• | | | | | | | | | | | |

    Honderdvierenveertig

     

     

     

     

    ‘Nou: zo’n twaalf jaar. Eens per maand’, antwoord ik op de vraag van een deelnemer aan de workshop van de afgelopen dagen.
    ‘Honderdvierenveertig dus’ reageert hij meteen.

    Of het er helemaal honderdvierenveertig zijn: ik betwijfel het enigszins. Er ging ook wel eens een maand voorbij zonder. Maar ook wel eens een maand met twee. Of drie.
    Uiteindelijk zal het toch aardig in de richting gaan van honderdvierenveertig.
    Een respectabel aantal, denk je dan toch. Tenminste: ik wel op het moment dat dat getal wordt uitgesproken.

    Openen

    Afgelopen dagen was het weer tijd voor een workshop. Drie deelnemers deze keer: Twee vrouwen en een man.
    Voor de (misschien bijna) honderdvierenveertigste keer een bijzondere en prachtige ervaring.
    De ruimte, de rust en de veiligheid die ontstaat als ervaringsgenoten hun ervaringen met elkaar kunnen delen.
    De opluchting als, al werkend, steeds duidelijker wordt hoe groot en omvangrijk de gevolgen zijn van jong ouder verlies. Ook op de langere termijn.
    De rust die de erkenning biedt. Ook – en eigenlijk zeker – als je als deelnemer aan de workshop al een lange ervaring hebt in de hulpverlening. Als er altijd gewerkt moet worden aan ‘van alles’, terwijl het vroege verlies van je ouder stelselmatig wordt genegeerd. Je je niet alleen niet gezien en gehoord voelt (wat op zich al pijnlijk genoeg is), maar er dus ook nooit ruimte is om te werken aan dat wat voor jou voelt als de oorzaak van de problemen waar je mee worstelt.
    De liefde die kan stromen als geopend kan worden wat zo lang afgesloten heeft gezeten.

    Toewijding en liefde

    Elke workshop opnieuw heeft z’n eigen dynamiek.
    Z’n eigen vorm.
    Z’n eigen kenmerken.
    Maar elke workshop opnieuw word ik diep geraakt door de toewijding en de liefde van de deelnemers.
    Altijd weer opnieuw is het bijzonder daarvan getuige te mogen zijn.

  • | | | | | | | | | | |

    Verlaat Verdriet-lezing in Hoorn (NH)

     

    Gat in mijn ziel

    Wegen naar herstel

    Lezing in Hoorn over de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn, door Titia Liese.

    Datum

    Woensdag 9 november 2016

    Tijd

    19.30 tot ± 22 uur

    Plaats

    Praethuys ’t Slot
    Van Beijerenstraat 89
    1623 JD  Hoorn

    Verlaat Verdriet

    Ruim een miljoen volwassen Nederlanders verloor als kind – op een leeftijd jonger dan 20 jaar – een ouder door overlijden. De impact van dit vroege, onomkeerbare verlies wordt in veel gevallen niet, of onvoldoende,  onderkend.
    De gevolgen op de langere termijn uiten zich onder meer in angst- en paniekaanvallen, moeite intieme relaties aan te gaan, twijfel aan bestaansrecht, controle, stressgevoeligheid en gezondheidsproblemen.

    Lezing

    In de lezing Gat in m’n ziel geeft Titia Liese informatie over de problematiek die speelt bij veel volwassenen die in hun jeugd een ouder verloren door overlijden.
    Ze toont de mogelijkheden voor Verlaat Verdriet-ers om dit verlies alsnog te verwerken en te helen en biedt ruimte voor vragen.

    Doelgroep

    Deze lezing is bestemd voor ieder die geïnteresseerd is in de levenslange invloed van het vroege verlies van een ouder. Dus zowel voor Verlaat Verdriet-ers, als voor professionals, familieleden en anderszins belangstellenden.

    Titia Liese

    Titia Liese ontwikkelde in de afgelopen decennia, vanuit ervaring, haar veelzijdige kennis op het gebied van Verlaat Verdriet en verlate rouw bij Verlaat Verdriet. Ze is tevens auteur van Gids voor Verlaat Verdriet, Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek en Teruggaan, om verder te kunnen.

    Kosten

    De kosten voor deze lezing bedragen € 10,-, contant aan de zaal te voldoen.

    Aanmelden

    In verband met de beschikbare ruimte is het raadzaam tevoren aan te melden voor deze lezing lezinghoorn@verlaatverdriet.nu

    Bijzonderheid

    Gat in m’n ziel wordt georganiseerd door Titia Liese, in samenwerking met ervaringsgenoten Marjo en Margreet.

    Informatie

    Titia Liese: 06- 537 658 43 info@verlaatverdriet.nu

    Marjo: 06-431 209 06
    Margreet: 06-107 107 34

    Meer informatie over Verlaat Verdriet op deze site.

  • | | | | | | | | | | | |

    Mammie

    In de Verlaat Verdriet-workshop besteed ik er altijd aandacht aan: hoe noem jij, in jezelf (dus: als je in gedachten bij je vroeg overleden ouder bent), je moeder of je vader? Denk je dan mama? Papa? Mammie? Pappie?
    Dus: hoe noemde jij als kind je moeder/je vader?
    Een moment van bewustwording. Zeker bij de deelnemende Verlaat Verdriet-ers, die op dat moment voelen hoe groot de afstand is geworden tussen hen en hun overleden ouder.

    Zelf ben ik me er zeer van bewust dat ik, als ik in gedachten bij mijn moeder ben, mijn moeder denk. Hoe iets in mij zich altijd weer verzet om mammie te denken. (Niet dat ik gewend ben met mijn broer te praten over het verlies dat ons als kind is overkomen: maar ‘onze moeder’ klinkt in mijn- noordelijke – oren toch vreemd, en mammie: dat lukt me dus niet).

    Gisteren schreef ik de Droom van mijn vader. In mijn droom sprak ik met mijn vader. Op dat moment kostte het me geen enkele moeite om mammie te zeggen, en voelde het ook volkomen natuurlijk om mammie te schrijven.
    Zestig jaar vielen weg.
    Mijn moeder was echt op dat moment weer heel gewoon wat ze voor mij als kind was: mammie.

    PS

    Uit de tijd, dat ik zelf nog verschillende therapieen volgde, herinner ik me therapeuten die mama zeiden als het over mijn moeder ging (en dat gebeurde in die tijd nogal eens!).
    Zodra ik mama hoorde was ik weg.
    Dan ging het niet meer over mijn mammie.
    En dan ging het dus ook niet meer over mij!

  • | | | | | | | | | | |

    Droom van mijn vader

    Vannacht droomde ik van mijn vader.
    Ik droom niet zo heel vaak van mijn vader, maar vannacht dus wel. Voor zover ik me herinner zag ik hem niet. Horen deed ik hem des te beter.
    ‘Ik heb altijd wel geweten dat je maar een heel klein middelmaatje was’ zegt hij tegen me. ‘Een heel klein middelmaatje?’ vraag ik hem. ‘Ja, bij de hele kleine middelmaatjes bungelde jij ergens onderaan’, zegt hij gedecideerd tegen me.

    ‘Als mammie niet was doodgegaan, zou ik dan ook een heel klein middelmaatje zijn geweest?’ piep ik verschrikkelijk ongemakkelijk terug.
    ‘Ja’, zeg hij, even gedecideerd. ‘Als mammie niet was doodgegaan zou je ook ergens onderaan de hele kleine middelmaatjes bungelen’.

    Ongemakkelijk word ik wakker.
    Wat een confrontatie met mijn vader die altijd alles wist!
    Tot ik bij m’n positieven kom.
    Wat een dijk van een hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging heb ik hier te pakken. Wat een schaduwpatroon!

    Uren later. Ik kijk naar buiten.
    Inmiddels schijnt de zon volop.
    Wat doe je op een zonnige herfstdag op Terschelling?
    Cranberries plukken, natuurlijk.
    Dat ga ik lekker doen.
    En dan, al cranberry-plukkend in de stilte van de Koegelwiek, ga ik nog eens stevig mediteren op deze hele hardnekkige zelf ondermijnende overtuiging.
    Want ja: als ik goed nadenk ken ik deze zelf ondermijnende overtuiging al zo verschrikkelijk lang!
    Wat goed om die nu in volle omvang te voelen (ook al was dat vannacht nou niet meteen verschrikkelijk fijn).
    Hier moet ik iets mee.
    Hier kan ik iets mee.
    Tijd voor verandering!