• | | |

    Bericht voor partners van Verlaat Verdriet-ers

    In de afgelopen tijd is een aantal keren mijn aandacht gevraagd door en voor partners van Verlaat Verdriet-ers, zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland. Deze partners lopen vast in hun relatie met hun Verlaat Verdriet-man/vrouw. Ze hebben het gevoel (mede)drager te zijn van het ontkende en/of weggestopte verdriet van hun man/vrouw. Daarom richt ik me hier, vandaag, met dit bericht voor partners van Verlaat Verdriet-ers in de eerste plaats tot hen, en met name tot hen die – evenals bovengenoemde partners – ongemakkelijke, boze, teleurgestelde, gefrustreerde gevoelens (her)kennen.

    Je staat er bij en je kijkt ernaar. Je ziet het gebeuren. De ruptuur van het vroege verlies speelt weer op. Het ging goed met je Verlaat Verdriet-man/Verlaat Verdriet-vrouw. Soms al een tijd lang. En dan – ineens – lijkt de winst die er was weer helemaal weer weg te zijn. Je ziet patronen terugkomen waarvan je dacht dat die ‘overwonnen’ waren. Verdwenen. Of in ieder geval niet meer zo overduidelijk en hinderlijk aanwezig. Je man/je vrouw trekt zich weer terug in zichzelf. Lijkt weer onbereikbaar te zijn geworden. Afwezig. Kortaf. Onrustig. Snel geïrriteerd. Moedeloos. Gedeprimeerd. Depressief.
    Als partner voel je je dan onthand. Machteloos. Je vraagt je af: Komt dat nou echt allemaal (nog steeds) daarvan? Dat kan toch niet waar zijn? En besluit (keer op keer op keer op keer) Kom op zeg, blijf er niet in hangen. Ga wat doen. Hoe dan ook: ik doe het niet meer!
    Ondertussen wil je eigenlijk toch je partner helpen. Maar hoe? Je wilt graag oplossingen aandragen. Maar welke? En wat doe je als je partner weer eigengereider is dan ooit en je steeds te horen krijgt: Laat me toch met rust. Ik red mezelf wel.

    Of je weet al zo lang je je partner kent dat er iets bij haar/hem niet klopt. Je vermoeden dat dit iets te maken heeft met het vroege verlies van haar/zijn ouder(s) is in de loop van de jaren alleen maar groter en sterker geworden. Maar wat kun je daarmee, als je partner stug volhoudt: Dat is het niet. Daar heb ik geen last van. Dat is al zo lang geleden. Of: Wat heb ik daar aan? Dat verandert er helemaal niets aan. Ik krijg ze er toch niet mee terug? 

    Zoals gezegd: partners van Verlaat Verdriet-ers hebben vaak het gevoel (mede)drager te zijn van het ontkende en/of weggestopte verdriet van hun man/vrouw. En soms hebben ze daar zo verschrikkelijk genoeg van. Ook zij willen aandacht. Ook zij willen – terecht – erkenning voor hun gevoelens. Voor hun boosheid. Voor hun verdriet. Voor hun frustraties.
    Het zijn deze partners die ik vanaf deze plaats graag attent wil maken op de rubriek Partners in deze site en op het hoofdstuk Tips voor mensen in je omgeving in mijn Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek.

    Verlaat Verdriet-er – lezer van deze Blogpost – graag nodig ik je uit dit artikel te laten lezen aan je partner.  Het zou zomaar kunnen zijn dat je er goed werk mee doet. Niet alleen voor je partner, maar ook voor jezelf.

  • | |

    Lief klein meisje……

    In verband met een Verlaat Verdriet-workshop zocht ik een dagboekje op waarin ik in de winter van 1998 regelmatig schreef.
    De volgende tekst van Emily Dickinson (1830-1886), die ik in dit dagboekje tegenkwam, wil ik graag met je delen:

    Ik voelde een splijten in mijn hoofd
    als was mijn brein gedeeld
    Ik probeerde het te maken
    voeg voor voeg
    maar kreeg het niet geheeld

    In hetzelfde boekje, dat ik vooral gebruikte om in contact te komen met het kind in mij – het meisje dat zes was toen haar moeder ziek werd en dat op haar achtste haar moeder verloor – schreef ik op 18 december 1998:

    Kom lief meisje
    voel je angst
    voel je verdriet
    voel hoe erg het is geweest
    voel hoe erg het voor jou is geweest.

    Kom
    ik houd je vast.

    Wij zijn één,
    samen zijn we krachtig
    samen zijn we sterk
    samen zijn we in staat dat enorme gat dat altijd weer in mijn leven komt te dichten.

    Kom meisje
    samen zijn we sterk.

    Kom meisje
    samen maken we een nieuwe basis.

    Kom meisje
    manifesteer je
    laat je zien.

    En op 31 december 1998

    Lief klein meisje
    Ik wil graag van je houden
    Ik wil je graag aaien
    Ik wil je graag opnemen in mijn leven
    Ik wil graag niet meer bang voor je zijn
    Ik wil graag je niet meer bang maken
    Ik wil graag je niet meer in een hoek drijven

    Ik wil je niet slaan
    Ik wil je niet vernederen
    Ik wil je niet angstig maken

    Kom bij me
    Laat me je vasthouden
    Laat me je verwarmen
    Laat me je beschermen

    Kom bij me zitten
    Dan kunnen we aan elkaar wennen

    Kom alsjeblieft

    Wacht!
    Ik kom naar jou toe. 

     

  • |

    Poly-ruptuur, multiple-trauma

    Steeds opnieuw gaat het thema ‘Een kind dat een ouder verliest door de dood, verliest veel meer dan alleen die ouder’ door me heen. Als een soort van mantra: ‘een kind dat een ouder verliest door de dood, verliest veel meer dan alleen die ouder’. Het kind verliest ook veiligheid. Continuïteit. Geestelijke geborgenheid. Vertrouwen.

    Zelf geef ik de voorkeur aan het gebruik van het woord ruptuur (snede, scheur) in geval van jong ouderverlies boven – of liever gezegd: voorafgaand aan – gebruik van het woord trauma (wond). Van het ene op het andere moment raakt het kind afgescheiden van de overleden ouder. Onomkeerbaar. Raakt het kind afgescheiden van het leven zoals het was. Onomkeerbaar. Raakt het kind afgescheiden van zichzelf. Niet onomkeerbaar. Het leven ging door. Onmiskenbaar. Het levensveranderende verlies greep diep in. Op alle levensgebieden, en zowel in de geest, als in het lichaam van het kind. In haar/zijn hele zijn.
    Bij jong ouderverlies is eerder sprake van een meervoudige ruptuur, dan van een enkelvoudige ruptuur: poly-ruptuur. Poly-ruptuur – meervoudige ruptuur – kan meervoudig trauma veroorzaken: multiple-trauma. En veroorzaakt dat bij jong ouderverlies in veel gevallen ook werkelijk.
    Als het kind vervolgens wordt blootgesteld aan een veelvoud van vervolgverliezen en -transities wordt de kans op een veelvoud aan trauma’s –  multiple-trauma – groter en groter.

    Steeds duidelijker ook krijgt mijn scepsis vorm ten aanzien van (een al te gemakkelijk) gebruik van EMDR. Wie niet een goede kennis heeft van, en een ruime ervaring heeft met, de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder, doet er goed aan EMDR niet ‘zomaar’ in te zetten. Voor Verlaat Verdriet-ers, die in hun jeugd zijn geconfronteerd met poly-ruptuur en multiple-trauma, kan het gebruik van EMDR gevaarlijk zijn, en de Verlaat Verdriet-er eerder schade berokkenen dan helpen. EMDR is geen gemakkelijke en lekker snelle methode om van je trauma’s af te komen. Zeker niet als het gaat om de gevolgen van jong ouderverlies!

    Morgen heb ik een afspraak met de enige persoon in Nederland die is opgeleid in het gebruik van WingWave. Wingwave is een methodiek die in Duitsland is ontwikkeld door twee psychologen. Ik ben nieuwsgierig naar deze methode. Misschien een methodiek die bruikbaar is om mee te werken met Verlaat Verdriet-ers? In ieder geval wordt Wingwave gebruikt door null in Zwitserland. Hoewel Diederika, wat Verlaat Verdriet-ers en Wingwave betreft, nog aan het onderzoeken is of de methode goed kan werken bij Verlaat Verdriet-ers en zo ja: hoe.

    Ik zal het horen morgen, en er zeker verder over schrijven.

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.