• | | | | | | | | |

    Mijn Droomreis

    Mijn Droomreis, 28 MEI- 4 JUNI 2014

    Op 16 mei j.l. stuurde Steef mij haar ervaringsverhaal En dan krijgt je leven een heel andere wending. Op 10 juni stuurde Steef me het vervolg van haar ervaringsverhaal.

    Steef,
    35 jaar,
    14 jaar toen ze haar vader verloor
    als gevolg van ziekte.

    28-05-2014

    Gister (woensdag 28-5-2014) ging om 4 uur de wekker na een goede nacht. Binnen een uurtje zat ik in de auto. Mijn ‘droomreis’ gestart. Dat ik last heb van topografische dyslectie weet ik al langer, maar zo dicht bij huis is nieuw. Op de A12 stonden borden dat de A2 was afgesloten, precies de route die ik wilde nemen. Oké, ik overstag, dan via de A12 en de A3. De TomTom bleef volhouden dat ik fout reed. Uiteindelijk naar hem geluisterd en in de buurt bij Arnhem naar beneden via de A50 en A73. Ook toen speelde de topografische dyslectie weer op. Mijn oriëntatie was weg. Via de regenradar app vond ik weer een soort van oriëntatie. Ik ging de goede kant op, in ieder geval naar het zuiden. Om 7.15, na 198 kilometer bereikte ik de grens. Tot dusver had ik geluk met de file. Om 9 uur hield ik een korte tank en koffie pauze, zo dat heet bijkomen.

    530 kilometer gereden

    530 kilometer gereden, 11 uur en op de A5. De komende kilometers zijn slopend, iets anders kan ik er niet van maken. Met een gemiddelde van 20 vrachtwagen per 5 minuten. Inhalen was op de 3 en 4 baans weg een lange slang waar dat mondjes maat ging. Tot overmaat van ramp waren er veel wegwerkzaamheden en moesten we van 3 of 4 banen naar 2 en soms 1. Veel file dus en koffie moet er ook weer uit. Op het moment dat er weer gegast kon worden, ik me keurig aan de snelheid hield zag ik een ‘flits’, ik kan hooguit 1 km te hard hebben gereden. Op de A8 ging het file rijden verder. Ik was het al zo zat, opgeven was geen keuze. Om 13.00 uur heb ik er 640 kilometer opzitten – Stuttgart Flughafen.
    De A7 gaat lekker, al was ik gespitst want de weg werd 30 minuten afgesloten voor het weghalen van een baustelle, gelukkig niets gezien. Ergens kwam nog een beetje energie vandaan, om 15.30 reed ik Lermoos in. Het voelde echt als thuiskomen. Om 16 uur uitgepakt en wel zat ik op de bank even bijkomen voor de laatste activiteit van vandaag; boodschappen.
    De vermoeidheid zat er goed in. Thuis verheugde ik me op vanille yoghurt met rote grutze. Ik was er van overtuigd dat iemand die uit mijn kar had gejat. Het stond ook niet op mijn bon. Even later bleken ze in de koelkast te staan, de vermoeidheid begint zijn tol te eisen.

    Papabeeld

    De reis heeft me flink uitgewoond. Ondanks dat het goed ging en ik niet emotioneel was, ging ik me in Ehrwald steeds meer beseffen wat ik ga doen. De vermoeidheid en tranen hadden invloed op elkaar. Ik heb ‘mijnpapabeeld’, zijn foto en zonnebloem een mooi plekje op de vensterbank gegeven. Toch was ik meer bezig om mezelf warm te krijgen en houden. De verwarming stond uit en in de woonkamer was de maximum temperatuur 16 graden, badkamer 13 graden en slaapkamer 12 graden. Gelukkig had ik al mijn warmteharten mee, voor een ander doel, maar gaven mij nu voldoende warmte. Elektrisch koken, pan water er op en mijn oventje aan lieten de woonkamer temperatuur stijgen naar 19 graden. In mijn bed lag een metalen dienblad met net gekookte warmteharten en een deksel er op. Met fleecedeken en trui was ik in no-time vertrokken naar dromenland.

    29-05-2014

    Donderdag 29-5-2014 werd ik frisser en fruitiger wakker. Het was koud, ijskoud in de woonkamer, 14 graden, en net uit bed voelt het nog kouder. Ingewikkeld in een fleece deken, koffie gezet en na 3 mokken koffie kwam er wat leven in me. Bijna alles een plekje kunnen geven, het is hier weer enigszins leefbaar en mijn hoofd lijkt meer tot rust te komen. Om 10 uur een afspraak om te prikken bij Liesbeth, maar eerst naar Café Leitner voor de gastenkaart en om te melden dat ik in een vrieskist leef. Vele excuses en er werd gegarandeerd dat ik er vanavond warmer bij zit. Buiten is het bijna warmer als binnen en merk dat mijn winterjas overbodig is als ik naar Haus Alpenblume loop. Na de prik naar huis gelopen en voelde dat dit het moment was om te bellen voor de rescue medicatie. Terwijl deze inwerkte dronk ik 2 bakken thee en met het aankomst cadeautje, een heerlijke Linzer Auge. Stefan en Milika zag ik aan komen lopen en ja, de verwarming werd lauw, waar een mens al niet blij om kan zijn.

    Lärcherwald

    Vanmiddag een deel van mijn missie kunnen voltooien. Ik ben via het Lärchenwald, naar het bankje van mijn moeder gelopen. Ik heb het beeld hierop gezet en heb 2 stenen gezocht. Toen pas leek er een soort steentje te vallen dat dit bij mijn hele ritueel hoort. Doorgelopen naar mijn nieuwe bankje, althans nieuwe planken, en hier hetzelfde gedaan. Een heel ander soort steen dan in het bos. Dat merkte ik thuis met het graveren, de stenen bij mijn bankje stonken meer. Ik kon het nog net droog houden en toen ik de steentjes gegraveerd en wel op de vensterbank legde bij ‘mijnpapabeeld’, foto, as en zonnebloem bleven de tranen urenlang op het drempeltje liggen van gaat het komen of niet. Ik heb lange tijd in het hoekje gezeten kijkend naar alles, net een paar zonnestralen die mijn lijf probeerde te verwarmen, ik heb het nog steeds koud.

     

     

     

     

     

    Kaunertal

    Er was ineens enorme twijfel of ik morgen naar het Kaunertal ga. Ik heb vele weerberichten gezien en iedereen meldt iets anders. Dit is verwarrend. Uiteindelijk na het eten zo veel mogelijk klaar gelegd. Batterijen opgeladen en extra warme kleding klaargelegd.

    30-05-2014

    Vrijdag 30-5-2014 ging om 7 uur de wekker. Het eerste wat ik deed was het gordijn opzij, pff regen. Twijfel ging verder, ontbijten met twijfel, aankleden met twijfel, twijfel maakt me gek en dat is nu alles wat ik wil. Na 3 keer het weerbericht te hebben gezien, ik ga! Verena Schneider heeft het afgelopen 2 vakanties geen enkele keer goed voorspeld, dus ga ik nu van het tegenovergestelde uit, dat wat de overige weerberichten voorspellen. In de ochtend mogelijk enkele buien en tegen de middag opklaringen. Het panorama beeld in het Kaunertal, die ik al weken volg, laat geen extra sneeuw zien. Na de laatste slok koffie vertrek ik.

    Om 10 uur bereik ik het bord ‘Gruss gott im Kaunertal’. Onderweg was het een spel van ruitenwissers aan of uit, een standje langzamer of steller, of de langzame stand met af en toe een keer wissen. Het was niet druk onderweg en kon overal doorrijden. Het was alleen opletten dat ik geen snelwegen nam in verband met de tol, gelukt.

    Bij de toegangspoort, ‘ein mal‘, waarop ik direct de vraag terug kreeg ‘zum skifahren?’, ‘nein‘, kassa €23,00 voor een dagkaart. Op het ticket staat ‘wo der Steinbock zu Hause ist‘, ik dus. Te maf voor woorden dat ik moet betalen om naar mijn vader te kunnen.
    Een rit van 29 haarspeldbochten staat me te wachten, alsof ik hier gister nog was. Ik voel me vreemd, kan het niet beschrijven. Aan het einde van het stuwmeer trek ik mijn thermokleding aan. Een uitdaging om in de auto te doen. Eerst shirt en na twijfel de broek. Buiten de auto hijs ik alles in juiste vorm. Ga weer zitten en bekijk het stuwmeer. Ik heb hem nooit zo leeg gezien. Binnen no-time schiet de gedachte door mijn hoofd dat mijn vader hier doorheen is gestroomd. De gedachte is snel weg, perplex hoe leeg ik me voel. Ik voel spanning in mijn lijf, mijn hoofd is leeg, vreemd. Terwijl ik gedachteloos naar het lege meer staar, de regen op het raam hoor tikken, eet ik met veel moeite een krentenbol. Ik heb geen trek, maar weet dat ik iets moet eten, op de helft geef ik op en spreek met mezelf af dat ik de andere helft boven op eet, voordat ik ‘mijnpapabeeld’ plaats.
    Ik rij verder, het is rustig en ben pas 3 auto’s tegen gekomen. Ik zeg vaak tegen mezelf dat mijn papa trots op me zou zijn, dit neemt het vreemde gevoel in mijn buik niet weg. De temperatuur zakt iedere haarspeldbocht, de eenzaamheid stijgt iedere haarspeldbocht. Ik weet dat ik niet op moet geven, ik voel me sterk, dit wil ik en ik kan het. Langzaam voel ik werking van de thermokleding.

    Als ik bij Kehre 7 rij zie ik de regen natte sneeuw worden. Als eerste voel ik of me sneeuwkettingen nog steeds onder me stoel liggen. Ik rij langs de lift die ik al weken volg, groen, klopt. Nu moet ik op gaan letten want Krummgampental ligt tussen Kehre 7 en 6.
    Kwart over 11, punt bereikt, ik val stil. Geen idee of ik blij of verdrietig ben of wat dan ook. Motor uitgezet. Leeg, helemaal leeg. De buikpijn die ik al de hele ochtend heb was verdwenen. Zorgen kwamen er langzaam voor terug. Ik voel me vreemd. Drukkende hoofdpijn neemt steeds meer toe, ik weet het niet meer. Dit is wat ik wil, maar met sneeuwval heb ik geen rekening gehouden, alleen mijn sneeuwkettingen, maar die liggen 365 dagen per jaar in mijn auto.
    Ik beslis eerst naar de Gletsjer te rijden en de nieuwe situatie te laten bezinken. Ik werp nog snel een blik, maar zie het beekje stromen en een paar sneeuwvrije stenen, opgelucht.

    Gletsjer

    Boven bij het gletsjer restaurant op 2705 meter, heb net koffie en Germknödel op. Er zitten hier honderden skiërs en toch voel ik me eenzaam. Buiten een grote mistwolk. Hooguit 50 meter zicht. Er valt droge sneeuw. Ik heb hoofdpijn, of het van de spanning of van de sneeuw is durf ik niet te zeggen. Ik moet eerst acclimatiseren. Mijn lijf heeft een stijging van honderden hoogtemeters doorgemaakt en dat merk ik al te goed. De voorspellingen zijn dat het vanmiddag beter wordt, droog en de zon kan doorbreken. Ga ik daar op wachten of niet. Ben zo in tweestrijd.

     

     

     

     

     

    Krummgampental

    Ik ben zo onrustig dat ik besluit om naar beneden te rijden. Op sommige plaatsen rij ik tussen sneeuwmuren. Het zicht is slecht, de weg is slecht. Aan de eigenschappen van een filmpje zie ik dat ik om 12.45 de parkeerplaats Krummgampental weer bereik. Ik verzamel al mijn spullen uit de kofferruimte en klim over een sneeuwhoop. Ik kies een nieuw spoor, modderig, maar redelijk te doen. De natte sneeuw wordt droger en hoor het tegen me jas tikken. Ik voel me sterk. Mijn oog valt op een groep stenen en zoek het beste pad om er te komen. Het is aan de andere kant van de beek. Via een paar stenen moet het te doen zijn, niet wetende dat aan de overkant mijn rechterschoen drijfnat is. Ik verloor mijn evenwicht, vast van de stress, kan er wel om lachen. Soppend loop ik verder, heb ik weer.

    Uit mijn Tirol tas pak ik het beeld en zoek een plekje. Het liefste had ik een kleine steen uit de grond gehaald, zat los, maar had niet de kracht, na een tweede poging geef ik het op. De plek waar het beeld staat kan zo ook. Ik maak de steen droog waar ik hem tegenaan wil hebben. Ik merk dat ik aan het trillen ben. Ondertussen bleef het doorsneeuwen, steeds harder. Met een flinke dot lijm plak ik het beeld vast en de stenen die ik gisteren mee heb genomen bij beide bankjes plak ik er, met wederom een flinke dot lijm, onder. Beide zijn gegraveerd met onze namen en jaartal. Ik moet het beeld klem zetten met een steen erop. Rondom plak ik stenen die om het beeld liggen vast. In korte tijd een tube lijm leeg. Met de grootste precisie, als dat ooit nog los gaat. Ondertussen gaat het steeds harder sneeuwen, het lijkt wel ijsregen. Rondom het beeld leg ik voor de zekerheid nog wat extra stenen. Ik word verdrietig, maar dit lijkt direct te bevriezen. Ik neem de plek in mij op, nee nog meer stenen én lijm. Dit mag gewoon nooit verdwijnen.

    Ik zoek nog een paar stenen uit die ik meeneem. Ondertussen zet ik een paraplu boven mijn tas, alles is al zeiknat.

    De meegenomen foto van mijn vader zet ik naast het beeld tegen de steen, ik neem het in mij op. Het is zo gek, maar dit wilde ik.
    Ik leg er 3 bloemen bij, 3 roosjes in verschillende kleuren. Bloemen uit elkaar, steeltjes raken elkaar. Ik strooi een deel van het ‘as’ over de bloemen en beeld. De andere helft verstrooi ik in de beek, beetje bij beetje. Tranen komen op, maar zijn snel weer weg. Ik lijk me niet te beseffen wat er gebeurd. Het gaat steeds harder sneeuwen. Ik voel me verdrietig maar sterk. Dit hoort bij mijn ‘droomreis’, dit is precies volgens mijn plan. Lange tijd staar ik naar het voorbij stromende water, het is hard maar de waarheid.

    Koffie, dat wilde ik met hem drinken. Ik had hier helemaal geen trek in en van de geur werd ik misselijk. Symbolisch heb ik de beker leeggegooid naast het beeld. Het bewaarde Zoeterwoude water heb ik de grote steen mee overgoten.
    Stilte, ik, papa en het geluid van de beek. Even wij en niets en niemand anders.

    Ik pak alle spulletjes in. Maak een foto voor de exacte locatie en loop richting mijn auto, mijn vader hield ook van Ford. Ik leg alle natte spullen in de kofferruimte en plof in de auto, doodmoe. Laatste restjes energie die ik nog heb verzamelen en naar huis. Laat ik hem verdorie weer achter, maar ik heb nu tegen hem gezegd; ‘over een paar dagen ben ik er weer, echt dat beloof ik‘. Ik barst in huilen uit, er lijkt geen einde aan te komen.

    31-05-2014

    Zaterdag 31-05-2014 iedereen is weer bij elkaar.
    Vanmorgen heel vroeg waker, begrijpelijk ik lag er gisterenavond vroeg in, ik kon niet meer. Rond 1 uur werd ik wakker dat de tablet nog aan stond, geen idee hoeveelste film er werd afgespeeld. Na een pot koffie leeg te hebben gedronken besloot ik naar Garmisch te gaan. Even iets heel anders dan al het emotionele. Geestelijk voel ik me doodmoe, lichamelijk fit genoeg de Zugspitze te beklimmen.

    Even 9 uur rij ik Garmisch binnen. De zon breekt steeds meer door, genieten en onvoorstelbaar dat ik gister sneeuw heb gezien en gevoeld. De warmte van de zon doet me goed, ik geniet er echt van, tot ik het te warm krijg. Een paar winkeltjes in, heb het snel gezien. Ik voel dat er nog veel te veel onrust in mijn lijf is. Gelukkig helpt mijn boodschappenlijstje me enigszins. Sommige dingen blijven in Duitsland gewoon goedkoper als Nederland. En op mijn Vighy handcrème scheelt het gewoon 3 euro. De benzine blijft in Oostenrijk het goedkoopst. Er heerst hier volgens mij een benzine oorlog. Ik had 2 dagen geleden geloof ik wel de goedkoopste uitgekozen met 1.374 de liter.

    Nadat ik bij de bakker ben geweest rij ik weer naar huis. Zo reed ik de heenweg met de verwarming aan en terug met de airco. Gezellig muziekje van Ilse de Lange, het kan weer. Gisteren na het plaatsen van het beeld kon ik geen muziek en geluiden verdragen, ik had behoefte aan veel stilte. Mijn gezicht voelde dood aan. Thuis stond de tv uren uit, alleen in bed had ik behoefte om een film te kijken. Denk dat de angst voor piekeren overheersender was.

    Ehrwald

    In Ehrwald rij ik naar de fotograaf. Vragen hoe het met Opa Hannes gaat, maar vooral om 5 foto’s af te laten drukken van gister en een portretfoto van papa die gisteren door de sneeuw helemaal was uitgelopen. Thuis alles uitgestald, het is echt zijn hoekje. Als ik er naar kijk zijn er vele gevoelens, alles loopt kris kras door elkaar heen, vooral de positieve lijken uitschieters.

    Broodje gesmeerd en in de tuin gaan zitten. Heerlijk die zon, me energie level zakte, steeds meer, en ik wilde nog zo veel. Ik moest de 2 stenen uit het Kaunertal graveren én de buren waren niet thuis i.v.m. de herrie. Ik werd aan alle kanten afgeleid. Het is een vreselijke zooi in de woonkamer, de tafel ligt bezaaid met van alles en nog wat. Op de hoekbank is geen plek meer voor mijn billen. De verslagen rust in mijn hoofd uit zich door overal zooi. Na het checken van mijn mail besluit ik een sterke bak koffie te maken. Terwijl deze doorloopt doe ik een opruimpoging, koffie is een goede beloning. Ondertussen leg ik de graveerspullen gereed voordat ik het in de kast opruim.

    Papa 2014

    Nadat de koffie op is, gaat de stekker in het stopcontact. Als eerste graveer ik de goudbruine steen die ik bij mijn moeder haar bankje wil leggen. Ik zet er ‘Henk 2014’ op. Deze steensoort is heel anders dan de stenen van beide bankjes. Ik schrijf op de steen die ik bij mijn bankje wil leggen ‘papa 2014′ na de tweede, diepere, graveerronde zet ik het apparaat uit. Ik voelde de tranen opkomen, deze bleven maar stromen.

    Om half 2 trek ik mijn schoenen aan voor een pittige, geplande, wandeling. Ik merk dat mijn hoofd op is en mijn lijf vol energie zit. Ik ben zo uit balans. Ik loop eerst naar het bankje van mijn moeder in het Lärchenwald. Als iedereen voorbij is zoek ik een goede plek om Henk en mijn steen op te plakken. Ineens besefte ik mij dat ik op mijn moeders bankje vrijwel altijd rechts zit. De keuze is snel gemaakt. Onder de plank waar een steunbeugel op zit plak ik de stenen beide met een flinke dot lijm vast. De derde tube al in 2 dagen. De goudkleurige steen valt goed op, als iemand normaal op het bankje zit zie je alleen een paar kleine hoekjes, je moet het weten.

    Ik loop door over de Panoramaweg richting Biberwier. Deze wandeling heb ik niet meer gemaakt sinds mijn vader overleden is. Af en toe een stevige klim, maar weet waarvoor ik het doe. Er is veel veranderd sinds ik hier de laatste keer met mijn vader was en hem op de foto zette. Ik vervolg na een paar foto’s mijn route richting de Rochuskapelle. Een flinke daling, dat moet beslist spierpijn zijn morgen. Via ‘ons oude vakantiedorpje’ richting Lermoos over de Wagtersteig. Deze heb ik sinds 1993 niet meer gelopen, de laatste keer was met mijn papa. Maar ook nu is hij erbij, voor de laatste reis naar mijn bankje. Voor ik het weet ben ik in Lermoos en via het Moos loop ik naar mijn bankje. Veel fietsers onderweg en vanuit Lermoos zie ik een grote regenwolk aankomen, vanuit de Alm kant hetzelfde. Bij mijn bankje zocht ik naar een geschikte plek. Weer rechts bij de beugel, nu met de beugel ertussen. Ma aan de buitenkant en papa aan de binnenkant. 4 stenen geplakt en de tube is leeg. Tevreden loop ik naar huis.

     

     

     

     

    Missie volbracht

    Missie volbracht is het eerste waar ik aan denk. Alles wat ik nu nog doe is allemaal extra! Die gedachte voelt fijn. Ik heb gewoon alle wensen uit ‘mijn droomreis’ in vervulling kunnen laten gaan. De ruim 20 minuten van mijn bankje naar huis lopen, lopen de tranen en snottebellen sneller als mijn voeten. Voor het eerst voel ik me lichamelijk moe. Ik ben op tijd thuis voor de regenbui, ik kan zelfs nog in de zon zitten met een Amaretto-jus. Ik heb het verdiend, al heb ik hem net iets te sterk gemaakt.

    Vanavond uit eten, heb ik verdiend. Ik twijfel of ik lopend naar Panorama ga, maar moet ook op mezelf passen, de auto dus. Vertrouwd negeer ik het bord [vrijhouden voor hulpdiensten] en als een, bijna echte, Tirolerin pleur ik mijn auto op de parkeerplaats boven tussen alle einheimische. Jammer, Moni is er niet.
    De kaart hoef ik niet te zien, schnitzel met een Almdudler en salade van het buffet. Stamgast! Ondertussen leg ik mijn tablet op tafel om van me af te schrijven. Ondanks dat het lokaal redelijk vol zit voel ik mij wederom eenzaam. Wat is er aan de hand? Bord voor het eerst sinds dagen leeg, trots! Na een uur schrijven bestel ik nog een thee. Als ik straks thuis kom douchen en luieren op de bank. Trots op mezelf zijn, het mag nu echt!

    01-06-2014

    Zondag 1 juni 2014. Het was vandaag een extra dag. Ik had me gisteren voor het slapen voorgenomen dat als ik uit mezelf op tijd wakker zou zijn en het mooi weer zou zijn, ik nog een keer naar het Kaunertal wilde. Vanmorgen even over 7 werd ik uit mezelf wakker, blauwe hemel. Geen twijfel, gewoon gaan. Om even over 8 stapte ik in de auto. Rustig op de weg, ik zat vol energie.

    Om kwart over 9 zag ik het bord ‘Gruss gott im Kaunertal‘ even later stond ik voor de mautstelle. Deze keer kreeg ik er stickers bij, waarom vorige keer niet? Ik rij op me dooie gemakje naar boven, ach snel kan het niet ook al is het rustig. Rijden naar de gletsjer is een spel tussen schakelen van zijn 2 naar 3 en weer terug. Bij het stuwmeer stop ik. Even twijfel ik of ik niet in een keer door zal rijden naar boven. Nee, ik stap uit en loop over de damwand. Het is zo overweldigend zo’n stuwmeer, ik voel me klein en gelukkig. Na diverse foto’s stap ik in de auto en vervolg mijn reis. Ik neem er de tijd voor en stop regelmatig om te genieten van het uitzicht. Mijn camera is mijn maatje vandaag. Als het weer vriendelijker is komt het landschap vriendelijker over. Zelfs voorbij trekkende wolken storen mij niet, ze maken het landschap nog specialer.

    Als ik voorbij bord met nummer 22 rijd, tussen Kehre 7 en 6, staat de parkeerplaats vol. Ik rij verder, toch nieuwsgierig. Ja ik zie het beeld, wow. Een stukje verder kom snel tussen sneeuwwanden te rijden, imposant. Voor ik het weet ben ik bij de Gletsjer. Ik zoek een plekje voor mijn auto, ze hebben vandaag echt FC Knudde geparkeerd. Tussen 2 pistenbully’s, ik vind het een prima plek. Ik zie dat het pas kwart over 10 is. 3 uur geleden was ik net wakker en nu sta ik in de sneeuw.

    Ik besluit om met de gondel naar het 3 landenpunt te gaan, ik stap in gondel 3. Boven besef ik me dat ik over de 3000 meter ben. De lucht is zeer ijl. De liftman schept de sneeuw in slow motion weg. Ik klim naar het hoogste punt, prachtig uitzicht, maar buiten adem. Er is niemand. Als er niet zoveel wind zou staan kan ik het hier nog uren uithouden. De zon brand op mijn gezicht, al 3 keer ingesmeerd. Ondanks de rust die hier heerst voel ik me niet eenzaam en alleen. Het eerste woord dat ik vandaag sprak was tegen de liftman toen ik met gondel 3 weer naar beneden ging. Wat is er aan de hand met het getal 3?

    Relaxed

    Beneden loop ik wat rond en ga op zoek naar het bankje waar mijn vader en moeder op zaten toen ik een foto van hen maakte, het was tijdens zijn laatste vakantie. Bankje niet gevonden, er is veel veranderd. Ik heb mijn grote boek mee maar kan de locatie niet achterhalen. Ik vermoed dat het bankje plaats heeft moeten maken voor de ‘nieuwe’ lift. Ik zoek een plekje uit, ga zitten, en geniet van de zon en het prachtige uitzicht. Onbeschrijfelijk. Ik geniet van de skiërs en snowboarders die bezig zijn met hun trainingen, hoog niveau. Ik ben relaxed.

     

     

     

     

    Bever

    Rond kwart over 11 besluit ik om, in slow-motion, naar mijn auto te lopen om naar beneden te gaan. Lunchen met papa, koffie heb ik mee. Na een paar bochten zie ik ineens een bever lopen, de eerste die ik ooit in levende lijve zie. Even later zie ik er meer lopen, ze lijken een hol te hebben. Ik heb een hekel aan mensen die ‘zomaar’ stil gaan staan aan de kant van de weg, deze keer was ik het zelf. Het was zo gaaf om te zien. Eén liep over de weg, een ander hield mij in de gaten, een echt fotomodel. Bijzondere beesten.

    Bij punt 22 stop ik. Ik pak me spullen uit de auto en zie dat ik, als ik wil, met het openbaar vervoer naar mijn vader kan. Ik vraag me af of het bordje van de bus er 2 dagen geleden al stond. Het pad is modderig. Eenmaal op het officiële pad kan ik de modder van me schoenen stampen. 2 dagen geleden had ik een misstap met een vochtige schoen, nu dus goed opletten. Ik bestudeerde de beste route, andere als vorige keer.

    bij mijn vader zijn

    (13.15) Het geeft zo’n rust om hier bij mijn vader te zijn. Enige wat minder prettig is zijn mijn zeiknatte schoenen, sokken en binnenzolen. Deze keer niet van de natte sneeuw, maar door een misstap over de beek. 2 zeiknatte schoenen, een plas water erin, sokken en binnenzolen zijn om uit te wringen. Ik denk dat als papa dit had gezien hij dubbel had gelegen van het lachen.

    13.15

     

     

     

     

     

    mijnpapabeeld

    Inmiddels zit ik hier al 1½ uur in totale ontspanning. Ik moet moeite doen om contact met mijn blote voeten te krijgen, dit is niet vanwege de kou. Er is een sluier aan bewolking en de zon probeert er al de hele dag doorheen te breken, lukt regelmatig, heerlijk. Op de achtergrond de stromende beek in het Krummgampental. Ik zit op een Droste boodschappentas met allemaal chocolaatjes. Winterjas over mijn schouders, broek ver opgerold, ik voel de natte rand rond mijn kuiten. Verbaasd dat het zo snel droogt. Links van mij de pizza broodjes en een thermosfles met koffie. Ik heb al 2 bekers op, smaakt goed op 2361 meter hoogte. Achter mij liggen mijn sokken en binnenzolen te drogen op een steen, om de steen ligt sneeuw. Rechts van mij mijn ‘waterschoenen’, Ik verheug me er al op ze straks weer aan te trekken. Daarnaast mijn Tirol rugzak met de vele speldjes, natuurlijk die van 35 jaar Ehrwald erop. In de tas, goed beschermd, mijn camera waar ik al vele foto’s van deze reis op staan. Links van mijn voeten uitzicht op ‘mijnpapabeeld’. Het is zo fijn er steeds weer een blik op te kunnen werpen. Bij de laatste blik realiseer ik mij dat er 3 grote stenen achter elkaar liggen. Papa, mama en ik. Als mijn moeder ooit dood gaat strooi ik haar hier uit en maak een beeld die ik op de volgende steen plak; Familie B.-Kaunertal. Ik begrijp dat mijn papa het hier zo mooi vond en vindt. De rust, het prachtige uitzicht, de warmte van de zon, de ongerepte natuur.

    Familie B.-Kaunertal

     

     

     

     

    Girl power

    Zojuist het derde bakkie koffie ingeschonken, als deze op is ga ik de losliggende stenen die ik 2 dagen geleden niet vast heb gelijmd vereeuwigen. De andere stenen en het beeld liggen muurvast, echte girl power!

    Om 16 uur besluit ik mijn spullen te pakken, tja dit is voor nu echt het laatste moment. Een mooi en vredig moment. Ooit kom ik hier terug. Papa is hier. Vereeuwigd. Een traan komt op, ik ben helemaal niet verdrietig, ik voel me ontspannen en voldaan. Ik ben trots op mezelf en dat is mijn papa ook, ik weet het zeker. Deze dag van mijn ‘droomreis’ is extra, zo voelt het ook.

    Over het beekje springen gaat deze keer goed, al voelen de natte schoenen onaangenaam. Gelukkig heb ik me slippers mee. Het is warm in de auto. Terwijl ik naar beneden rijd geniet ik van de prachtige uitzichten. Dan ineens schrik ik me rot, een hert, of misschien wel een Steenbok schiet de weg over, alles verder prima. In een dik uurtje rij ik met vrolijke muziek aan naar huis. Ik zit nog vol energie, dat was 2 dagen geleden wel anders.

    Thuis voel ik de vermoeidheid, en zet mezelf snel in de chill modus. Ik bekijk mijn prachtige foto’s en geniet na van deze bijzondere dag, hier word ik blij van. Een vreemd en onbeschrijfelijk gevoel dat diep zit.

    02-06-2014

    Op maandag 2 juni 2014 begint mijn vakantie. Al mijn wensen zijn in vervulling gegaan en niets hoeft meer, alles mag. Nou ja, ik moet vanmorgen naar zuster Liesbeth voor een hooikoortsprik. Vooraf ga ik naar de Spar, een klein bedankje kopen. Ik merk snel dat ik te warm ben aangekleed. Thuis verkleed ik mij en ga eerst op weg naar de Intersport, Gerd gedag zeggen, maar hij is er niet. Te vroeg voor Liesbeth loop ik een ommetje door het dorp, langs het kinderland, en zie Gerd, Lisa en andere oud collega’s staan. Ze zijn druk bezig en wil ze verder niet storen. Ik slenter verder, het is heet in de zon. Na een bakkie koffie en een prik bedank ik Liesbeth, ik vertel kort over mijn geslaagde missie en loop naar huis. Regen. Kletsnat kom ik thuis, weer verkleden.

    Na de lunch houd het niet op met regenen. Ik besluit om even naar Füssen gaan. De hele dag binnen zitten is niet goed. Onderweg verbaas ik me dat er geen regen is gevallen. In Füssen trek ik me jas maar aan met een T-shirt eronder. Ik zie zwarte wolken en mijn jas kan beter tegen de regen als mijn vest. Het is er gezellig druk. Ik loop een rondje en ga vervolgens nog naar de supermarkt. Inmiddels komt het hier met bakken uit de hemel. Als ik richting Ehrwald rij is er van de regen die vanmiddag viel niets te merken. Ik geniet op het balkon van de zon, heerlijk vakantie!

    03-06-2014

    Dinsdag 3 juni 2014 schiet ik om 11 uur wakker. Voor mij, als soms extreem vroege vogel, bijzonder. Heb heerlijk geslapen na mijn lavendel bad, huidolie en traum schön thee. Het is voor mij een teken dat ik echt moe was en er aan toe kon geven. Ik geniet van de eerste slok koffie die ik op nuchtere maag mijn lijf binnen voel gaan.

    Ik doe het vandaag rustig aan, ik heb tenslotte vakantie. Nadat ik de woning betaald heb rij ik naar Garmisch voor broodjes en wat andere reis proviand voor morgen. Het weer vandaag ik wisselvallig. Ik reed uit Ehrwald weg met 23 graden en zonnig. Richting Garmisch werd het donkerder en steeds koeler en voor ik het wist reed ik in een enorme hoosbui. De terugweg was het omgedraaid. Na de lunch begonnen met het één en ander al in te pakken. Ik heb hier altijd al een hekel aan gehad. Waarom past het op de heenreis wel in 2 tassen en op de terugweg niet.

    Even over drie rijdt er een auto de oprit op en toetert. Dan hoor ik ‘Steffie‘. Ingrid komt op de koffie. Ze vraagt om een slappe bak koffie anders kan ze niet slapen. Ik doe me best. Ik vind het een te slappe bak, Ingrid schreeuwt het uit, veel te sterk. De komende drie uur word ik bijgepraat over alle Ehrwalder nieuwtjes, sommige zijn oud. Na 3 uur ben ik suf gekletst en alle stilte van de afgelopen dagen is ingehaald.

    Afsluiting Droomreis

    Als afsluiter van deze ‘droomreis’ ga ik uit eten bij. Panorama. Moni is er deze keer wel en verbaasd dat ik alleen ben. Dinsdag is duidelijk niet mijn dag, geen idee waar ik trek in heb. Uiteindelijk na drie keer de kaart te hebben gebladerd besluit ik om, zoals altijd, schnitzel te nemen. Ik heb niet heel veel trek, ik voel me moe en suf gekletst.

    Thuis spring ik onder de douche en herhaal het relax programma van gister, wetende dat ik morgen echt niet zo lang kan slapen…

    De enige vraag die ik nog heb is waarom er op het bord Krumgampental staat en verder overal Krummgampental, dat kan in Nederland.

    Inspiratiebron

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

  • | | | | | | | | | | |

    En dan krijgt je leven een heel andere wending

    Ervaringsverhaal van Steef,
    35 jaar,
    14 jaar toen ze haar vader verloor
    als gevolg van ziekte.

    Diagnose ‘verlate rouw’

    k kan me nog goed het gesprek herinneren waarin ik de diagnose ‘verlate rouw’ kreeg. Achteraf gezien was dat het einde van het ontkennen, het begin van een nieuwe start.
    Ondanks dat ik in oktober 2013 de definitieve diagnose ‘verlate rouw’ kreeg, was daarvoor al het één en ander gaan rollen. Al besefte ik mij toen nog niet dat het overlijden van mijn vader zo veel invloed op mijn leven kon hebben. Ik weet nog heel goed het moment dat ik met een vriendin zat te eten bij een strandtent in Zandvoort, we waren op Surfcamp. Even spraken we over het verlies van een ouder, maar ergens bleef er bij mij een muurtje.
    Pff, zo van: ‘Ik heb er geen last van’.

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

    Na de diagnose leek mijn wereld op z’n kop te staan. Langzaam ging ik meer en meer accepteren dat ik het verlies van mijn vader niet had verwerkt. Ik ben veel gaan lezen en uiteindelijk kwam ik bij het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek, van Titia Liese, uit en de bijbehorende website.
    Het was alsof ik ineens begrepen werd. Dingen die ik jarenlang niet heb kunnen plaatsen kregen een plek.
    Vraagtekens kregen woorden.
    Zo maf allemaal, maar het was de waarheid.

    Vraag en antwoord

    Gelukkig kon ik met al mijn vragen bij de GGZ terecht. Het frappantste was, dat ik regelmatig in mijn vraag het antwoord al zette. Ik kon mijn vinger er op leggen, maar ‘het’ niet vastpakken. Ondertussen maakte ik de opdrachten uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek.
    Soms snapte ik niet direct de link tussen een opdracht en mezelf; met terugwerkende kracht werd dit me steeds duidelijker. Ik kwam er in de zoektocht naar mijn verleden achter dat ik niet alleen op zoek ben naar mijn vader, maar ook op zoek ben naar mezelf.

    Waarom kan ik zo plotsklaps veranderen?
    Waarom gaat iets weken goed en dan is het weer mis?
    Waarom kan ik anderen zo slecht vertrouwen?
    Waarom voel ik me zo anders als anderen?
    En zo had ik nog vele vragen.

    Boekwerk

    De opdracht van het maken van een Levensloop uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek werd iets uitgebreider dan in eerste instantie de bedoeling was.
    Ik zocht in fotoalbums, dia’s werden omgezet naar een foto.
    Klassenfoto’s, diploma’s, certificaten en getuigschriften werden de basis van mijn levensloop.
    Totdat het zo veel was geworden, en zo onoverzichtelijk, dat ik door de bomen het bos niet meer zag. Het duurde even, maar nadat ik blokken van 5 jaar maakte, verspreid door mijn hele kamer, kwam er weer wat overzicht bij het uitzoeken.
    Door alles te digitaliseren werd het een mooi boekwerk dat ik nog steeds aanvul. Zo krijgt mijn leven voor mijn 15e levensjaar weer inhoud, maar ook daarna. Het was prettig mijn jeugd ‘terug te hebben’.

    Meer reacties

    Toch bleven er vele vragen over. In het spoor van het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek voelde ik de zoektocht naar mijn vader al komen, al was ik nog helemaal niet bij dat hoofdstuk. Rond de feestdagen kwam hier verandering in, toen ik een vriendin van mijn moeder, die ik al mijn hele leven ken, een kerstwens per e-mail stuurde en vertelde hoe het met mij ging. Het was net een sneeuwbal die vervolgens bleef rollen, steeds groter werd en af en toe ineens van richting veranderde.
    Het was overweldigend hoe mensen reageerden op de vragen die ik per e-mail gesteld had aan familie, vrienden en collega’s van mijn vader. Sommige waren zo verbaasd, andere verbaasde het niets dat ik hier nu mee bezig ben. De antwoorden die ik kreeg waren zo warm en lief, ik had dat totaal niet verwacht. Het heeft een lange tijd geduurd voordat ik met al die antwoorden en verhalen iets kon. Tot eind februari het moment daar was en ik alle antwoorden bij elkaar heb gevoegd en er een mooi lopend verhaal van heb kunnen maken.
    Niet alleen mijn jeugd had ik terug, maar ook mijn vader. Hij kreeg steeds meer inhoud en ik ging me beseffen wat voor een bijzondere man hij is.

    Mijn vader

    Een bijzonder moment, begin februari, was het bezoek aan Machine fabriek Kasteel, de werkgever van mijn vader. Op het moment dat ik binnen stapte was mijn eerste gedachte ‘het ruikt hier nog net zo als vroeger’. Boven aangekomen bleek er veel veranderd te zijn, maar ik herkende nog het één en ander.
    Het bijna 1,5 uur durend gesprek dat ik met de heer Kasteel, nu directeur, had was zo fantastisch, ondanks dat ik er tegenop zag. Er werd over mijn vader verteld alsof hij weer levend werd gemaakt. Met zoveel liefde, warmte en humor werd verteld hoe mijn vader was. De anekdotes bleven maar komen en de één nog leuker dan de ander.
    Veel stof om te verwerken, maar het voelde zo goed. Ondertussen sloot het naadloos aan bij de informatie die ik van zijn andere collega’s, familie en vrienden ontving. Iets wat niet snel te vergeten is, was de eerste reactie toen ze mij zagen: ‘Jeetje, jij lijkt op je vader zeg’. Er kwam steeds meer verbondenheid met mijn vader.
    Zo veel mooie herinneringen, foto’s en anekdotes vond ik zonde om niets mee te doen. Een deel van mijn website heb ik aan hem geschonken. Prachtig hoe alles in elkaar paste, alsof iemand dit van tevoren voor mij had uitgestippeld.

    Na de wintervakantie, waar ik geëerd ben voor 35 jaar Ehrwald, had ik een gesprek met de zus van mijn vader. Ik wist inmiddels het één en ander van hem, maar niets uit zijn jeugd. De zoektocht naar mijn vader zijn jeugd liep synchroon met het hoofdstuk waar ik intussen was beland uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek. Het was fijn om zijn jeugd nu te kunnen plaatsen. Ik was heel blij met de foto’s die mij werden toegestuurd. Vooral die mijn vader heeft gemaakt. Herkenbare kaders waaruit ze genomen zijn, zouden zo die van mij kunnen zijn. Naast jeugdfoto’s kwamen er tevens leuke zwart-wit foto’s tevoorschijn van mijn vader zijn ouders, zijn grootouders en overgrootouders. Via informatie van een neef kregen deze mensen ook inhoud.

    Mijn wens

    In april veranderde het een en ander. Ik startte met Creatieve Therapie en degene die mij begeleidde in het proces ging met pensioen. Gelukkig had ik mij hier al lang op voor kunnen bereiden en de overgang naar een nieuw persoon verliep niet al te moeilijk. Vooral Creatieve Therapie heeft veel in beweging gezet, al is mijn wens al veel eerder uitgesproken.
    De eerste twee keer was lastig. Ik wist nauwelijks wat ik er van moest verwachten, maar het deed toch wel iets. Eind april sprak ik mijn wens nogmaals uit in een zeer emotioneel gesprek. Ze kon woorden geven aan ongrijpbare gedachten en verlangens, het smolt zo mooi samen.

    Mijn vader bezoeken in het Kaunertal in Oostenrijk. Hij is er dan wel niet meer, maar zijn as hebben we daar wel verstrooid. Voor mij is hij daar. Mijn vader heeft ooit tegen mijn moeder gezegd dat hij het Kaunertal het mooiste plekje van de wereld vond. Mijn moeder gunde hem dit en zo werd het zijn laatste rustplaats.
    Ik mis een plek waar ik naar toe kan gaan als ik hem mis. De één gaat naar een begraafplaats, de ander naar een urnenwand of heeft een pot op de kachel staan. Ik heb niets.

    En dan ineens krijgt je leven een heel andere wending

    In een week kan je je leven totaal op zijn kop gezet worden en krijgt je leven ineens een hele andere wending. Letterlijk van idee tot uitwerking.
    Je krijgt een idee wat je wil maken voor hem, een beeld. Je gaat op zoek naar materiaal dat bestemd is voor weer en wind en ondertussen deed ik navraag of het echt zo was.
    Dan realiseer je je dat je 2 dagen vrij bent en met logische gedachten kun je er een week van maken.
    Je vraagt hals over kop aan je collega’s in het weekeinde of zij plannen hebben die dagen en voordat ik een definitief antwoord van hun had, kreeg ik een aanbod voor een appartement in Ehrwald dat ik eigenlijk helemaal niet wilde hebben, maar dat al vol zat. Voor een leuke prijs kon ik het appartement huren waar we altijd zitten. Twee wegen kruisen elkaar en op goed geluk stonden de antwoorden samen op de ‘groene stip’. Toen pas realiseerde ik mij dat mijn wens uit zou gaan  komen, steeds meer realiteit zou gaan worden.

    Beeld

    Naast het regelen van vrij op mijn werk en een slaapadres denderde de trein verder. Want wat zou het toch mooi zijn als op het beeldje dat ik wil maken van Sculpture Blok een metalen plaatje komt dat bij de werkgever van mijn vader vandaan zou komen.
    Deze wens kwam binnen een week uit en de tranen rolden over mijn wangen toen ik las ‘het plaatje krijg je van ons’. Zo onwerkelijk en zo ontzettend lief.
    Een week later bij creatieve therapie (06/55/2014): daar zat ik dan met een beige blok voor m’n neus en een mal van het beeld dat ik wil maken. Precies op maat, getekend met potlood en liniaal. Ook ik heb waarschijnlijk een pleurishekel aan inkt, net als mijn vader. Tijdens het maken van de mal heb ik vaak aan hem gedacht.

    Ik legde ook eerst alles klaar, vanuit keurig gesorteerde bakjes, voordat ik daadwerkelijk begon. De verzamelde spullen die ik nodig dacht te hebben kwamen ook uit een bak, keurig gesorteerd, alles bij elkaar.
    Ik heb de mal op het blok gezet en wilde het daar voor die dag nog even bij houden. De sneltrein van afgelopen week moet weer een stoptrein worden, die met liefde en vol aandacht kan werken aan deze prachtige droom.

    Voor mijn moeder, voor mij en voor mijn vader

    Mijn moeder heeft een bankje met een bordje in het Lärchenwald.
    Ik heb een bankje met een bordje in het Moos.
    Nu krijgt mijn vader een beeldje met een bordje op de Gletsjer.
    En zo komen we alle drie weer samen, maar allen zo alleen.

    Inspiratiebron

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

  • | | | | | | | | |

    Voorbeelden uit de praktijk

    Voorbeelden uit de praktijk: verhalen van Verlaat Verdriet-ers

    • ‘Samen met mijn zusje ging ik naar een kindertehuis. Eindelijk voelde ik me veilig. Toen mijn moeder dood was, moesten we weer naar huis. Mijn vader kon niet eens voor zichzelf zorgen. Laat staan voor ons.’
    • ‘Ik ging naar het gezin van mijn oom en tante. Iedereen vond dat ik geluk had en dat vond ik zelf ook wel. Maar mijn tante was niet mijn moeder, mijn oom was niet mijn vader en hun gezin was niet mijn gezin. Ik hoorde er nooit helemaal bij.’
    • ‘Ze was verliefd op mijn vader, en mijn vader op haar. Zelf wilde ze geen kinderen. Mij nam ze ‘op de koop toe’, zoals ze vaak zei. Ik bleef enigst kind.’
    • ‘Mijn moeder hertrouwde met een aardige man. Hij had twee kinderen, net als in ons gezin. Nu waren we met z’n zessen, in plaats van met z’n vieren. We deden allemaal ons best. Nu realiseer ik me, dat ik me zo heb aangepast dat ik totaal niet meer weet wie ik eigenlijk ben.’
    • ‘Het misbruik door die vriend van mijn vader kon zo lang doorgaan, omdat ik intens verlangde naar aandacht en nabijheid.’
    • ‘Mijn moeder was niet sterk. Ze leunde zwaar op mijn vader. Toen hij overleed, nam ik de plaats in van mijn vader en droeg de zorg voor haar. Ik was twaalf, zij achtendertig.’ 
    • ‘Mijn vader bleef alleen. Ik zorgde voor hem en voor mijn oudere broer. ‘We redden het best’ zei hij vaak. ‘Wij hebben niemand nodig.’
    • ‘Mijn moeder dronk steeds meer. Ik schaamde me diep en kreeg steeds meer een hekel aan haar. En daar schaamde ik me ook weer vreselijk voor. Vriendjes en vriendinnetjes, die altijd welkom waren toen mijn vader nog leefde, nam ik niet meer mee naar huis.’
    • ‘We hadden een samengesteld gezin. Ik lijk de enige te zijn die last heeft van Verlaat Verdriet. De anderen vinden mij maar raar, maar ik zie wel degelijk ook bij hen Verlaat Verdriet-patronen.’
    • ‘Jarenlang heeft mijn broer mij seksueel misbruikt. Mijn moeder was te ziek om er iets tegen te doen. Eigenlijk weet ik niet eens of ze het geweten heeft, maar ik denk dat ze er wel een vermoeden van heeft gehad. Wat ik nog het allerergste vindt: hij is ook een kind van haar.’
    • ‘We kwamen allemaal op ons eigen eilandje terecht.’
    • ‘Het huwelijk van mijn vader en zijn tweede vrouw liep al heel snel mis. Tot mijn achtste leefde ik in een harmonieus gezin, na mijn tiende brak de hel los. Toen ik zestien was, zijn ze gescheiden. Zij verdween uit mijn leven, mijn vader bleef alleen. Terwijl hij al die jaren alleen aandacht had voor zichzelf, moest ik nu voor hem gaan zorgen.’
  • | | | |

    Paradigma shift

    Lieve Mamma,
    Dit is een welkomstbrief voor jou!
    Ik dacht altijd dat de dood stond voor afscheid, rouw, verdriet, treurwilgen, zwart/grijs en donkerheid. Dat is er ook allemaal geweest en nu realiseer mij dat ik zover ben om het tegenovergestelde toe te laten!

    Ik omarm je. Heet je welkom in mijn leven en zeg tegen je: ‘Kom bij me vanuit de staat waarin je nu bent. Je mag er zijn voor mij’.
    Afscheid is een vorm van welkom heten. Ik had alleen eerst het acceptatieproces met mezelf nog te klaren. Te accepteren dat je er nu voor mij kunt zijn, vanuit een rijkere vorm. Op afroep beschikbaar ten allen tijden, zeg maar.

    Als kind heb ik nachtmerries gehad en was ik bang dat je aan mijn bed zou verschijnen. En in het donker was ik bang. Logisch, 14 jaar en bang voor de dood. Ik heb lange tijd gevochten om het verdriet toe te laten en zocht opvulling van het gemis altijd bij anderen, om zo jouw gemis te verzachten. Terwijl de stap naar jou zo eenvoudig is. Je was er altijd al en ik zag het lang niet. Tot het moment dat ik met je afsprak – alweer meer dan 10 jaar geleden – dat je mij een Beagle zou laten zien, als je in de buurt was. Op aanraden van een wijze vrouw. ‘Spreek met je moeder af dat ze zich laat zien in een vorm waar jullie beiden van hielden. Mijn opa hield van zwanen en dus heb ik met hem afgesproken dat hij mij zwanen toont’.  We hielden allebei van Joris, onze hond, een Beagle die in die tijd deel uitmaakte van ons gezin. Heerlijke gewaarwording altijd, op heel onverwachte momenten, dat je mij een Beagle toont. Ik glimlach dan altijd en denk dan altijd aan je.

    Geen afscheid heb ik van je te nemen, ik heb je te verwelkomen.  Dus bij deze doe ik het sterfbed over, samen met jou. Ik visualiseer dat ik aan je sterfbed sta rond een uur of zes. Het is 26 juni. Ik ben alleen met jou op jouw grote mooie kamer in het ziekenhuis. Wat een luxe om alleen met jou te mogen zijn. We kijken naar buiten en we zien een mooie zomeravond met heerlijk licht.

    Dialoog

    Ik vraag mijn moeder als klein Lotje:  ‘Heb je weet gehad dat ik als klein Lotje zo hard heb gewerkt om de boosheid bij je weg te nemen en dat ik als klein Lotje heel lang bang ben geweest voor jou, voor je boosheid vooral en je onvoorspelbaarheid? Ik heb me niet altijd veilig gevoeld, zeker niet toen ik als baby van je afgescheiden was, gedurende te lange tijd.’

    En terwijl klein Lotje dit zegt, omhels ik als 42 jarige, klein Lotje en geef kleine Lotje een kus op haar hoofd als teken ‘Dappere vraag, petje af ‘.

    Mijn moeder zegt: ‘Dat heb ik nooit geweten. Ik schrik hier enorm van en wat spijt me dit. Dit is nooit mijn intentie geweest. Ik zou willen dat ik dit ongedaan kan maken. Ik heb dit nooit zo bedoeld. Ik vind het heel erg om dit te horen en heel pijnlijk. Maar het doet me goed dat je dit tegen me zegt, want nu krijg ik de kans om jou hiervoor mijn excuses aan te bieden. Ik kan het niet ongedaan maken, maar ik heb jou dit nooit aan willen doen. Het verscheurt me van verdriet om dit te horen. Het doet me zo pijn dat ik jou dit heb aangedaan. Ik heb dit niet altijd goed gedaan, realiseer ik mij en heb jou hierin ernstig te kort gedaan.’  

    ‘Ik wist het niet’, zegt ze, dat ik dit klein Lotje heb aangedaan en ze moet huilen.
    Dikke, grote tranen zie ik bij mijn moeder, terwijl ze dit uitspreekt!
    ‘Ik vind het zo erg om te zien dat ik je zo’n pijn heb gedaan, lief klein Lotje’, zegt ze tegen mijn kindje, dat ik als het ware als 42 jarige op schoot heb. En ik, grote Lot, moet ook heel hard huilen.

    Dikke tranen bij grote Lot en terwijl ik mijn moeder met grote betraande ogen aankijk zeg ik tegen mijn moeder: ‘Dat maakt me verdrietig. Het spijt me, dat ik het als klein kindje nooit aan je kenbaar heb kunnen maken. Maar dit kun je klein Lotje niet kwalijk nemen.’
    Ik kijk naar klein Lotje en zeg dat haar niets kwalijk te nemen is. Klein Lotje glimlacht….en is verlegen.

    Ik vraag als volwassen Lot of mijn kleine Lotje er al aan toe is om mijn moeder te vergeven? Ze draait zich om naar mijn moeder toe en knikt. ‘Dat kan ik’, zegt ze, door haar tranen heen. Op fluistertoon, maar ze kan het. En kun jij ook jezelf vergeven? Ja, dat kan ze ook.

    Vervolgens zeg ik tegen mijn moeder:  ‘Ik geef je al de emoties terug die kleine Lotje tot nu voor jou heeft gedragen en ook die ik nog voor je draag als volwassen Lot. Dat hoort bij jou en niet meer bij ons. Jouw verdriet en woede hoort bij jou en daar ben jij zelf verantwoordelijk voor. Ik heb mijn verdriet te dragen als grote Lot en jij als mijn moeder hebt jouw verdriet en woede en angsten te dragen. Die horen niet bij mij, noch bij kleine Lot.
    Ik, als grote Lot, draag wel vanaf nu het verdriet van kleine Lot, dat is niet meer jouw taak. Daar ben ik nu verantwoordelijk voor. Het mag niet zo zijn dat kleine Lot tussen ons in hangt’.

    En ik vraag dus mijn moeder of ze het goed vindt dat ik vanaf nu zelf voor klein Lotje ga zorgen. Dat ik dit vanaf nu overneem van haar. En ze vindt dit goed.

    ‘Ik ben trots op je’, zegt ze me. ‘En ik zal er zijn voor jullie, altijd’. Ik ga nog even door en vraag aan kleine Lot, of ze zich veilig genoeg voelt om nu in mijn handen te zijn. Dat ik als grote Lot vanaf nu open zal staan voor de emoties van kleine Lot, als dit nodig is.
    ‘Dat is goed’, zegt klein Lotje en ze omhelst me terwijl ze op mijn schoot wegkruipt. ‘Dank je wel voor je vertrouwen’, fluister ik haar toe.

     

    We vervolgen de dialoog

    Ik zit nu aan je sterfbed en neem afscheid van jou: een zieke mamma.
    Ik omhels je als 42 jarige en zeg door mijn tranen heen: ‘Ik laat je los, opdat je er weer voor mij kunt zijn.
    Je kale hoofd, je zieke gelaat, je lichaam zo op en verzwakt, opgezet ook van het vocht dat je vasthoudt. Ik zie je en ik kan ook in deze staat, waarin je bent, van je houden. Het is een schat van rijkdom die je me hierin meegeeft. Want ‘wat het lichaam is’, ben jij niet. Klein Lotje wilde deze afgetakelde kant van jou lange tijd niet zien. Ze vond dit gewoon heel akelig. Lastig ook, want jij was zo’n mooie moeder om te zien.
    ‘Kun je haar dit vergeven?’, vraag ik mijn moeder?
    ‘Ja natuurlijk’, zegt mijn moeder.
    Nu zeg ik tegen klein Lotje bij je sterfbed
    ‘Kom maar. Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben bij je. Omhels mamma maar, wat je ziet is mamma in een ziek en verzwakt lichaam’.

    En klein Lotje omhelst mamma en geeft haar een kus en zegt:  ‘Dag mamma, tot strakjes. Ik houd zoveel van je. Ik heb je lief, voor altijd. Ik heb teveel mijn best gedaan om je niet tot last te zijn in de laatste fase van je leven. Daarin heb ik niet altijd goed voor mezelf kunnen zorgen. Ik heb me wat weggecijferd, tussen al het grote- mensen-geweld, die allemaal bij je wilden zijn. Ik had gewild dat ik beter voor mezelf had kunnen zorgen hierin. Meer tijd voor mezelf had kunnen opeisen. Het spijt me dat ik wat bang was voor hoe je eruit zag. Ik had gewild dat ik het kenbaar aan je had kunnen maken. Ik was gewoon bang voor je veranderende uiterlijk en voor je aftakeling en voor mijn eigen gevoelens in die tijd. Die waren verwarrend. Ik heb boosheid, onmacht, verdriet en eenzaamheid gevoeld en ben dichtgeklapt omdat ik niet de woorden had om deze gevoelens kenbaar te maken. Het was teveel. Ik heb me verstopt’.

    En ik hoor mijn moeder zeggen tegen klein Lotje ‘Kom maar. Ik neem je helemaal niets kwalijk. Je bent nog veel te klein hiervoor en weet: ik neem geen afscheid van jou. Nooit. Wel laat ik dit lichaam nu even voor wat het is. Dit lichaam is uitgeput. Dat laat ik nu los. Ik kan er vanuit dit lichaam niet zo goed voor je zijn, weet je. Dat heb ik los te laten. Op dat ik terug kan keren in de vorm die jou zo vertrouwd is. Het spijt me dat ik jouw behoeften niet goed heb kunnen zien, indertijd. Dat doet mij heel veel verdriet. Dat heb ik nooit gewild. Dat doet mij veel verdriet. Ik was te verzwakt om nog oplettend te kunnen zijn voor wat jij nodig had. Mijn zieke lichaam was op. Ik vond het afschuwelijk dat ik er niet meer voor je kon zijn en jij mij op mij kon leunen. Maar gelukkig is grote Lot er nu voor jou en kan ik zien wat jullie nodig hebben en dat zal ik geven in overvloed.
    Ik zie alles, voor eeuwig en altijd en er is altijd ruimte om het gesprek met mij aan te gaan. Waar en wanneer jij maar wilt. En ik houd van jou, onvoorwaardelijk! En ik spreek met jou, Grote Lot, het volgende af. Verwelkom mij nu en ik zal er zijn. We gaan nog vele mooie gesprekken met elkaar hebben. Afscheid bestaat niet, dat kan helemaal niet. Welke gek heeft je dat wijsgemaakt?!
    Het fysieke gemis kan ik niet voor je verzachten, dat lichaam heb ik los gelaten.’

    En ik vraag mijn moeder  ‘Mag ik af en toe dan nog een gesprekje met je aanknopen, zoals dit, om zaken even op te lossen, die nog op te lossen zijn?’.
    En ze zei ‘Altijd. Wat een geluk heb jij, dat ik er altijd voor jou zal kunnen zijn, overal. Ik leef voort in jou en ben je beschermengel op jouw pad. Klein Lotje laat ik over aan jou, maar ik ben er voor jullie beiden als dat nodig is. Maar nu wil klein Lotje even bij jou zijn en niet bij mij. Anders is het verwarrend voor haar. Maar voor jou, als mijn volwassen dochter, voor jou ben ik er: nu en voor altijd. Ik laat je nooit los. Ik zal zien hoe je groeit en groeit.
    Bij elke mijlpaal sta ik naast je en leg mijn hand op je schouder.
    Ik sta achter je, opdat jij volledig in het licht zult staan.
    Dit keer jij en niet ik. Ik weet dat ik met mijn verschijning jou soms wat in de schaduw heb gezet, dat heb ik me niet altijd gerealiseerd. En weet: klein lotje staat voor je en zal stralen met een lach en genieten!

    Ga nu in liefde. Laat je hart zien aan de wereld. Ze hebben er recht op. Je zult een groot geschenk zijn voor ieder die jou mag ontmoeten. De man of vrouw die je binnenkort in je leven gaat tegenkomen heeft bijzonder veel geluk. Echt waar.
    Huil niet dat je geen baby hebt. Je bent niet mislukt als moeder. Je hebt jezelf hierin te vergeven. Jij bent al lange tijd een moeder voor je kleine kindje en dat was niet altijd gemakkelijk voor je. Als al iemand jou dat heeft aangedaan dan ben ik dat geweest, jouw moeder.
    Maar weet: ik gun jouw de allergrootste liefde van de wereld, wie het ook is. Want ik ben je moeder en die gunt haar kind het allerbeste van deze wereld.
    Ik houd van jou en nu je mij in je armen hebt gesloten en weer hebt verwelkomd, zeg ik: ‘Ga in liefde en ontvang het in overvloed. Je kunt het’.