• | |

    Vergeetmijnietjes

    Terug naar Terschelling. Ik heb er nu drie hapto-sessies opzitten, en het heeft me heel erg goed gedaan. Over het geheel genomen voel ik me goed en tamelijk stabiel. Ik heb me wel zeer gerealiseerd dat het pas een half jaar geleden is dat ik de borstamputatie heb ondergaan. Da’s toch nog tamelijk recent. Het schrijven van de blog’s is een beetje op de achtergrond geraakt. Maar ik wil ze afmaken. Het voelt niet goed om dat halverwege te laten zitten. Daarvoor heeft het schrijven van de blog’s me veel te goed gedaan. Maandag beginnen Els en ik met drie cursisten aan de schrijfcursus Op verhaal komen. Zaterdagavond komt Els, zondagavond verwacht ik Marijke die voor ons komt koken. Het weer is niet zo heel erg goed. Ik kan dus binnen aan de laptop zitten, lezen wat ik heb geschreven en schrijven.

    Ik heb een tijdje geleden al bedacht dat ik zo heel erg graag heel veel Vergeetmijnietjes wil zaaien in mijn Teschellingse tuin, zodat in het voorjaar m’n tuintje een grote blauwe vergeetmijnietjeszee is. Steeds als ik er aan denk schuift er een beeld naar voren. Allemaal camping-genoten staan voor m’n tuintje en zeggen: ‘Ach, die ame Titia. Zoveel mooie Vergeetmijnietjes, en nu kan ze het zelf niet meer zien.’ Ik raak dat beeld maar niet kwijt en kan er niet toe komen zaadjes te kopen. Hoezo, kanker 2011 afronden? Nee – het is niet vanzelfsprekend gezond te zijn.

  • | | | |

    Het verlangen naar het paradijs

    Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

    En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!

  • | | | | | | | | |

    Achilleshiel

    Terug naar huis. Ik heb een paar heerlijke dagen achter de rug met veel goed weer, en waarin ik zo nu en dan de laptop heb opgestart om te schrijven. Toch heb ik vooral heel veel rust genomen, en tijd om dit hele blog-proces te laten zakken. Het heeft me zo goed gedaan en het doet me zo goed. Wat ik me bij het schrijven, het lezen van mijn agenda en het herlezen van de blogs die ik al heb geschreven vooral heel duidelijk realiseer, is het belang van goed te luisteren naar wat er wordt gezegd, en dat wat er wordt gezegd als waardevol en dus belangrijk te honeren. Afstemmen op de ander, dus. Ik heb nu weer aan den lijve ondervonden hoe wezenlijk dit is, maar ik ken er ook de keerzijde van. Afstemmen op de ander betekent in verbinding zijn met de ander en open staan voor de ander. Dat maakt kwetsbaar. Belangrijk dus om daar prudent mee om te gaan, zeker als je je ervan bewust bent dat je incasseringsvermogen je kwetsbare plek is. Mijn achilleshiel. Het is tijd om weer naar huis te gaan. Een mij bekend fenomeen heeft weer de kop op gestoken: ik begin me enigszins ontheemd te voelen. Tijd dus om van mijn huis in Nunspeet weer mijn huis te maken en langzaam maar zeker te onderzoeken hoe het er voorstaat met mijn werk en mij.

    Vanaf het moment dat ik thuis ben, komt realiteit van de dag om de hoek kijken. Morgen wordt een pallet met boeken bij me afgeleverd. Zaterdag komen er naar verwachting zo’n dertig mensen naar de Ontmoetingsplaats-Ontmoetingsdag in Woon-/Werkplaats ZIN, bij mij thuis dus. En morgenavond verwacht ik tenminste drie logees, die vast de Ontmoetingsdag (gelukkig heb ik deze dag niet zelf hoeven organiseren en hoef ik, in mijn eigen huis, alleen maar aan te schuiven) komen voorbereiden.

  • |

    Incasseringsvermogen

    Prachtig weer op Terschelling. Wat ik helemaal nooit doe – op het strand liggen – doe ik nu wel. En zwemmen in zee. Heerlijk. En dan ook nog, in de avond, werken aan mijn blogs. Ik merk hoe goed me dat doet. Hoe rustig het me maakt al de ervaringen van de afgelopen nog eens door me heen te laten gaan, en op een rijtje te zetten. Ik zie nu wel hoe ik maar door ben blijven gaan, en maar door ben blijven gaan. Ook al heb ik van mezelf zo vaak het gevoel dat ik niet zo heel veel doe, en heb ik daar ook een aantal hele stevige negatieve oordelen over: nu zie ik dat het eigenlijk heel veel is wat ik ondertussen heb gedaan. Geen wonder dat ik in augustus mentaal aan mijn einde was. Dat mijn incasseringsvermogen stuk was. Ik weet het al zo lang dat mijn incasseringsvermogen mijn achilleshiel is – en die achilleshiel heeft nu extra zorg nodig. Twee keer kanker in twee jaar tijd is geen kleinigheid waar je aan voorbij kunt leven.