• | | | | | | | | |

    Voorbeelden uit de praktijk

    Voorbeelden uit de praktijk: verhalen van Verlaat Verdriet-ers

    • ‘Samen met mijn zusje ging ik naar een kindertehuis. Eindelijk voelde ik me veilig. Toen mijn moeder dood was, moesten we weer naar huis. Mijn vader kon niet eens voor zichzelf zorgen. Laat staan voor ons.’
    • ‘Ik ging naar het gezin van mijn oom en tante. Iedereen vond dat ik geluk had en dat vond ik zelf ook wel. Maar mijn tante was niet mijn moeder, mijn oom was niet mijn vader en hun gezin was niet mijn gezin. Ik hoorde er nooit helemaal bij.’
    • Ze was verliefd op mijn vader, en mijn vader op haar. Zelf wilde ze geen kinderen. Mij nam ze ‘op de koop toe’, zoals ze vaak zei. Ik bleef enigst kind.’
    • ‘Mijn moeder hertrouwde met een aardige man. Hij had twee kinderen, net als in ons gezin. Nu waren we met z’n zessen, in plaats van met z’n vieren. We deden allemaal ons best. Nu realiseer ik me, dat ik me zo heb aangepast dat ik totaal niet meer weet wie ik eigenlijk ben.’
    • ‘Het misbruik door die vriend van mijn vader kon zo lang doorgaan, omdat ik intens verlangde naar aandacht en nabijheid.’
    • ‘Mijn moeder was niet sterk. Ze leunde zwaar op mijn vader. Toen hij overleed, nam ik de plaats in van mijn vader en droeg de zorg voor haar. Ik was twaalf, zij achtendertig.’ 
    • ‘Mijn vader bleef alleen. Ik zorgde voor hem en voor mijn oudere broer. ‘We redden het best’ zei hij vaak. ‘Wij hebben niemand nodig.’
    • ‘Mijn moeder dronk steeds meer. Ik schaamde me diep en kreeg steeds meer een hekel aan haar. En daar schaamde ik me ook weer vreselijk voor. Vriendjes en vriendinnetjes, die altijd welkom waren toen mijn vader nog leefde, nam ik niet meer mee naar huis.’
    • ‘We hadden een samengesteld gezin. Ik lijk de enige te zijn die last heeft van Verlaat Verdriet. De anderen vinden mij maar raar, maar ik zie wel degelijk ook bij hen Verlaat Verdriet-patronen.’
    • ‘Jarenlang heeft mijn broer mij seksueel misbruikt. Mijn moeder was te ziek om er iets tegen te doen. Eigenlijk weet ik niet eens of ze het geweten heeft, maar ik denk dat ze er wel een vermoeden van heeft gehad. Wat ik nog het allerergste vindt: hij is ook een kind van haar.’
    • ‘We kwamen allemaal op ons eigen eilandje terecht.’
    • ‘Het huwelijk van mijn vader en zijn tweede vrouw liep al heel snel mis. Tot mijn achtste leefde ik in een harmonieus gezin, na mijn tiende brak de hel los. Toen ik zestien was, zijn ze gescheiden. Zij verdween uit mijn leven, mijn vader bleef alleen. Terwijl hij al die jaren alleen aandacht had voor zichzelf, moest ik nu voor hem gaan zorgen.’
  • | | | |

    Gedicht van Maria

    Gisteren stuurde Maria mij het gedicht dat ze heeft gemaakt naar aanleiding van mijn Blog van 17 september 2013: Familiegeheim, een film van Jaap van Hoewijk

    ‘Ik heb zo’n last gehad van die dooie vader’
    Jaap van Hoewijk

     

    Gedicht van Maria

    Ik heb zo’n last gehad van
    het overlijden van ons mam
    Omdat door haar sterven alle zorg
    voor ons thuis op mij neerkwam

    Ik heb zo’n last gehad van
    het onnoemelijke grote verdriet
    Omdat ons mam mij, door haar doodgaan,
    met een enorme verantwoordelijkheid achterliet

    Ik heb zo’n last gehad van
    altijd dat moeten zorgen
    Nooit meer die vrolijke puber
    of een onbezorgde morgen

    Ik heb zo’n last gehad van
    het altijd alleen thuis zijn
    Ik kon dit met niemand delen
    en mijn wereld werd zo klein

    Ik heb zo’n last gehad van
    dat ik niet meer naar school mocht gaan
    Ik wou zo ontzettend graag verder leren
    voor een mooie, bij mij passende, baan

    Ik heb zo’n last gehad van
    mijn eigen persoonlijke identiteit
    Want in de loop der jaren
    raakte ik mezelf helemaal kwijt

    Ik heb zo’n last gehad van…
    En nog steeds doet het leven pijn
    Waarom kan ik niet gewoon
    een vrolijke en spontane vrouw zijn?

    Maria
    woensdag 25 september 2013

  • | | |

    Innerlijk kind

    Wilma Lodder-Breedveld stuurde me haar gedicht Innerlijk kind. Wilma was 4 jaar toen ze haar moeder verloor.

     

    Zoveel liefde
    zoveel warmte
    zoveel mensen die mij omgeven,
    ik voel ze niet.

    Ik zoek jou,
    mijn kind
    jouw eenzaamheid voel ik
    jou zoek ik

    Kom bij mij
    laat mij jouw moeder zijn
    laat mij jou troosten
    laten we verder gaan

    Samen

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.