• | | | | | | | |

    Opnieuw geboren worden

     

     

     

     

     

     

    Afgelopen weekend heb ik, samen met L, een heel bijzonder weekend van de individuele biografische cursus Heel je leven ervaren.
    L, nu 75+, verloor vlak na haar geboorte niet haar ouders door de dood, haar ouders konden/mochten niet voor haar zorgen. Als gevolg daarvan groeide L. tot haar 15e op in diverse kindertehuizen (‘bij de nonnen’, zoals ze dat zelf vooral verwoordt).

    Aanpassen

    Een leven lang heeft L. het gevoel gehad niet gehoord en niet gezien te zijn.
    Niet gehoord en niet gezien in haar eenzaamheid – niemand die ooit vroeg: hoe gaat het met jou.
    Niet gehoord en niet gezien in haar onzekerheid – niemand die zich ooit afvroeg: wat gebeurt er in een kind dat van kindertehuis naar kindertehuis wordt verplaatst.
    Aanpassen, dat was wat ze moest.
    Niet zeuren.
    Niet klagen.
    Niet vragen.
    Niemand die jou ziet.
    Niemand die jou hoort.

    Anders

    L. voelde zich een leven lang anders dan anderen.
    Voelde levenslang: ik hoor er niet bij. Ik doe er niet toe.
    Met mij hoef je geen rekening te houden.
    Ze voelde een leven lang haar innerlijke eenzaamheid.
    Een buitenstaander te zijn.

    Een leven lang strijd

    Een leven lang heeft L. strijd gevoerd.
    Strijd om zichzelf een plaats te geven in het leven.
    Strijd om zichzelf een plaats te geven als vrouw.
    Strijd om zichzelf een plaats te geven in haar huwelijk.
    Strijd om zichzelf een plaats te geven als moeder.
    Strijd om zichzelf een plaats te geven als mens.

    Geesteskracht

    ‘Je kunt altijd weer opnieuw geboren worden’, zegt L. als we samen aan de ontbijttafel zitten.
    ‘Je kunt jezelf altijd weer de ruimte geven om opnieuw geboren te worden.’
    Ik val stil.
    Wat een geesteskracht heeft deze bijzondere, wijze vrouw.
    Wat een verademing in deze tijd van verwerkdwang: verder met je leven. Achter je laten. Alsof verdriet, pijn, angst niet bij het leven horen.
    Ja – je kunt jezelf altijd de ruimte geven om opnieuw geboren te worden. 

    De geboorte van Venus

    Afbeelding: De geboorte van Venus, geschilderd door Sandro Botticelli.

  • | | | | | | | | | |

    Mijn Geheim: interview van Channah Kalmann

    Channah Kalmann interviewt Titia Liese voor Mijn Geheim

    Titia Liese (1949) is acht jaar als haar moeder overlijdt aan de gevolgen van borstkanker. Pas vele jaren later komt ze erachter hoeveel invloed het verlies van haar moeder op haar persoon en haar verdere leven heeft gehad. Verlaat verdriet, noemt ze dat. Nu helpt ze anderen die ook op jonge leeftijd een of twee ouders hebben verloren hun verlaat verdriet te erkennen en een verlaat rouwproces aan te gaan.

    Ze had een fijn leven, Titia Liese. Ze groeide op in Wildervank, Groningen, als oudste kind van liefdevolle ouders, die een goed, harmonieus huwelijk hadden. Ze kozen na de oorlog heel bewust voor kinderen. Linkse idealisten waren het.
    Maar als Titia zes jaar oud is, slaat het noodlot toe. Bij haar moeder wordt borstkanker ontdekt. Haar borst wordt geamputeerd, ze wordt bestraald, maar overlijdt twee jaar later aan de gevolgen van botkanker.

    Titia heeft helemaal geen eigen, innerlijke, herinneringen aan haar moeder. “Dat is ook kenmerkend voor kinderen die op deze leeftijd een ouder verliezen,” vertelt ze. “Er gaat als het ware een deur dicht in je ziel.”

    Lees meer in onderstaand artikel 

     

     

     Mijn Geheim

  • | | | | | | | | | | |

    As in tas

     

     

     

     

     

     

    ‘Maar onze moeder ging dood en mijn vader stond er alleen voor.’

    Vorige week las ik het nieuwe boek van Jelle Brand Corstius: As is tas.
    Prachtig boek, waarin hij vooral de ingewikkelde relatie beschrijft die hij met zijn vader (en enfant terrible) Hugo Brandt Corstius had.
    Op drie-jarige leeftijd verloor Jelle BC (geboren 1978) zijn moeder Henriëtte. 

    Mijn vader stond er alleen voor

    ‘Als je kijkt naar de jeugd van mij en mijn zussen is het eigenlijk een wonder dat we alle drie goed terecht zijn gekomen. Natuurlijk was het niet de keuze van mijn vader om ons op te voeden. Het was onze moeder die kinderen wilde, niet hijzelf, zoals hij ons vaak genoeg vertelde (ook niet echt pedagogisch verantwoord, welbeschouwd).
    Maar onze moeder ging dood, en mijn vader stond er alleen voor.’ 

    Mijn vader zat boven in zijn kamer

    Door het hele boek lees je – en voel je – de eenzame jeugd van dit kind, dat zonder zijn moeder groot heeft moeten worden.
    ‘Over het algemeen was mijn vader behoorlijk afwezig. Op een dag besloot ik met mijn twee zussen weg te lopen. Vanuit ons huis in de Corellistraat liepen we naar de RAI, voor een tienjarige een enorme onderneming naar de rand van het bekende. Bij de RAI concludeerden we dat het toch beter was om terug te gaan, aangezien we niet wisten hoe we verder moesten. Bovendien hadden we ons doel toch al bereikt, door onze vader ongerust te maken. Na twee uur kwamen we weer thuis. Mijn vader zat boven in zijn kamer, en had niets gemerkt.’

    De realiteit van jong ouderverlies

    Aan goedbedoelende adviseurs geen gebrek als het gaat om kinderen en rouw. Maar hoeveel van deze goedbedoelenden hebben contact met de realiteit van jong ouderverlies?
    Hoeveel van hen realiseren zich, dat al die ouders die hun partner verliezen en voor de taak komen te staan hun nog (heel) jonge kinderen alleen op te voeden, niet plotseling veranderen van ouders met hun eigen beschadigingen, hun eigen tekortkomingen, hun eigen blauwe plekken, hun eigen eigenaardigheden, hun eigen rugzak(je) in begenadigde opvoeders?
    Hoeveel van deze goedbedoelenden realiseren zich de realiteit van het dagelijks leven van kinderen die een ouder zijn verloren door de dood?
    ‘Mijn vader zat boven in zijn kamer, en had niets gemerkt.’
    ‘Maar onze moeder ging dood, en mijn vader stond er alleen voor.’

  • | | | | | | |

    Rituelen en symbolen

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Alweer een jaar voorbijgegaan.
    Een jaar met een cyclus van de jaartraining De kunst van het verbinden.
    De laatste dag van de jaartraining is een dag met rituelen. Met symbolen.
    Een dag dus waarin gevoelens (tastbare) vormen krijgen.

    Groots, soms te groot

    Regelmatig merk ik hoe lastig het voor cursisten kan zijn om vorm te geven aan gevoelens.
    Rituelen en symbolen: bij veel mensen roepen ze drempels op. Het moet dan te groots zijn. Te veel. Gevoelens van: ‘Dat kan ik niet’ of ‘Ik heb niks met rituelen en symbolen’ steken de kop op.
    Het helpt altijd om mensen voor wie rituelen en symbolen drempels opwerpen te laten zien – en te laten ervaren – dat het, zeker in de jaartraining, gaat om dat wat dichtbij ligt. Voor het grijpen, zeg maar.

    Athena

    Rouwend

    Zelf heb ik altijd een bijzondere verbinding gevoeld met de Griekse godin Pallas Athena.
    Godin van de hemel.
    Van wijsheid.
    Van kunst.
    Van krijgskunst.
    Van vrede.
    Ik denk dan meteen aan twee reliëfs. Het ene reliëf laat Pallas Athena zien.
    Moe van de strijd.
    Vermoeid. Rouwend om de geleden verliezen.

    Voortsnellend

    Het andere reliëf, één van mijn grote favorieten: een snel lopende Athena.
    Op weg naar de strijd doet ze nog net even haar sandaal goed.

    Overwinningsbeeld

    Vorige week bracht ik een bezoekje aan de kringloopwinkel. Daar stond ze ineens. In het klein. Het beeld van Athena Parthenos. Eén van mijn andere favoriete beelden. De Nikè Athena – godin van de overwinning. Al zal de Romeinse kopie – het enige wat ons nog rest van dit enorme beeld (34 m hoog, van ivoor en goud) – nooit echt een plaatsje krijgen in mijn hart. Ik voel de aanwezigheid van het oorspronkelijke beeld van de Griekse beeldhouwer Pheidias met name in de symboliek van de vele overwinningstekens die dit beeld rijk is.
    Vind ik het mooi? Nou nee.
    Kopen? Niet doen. Ik heb al zoveel.
    Ik loop de winkel uit. Nog voor ik bij de auto ben keer ik om. Nooit eerder heb ik dit overwinningsbeeld in een kringloopwinkel aangetroffen (In Athene word je vast met d’r doodgegooid!).
    Ik loop terug.
    Ik koop Athena.
    Ik neem d’r mee naar m’n huis.
    Ik zet Athena op m’n schoorsteenmantel.
    Ze ziet eruit als een tevreden Italiaanse matrone.
    Maar ja: dat heb je met die Romeinse kopieën.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Dichtbij

    Rituelen?
    Symbolen?
    Vormgeven?
    Ze zijn dichterbij dan je waarschijnlijk denkt.
    Kijk om je heen.
    Het is er allemaal.
    Ook voor jou.