• | | | | | | | |

    Dochters en Moeders, voorbeeld uit de praktijk

    Dochters en Moeders.

    Meestal zie je het andersom geschreven staan: Moeders en Dochters.
    In mijn werk ontmoet ik meestal de Dochters, en over het algemeen niet de Moeders.
    Dochters en Moeders, dus.

    De Dochter verloor haar vader.
    De Moeder verloor haar man.

    Verstrikkingen

    Dochter en Moeder verloren dezelfde persoon. Maar je vader verliezen door de dood -terwijl je nog op moet groeien – is heel iets anders dan je man en de vader van je kind(eren) verliezen door de dood.
    In veel gevallen betekent dit verlies het startpunt van een – in de loop van het opgroeien van de dochter – ingewikkelde relatie tussen Dochter en Moeder, met veel verstrikkingen. Zeker als de Dochter enigst kind was.
    Vaak voortdurend als de Dochter allang volwassen is, en in veel gevallen zelf moeder is geworden.

    Verlies

    De Dochter ervoer de ruptuur van het onomkeerbare verlies van degene die de bedoeling had haar te beschermen, haar te inspireren en haar te gidsen op haar weg naar volwassenheid.
    De Moeder ervoer de ruptuur van het onomkeerbare verlies van haar partner. De man met wie ze samen haar kind(eren) op zou voeden, een thuis en een veilige haven zou bieden.

    Toekomsthorizon

    Tot de dood een einde maakte aan deze toekomsthorizon.
    De Dochter verloor haar beschermer en degene die haar zou ondersteunen bij het vinden en het innemen van haar plaats in het leven.
    De Moeder verloor de man op wie ze had willen kunnen rekenen bij het opvoeden van haar kind(eren).

    Eilandje

    Beiden, Dochter en Moeder, kwamen na het verlies van de partner/de vader op hun eigen eilandje terecht.
    Gevangen in het trauma van de ruptuur.
    Verstard.
    Verhard.
    Geharnast tegen de hardheid van het leven.
    Intens verlangend naar liefde en aandacht.
    Niet meer in staat uit te reiken naar elkaar.
    Elkaar beschermend.
    Elkaar ontziend.
    De Moeder verlangend naar begrip van haar Dochter.
    De Dochter verlangend naar delen met haar Moeder over haar overleden vader. Verbinding zoekend met de vader die geleefd heeft. Die zijn genen aan haar heeft doorgegeven. Op wie ze lijkt. Of misschien niet lijkt.

    De Moeder afwijzend. ‘Dat moet je nu toch eens verwerkt hebben.’ ‘Heb ik het soms niet goed gedaan?’ ‘Ik wil niet de schuld krijgen.’

    Dochters en Moeders

    Elkaar niet meer kunnen bereiken.
    Allebei eenzaam.
    Allebei kwetsbaar.
    Allebei zichzelf met geweld staande houdend.
    Gebonden in kou en afstand, in plaats van verbonden in nabijheid, liefde en warmte.

  • | | | | | | | | | | | |

    Kom hier, dat ik u kus

    In de afgelopen dagen las ik het boek Kom hier, dat ik u kus van de Belgische schrijfster Griet op de Beeck. Dit boek geef ik graag als Leestip aan je door.

    Kom hier, dat ik u kus is werkelijk een heel mooi boek. Ongetwijfeld herkenbaar en invoelbaar voor heel veel Verlaat Verdriet-ers. In een prachtige, rijke taal geschreven. Mooie, fijnzinnige, humoristische en soms uitgesproken scherpe, verdrietige en boze beschrijvingen van mensen, van gebeurtenissen en van ervaringen uit het leven van een volwassen vrouw, die als negenjarig kind haar moeder verloor.
    Een absolute aanrader!

    Griet op de Beeck
    Kom hier, dat ik u kus.
    ISBN 978 90 446 2310 9

    Mona verliest als kind van negen haar moeder als gevolg van een auto-ongeval. Kom hier, dat ik u kus laat het leven zien van Mona, als kind, als vierentwintig jarige, en als vijfendertig jarige. Een verhaal over waarom we worden wie we zijn, geschreven met humor, scherpte en eerlijkheid. Over ouders. Over een stiefouder. Over kinderen. Over verantwoordelijkheid. Over schuld. Over eenzaamheid. Over geheimen. Over ziekte. Over zwijgen. Over de gevaren van sterk zijn. Over vergeten. Over niet kunnen vergeten. Over jezelf durven redden. En natuurlijk ook nog over de liefde.

    Citaten uit Kom hier, dat ik u kus

    Deel 1, bladzijde 63
    Ik lig in mijn donkere kamer, en ik probeer gewoon te luisteren naar de geluiden. De wind buiten. Een deur beneden die wordt dichtgetrokken. Ik ben niet alleen, dat zeg ik hardop, en dan nog een keer. Ik weet niet of andere mensen dat ook hebben, maar soms voelt het alsof er iets bijt in mijn keel, iets wat vasthoudt en niet meer los wil laten. Nu is het zo’n soms. 

    Deel 2, bladzijde 165/166

    ……..  Het is in het beklemtonen dat iets niet erg is, dat het ons niet bang maakt, dat we er niet triest van zijn geworden, dat we vaak net de heftigheid van de ware emotie verraden, ook al geloven we het schimmige zelfbedrog terwijl we aan het formuleren zijn. Dat beweerde Charlie toen Alexander onlangs verzekerde dat de dood van onze moeder hem niet had getekend, ik vond het iets om over na te denken. 

    Deel 3, bladzijde 381

    Ik denk: ik wil begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna. Ik wil redden wat er te redden valt, mijzelf bijvoorbeeld, ik wil weten wat ik waard ben, kiezen voor wat klopt en goed is, geloven dat dat mag. Ik denk: dat is het, ik wil durven, eindelijk. Ja. 

     Lees meer over Griet op de Beeck

  • | | | | | |

    Een heel gewoon mens: een praktijkvoorbeeld

    Ook stiefmoeders zijn hele gewone mensen.

    Dit is een verhaal dat begint met de ‘achterkant’ van een Verlaat Verdriet-verhaal. Maar: evengoed een voorbeeld uit de praktijk.

    ‘Ze keken me onderzoekend aan, en nog eens en nog eens. Uiteindelijk zei de moedigste van hen enigszins verbluft: Maar u ziet er heel gewoon uit.
    Aan het woord is een hele gewone vrouw. Eind veertig. De tweede vrouw van haar partner, voorheen weduwnaar met hele jonge kinderen. Stiefmoeder geworden van een meisje en een jongetje. Het meisje voegde zich in de nieuwe situatie en paste zich aan. Het jongetje verdroeg de nieuwe vrouw van zijn vader niet. Totaal niet. Toen niet en later ook niet.

    Bij toeval ontmoet de stiefmoeder een klein clubje studiegenoten van de zoon, inmiddels student-met-rugzakje. ‘Maar u ziet er heel gewoon uit’ zegt één van de studiegenoten en de anderen knikken instemmend.

    De tweede vrouw van mijn vader

    Zelf werd ik recent onzacht geconfronteerd met oude angst en pijn als gevolg van de slechte relatie die ik met mijn stiefmoeder heb gehad. ‘De tweede vrouw van mijn vader‘, zo benoem ik deze inmiddels jaren geleden overleden tweede vrouw van mijn vader. Blijkbaar zitten er nog steeds restanten van oude angst, pijn en verdriet, die opspelen als ik er (onverwacht) mee wordt geconfronteerd.

    Een heel gewone vrouw (?)

    Hoewel: heel gewone vrouw? Net als ik verloor de tweede vrouw van mijn vader op haar achtste haar moeder. Maar heel anders dan ik, had zij haar moeder nauwelijks gekend. Haar moeder werd vlak na haar geboorte opgenomen in een psychiatrische inrichting, maar stiefmoeder werd opgevoed door haar veertien jaar oudere zusje. Ik weet het ook meteen weer. Haar vond ik zielig omdat ze haar moeder zo jong was verloren. Van mezelf vond ik het helemaal niet zielig dat ik mijn moeder was verloren. Zo was dat nu eenmaal. Vorm van pech.
    wat kunnen die angst, die pijn en dat verdriet opspelen als ze onverwacht worden aangeraakt.
    En wat kan het moeilijk zijn op zo’n moment volwassen te zijn en volwassen te blijven.

    Ook uit de praktijk

    Stiefmoeders.
    Heel gewone vrouwen.
    Maar: sommige stiefmoeders zijn geen heel gewone vrouwen, ook al lijken ze dat aan de buitenkant wel te zijn.

  • | | | | | | | | |

    Voorbeelden uit de praktijk

    Voorbeelden uit de praktijk: verhalen van Verlaat Verdriet-ers

    • ‘Samen met mijn zusje ging ik naar een kindertehuis. Eindelijk voelde ik me veilig. Toen mijn moeder dood was, moesten we weer naar huis. Mijn vader kon niet eens voor zichzelf zorgen. Laat staan voor ons.’
    • ‘Ik ging naar het gezin van mijn oom en tante. Iedereen vond dat ik geluk had en dat vond ik zelf ook wel. Maar mijn tante was niet mijn moeder, mijn oom was niet mijn vader en hun gezin was niet mijn gezin. Ik hoorde er nooit helemaal bij.’
    • ‘Ze was verliefd op mijn vader, en mijn vader op haar. Zelf wilde ze geen kinderen. Mij nam ze ‘op de koop toe’, zoals ze vaak zei. Ik bleef enigst kind.’
    • ‘Mijn moeder hertrouwde met een aardige man. Hij had twee kinderen, net als in ons gezin. Nu waren we met z’n zessen, in plaats van met z’n vieren. We deden allemaal ons best. Nu realiseer ik me, dat ik me zo heb aangepast dat ik totaal niet meer weet wie ik eigenlijk ben.’
    • ‘Het misbruik door die vriend van mijn vader kon zo lang doorgaan, omdat ik intens verlangde naar aandacht en nabijheid.’
    • ‘Mijn moeder was niet sterk. Ze leunde zwaar op mijn vader. Toen hij overleed, nam ik de plaats in van mijn vader en droeg de zorg voor haar. Ik was twaalf, zij achtendertig.’ 
    • ‘Mijn vader bleef alleen. Ik zorgde voor hem en voor mijn oudere broer. ‘We redden het best’ zei hij vaak. ‘Wij hebben niemand nodig.’
    • ‘Mijn moeder dronk steeds meer. Ik schaamde me diep en kreeg steeds meer een hekel aan haar. En daar schaamde ik me ook weer vreselijk voor. Vriendjes en vriendinnetjes, die altijd welkom waren toen mijn vader nog leefde, nam ik niet meer mee naar huis.’
    • ‘We hadden een samengesteld gezin. Ik lijk de enige te zijn die last heeft van Verlaat Verdriet. De anderen vinden mij maar raar, maar ik zie wel degelijk ook bij hen Verlaat Verdriet-patronen.’
    • ‘Jarenlang heeft mijn broer mij seksueel misbruikt. Mijn moeder was te ziek om er iets tegen te doen. Eigenlijk weet ik niet eens of ze het geweten heeft, maar ik denk dat ze er wel een vermoeden van heeft gehad. Wat ik nog het allerergste vindt: hij is ook een kind van haar.’
    • ‘We kwamen allemaal op ons eigen eilandje terecht.’
    • ‘Het huwelijk van mijn vader en zijn tweede vrouw liep al heel snel mis. Tot mijn achtste leefde ik in een harmonieus gezin, na mijn tiende brak de hel los. Toen ik zestien was, zijn ze gescheiden. Zij verdween uit mijn leven, mijn vader bleef alleen. Terwijl hij al die jaren alleen aandacht had voor zichzelf, moest ik nu voor hem gaan zorgen.’