• | | | |

    Wat is ‘je aanpassen’ toch een hardnekkig fenomeen

    Je aanpassen. Wat is dat toch een hardnekkig fenomeen. Zeker als je jong je ouder(s) verloor door overlijden. Je leven veranderde ingrijpend als gevolg van dit onomkeerbare verlies. Je moest je aanpassen aan veranderde omstandigheden. En dat deed je. Je paste je aan.

    Je paste je aan

    Veel Verlaat Verdriet-ers pasten zich aan omstandigheden aan die niet goed meer voor je waren.
    Je overgebleven ouder kon de zorgtaak als alleenstaand ouder niet goed aan. Je paste je aan. Of je overgebleven ouder overcompenseerde in haar/zijn zorgtaak. Je paste je aan. Er kwam een nieuwe partner. Je paste je aan. Mogelijk was er – hoe jong je ook was! – geen klik tussen jou en de nieuwe partner. Je paste je aan. Of er was juist een slechte klik met de nieuwe partner. Je paste je aan. Er ontstond een nieuw gezin. Je paste je aan. Verloor je oorspronkelijke plek. Je paste je aan.

    Eigenwaarde

    Kinderen zijn zo flexibel. Ze passen zich wel aan. Daar worden kinderen positief op gewaardeerd. Wat mogelijk tot gevolg heeft gehad dat jij je gevoel voor eigenwaarde bent gaan ontlenen aan jouw vermogen om je aan te passen.

    Prijskaartje

    Alsof aanpassen allemaal gemakkelijk gaat. Vanzelf. Alsof er geen prijskaartje aan hangt. Zoals de gevolgen die ‘aanpassen’ heeft gehad voor wie je bent geworden. Voor je identiteit. Voor je gevoel van eigenwaarde. Je gevoel van bestaansrecht. Voor de betekenis die ‘grenzen’ voor je heeft.
    Je aanpassen. Een fors prijskaartje in de afdeling ‘Overlevingspatronen.’ Een hardnekkig fenomeen.
    Ook dat onderzoek je in een verlaat rouwproces.
    Wie ben ik. Wat doe ik. Wat wil ik.

    Lees

    Gat in je ziel
    Aanpassen en uitbarsten – bladzijde 48.
    www.gatinjeziel.nl 

    Kijk

    Rouw kent geen tijd

  • | |

    Ik moet ook altijd alles alleen doen

    Waaraan herken je een Verlaat Verdriet-er?
    Nou – bijvoorbeeld aan haar/zijn onvermogen om hulp te vragen.

    Je verloor als kind je ouder. Gooide van binnen de deur dicht. Bouwde een muur om je heen. ‘Ik red mezelf wel. ‘Doe het wel alleen.’ ‘Ik heb niemand nodig.’

    Vragen

    Je vraagt geen hulp. Er was toen voor jouw gevoel niemand. Dus aan wie zou je nu hulp vragen? En waarom?
    Of je bent bang je afgewezen te voelen. De ander gaat misschien afwerend reageren. Heeft het te druk met andere zaken. Geen tijd voor je. Of je voelt meteen: die heeft er eigenlijk geen zin in. Niets pijnlijker voor een Verlaat Verdriet-er dan je afgewezen voelen. Of de angst te voelen dat je afgewezen zult worden.
    Conclusie: ”Zie je wel. Er is niemand.’ En daar sta je weer. ‘Zie je wel – ik moet ook altijd alles alleen doen.’

    Ontvangen

    En dan nog iets. Je hebt geoefend. Je slaagt erin hulp te vragen. Maar dan. Ontvangen. Hulp ontvangen. Dat kun je als Verlaat Verdriet-er niet zomaar. Je bent gewend de dingen zelf op te knappen. Alleen. Zelf.

    Je hebt hulp gevraagd. Je kwetsbaar gemaakt. Hebt laten zien dat het je niet lukt het alleen te doen. Maar hoe doe je dan ineens iets samen? Hoe ontvang je hulp? Hoe voorkom je dat je de ander het gevoel gaat geven: je hebt mij eigenlijk helemaal niet nodig? Dat de ander al werkend gaat denken: doe het maar lekker zelf, als je toch alles veel beter weet?

    De weg naar heling

    De weg naar heling gaat voor een Verlaat Verdriet-er in stapjes.
    Bijvoorbeeld door te leren dat hulp vragen geen schande is. Dat je niet altijd alles alleen hoeft te doen.

  • | | |

    Kinderen horen erbij

    Kinderen horen erbij’ verklaarde mijn orthodox-christelijke buurvrouw stellig. Ik vroeg jaren geleden aan haar waarom ook de allerjongste kinderen 2-maal per zondag meegaan naar de kerk.

    Uitvaart

    ‘Kinderen horen erbij.’ Ik heb het in mijn oren geknoopt. Denk er nog regelmatig aan als ik weer lees of hoor over wat Verlaat Verdriet-ers vertellen over ervaringen in hun kindertijd met de uitvaart van hun ouder. Zeker als het gaat om oudere Verlaat Verdriet-ers, die wel of juist niet aanwezig waren bij de uitvaart. Die soms wel, soms niet, de keuze kregen. Al dan niet mee gaan.

    Essentie

    Tegenwoordig gaat dat anders. Kinderen worden betrokken bij de uitvaart van hun ouder. Ze maken iets. Mogen de kist beschilderen. Geven een tekening mee. Mogen iets zeggen. Allemaal vormen die betrokkenheid tonen.
    Maar de essentie is denk ik toch vooral zoals mijn buurvrouw het indertijd benoemde: ‘Kinderen horen erbij.’

    Ik had hier moeten zijn

    ‘Ik hoop dat ik de kinderen een trauma heb bespaard.’ Zo motiveerde mijn vader lang geleden zijn besluit om ons niet mee te nemen naar de crematieplechtigheid voor mijn moeder.
    Dertig jaar later bezocht ik het crematorium waar mijn moeder indertijd werd gecremeerd. Minutenlang heb ik buiten voor de deur van de ingang heen en weer gelopen. Heen en weer. Heen en weer. Geëmotioneerd. Gevoeld: ‘Ik had hier moeten zijn. Toen. Ik had deel moeten zijn van alle verdriet dat hier was om de dood van mijn moeder. Om haar afscheid.’

    Kinderen horen erbij

    ‘Kinderen horen erbij’ zei mijn orthodox-christelijke buurvrouw jaren later tegen me.
    Ik wist precies wat ze bedoelde.

  • | | |

    Kinderen horen erbij

    Kinderen horen erbij’ verklaarde mijn orthodox-christelijke buurvrouw stellig. Ik vroeg jaren geleden aan haar waarom ook de allerjongste kinderen 2-maal per zondag meegaan naar de kerk.

    Uitvaart

    ‘Kinderen horen erbij.’ Ik heb het in mijn oren geknoopt. Denk er nog regelmatig aan als ik weer lees of hoor over wat Verlaat Verdriet-ers vertellen over ervaringen in hun kindertijd met de uitvaart van hun ouder. Zeker als het gaat om oudere Verlaat Verdriet-ers, die wel of juist niet aanwezig waren bij de uitvaart. Die soms wel, soms niet, de keuze kregen. Al dan niet mee gaan.

    Essentie

    Tegenwoordig gaat dat anders. Kinderen worden betrokken bij de uitvaart van hun ouder. Ze maken iets. Mogen de kist beschilderen. Geven een tekening mee. Mogen iets zeggen. Allemaal vormen die betrokkenheid tonen.
    Maar de essentie is denk ik toch vooral zoals mijn buurvrouw het indertijd benoemde: ‘Kinderen horen erbij.’

    Ik had hier moeten zijn

    ‘Ik hoop dat ik de kinderen een trauma heb bespaard.’ Zo motiveerde mijn vader lang geleden zijn besluit om ons niet mee te nemen naar de crematieplechtigheid voor mijn moeder.
    Dertig jaar later bezocht ik het crematorium waar mijn moeder indertijd werd gecremeerd. Minutenlang heb ik buiten voor de deur van de ingang heen en weer gelopen. Heen en weer. Heen en weer. Geëmotioneerd. Gevoeld: ‘Ik had hier moeten zijn. Toen. Ik had deel moeten zijn van alle verdriet dat hier was om de dood van mijn moeder. Om haar afscheid.’

    Kinderen horen erbij

    ‘Kinderen horen erbij’ zei mijn orthodox-christelijke buurvrouw jaren later tegen me.
    Ik wist precies wat ze bedoelde.