• | |

    Ik moet ook altijd alles alleen doen

    Waaraan herken je een Verlaat Verdriet-er?
    Nou – bijvoorbeeld aan haar/zijn onvermogen om hulp te vragen.

    Je verloor als kind je ouder. Gooide van binnen de deur dicht. Bouwde een muur om je heen. ‘Ik red mezelf wel. ‘Doe het wel alleen.’ ‘Ik heb niemand nodig.’

    Vragen

    Je vraagt geen hulp. Er was toen voor jouw gevoel niemand. Dus aan wie zou je nu hulp vragen? En waarom?
    Of je bent bang je afgewezen te voelen. De ander gaat misschien afwerend reageren. Heeft het te druk met andere zaken. Geen tijd voor je. Of je voelt meteen: die heeft er eigenlijk geen zin in. Niets pijnlijker voor een Verlaat Verdriet-er dan je afgewezen voelen. Of de angst te voelen dat je afgewezen zult worden.
    Conclusie: ”Zie je wel. Er is niemand.’ En daar sta je weer. ‘Zie je wel – ik moet ook altijd alles alleen doen.’

    Ontvangen

    En dan nog iets. Je hebt geoefend. Je slaagt erin hulp te vragen. Maar dan. Ontvangen. Hulp ontvangen. Dat kun je als Verlaat Verdriet-er niet zomaar. Je bent gewend de dingen zelf op te knappen. Alleen. Zelf.

    Je hebt hulp gevraagd. Je kwetsbaar gemaakt. Hebt laten zien dat het je niet lukt het alleen te doen. Maar hoe doe je dan ineens iets samen? Hoe ontvang je hulp? Hoe voorkom je dat je de ander het gevoel gaat geven: je hebt mij eigenlijk helemaal niet nodig? Dat de ander al werkend gaat denken: doe het maar lekker zelf, als je toch alles veel beter weet?

    De weg naar heling

    De weg naar heling gaat voor een Verlaat Verdriet-er in stapjes.
    Bijvoorbeeld door te leren dat hulp vragen geen schande is. Dat je niet altijd alles alleen hoeft te doen.

  • | |

    De bijzondere invloed van taal

    Twee Verlaat Verdriet-ers in de workshop. Beiden verloren heel jong hun ouder. De ene vrouw verloor haar moeder. De andere vrouw verloor haar vader. ‘Ik was te jong’ vertelt de ene vrouw. ‘Ik heb helemaal geen eigen herinneringen aan mijn Papa. Wat ik ook probeer: hij blijft altijd heel ver weg voor me’.
    Beide vrouwen hebben Friese roots. De ene vrouw groeide op in Friesland. De andere vrouw groeide op buiten Friesland, met een Friese vader. De vrouw die haar moeder verloor vertelt over haar relatie met haar vader. ‘Mijn heit’ zegt ze. ‘Mijn heiti.’

    Heit

    De andere vrouw veert plotseling op. ‘Zeg dat nog eens’ zegt ze. ‘Heit. Heiti. Dat is het!! Ik noemde mijn vader geen Papa. Ik noemde mijn vader Heit. Heiti. Mijn vader was nooit mijn Papa. Mijn vader was mijn Heit!

    Onoverbrugbaar

    Zelf herinner ik me wat er gebeurde in mijn eigen proces. Andere mensen – vooral ook therapeuten – hadden het over ‘jouw Mama’ als het over mijn moeder ging. Mijn moeder bleef altijd op afstand. Onoverbrugbaar. Tot de dag waarop ik mij realiseerde: ik noemde mijn moeder geen Mama. Ik noemde mijn moeder Mammie. Mijn moeder was Mammie.

    Overbrugd

    De niet te overbruggen afstand die ik had altijd gevoeld werd overbrugd.
    Mijn moeder is Mammie.

    Zo werkt de bijzondere invloed van taal!

  • | |

    Angst mijn vader voorgoed te verliezen

    ‘Eindelijk durf ik het onder ogen te zien.’
    Aan het einde van de workshop kijkt een van de deelnemers ons wat onzeker aan. Of eigenlijk moet ik zeggen: wat onwennig aan.
    ‘Nu durf ik het eindelijk onder ogen te zien. Al die therapieën die ik in mijn leven heb gevolgd. (En dat waren er heel wat). Aldoor weer. Met volle inzet. Maar nu weet ik: eigenlijk altijd met de bedoeling niet te hoeven doen wat ik moest doen. De dood van mijn vader onder ogen zien. Zijn dood accepteren. Te voelen wat ik moest voelen.
    Nu begrijp ik eindelijk waarom ik dat deed. Altijd ben ik bang geweest mijn vader voorgoed te verliezen. Altijd ben ik bang geweest dat ik hem dan voorgoed kwijt zou raken.’

    Om de hete brij heen draaien

    Zelf herken ik wat deze Verlaat Verdriet-er zegt. Ook in mijn eigen verlate rouwproces kwam het moment waarop ik me dat realiseerde. ‘Al die therapieën die ik in de afgelopen jaren heb gevolgd, hebben er vooral voor gezorgd dat ik eindeloos om de hete brij heen kon blijven draaien. Te voelen wat ik moest voelen. De angst mijn moeder voorgoed kwijt te raken als ik haar dood zou accepteren.’

    Lezen

    Jaren geleden las ik het boek Uit de tijd vallen van de Israëlische schrijver David Grossman. David Grossman verloor zijn zoon Uri in een van de Israëlische oorlogen. Hij weigerde het rouwproces om zijn zoon aan te gaan. Het verlies van zijn zoon te accepteren. Uit angst zijn zoon voorgoed kwijt te raken.

    Opnieuw verbonden

    Totdat deze vader volkomen vast liep. Niet anders meer kon dan te gaan rouwen om het verlies van zijn zoon.

    Hij raakte zijn zoon niet voorgoed kwijt.
    Integendeel.
    Hij verbond zich opnieuw met zijn zoon.
    Met de zoon die heeft geleefd.

  • | |

    Als ik het alleen moet doen, dan doe ik het alleen

    Goed gedaan, jongen

    Een vakantieweek op Terschelling. In onze Aquamarijn. Jongetje van acht. Zijn moeder. En ik.
    Ik zie jongetje van acht gaan. Naar zelfstandigheid. Zelfredzaamheid. Zelfvertrouwen. Naar ZELF.
    Hoe jongetje van acht ’s ochtends vroeg goedgehumeurd z’n bed uitkomt. ‘Ik ga croissantjes halen.’ Z’n portemonnee tevoorschijn haalt. Geld telt. De deur uitwandelt. Tien minuten later terugkomt met z’n croissantjes.
    ‘Goed gedaan, jongen.’

    Bemoediging

    Z’n plek zoekt in de groep kinderen op de camping. Z’n teleurstelling. Pijn. Onzekerheid. Boosheid als dat niet allemaal zomaar – vanzelf – gaat. Ik hoor z’n moeder. Hoe ze jongetje van acht opvangt. Geruststelt. Troost. Bemoedigt. Laat zien wat zijn eigen rol hierin is.

    Alleen

    Amper acht was ik toen ik mijn moeder verloor. ‘Wat heb je als je acht bent je moeder verschrikkelijk hard nodig’ realiseer ik me bij de ervaring van deze vakantieweek op Terschelling.
    Kinderen van acht – zoals ikzelf indertijd – die de deur in hun ziel dichtgooien als ze hun ouder verliezen. ‘Als ik het dan alleen moet doen, dan doe ik het wel alleen.’