• | | | | | |

    Menselijk tekort

    Afgelopen week had ik een gesprek met Ellen Vogel. Ellen is journaliste. Op mijn uitnodiging brengen we samen een nieuw boek uit over Verlaat Verdriet en de gevolgen van jong ouderverlies. Als alles gaat zoals we ons hebben voorgenomen, verschijnt het boek in december 2014.
    Dit nieuwe boek baseren we zowel op een groot aantal interviews die Ellen Verlaat Verdriet-ers heeft afgenomen – en afneemt – als op de kennis die ik zelf in de vele jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk heb ontwikkeld over de gevolgen van jong ouderverlies.

    In het gesprek van afgelopen week sprak Ellen haar verbazing uit over hoeveel er mis gaat als een ouder jong overlijdt en een kind jong een ouder – of beide ouders – verliest. En hoeveel gevolgen dat vroege verlies voor deze kinderen heeft, als ze eenmaal volwassen zijn.

    In de jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk is deze vraag uiteraard vaak aan de orde geweest. Meestal in verband met het feit dat mensen altijd willen weten wat je moet doen om Verlaat Verdriet bij kinderen te voorkomen. Daar valt veel over te zeggen, maar dat wil ik niet hier en nu doen.

    Ellen’s vraag heeft me wel weer danig bezig gehouden. Al deze ouders zijn toch geen sukkels geweest, die geen idee hebben gehad hoe je met kinderen om moet gaan?
    Vanochtend kon ik ineens woorden geven aan een gevoel dat ik daarover heb. Zo’n onomkeerbaar verlies in een gezin – veroorzaakt door een invloed van buitenaf: de dood – legt het menselijk tekort zo verschrikkelijk pijnlijk bloot.

    Zou dat één van de  oorzaken zijn dat ‘de buitenwereld’ zo weinig (of eigenlijk helemaal niets) moet hebben van Verlaat Verdriet? Van die confrontatie met het menselijk tekort? Met die kwetsbaarheid?

  • | | | | | | | | |

    Maak de reis van je leven op Terschelling

    Biografische cursus

     

     

     

     

     

    2014 volgeboekt

    De biografische cursus Maak de reis van je leven op Terschelling 2014 is volgeboekt.
    Heb je belangstelling voor deze bijzondere cursus? Laat het ons weten!

    2015

    In het voorjaar van 2015 plannen we een nieuwe Reis van je leven op Terschelling. Meld je als belangstellende aan, dan houden we je op de hoogte van de data en de mogelijkheden je in te schrijven voor deze cursus.

    Reacties van deelnemers

    “Ik wist niet goed wat ik kon verwachten, maar wat een geweldige ervaring.”

    “Heerlijk huis, zorgvuldige begeleiding, prima maaltijden.”

    “Aan alle voorwaarden is voldaan. Dat gaf mij de rust en de ruimte waar ik naar verlangde.”

    “Ik heb eindelijk de vinger op de zere plek durven leggen.”

    “Rust, ruimte, tijd, aandacht.”

  • |

    Zonde & jammer: een praktijkvoorbeeld

    Soms zie je van afstand iets gebeuren waarin je niet op een goeie manier kunt ingrijpen, terwijl je graag iets had willen doen. Zo’n voorval kan in je rond blijven zingen. Zo ook bij mij.

    Een voorbeeld uit mijn praktijk

    Een aantal maanden geleden deed M. bij mij de basisworkshop Verlaat Verdriet. M. is nu rond de 40, en was 7 jaar toen ze haar moeder verloor. Gedurende de workshop werkte M. intens en toegewijd. Met name mijn uitleg over het belang van het innerlijk besluit en het verschil tussen het besluit Ik moet er af en Ik ga het aan kon M. goed doorvoelen. Ik ga het aan kon ze – ondanks alle verdriet dat ze voelde – met heel haar hart zeggen.

    Tantes & ooms

    Eén van de grote uitnodigingen tot heling is de uitnodiging ‘op zielsniveau’ het contact met je overleden ouder te herstellen. Je gaat als het ware een hernieuwd cont(r)act met je overleden ouder aan. Tantes & ooms opzoeken die je ouder (goed) hebben gekend maakt deel uit van die zoektocht. Niet altijd gemakkelijk, maar bijna altijd met een positief en hartverwarmend resultaat.

    Zo ging M. haar tante & oom opzoeken, ook al had ze jaren weinig contact met hen gehad. Dat was verwaterd na de dood van haar moeder. Ze werd allerhartelijkst ontvangen Wat lijk je veel op je moeder! Zowel tante als oom wilde graag over M.’s overleden moeder vertellen. M. genoot van alles wat ze (opnieuw) hoorde over haar moeder, maar huilde ondertussen een aantal keren flink. Duidelijk was te zien en te merken dat ze veel verdriet had om het vroege verlies van haar moeder en het gemis, dat ze al die jaren had weggestopt. Aan het einde van het gesprek zei tante tegen M.: Nou, nu moet je het verlies van je moeder een plaats geven in je leven. Je moet verder met je leven, naar de toekomst. Je moet er niet in blijven hangen, hoor.

    Tips voor tantes & ooms

    Beste tantes & ooms, denk alsjeblieft na voordat je een dergelijke opmerking maakt. Hoe begrijpelijk ook. Waarschijnlijk heb je te doen met je nicht/neef en het was al zo zielig dat zij/hij jong de ouder verloor. Je wilt haar/hem behoeden voor nog meer verdriet. Maar echt, tantes & ooms, doe dit alsjeblieft niet. Erken haar/zijn grote verdriet. Laat je nicht/neef weten dat zij/hij altijd welkom is. Dat je altijd bereid bent over haar/zijn overleden ouder te vertellen. Eén keer, tien keer, honderd keer. Zo vaak als zij/hij daar behoefte aan heeft. Een verlaat rouwproces heeft tijd nodig – soms (vaak!) veel tijd. En geduld. Aandacht. Zorg. Liefde. Je nicht/neef heeft tijd nodig. Geduld. Zorg. Aandacht. Liefde. Ook van jou. Naar alle waarschijnlijkheid is je nicht/je neef als gevolg van de vroege dood van haar/zijn ouder veel tekort gekomen. Geef haar/hem nu wat zij/hij nodig heeft. Dat is goede hulp bij rouw.

    Wees je ervan bewust dat je met je advies ‘er niet in te blijven hangen‘ het omgekeerde bereikt van wat je had willen bereiken.
    Zoals bij M. het geval is. M. besloot, naar aanleiding van het gesprek met haar tante: Ik moet verder. Ik moet niet meer achterom kijken. Ik moet naar de toekomst kijken. De opmerking van haar tante haalde een grote streep door het oorspronkelijke besluit van M.: Ik ga het aan is: Ik moet eraf geworden. Wat in de workshop in gang werd gezet, is (voor het grootste gedeelte) weer tot stilstand gekomen.
    Zonde & jammer.
    En onnodig! Een verlaat rouwproces heeft nu eenmaal een totaal eigen, specifieke, dynamiek. Tantes, ooms en nog heel veel meer andere mensen: het is belangrijk dat te weten en dat te erkennen.

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.