• | | | | | | | | | | |

    En dan krijgt je leven een heel andere wending

    Ervaringsverhaal van Steef,
    35 jaar,
    14 jaar toen ze haar vader verloor
    als gevolg van ziekte.

    Diagnose ‘verlate rouw’

    k kan me nog goed het gesprek herinneren waarin ik de diagnose ‘verlate rouw’ kreeg. Achteraf gezien was dat het einde van het ontkennen, het begin van een nieuwe start.
    Ondanks dat ik in oktober 2013 de definitieve diagnose ‘verlate rouw’ kreeg, was daarvoor al het één en ander gaan rollen. Al besefte ik mij toen nog niet dat het overlijden van mijn vader zo veel invloed op mijn leven kon hebben. Ik weet nog heel goed het moment dat ik met een vriendin zat te eten bij een strandtent in Zandvoort, we waren op Surfcamp. Even spraken we over het verlies van een ouder, maar ergens bleef er bij mij een muurtje.
    Pff, zo van: ‘Ik heb er geen last van’.

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

    Na de diagnose leek mijn wereld op z’n kop te staan. Langzaam ging ik meer en meer accepteren dat ik het verlies van mijn vader niet had verwerkt. Ik ben veel gaan lezen en uiteindelijk kwam ik bij het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek, van Titia Liese, uit en de bijbehorende website.
    Het was alsof ik ineens begrepen werd. Dingen die ik jarenlang niet heb kunnen plaatsen kregen een plek.
    Vraagtekens kregen woorden.
    Zo maf allemaal, maar het was de waarheid.

    Vraag en antwoord

    Gelukkig kon ik met al mijn vragen bij de GGZ terecht. Het frappantste was, dat ik regelmatig in mijn vraag het antwoord al zette. Ik kon mijn vinger er op leggen, maar ‘het’ niet vastpakken. Ondertussen maakte ik de opdrachten uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek.
    Soms snapte ik niet direct de link tussen een opdracht en mezelf; met terugwerkende kracht werd dit me steeds duidelijker. Ik kwam er in de zoektocht naar mijn verleden achter dat ik niet alleen op zoek ben naar mijn vader, maar ook op zoek ben naar mezelf.

    Waarom kan ik zo plotsklaps veranderen?
    Waarom gaat iets weken goed en dan is het weer mis?
    Waarom kan ik anderen zo slecht vertrouwen?
    Waarom voel ik me zo anders als anderen?
    En zo had ik nog vele vragen.

    Boekwerk

    De opdracht van het maken van een Levensloop uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek werd iets uitgebreider dan in eerste instantie de bedoeling was.
    Ik zocht in fotoalbums, dia’s werden omgezet naar een foto.
    Klassenfoto’s, diploma’s, certificaten en getuigschriften werden de basis van mijn levensloop.
    Totdat het zo veel was geworden, en zo onoverzichtelijk, dat ik door de bomen het bos niet meer zag. Het duurde even, maar nadat ik blokken van 5 jaar maakte, verspreid door mijn hele kamer, kwam er weer wat overzicht bij het uitzoeken.
    Door alles te digitaliseren werd het een mooi boekwerk dat ik nog steeds aanvul. Zo krijgt mijn leven voor mijn 15e levensjaar weer inhoud, maar ook daarna. Het was prettig mijn jeugd ‘terug te hebben’.

    Meer reacties

    Toch bleven er vele vragen over. In het spoor van het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek voelde ik de zoektocht naar mijn vader al komen, al was ik nog helemaal niet bij dat hoofdstuk. Rond de feestdagen kwam hier verandering in, toen ik een vriendin van mijn moeder, die ik al mijn hele leven ken, een kerstwens per e-mail stuurde en vertelde hoe het met mij ging. Het was net een sneeuwbal die vervolgens bleef rollen, steeds groter werd en af en toe ineens van richting veranderde.
    Het was overweldigend hoe mensen reageerden op de vragen die ik per e-mail gesteld had aan familie, vrienden en collega’s van mijn vader. Sommige waren zo verbaasd, andere verbaasde het niets dat ik hier nu mee bezig ben. De antwoorden die ik kreeg waren zo warm en lief, ik had dat totaal niet verwacht. Het heeft een lange tijd geduurd voordat ik met al die antwoorden en verhalen iets kon. Tot eind februari het moment daar was en ik alle antwoorden bij elkaar heb gevoegd en er een mooi lopend verhaal van heb kunnen maken.
    Niet alleen mijn jeugd had ik terug, maar ook mijn vader. Hij kreeg steeds meer inhoud en ik ging me beseffen wat voor een bijzondere man hij is.

    Mijn vader

    Een bijzonder moment, begin februari, was het bezoek aan Machine fabriek Kasteel, de werkgever van mijn vader. Op het moment dat ik binnen stapte was mijn eerste gedachte ‘het ruikt hier nog net zo als vroeger’. Boven aangekomen bleek er veel veranderd te zijn, maar ik herkende nog het één en ander.
    Het bijna 1,5 uur durend gesprek dat ik met de heer Kasteel, nu directeur, had was zo fantastisch, ondanks dat ik er tegenop zag. Er werd over mijn vader verteld alsof hij weer levend werd gemaakt. Met zoveel liefde, warmte en humor werd verteld hoe mijn vader was. De anekdotes bleven maar komen en de één nog leuker dan de ander.
    Veel stof om te verwerken, maar het voelde zo goed. Ondertussen sloot het naadloos aan bij de informatie die ik van zijn andere collega’s, familie en vrienden ontving. Iets wat niet snel te vergeten is, was de eerste reactie toen ze mij zagen: ‘Jeetje, jij lijkt op je vader zeg’. Er kwam steeds meer verbondenheid met mijn vader.
    Zo veel mooie herinneringen, foto’s en anekdotes vond ik zonde om niets mee te doen. Een deel van mijn website heb ik aan hem geschonken. Prachtig hoe alles in elkaar paste, alsof iemand dit van tevoren voor mij had uitgestippeld.

    Na de wintervakantie, waar ik geëerd ben voor 35 jaar Ehrwald, had ik een gesprek met de zus van mijn vader. Ik wist inmiddels het één en ander van hem, maar niets uit zijn jeugd. De zoektocht naar mijn vader zijn jeugd liep synchroon met het hoofdstuk waar ik intussen was beland uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek. Het was fijn om zijn jeugd nu te kunnen plaatsen. Ik was heel blij met de foto’s die mij werden toegestuurd. Vooral die mijn vader heeft gemaakt. Herkenbare kaders waaruit ze genomen zijn, zouden zo die van mij kunnen zijn. Naast jeugdfoto’s kwamen er tevens leuke zwart-wit foto’s tevoorschijn van mijn vader zijn ouders, zijn grootouders en overgrootouders. Via informatie van een neef kregen deze mensen ook inhoud.

    Mijn wens

    In april veranderde het een en ander. Ik startte met Creatieve Therapie en degene die mij begeleidde in het proces ging met pensioen. Gelukkig had ik mij hier al lang op voor kunnen bereiden en de overgang naar een nieuw persoon verliep niet al te moeilijk. Vooral Creatieve Therapie heeft veel in beweging gezet, al is mijn wens al veel eerder uitgesproken.
    De eerste twee keer was lastig. Ik wist nauwelijks wat ik er van moest verwachten, maar het deed toch wel iets. Eind april sprak ik mijn wens nogmaals uit in een zeer emotioneel gesprek. Ze kon woorden geven aan ongrijpbare gedachten en verlangens, het smolt zo mooi samen.

    Mijn vader bezoeken in het Kaunertal in Oostenrijk. Hij is er dan wel niet meer, maar zijn as hebben we daar wel verstrooid. Voor mij is hij daar. Mijn vader heeft ooit tegen mijn moeder gezegd dat hij het Kaunertal het mooiste plekje van de wereld vond. Mijn moeder gunde hem dit en zo werd het zijn laatste rustplaats.
    Ik mis een plek waar ik naar toe kan gaan als ik hem mis. De één gaat naar een begraafplaats, de ander naar een urnenwand of heeft een pot op de kachel staan. Ik heb niets.

    En dan ineens krijgt je leven een heel andere wending

    In een week kan je je leven totaal op zijn kop gezet worden en krijgt je leven ineens een hele andere wending. Letterlijk van idee tot uitwerking.
    Je krijgt een idee wat je wil maken voor hem, een beeld. Je gaat op zoek naar materiaal dat bestemd is voor weer en wind en ondertussen deed ik navraag of het echt zo was.
    Dan realiseer je je dat je 2 dagen vrij bent en met logische gedachten kun je er een week van maken.
    Je vraagt hals over kop aan je collega’s in het weekeinde of zij plannen hebben die dagen en voordat ik een definitief antwoord van hun had, kreeg ik een aanbod voor een appartement in Ehrwald dat ik eigenlijk helemaal niet wilde hebben, maar dat al vol zat. Voor een leuke prijs kon ik het appartement huren waar we altijd zitten. Twee wegen kruisen elkaar en op goed geluk stonden de antwoorden samen op de ‘groene stip’. Toen pas realiseerde ik mij dat mijn wens uit zou gaan  komen, steeds meer realiteit zou gaan worden.

    Beeld

    Naast het regelen van vrij op mijn werk en een slaapadres denderde de trein verder. Want wat zou het toch mooi zijn als op het beeldje dat ik wil maken van Sculpture Blok een metalen plaatje komt dat bij de werkgever van mijn vader vandaan zou komen.
    Deze wens kwam binnen een week uit en de tranen rolden over mijn wangen toen ik las ‘het plaatje krijg je van ons’. Zo onwerkelijk en zo ontzettend lief.
    Een week later bij creatieve therapie (06/55/2014): daar zat ik dan met een beige blok voor m’n neus en een mal van het beeld dat ik wil maken. Precies op maat, getekend met potlood en liniaal. Ook ik heb waarschijnlijk een pleurishekel aan inkt, net als mijn vader. Tijdens het maken van de mal heb ik vaak aan hem gedacht.

    Ik legde ook eerst alles klaar, vanuit keurig gesorteerde bakjes, voordat ik daadwerkelijk begon. De verzamelde spullen die ik nodig dacht te hebben kwamen ook uit een bak, keurig gesorteerd, alles bij elkaar.
    Ik heb de mal op het blok gezet en wilde het daar voor die dag nog even bij houden. De sneltrein van afgelopen week moet weer een stoptrein worden, die met liefde en vol aandacht kan werken aan deze prachtige droom.

    Voor mijn moeder, voor mij en voor mijn vader

    Mijn moeder heeft een bankje met een bordje in het Lärchenwald.
    Ik heb een bankje met een bordje in het Moos.
    Nu krijgt mijn vader een beeldje met een bordje op de Gletsjer.
    En zo komen we alle drie weer samen, maar allen zo alleen.

    Inspiratiebron

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

  • | | | | | | | | |

    Voorbeelden uit de praktijk

    Voorbeelden uit de praktijk: verhalen van Verlaat Verdriet-ers

    • ‘Samen met mijn zusje ging ik naar een kindertehuis. Eindelijk voelde ik me veilig. Toen mijn moeder dood was, moesten we weer naar huis. Mijn vader kon niet eens voor zichzelf zorgen. Laat staan voor ons.’
    • ‘Ik ging naar het gezin van mijn oom en tante. Iedereen vond dat ik geluk had en dat vond ik zelf ook wel. Maar mijn tante was niet mijn moeder, mijn oom was niet mijn vader en hun gezin was niet mijn gezin. Ik hoorde er nooit helemaal bij.’
    • Ze was verliefd op mijn vader, en mijn vader op haar. Zelf wilde ze geen kinderen. Mij nam ze ‘op de koop toe’, zoals ze vaak zei. Ik bleef enigst kind.’
    • ‘Mijn moeder hertrouwde met een aardige man. Hij had twee kinderen, net als in ons gezin. Nu waren we met z’n zessen, in plaats van met z’n vieren. We deden allemaal ons best. Nu realiseer ik me, dat ik me zo heb aangepast dat ik totaal niet meer weet wie ik eigenlijk ben.’
    • ‘Het misbruik door die vriend van mijn vader kon zo lang doorgaan, omdat ik intens verlangde naar aandacht en nabijheid.’
    • ‘Mijn moeder was niet sterk. Ze leunde zwaar op mijn vader. Toen hij overleed, nam ik de plaats in van mijn vader en droeg de zorg voor haar. Ik was twaalf, zij achtendertig.’ 
    • ‘Mijn vader bleef alleen. Ik zorgde voor hem en voor mijn oudere broer. ‘We redden het best’ zei hij vaak. ‘Wij hebben niemand nodig.’
    • ‘Mijn moeder dronk steeds meer. Ik schaamde me diep en kreeg steeds meer een hekel aan haar. En daar schaamde ik me ook weer vreselijk voor. Vriendjes en vriendinnetjes, die altijd welkom waren toen mijn vader nog leefde, nam ik niet meer mee naar huis.’
    • ‘We hadden een samengesteld gezin. Ik lijk de enige te zijn die last heeft van Verlaat Verdriet. De anderen vinden mij maar raar, maar ik zie wel degelijk ook bij hen Verlaat Verdriet-patronen.’
    • ‘Jarenlang heeft mijn broer mij seksueel misbruikt. Mijn moeder was te ziek om er iets tegen te doen. Eigenlijk weet ik niet eens of ze het geweten heeft, maar ik denk dat ze er wel een vermoeden van heeft gehad. Wat ik nog het allerergste vindt: hij is ook een kind van haar.’
    • ‘We kwamen allemaal op ons eigen eilandje terecht.’
    • ‘Het huwelijk van mijn vader en zijn tweede vrouw liep al heel snel mis. Tot mijn achtste leefde ik in een harmonieus gezin, na mijn tiende brak de hel los. Toen ik zestien was, zijn ze gescheiden. Zij verdween uit mijn leven, mijn vader bleef alleen. Terwijl hij al die jaren alleen aandacht had voor zichzelf, moest ik nu voor hem gaan zorgen.’
  • | | | |

    Paradigma shift

    Lieve Mamma,
    Dit is een welkomstbrief voor jou!
    Ik dacht altijd dat de dood stond voor afscheid, rouw, verdriet, treurwilgen, zwart/grijs en donkerheid. Dat is er ook allemaal geweest en nu realiseer mij dat ik zover ben om het tegenovergestelde toe te laten!

    Ik omarm je. Heet je welkom in mijn leven en zeg tegen je: ‘Kom bij me vanuit de staat waarin je nu bent. Je mag er zijn voor mij’.
    Afscheid is een vorm van welkom heten. Ik had alleen eerst het acceptatieproces met mezelf nog te klaren. Te accepteren dat je er nu voor mij kunt zijn, vanuit een rijkere vorm. Op afroep beschikbaar ten allen tijden, zeg maar.

    Als kind heb ik nachtmerries gehad en was ik bang dat je aan mijn bed zou verschijnen. En in het donker was ik bang. Logisch, 14 jaar en bang voor de dood. Ik heb lange tijd gevochten om het verdriet toe te laten en zocht opvulling van het gemis altijd bij anderen, om zo jouw gemis te verzachten. Terwijl de stap naar jou zo eenvoudig is. Je was er altijd al en ik zag het lang niet. Tot het moment dat ik met je afsprak – alweer meer dan 10 jaar geleden – dat je mij een Beagle zou laten zien, als je in de buurt was. Op aanraden van een wijze vrouw. ‘Spreek met je moeder af dat ze zich laat zien in een vorm waar jullie beiden van hielden. Mijn opa hield van zwanen en dus heb ik met hem afgesproken dat hij mij zwanen toont’.  We hielden allebei van Joris, onze hond, een Beagle die in die tijd deel uitmaakte van ons gezin. Heerlijke gewaarwording altijd, op heel onverwachte momenten, dat je mij een Beagle toont. Ik glimlach dan altijd en denk dan altijd aan je.

    Geen afscheid heb ik van je te nemen, ik heb je te verwelkomen.  Dus bij deze doe ik het sterfbed over, samen met jou. Ik visualiseer dat ik aan je sterfbed sta rond een uur of zes. Het is 26 juni. Ik ben alleen met jou op jouw grote mooie kamer in het ziekenhuis. Wat een luxe om alleen met jou te mogen zijn. We kijken naar buiten en we zien een mooie zomeravond met heerlijk licht.

    Dialoog

    Ik vraag mijn moeder als klein Lotje:  ‘Heb je weet gehad dat ik als klein Lotje zo hard heb gewerkt om de boosheid bij je weg te nemen en dat ik als klein Lotje heel lang bang ben geweest voor jou, voor je boosheid vooral en je onvoorspelbaarheid? Ik heb me niet altijd veilig gevoeld, zeker niet toen ik als baby van je afgescheiden was, gedurende te lange tijd.’

    En terwijl klein Lotje dit zegt, omhels ik als 42 jarige, klein Lotje en geef kleine Lotje een kus op haar hoofd als teken ‘Dappere vraag, petje af ‘.

    Mijn moeder zegt: ‘Dat heb ik nooit geweten. Ik schrik hier enorm van en wat spijt me dit. Dit is nooit mijn intentie geweest. Ik zou willen dat ik dit ongedaan kan maken. Ik heb dit nooit zo bedoeld. Ik vind het heel erg om dit te horen en heel pijnlijk. Maar het doet me goed dat je dit tegen me zegt, want nu krijg ik de kans om jou hiervoor mijn excuses aan te bieden. Ik kan het niet ongedaan maken, maar ik heb jou dit nooit aan willen doen. Het verscheurt me van verdriet om dit te horen. Het doet me zo pijn dat ik jou dit heb aangedaan. Ik heb dit niet altijd goed gedaan, realiseer ik mij en heb jou hierin ernstig te kort gedaan.’  

    ‘Ik wist het niet’, zegt ze, dat ik dit klein Lotje heb aangedaan en ze moet huilen.
    Dikke, grote tranen zie ik bij mijn moeder, terwijl ze dit uitspreekt!
    ‘Ik vind het zo erg om te zien dat ik je zo’n pijn heb gedaan, lief klein Lotje’, zegt ze tegen mijn kindje, dat ik als het ware als 42 jarige op schoot heb. En ik, grote Lot, moet ook heel hard huilen.

    Dikke tranen bij grote Lot en terwijl ik mijn moeder met grote betraande ogen aankijk zeg ik tegen mijn moeder: ‘Dat maakt me verdrietig. Het spijt me, dat ik het als klein kindje nooit aan je kenbaar heb kunnen maken. Maar dit kun je klein Lotje niet kwalijk nemen.’
    Ik kijk naar klein Lotje en zeg dat haar niets kwalijk te nemen is. Klein Lotje glimlacht….en is verlegen.

    Ik vraag als volwassen Lot of mijn kleine Lotje er al aan toe is om mijn moeder te vergeven? Ze draait zich om naar mijn moeder toe en knikt. ‘Dat kan ik’, zegt ze, door haar tranen heen. Op fluistertoon, maar ze kan het. En kun jij ook jezelf vergeven? Ja, dat kan ze ook.

    Vervolgens zeg ik tegen mijn moeder:  ‘Ik geef je al de emoties terug die kleine Lotje tot nu voor jou heeft gedragen en ook die ik nog voor je draag als volwassen Lot. Dat hoort bij jou en niet meer bij ons. Jouw verdriet en woede hoort bij jou en daar ben jij zelf verantwoordelijk voor. Ik heb mijn verdriet te dragen als grote Lot en jij als mijn moeder hebt jouw verdriet en woede en angsten te dragen. Die horen niet bij mij, noch bij kleine Lot.
    Ik, als grote Lot, draag wel vanaf nu het verdriet van kleine Lot, dat is niet meer jouw taak. Daar ben ik nu verantwoordelijk voor. Het mag niet zo zijn dat kleine Lot tussen ons in hangt’.

    En ik vraag dus mijn moeder of ze het goed vindt dat ik vanaf nu zelf voor klein Lotje ga zorgen. Dat ik dit vanaf nu overneem van haar. En ze vindt dit goed.

    ‘Ik ben trots op je’, zegt ze me. ‘En ik zal er zijn voor jullie, altijd’. Ik ga nog even door en vraag aan kleine Lot, of ze zich veilig genoeg voelt om nu in mijn handen te zijn. Dat ik als grote Lot vanaf nu open zal staan voor de emoties van kleine Lot, als dit nodig is.
    ‘Dat is goed’, zegt klein Lotje en ze omhelst me terwijl ze op mijn schoot wegkruipt. ‘Dank je wel voor je vertrouwen’, fluister ik haar toe.

     

    We vervolgen de dialoog

    Ik zit nu aan je sterfbed en neem afscheid van jou: een zieke mamma.
    Ik omhels je als 42 jarige en zeg door mijn tranen heen: ‘Ik laat je los, opdat je er weer voor mij kunt zijn.
    Je kale hoofd, je zieke gelaat, je lichaam zo op en verzwakt, opgezet ook van het vocht dat je vasthoudt. Ik zie je en ik kan ook in deze staat, waarin je bent, van je houden. Het is een schat van rijkdom die je me hierin meegeeft. Want ‘wat het lichaam is’, ben jij niet. Klein Lotje wilde deze afgetakelde kant van jou lange tijd niet zien. Ze vond dit gewoon heel akelig. Lastig ook, want jij was zo’n mooie moeder om te zien.
    ‘Kun je haar dit vergeven?’, vraag ik mijn moeder?
    ‘Ja natuurlijk’, zegt mijn moeder.
    Nu zeg ik tegen klein Lotje bij je sterfbed
    ‘Kom maar. Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben bij je. Omhels mamma maar, wat je ziet is mamma in een ziek en verzwakt lichaam’.

    En klein Lotje omhelst mamma en geeft haar een kus en zegt:  ‘Dag mamma, tot strakjes. Ik houd zoveel van je. Ik heb je lief, voor altijd. Ik heb teveel mijn best gedaan om je niet tot last te zijn in de laatste fase van je leven. Daarin heb ik niet altijd goed voor mezelf kunnen zorgen. Ik heb me wat weggecijferd, tussen al het grote- mensen-geweld, die allemaal bij je wilden zijn. Ik had gewild dat ik beter voor mezelf had kunnen zorgen hierin. Meer tijd voor mezelf had kunnen opeisen. Het spijt me dat ik wat bang was voor hoe je eruit zag. Ik had gewild dat ik het kenbaar aan je had kunnen maken. Ik was gewoon bang voor je veranderende uiterlijk en voor je aftakeling en voor mijn eigen gevoelens in die tijd. Die waren verwarrend. Ik heb boosheid, onmacht, verdriet en eenzaamheid gevoeld en ben dichtgeklapt omdat ik niet de woorden had om deze gevoelens kenbaar te maken. Het was teveel. Ik heb me verstopt’.

    En ik hoor mijn moeder zeggen tegen klein Lotje ‘Kom maar. Ik neem je helemaal niets kwalijk. Je bent nog veel te klein hiervoor en weet: ik neem geen afscheid van jou. Nooit. Wel laat ik dit lichaam nu even voor wat het is. Dit lichaam is uitgeput. Dat laat ik nu los. Ik kan er vanuit dit lichaam niet zo goed voor je zijn, weet je. Dat heb ik los te laten. Op dat ik terug kan keren in de vorm die jou zo vertrouwd is. Het spijt me dat ik jouw behoeften niet goed heb kunnen zien, indertijd. Dat doet mij heel veel verdriet. Dat heb ik nooit gewild. Dat doet mij veel verdriet. Ik was te verzwakt om nog oplettend te kunnen zijn voor wat jij nodig had. Mijn zieke lichaam was op. Ik vond het afschuwelijk dat ik er niet meer voor je kon zijn en jij mij op mij kon leunen. Maar gelukkig is grote Lot er nu voor jou en kan ik zien wat jullie nodig hebben en dat zal ik geven in overvloed.
    Ik zie alles, voor eeuwig en altijd en er is altijd ruimte om het gesprek met mij aan te gaan. Waar en wanneer jij maar wilt. En ik houd van jou, onvoorwaardelijk! En ik spreek met jou, Grote Lot, het volgende af. Verwelkom mij nu en ik zal er zijn. We gaan nog vele mooie gesprekken met elkaar hebben. Afscheid bestaat niet, dat kan helemaal niet. Welke gek heeft je dat wijsgemaakt?!
    Het fysieke gemis kan ik niet voor je verzachten, dat lichaam heb ik los gelaten.’

    En ik vraag mijn moeder  ‘Mag ik af en toe dan nog een gesprekje met je aanknopen, zoals dit, om zaken even op te lossen, die nog op te lossen zijn?’.
    En ze zei ‘Altijd. Wat een geluk heb jij, dat ik er altijd voor jou zal kunnen zijn, overal. Ik leef voort in jou en ben je beschermengel op jouw pad. Klein Lotje laat ik over aan jou, maar ik ben er voor jullie beiden als dat nodig is. Maar nu wil klein Lotje even bij jou zijn en niet bij mij. Anders is het verwarrend voor haar. Maar voor jou, als mijn volwassen dochter, voor jou ben ik er: nu en voor altijd. Ik laat je nooit los. Ik zal zien hoe je groeit en groeit.
    Bij elke mijlpaal sta ik naast je en leg mijn hand op je schouder.
    Ik sta achter je, opdat jij volledig in het licht zult staan.
    Dit keer jij en niet ik. Ik weet dat ik met mijn verschijning jou soms wat in de schaduw heb gezet, dat heb ik me niet altijd gerealiseerd. En weet: klein lotje staat voor je en zal stralen met een lach en genieten!

    Ga nu in liefde. Laat je hart zien aan de wereld. Ze hebben er recht op. Je zult een groot geschenk zijn voor ieder die jou mag ontmoeten. De man of vrouw die je binnenkort in je leven gaat tegenkomen heeft bijzonder veel geluk. Echt waar.
    Huil niet dat je geen baby hebt. Je bent niet mislukt als moeder. Je hebt jezelf hierin te vergeven. Jij bent al lange tijd een moeder voor je kleine kindje en dat was niet altijd gemakkelijk voor je. Als al iemand jou dat heeft aangedaan dan ben ik dat geweest, jouw moeder.
    Maar weet: ik gun jouw de allergrootste liefde van de wereld, wie het ook is. Want ik ben je moeder en die gunt haar kind het allerbeste van deze wereld.
    Ik houd van jou en nu je mij in je armen hebt gesloten en weer hebt verwelkomd, zeg ik: ‘Ga in liefde en ontvang het in overvloed. Je kunt het’.