Els tipte mij in de afgelopen week over het lied Dat ik je mis van Maaike Ouboter. Ik geef deze tip ook op deze plaats graag aan je door.
Els:
Tekst van het lied dat Maaike zelf schreef voor haar moeder (haar ouders overleden toen zij op de Middelbare school zat), ze is nu 21 (dacht ik) en deelnemer aan het programma ‘de beste singer songwriter). Luister, kijk en ervaar!
Gedicht/lied Maaike Ouboter:
Je kust me, Je sust me, Omhelst me, gerust me
Je vangt me,
Verlangt me
Oneindig ontbangt me
Je roept me
Je hoort me
Je redt en verstoort me
Gelooft me,
Berooft me
Verstikt en verdooft me
Je ademt en leeft me
Siddert en beeft me
Vertrouwt me,
Beschouwt me als mens
En weerhoudt me
Van bozige dromen
Die op komen dagen
De eenzame vragen van eindig geluk
Met je krullen
als nacht
Hoe je praat, hoe je lacht
Hoe je stem zo dichtbij als een engel verzacht
In mijn dromen doorstromen,
Oneindige leegtes
Je remt me
Je temt me
Je roert en beweegt me
Ik mis je
Ik mis je
Ik grijp je, ik gris je
Ik wil je
Bespeel je,
Ik roer en beveel je
om bij me te blijven
In donkere nachten
Niet meer te smachten naar jou
Laat me los
Ik moet nu alleen
en houdt me vast als het nodig is
In gedachten
ik zoek je in alles om me heen
maar al denk ik soms dat het zo beter is
Kan ik het niet helpen dat ik je soms mis
Ik smoor je
Bevroor je
Verlos, en verloor je
Weg naar een andere plek maar ik hoor je
Omarm je
Verwarm je
Ik zie je en voel je
Ik aai je
Ik streel je
Ik knuffel en kroel je
Je rijpt me
Begrijpt me
Verwart en misleidt me
Het schrikt me soms af
Hoeveel ik op je lijk nu
Mijn glimlach
Mijn tranen
Mijn liefde voor leven
Het spijt me van alles
Kom help en bevrijd me
Laat me los
Ik kan het alleen
maar houd me vast als het nodig is
In gedachten
Ik vind je in alles om me heen
Maar al denk ik soms dat het zo beter is
Kan ik het niet helpen dat ik je soms mis
Ik kus je
Ik sus je
Ik doof en ik blus je
Je blijft heel dichtbij me
Maar in mijn hoofd rust je
Marloes stuurde me de link toe naar de uitzending van College Tour met de wereldberoemde Britse stand-up comedian Eddie Izzard, geïnterviewd door Twan Huijs. Lees meer “Eddie Izzard”
Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
Ze voelen zich mislukt.
Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.
‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’
Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?
Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.
Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.
Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.