• | | | | | | |

    Licht maken

     

     

     

     

     

     

    ‘Ik kan altijd zelf licht maken’ 
    Wintertijd.
    Ze hangen weer: de lichtjes.

    Lang geleden, in een tijd van langdurige depressie, besloot ik in de wintertijd een trosje lichtjes voor mijn raam te hangen.
    Ik zag in een najaar zo’n trosje kerstboomlichtjes hangen voor het raam van een vriendin van me. Het inspireerde me.
    ‘Zo kan je elke dag je eigen lichtje aansteken’
    ging door me heen.
    Zo gedacht, zo gedaan.
    Ook ik hing een trosje kerstboomlichtjes voor m’n raam. E
    lke dag dat het langdurig somber en donker was deed ik ze aan. Het verbond me elke keer weer met het gevoel: ‘Ik kan elke dag m’n eigen licht maken’. 

    Licht maken

    Elk jaar, als de wintertijd ingaat, hang ik de lichtjes op.
    Elk jaar hangen ze tot de zomertijd weer ingaat.
    Op dagen van regen, somberheid en donkerte maak ik licht.
    ‘Ik kan altijd een lichtje voor mezelf maken’.

    Ritueel

    Een simpel ritueel.
    Het werkt.
    Echt.
    (En wat ook werkt, is het gevoel dat de mensen die gedurende de wintertijd langs mijn huis komen mogelijk ook denken: Hé, kijk! Je kunt altijd een lichtje voor jezelf maken.
    Licht doorgeven: ook mooi!).

  • | | | | | | | | | | | |

    Honderdvierenveertig

     

     

     

     

    ‘Nou: zo’n twaalf jaar. Eens per maand’, antwoord ik op de vraag van een deelnemer aan de workshop van de afgelopen dagen.
    ‘Honderdvierenveertig dus’ reageert hij meteen.

    Of het er helemaal honderdvierenveertig zijn: ik betwijfel het enigszins. Er ging ook wel eens een maand voorbij zonder. Maar ook wel eens een maand met twee. Of drie.
    Uiteindelijk zal het toch aardig in de richting gaan van honderdvierenveertig.
    Een respectabel aantal, denk je dan toch. Tenminste: ik wel op het moment dat dat getal wordt uitgesproken.

    Openen

    Afgelopen dagen was het weer tijd voor een workshop. Drie deelnemers deze keer: Twee vrouwen en een man.
    Voor de (misschien bijna) honderdvierenveertigste keer een bijzondere en prachtige ervaring.
    De ruimte, de rust en de veiligheid die ontstaat als ervaringsgenoten hun ervaringen met elkaar kunnen delen.
    De opluchting als, al werkend, steeds duidelijker wordt hoe groot en omvangrijk de gevolgen zijn van jong ouder verlies. Ook op de langere termijn.
    De rust die de erkenning biedt. Ook – en eigenlijk zeker – als je als deelnemer aan de workshop al een lange ervaring hebt in de hulpverlening. Als er altijd gewerkt moet worden aan ‘van alles’, terwijl het vroege verlies van je ouder stelselmatig wordt genegeerd. Je je niet alleen niet gezien en gehoord voelt (wat op zich al pijnlijk genoeg is), maar er dus ook nooit ruimte is om te werken aan dat wat voor jou voelt als de oorzaak van de problemen waar je mee worstelt.
    De liefde die kan stromen als geopend kan worden wat zo lang afgesloten heeft gezeten.

    Toewijding en liefde

    Elke workshop opnieuw heeft z’n eigen dynamiek.
    Z’n eigen vorm.
    Z’n eigen kenmerken.
    Maar elke workshop opnieuw word ik diep geraakt door de toewijding en de liefde van de deelnemers.
    Altijd weer opnieuw is het bijzonder daarvan getuige te mogen zijn.

  • | | | | | | | | | | | |

    Mammie

    In de Verlaat Verdriet-workshop besteed ik er altijd aandacht aan: hoe noem jij, in jezelf (dus: als je in gedachten bij je vroeg overleden ouder bent), je moeder of je vader? Denk je dan mama? Papa? Mammie? Pappie?
    Dus: hoe noemde jij als kind je moeder/je vader?
    Een moment van bewustwording. Zeker bij de deelnemende Verlaat Verdriet-ers, die op dat moment voelen hoe groot de afstand is geworden tussen hen en hun overleden ouder.

    Zelf ben ik me er zeer van bewust dat ik, als ik in gedachten bij mijn moeder ben, mijn moeder denk. Hoe iets in mij zich altijd weer verzet om mammie te denken. (Niet dat ik gewend ben met mijn broer te praten over het verlies dat ons als kind is overkomen: maar ‘onze moeder’ klinkt in mijn- noordelijke – oren toch vreemd, en mammie: dat lukt me dus niet).

    Gisteren schreef ik de Droom van mijn vader. In mijn droom sprak ik met mijn vader. Op dat moment kostte het me geen enkele moeite om mammie te zeggen, en voelde het ook volkomen natuurlijk om mammie te schrijven.
    Zestig jaar vielen weg.
    Mijn moeder was echt op dat moment weer heel gewoon wat ze voor mij als kind was: mammie.

    PS

    Uit de tijd, dat ik zelf nog verschillende therapieen volgde, herinner ik me therapeuten die mama zeiden als het over mijn moeder ging (en dat gebeurde in die tijd nogal eens!).
    Zodra ik mama hoorde was ik weg.
    Dan ging het niet meer over mijn mammie.
    En dan ging het dus ook niet meer over mij!

  • | | | | | | | | | | |

    Droom van mijn vader

    Vannacht droomde ik van mijn vader.
    Ik droom niet zo heel vaak van mijn vader, maar vannacht dus wel. Voor zover ik me herinner zag ik hem niet. Horen deed ik hem des te beter.
    ‘Ik heb altijd wel geweten dat je maar een heel klein middelmaatje was’ zegt hij tegen me. ‘Een heel klein middelmaatje?’ vraag ik hem. ‘Ja, bij de hele kleine middelmaatjes bungelde jij ergens onderaan’, zegt hij gedecideerd tegen me.

    ‘Als mammie niet was doodgegaan, zou ik dan ook een heel klein middelmaatje zijn geweest?’ piep ik verschrikkelijk ongemakkelijk terug.
    ‘Ja’, zeg hij, even gedecideerd. ‘Als mammie niet was doodgegaan zou je ook ergens onderaan de hele kleine middelmaatjes bungelen’.

    Ongemakkelijk word ik wakker.
    Wat een confrontatie met mijn vader die altijd alles wist!
    Tot ik bij m’n positieven kom.
    Wat een dijk van een hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging heb ik hier te pakken. Wat een schaduwpatroon!

    Uren later. Ik kijk naar buiten.
    Inmiddels schijnt de zon volop.
    Wat doe je op een zonnige herfstdag op Terschelling?
    Cranberries plukken, natuurlijk.
    Dat ga ik lekker doen.
    En dan, al cranberry-plukkend in de stilte van de Koegelwiek, ga ik nog eens stevig mediteren op deze hele hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging.
    Want ja: als ik goed nadenk ken ik deze zelf ondermijnende overtuiging al zo verschrikkelijk lang!
    Wat goed om die nu in volle omvang te voelen (ook al was dat vannacht nou niet meteen verschrikkelijk fijn).
    Hier moet ik iets mee.
    Hier kan ik iets mee.
    Tijd voor verandering!