ik vooral ook altijd een beetje vreemd vind: zelden hoor ik in november iemand verheugd roepen dat de decembermaand weer in aantocht is. Jippie! En op ± 4 januari kun je overal de zucht van opluchting horen. Gelukkig. Hij is weer voorbij. Die decembermaand.

    Een schrale troost is geen troost. Troost moet goed zijn. Groot. Omvangrijk. Volwaardig. Maar hoe dan ook: hij gaat voorbij, die decembermaand. Met of zonder man voor het leven. Ook al is die troost misschien wel een beetje aan de schrale kant.

  • | | | | | | | |

    Dochters en Moeders, voorbeeld uit de praktijk

    Dochters en Moeders.

    Meestal zie je het andersom geschreven staan: Moeders en Dochters.
    In mijn werk ontmoet ik meestal de Dochters, en over het algemeen niet de Moeders.
    Dochters en Moeders, dus.

    De Dochter verloor haar vader.
    De Moeder verloor haar man.

    Verstrikkingen

    Dochter en Moeder verloren dezelfde persoon. Maar je vader verliezen door de dood -terwijl je nog op moet groeien – is heel iets anders dan je man en de vader van je kind(eren) verliezen door de dood.
    In veel gevallen betekent dit verlies het startpunt van een – in de loop van het opgroeien van de dochter – ingewikkelde relatie tussen Dochter en Moeder, met veel verstrikkingen. Zeker als de Dochter enigst kind was.
    Vaak voortdurend als de Dochter allang volwassen is, en in veel gevallen zelf moeder is geworden.

    Verlies

    De Dochter ervoer de ruptuur van het onomkeerbare verlies van degene die de bedoeling had haar te beschermen, haar te inspireren en haar te gidsen op haar weg naar volwassenheid.
    De Moeder ervoer de ruptuur van het onomkeerbare verlies van haar partner. De man met wie ze samen haar kind(eren) op zou voeden, een thuis en een veilige haven zou bieden.

    Toekomsthorizon

    Tot de dood een einde maakte aan deze toekomsthorizon.
    De Dochter verloor haar beschermer en degene die haar zou ondersteunen bij het vinden en het innemen van haar plaats in het leven.
    De Moeder verloor de man op wie ze had willen kunnen rekenen bij het opvoeden van haar kind(eren).

    Eilandje

    Beiden, Dochter en Moeder, kwamen na het verlies van de partner/de vader op hun eigen eilandje terecht.
    Gevangen in het trauma van de ruptuur.
    Verstard.
    Verhard.
    Geharnast tegen de hardheid van het leven.
    Intens verlangend naar liefde en aandacht.
    Niet meer in staat uit te reiken naar elkaar.
    Elkaar beschermend.
    Elkaar ontziend.
    De Moeder verlangend naar begrip van haar Dochter.
    De Dochter verlangend naar delen met haar Moeder over haar overleden vader. Verbinding zoekend met de vader die geleefd heeft. Die zijn genen aan haar heeft doorgegeven. Op wie ze lijkt. Of misschien niet lijkt.

    De Moeder afwijzend. ‘Dat moet je nu toch eens verwerkt hebben.’ ‘Heb ik het soms niet goed gedaan?’ ‘Ik wil niet de schuld krijgen.’

    Dochters en Moeders

    Elkaar niet meer kunnen bereiken.
    Allebei eenzaam.
    Allebei kwetsbaar.
    Allebei zichzelf met geweld staande houdend.
    Gebonden in kou en afstand, in plaats van verbonden in nabijheid, liefde en warmte.

  • | | |

    Bericht voor partners van Verlaat Verdriet-ers

    In de afgelopen tijd is een aantal keren mijn aandacht gevraagd door en voor partners van Verlaat Verdriet-ers, zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland. Deze partners lopen vast in hun relatie met hun Verlaat Verdriet-man/vrouw. Ze hebben het gevoel (mede)drager te zijn van het ontkende en/of weggestopte verdriet van hun man/vrouw. Daarom richt ik me hier, vandaag, met dit bericht voor partners van Verlaat Verdriet-ers in de eerste plaats tot hen, en met name tot hen die – evenals bovengenoemde partners – ongemakkelijke, boze, teleurgestelde, gefrustreerde gevoelens (her)kennen.

    Je staat er bij en je kijkt ernaar. Je ziet het gebeuren. De ruptuur van het vroege verlies speelt weer op. Het ging goed met je Verlaat Verdriet-man/Verlaat Verdriet-vrouw. Soms al een tijd lang. En dan – ineens – lijkt de winst die er was weer helemaal weer weg te zijn. Je ziet patronen terugkomen waarvan je dacht dat die ‘overwonnen’ waren. Verdwenen. Of in ieder geval niet meer zo overduidelijk en hinderlijk aanwezig. Je man/je vrouw trekt zich weer terug in zichzelf. Lijkt weer onbereikbaar te zijn geworden. Afwezig. Kortaf. Onrustig. Snel geïrriteerd. Moedeloos. Gedeprimeerd. Depressief.
    Als partner voel je je dan onthand. Machteloos. Je vraagt je af: Komt dat nou echt allemaal (nog steeds) daarvan? Dat kan toch niet waar zijn? En besluit (keer op keer op keer op keer) Kom op zeg, blijf er niet in hangen. Ga wat doen. Hoe dan ook: ik doe het niet meer!
    Ondertussen wil je eigenlijk toch je partner helpen. Maar hoe? Je wilt graag oplossingen aandragen. Maar welke? En wat doe je als je partner weer eigengereider is dan ooit en je steeds te horen krijgt: Laat me toch met rust. Ik red mezelf wel.

    Of je weet al zo lang je je partner kent dat er iets bij haar/hem niet klopt. Je vermoeden dat dit iets te maken heeft met het vroege verlies van haar/zijn ouder(s) is in de loop van de jaren alleen maar groter en sterker geworden. Maar wat kun je daarmee, als je partner stug volhoudt: Dat is het niet. Daar heb ik geen last van. Dat is al zo lang geleden. Of: Wat heb ik daar aan? Dat verandert er helemaal niets aan. Ik krijg ze er toch niet mee terug? 

    Zoals gezegd: partners van Verlaat Verdriet-ers hebben vaak het gevoel (mede)drager te zijn van het ontkende en/of weggestopte verdriet van hun man/vrouw. En soms hebben ze daar zo verschrikkelijk genoeg van. Ook zij willen aandacht. Ook zij willen – terecht – erkenning voor hun gevoelens. Voor hun boosheid. Voor hun verdriet. Voor hun frustraties.
    Het zijn deze partners die ik vanaf deze plaats graag attent wil maken op de rubriek Partners in deze site en op het hoofdstuk Tips voor mensen in je omgeving in mijn Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek.

    Verlaat Verdriet-er – lezer van deze Blogpost – graag nodig ik je uit dit artikel te laten lezen aan je partner.  Het zou zomaar kunnen zijn dat je er goed werk mee doet. Niet alleen voor je partner, maar ook voor jezelf.